
Ras Gunti/Papa Lekker/De Ras heeft niet alleen een aanstekelijke nieuwe tune uit ('Ribbedebie' is een zalige Antwerpse remake van Jacob Miller's 'Tenement Yard'), hij staat straks ook in de Skaville op Reggae Geel. Hoog tijd voor een groot interview met de MC van Far West Crew en Discobaar A Moeder.
Toen Serge Simonart Ras Gunti (Gunter Van Reusel) kwam interviewen voor Humo was hij niet zozeer onder de indruk van de gigantische platencollectie dan wel van de locatie. Zijn tweede roman speelt zich voor een deel af in de Antwerpse Ommeganckstraat en Ras zou niet misstaan in de kleurrijke cast van het verhaal. Natural mystic noemen wij dat. Serendipiteit zou Simonart misschien durven zeggen. Wie zal hèm trouwens bewieroken wanneer hij op hopelijk gevorderde leeftijd overlijdt?
"Een vriendelijke man," zegt De Ras: "Helemaal niet de arrogante kwal die sommigen van hem maken." Ook voor ons beiden heeft deze ontmoeting een bijzondere betekenis. Gunter heeft in dezelfde straat gewoond als ik, in Wilrijk. We zijn naar dezelfde school geweest (Pius X). Maar wel in een ander tijdperk natuurlijk: hij is 16 jaar jonger dan ik. We hebben elkaar pas leren kennen toen hij midden jaren 90 in mijn leven kwam als lid van Far West Crew, een van de eerste echte soundboy crews in België naar Jamaicaans voorbeeld, met een selector, een engineer en een stel DJ's of MC's.
Ik was niet bepaald gecharmeerd van de monotone digitale reggae in de 90ies, en nog minder van de slackness en gun talk die toen hoogtij vierden. Maar de jongens van Far West openden mijn oren voor de reality in de lyrics, een weerspiegeling van het harde leven in Jamaica, en ook voor de creativiteit van de nieuwe generatie producers, die de reggae gewoon weer naar een nieuwe level brachten. Bovenal bracht Far West een nieuwe, aanstekelijke energie in de dancehall, een vibe die mij terugbracht naar de broeierige club in Port Antonio waar ik in 1994 mijn eerste Jamaicaanse nachten had beleefd. Wie had toen kunnen vermoeden dat De Ras die typische soundsystemstijl ooit met succes zou hanteren als MC van de schijnbaar oer-Vlaamse Discobaar A Moeder?
Gunter is begeleider in een sociale werkplaats verbonden aan de Kringloopwinkels. "Er werken daar mensen van meer dan 100 nationaliteiten. In mijn groep van 17 zitten Afghanen, Marokkanen, Tibetanen... Veel vluchtelingen natuurlijk. Door mijn werk hebben die mensen nu een gezicht gekregen. Dat zijn ook ouders, grootouders, personen die respect verdienen. Niemand springt voor zijn plezier in een rubberbootje om de Middellandse Zee over te steken, of verbergt zich in het landingsgestel van een vliegtuig. Mijn bindmiddel tussen al die culturen is humor. Als je een zotte hoed hebt, zet die dan alstublieft op."
Gunter heeft in zijn jeugdjaren zelf de nodige ellende gekend. "Gelukkig kon ik vluchten in de muziek," zegt hij: "Een Walkman en cassetjes waren mijn belangrijkste bezittingen. Mijn vader had een - toen in mijn ogen - enorme collectie van een 200-tal platen. Vooral Amerikaanse crooners, Nat King Cole, Dean Martin, naast Gilbert Bécaud en Jacques Brel. De LP 'Trio' van Nat King Cole behoort tot de tien platen die ik zou meenemen naar een onbewoond eiland."
"Toen 'Thriller' uitkwam, was ik tien jaar en ben ik een megafan geworden van Michael Jackson. Voor de rest had ik nog een plaat van Bruce Springsteen, een Urbanus, en luisterde ik naar de hitparade op de radio. Ik nam voortdurend notities van nummers die ik goed vond en maakte mijn eigen top 30 en top 100 aller tijden. En die lijst evolueerde. Ineens stond 'Runaway' van Del Shannon op 1, in een periode dat ik helemaal weg was van muziek uit de sixties. Een andere keer was 'Space Oddity' van David Bowie nummer1. Ik hield mij zelden bezig met de muziek die op dat moment populair was, en dat is nog altijd zo. Zet mij in een platenwinkel en ik duik in de geschiedenis. Af en toe hoor ik iets nieuws dat me bevalt, en dat neem ik dan ook mee. De Belgische groep Dans Dans vind ik best goed."
De nieuwste reggae(vinyl)plaat die Ras gekocht heeft, is 'Revenge Of The Superape' van Pura Vida & Lee Perry: "Man, toen ik dat bericht zag op Facebook begon ik te stressen als vroeger, wanneer ik een bepaalde plaat absoluut wilde hebben. De eerste 100 exemplaren waren al weg, zou ik nog op tijd zijn? Ik wilde ook absoluut een fragment spelen in de Week van Eigen Kweek op Studio Brussel. Toch fantastisch dat ik daar Lee Perry kon draaien? Scratch is toch een beetje mijn god, naast Bob Marley en Prince Far I. Het was al van 'Time Boom x The Devil Dead' geleden dat hij nog eens een volwaardig album had gemaakt, op een paar geniale scheten na dan. Ik vind het heel mooi en ook een beetje bizar dat hij de sound van Black Ark nu heeft teruggevonden in Oost-Vlaanderen."
Terug naar de vroege jaren 90. Gunter was lid van de uitleendiscotheek in Hoboken en had zich voorgenomen alle CD's die hij niet kende op te nemen en te absorberen: "Ik was als een spons. Alle genres, alle stijlen, soms met de nadruk op een stroming die ik op dat moment interessant vond. Op Pius X hoorde ik voor de eerste keer Led Zeppelin, Jimi Hendrix, Rolling Stones... Mijn neef was een new waver. En in de Sarma (grootwarenhuis dat niet meer bestaat, red.) mocht ik van mijn vader iedere week vijf singletjes kopen, dat waren meestal hitjes. Ik wilde alles weten, alles horen. Op een dag waren er geen nieuwe singles en mocht ik een LP kiezen. Ik zag een hoes met een aap. 'Doolittle' van Pixies. Wat een herrie, dacht ik na de eerste beluistering, maar na de tweede en de derde keer was ik helemaal omver geblazen. Ik ken die plaat nog altijd volledig uit mijn hoofd."
In de vloedgolf van muziek die Gunter door de jaren heen over zich liet komen, heeft reggae altijd een bijzondere plaats ingenomen (of wat dacht u?): "Maar wel zonder dat ik het besefte. Ik vond 'Intimiteit' van Raymond van het Groenewoud een topnummer. Zuivere reggae. 'Girlie Girlie' van Sophia George. Reggae heeft mij van kindsbeen af geraakt. Mijn stiefbroer had een plaat van Yellowman, 'Galong Galong'. "Adima fatti…" zong ik mee. Wist ik veel wat: "Under mi fat ting…" betekende. Maar het ritme beviel me, en ook die grappige stijl. Een paar jaar later leerde ik op Pius X Bart kennen en toen is mijn liefde voor de reggae helemaal open gebloeid. In eerste instantie waren we vooral verslingerd aan roots en rub-a-dub. Wij aten en sliepen oude reggae met een boodschap. Dennis Brown en Gregory Isaacs vonden we soms al teveel lovers om nog goed te zijn. Ik herinner me dat we ooit in de Vinyl waren om nieuwe platen te checken en Gaba Longsize kwam binnen. Hij ging meteen naar het bakje Gregory Isaacs en bleek zowat alles goed te vinden. Bart en ik begrepen dat niet goed, pas later zouden we de prachtige vocals en de sterke tunes leren waarderen. Op dat moment kon het voor ons niet roots genoeg zijn. Babylon! Africa! Spliffically! Dat is de voedingsbodem geweest van Far West Crew."
Als meest invloedrijke platen voor zijn "bekering" noemt Ras Gunti 'Showcase' van Black Uhuru en de Virgin-platen van de The Gladiators. En toch zou Far West Crew zich in de jaren die volgden profileren als hardcore dancehall sound system, of zo klonk het mij toch in de oren. Het team bestond naast Bart (Boots Cassidy) en Gunter uit Barts broer Stijn (Mr. Rizla), Peter (I-Brow) en Jah Cuzzi (ook een Peter), drie youths die vooral kickten op hip-hop en van daaruit meer affiniteit hadden met de nieuwe dancehall. Ras Gunti zag het licht op een Duits festival, waar hij op een zijpodium het Duitse Pow Pow Sound System zag: "Dit wil ik ook doen," dacht hij, en hij haalde zijn gabbers uit hun tent om te komen kijken. Nog voor ze thuis waren, hadden ze beslist om een soundcrew op te richten naar het voorbeeld van Pow Pow: "Ik heb toen een tekening gemaakt van een cactus met een zonnebril en twee holsters waar microfoons uitstaken, nog helemaal in de roes van die Pow Pow vibe. Indianen, cowboys, het Verre Westen, Far West... Die naam popte vanzelf op. Wij zaten ook in Hoboken, toch een beetje de Far West van Antwerpen. De allereerste naam was Far West Sound maar dat hebben we dan veranderd in Crew. Wij kwamen na Boombastic, Daktari en Back 2 Bass, de eerste generatie dancehall deejays in België. Er waren wel overal feestjes en concerten, die wij ook allemaal trouw bezochten, maar ik denk dat wij als eerste systematisch dancehall nights georganiseerd hebben, bijna vijftien jaar lang. Ik ben daar best fier op. De sociale media bestonden nog niet, wij moesten alles nog zelf volplakken."
Het was vaak zweten in Spaghettiworld of de Bierkelder, waar Far West geregeld feestjes opzette, en het was ook de eerste keer dat ik mij ouder voelde worden in de reggaewereld. Maar tegelijk verheugde ik mij over de verjonging van het publiek, en beschouwde ik Far West als mijn rechtstreekse connectie met de nieuwste Jamaicaanse tunes en hypes. Ras Gunti was voor mij de eerst echt geloofwaardige Belgische MC. Hij deed geen moeite om de Jamaicanen te imiteren, kende daar wellicht ook niet genoeg Engels en patois voor, maar creëerde toen al zijn eigen onnavolgbare stijl, een maffe mengeling van gimmicks, kreetjes en woordspelletjes uit de reggae en spontane Antwerpse rapklap: "Mijn grootste voorbeelden waren de foundation DJ's. U-Roy, I-Roy, Dennis AlCapone, met hun rijmpjes en vocale acrobatie, maar ook de rub-a-dub generatie. De live soundsystemplaten uit die tijd zijn briljant. Dat hebben DJ's hier nooit gedaan. Hoe die gasten die shows aan elkaar lulde. "If you're thirsty, there's Heineken at the bar…", maar dan wel helemaal in de riddim en de vibe van het moment.
Schitterend. Op die manier probeer ik ook om te gaan met het publiek als MC van Discobaar A Moeder, spontaan, in connectie. "No bird can manage with one wing/No airplane can fly without engine/So listen to the next man sing..." Of iets wat ik ergens heb opgevangen, en in het Antwerps vertaald: "In the meantime, between time, all the time…"; ik zeg dan: "In tussentijd, altijd, alles op zijnen tijd presenteren wij met enige fierheid...", het is rijmen en dichten zonder mijn gat op te lichten, zoals mijn vader zou zeggen, maar dan nog kun je best iets zinnigers zeggen dan: "Schudden met dat stoofvlees!". Dat hebben we bijvoorbeeld laten horen op het Ringlandfestival. Maar wij zijn in de eerste plaats entertainers. Ik ben begaan met de wereld, ik probeer een zo goed mogelijke mens te zijn, maar ik voel niet de behoefte om dat in het weekend ook nog eens uit te dragen. Wij willen mensen laten dansen en even alles laten vergeten en doordat we onszelf amuseren, stralen we dat ook uit. Als we maar één man of vrouw met sombere gedachten, en zo zijn er veel in België, wat hoop en levensvreugde kunnen geven, is onze opdracht geslaagd."
Een echte sound system heeft Far West Crew nooit gebouwd. In die dagen had alleen Fiji Sound die stap gezet, de moeder van alle Beljam sound systems. Dub plates wilden ze wel hebben, zeker nadat ze op een avond in wat later de Zillion zou worden een vroege dub plate van Boombastic hadden gehoord: "Van wie of op welke riddim speelde geen rol. "Gonna whine up your body, say Boombastic baby!" Het is niet waar!, zegden wij tegen elkaar. Die mannen hebben hun eigen dub plates! Voor mij hoefde het niet echt, wij konden zo ook wel ambiance maken. Maar als we internationaal wilden gaan spelen, hoorde het er wel bij. We stelden ons tot doel om Boombastic tegen 2000 te overklassen, en ik denk dat het ons ook gelukt is. Eind 1999 vond in Brussel de eerste deftige soundclash plaats in België, georganiseerd door Bass Culture, in de Full Moon. Wij beschouwden dat als de belangrijkste dag van ons leven, en we hadden tegen dan ook een zak vol straffe dub plates. Daar hebben we die clash toen ook mee gewonnen. We hadden bewust geïnvesteerd in heel actuele nummers. Net uit in Jamaica, en wij kwamen al met een dub plate."
Far West won niet elke clash. Ras Gunti herinnert zich hoe het Nederlandse RUNN Sound ooit uitpakte met een dub plate van Eddy Wally: "Dat was natuurlijk een bom. Wij hadden een schitterende nieuwe Luciano bij maar die clash hadden we alleen nog kunnen winnen met een dub plate van Doe Maar."
Een dub plate kon je in de jaren 90 alleen versieren via persoonlijke contacten. Je moest zelf naar Jamaica (of naar Ertvelde, als je Eddy Wally wilde hebben), en dat is ook wat Bart en Stijn gedaan hebben: "Op een dag zaten we bij hun ouders in Hoboken en belde Michael Rose. Hij zei dat hij onderweg was om de dub plate op te halen en aan ons te verzenden. Het duurde dus nog een week of twee voor je die schijf in je bezit had, en dan moest je het daar ook mee doen, alle kuchjes en oneffenheden inbegrepen. De keuze van de riddims en de nummers gebeurde in onderling overleg. Zo'n dub plate was een uitstekende gelegenheid om je kennis van de reggae te demonstreren."
Maar daar moesten ze wel iets voor over hebben. Dub plates waren nog geen digitaal seriewerk en kostten vaak ettelijke duizenden (toen nog) franken. De duurste dub plate die Far West Crew ooit heeft laten maken, stond op naam van Shabba Ranks: 40.000 frank of 1000 euro: "Al het geld dat we verdienden met draaien en organiseren, ging terug naar de sound."
Hun eerste dub plate was er eentje van Louie Culture: "Dat moest in feite Dennis Brown zijn maar die was verhinderd. Dat hebben we ons nog lang beklaagd. Ik denk dat wij tussen 1995 en 2005, 2006 in totaal ongeveer 250 dub plates hebben laten maken. Als we daarmee naar buiten zouden komen, zouden we nog veel sounds pijn kunnen doen. Een 12-tal tunes met Luciano, Bounty Killa in zijn topperiode, Pinchers, Capleton, Mr Vegas, Babycham, Triston Palma, Sugar Minott, Horace Andy, Derrick Morgan, Frankie Paul, Pat Kelly... Na een paar jaar maakten we ook dub plates met artiesten die hier kwamen toeren. Crucial P bracht ons in contact met Eek-A-Mouse. Hij kwam wat lamlendig aangestapt in de lobby van het hotel, niet echt in de stemming, en vroeg aan de receptie of hij goulashsoep kon krijgen. "Wat wil je dat ik doe?" vroeg hij. Ik imiteerde hem, iets waar ik mij jaren in bekwaamd heb: "Beng beng, biddi beng…". Eerlijk gezegd deed ik het beter dan hem want zijn stem was serieus lager geworden, en ook de flow was er een beetje uit. Na een concert in Amsterdam regelde Danny Pepperseed een sessie met Wayne Wonder. Superlieve gast. Vier nummers in één take. Perfect. Buju Banton was er ook bij maar dat viel zwaar tegen. Beetje arrogante hiphop attitude. Spuwde naast ons op de grond en praatte alleen maar over Gargamel, zijn label. Het resultaat was navenant."
In Jamaica is Ras Gunti (nog) nooit geraakt: "Ik voel ook geen onweerstaanbare drang om er te geraken. Laat het voor mij maar dat mystieke eiland blijven." Met de religieuze dimensie van Rastafari heeft hij niet echt voeling. Hij waardeert en respecteert de beweging, in het bijzonder de muziek van de rasta's, maar een devote gelovige is hij nooit geweest: "En dreadlocks waren niet nodig want ik had mijn eigen leeuwenmanen!"
Minder sympathie had Ras Gunti voor de homofobe lyrics die al te vaak in de dancehall weerklonken: "Ik heb mij er zelf nooit aan bezondigd als MC maar we hebben die tunes wel gedraaid. Terugkijkend schaam ik mij daar een beetje voor. Ik had het er trouwens toen al moeilijk mee. Herinner je je nog T.O.K. op Reggae Geel? Honderd man die op het hoofdpodium staan te brullen dat homo's verbrand moeten worden? Toen had ik onder de grond kunnen kruipen van plaatsvervangende schaamte, ook al wisten de meesten waarschijnlijk niet wat ze daar stonden te zingen. En ik vind dancehall toch al niet de beste live muziek. Burning Spear, Twinkle Brothers: dat zijn voor mij de grote namen in de reggae die ik live wil beleven. Laat de dancehall maar aan de sound systems."
Naast de feestjes en de dub plates maakte Far West Crew ook reggaeprogramma's op Radio Centraal en Multipop: "Heerlijke tijden. Wij draaiden vooral roots op de radio." Maar Gunter wilde ook wel eens iets anders. Het dancehallmilieu begon hem een beetje te benauwen, en met Civalizee Foundation had zich intussen een jonge, nieuwe sound aangediend in Antwerpen, die net als Far West Crew tien jaar eerder vastbesloten was om de grootste te worden: "In 2002 zochten ze een DJ in café De Kroon, waar maar één platenspeler stond, en De Schele (Wouter Hoet) en ik hadden genoeg vinyl in huis om een feestje te bouwen. Hoe we onze Discobaar dan zouden noemen? Een zatte maat van ons deed toevallig een Marokkaan na: "A moeder, joengen!", en zo is het dus Discobaar A Moeder geworden. Het was toch maar voor één avond. Wij hadden zelf nooit kunnen vermoeden dat het zo'n succes zou worden."
Zo succesvol zelfs dat Discobaar A Moeder vorig jaar een vaste rubriek kreeg in 'Iedereen Beroemd' en Gunter werd uitgenodigd om mee te doen aan 'De Slimste Mens Ter Wereld'. In oktober stond hij in het Sportpaleis zowaar op het podium met Angie Stone, op de Night of the Proms. Het was de glorieuze bekroning van een echte battle tussen Discobaar A Moeder en het symfonieorkest, tune-fi-tune als het ware.
Far West Crew lijkt intussen een eeuwigheid geleden, en toch ook weer niet. Ras Gunti zeult nog altijd rond met een bak singles ("90% van wat we spelen!") en praat de tunes nog altijd vrolijk aan elkaar, Jamaican style. Discobaar A Moeder is geen reggae sound maar reggae is wel een constante in de selectie en vooral in de algehele presentatie: een selector, een MC, vinylsingles, rewinds, pick-ups, intro's, volume toe en laten meezingen... En in iedere set minstens één reggaenummer: "Dat kan een Dennis Brown zijn, of 'Here I come' van Barrington Levy, 'Jeruzalem' van Alpha Blondy, 'Ma Plantation' van Kana, 'Moon Hop' van Derrick Morgan, Toots & The Maytals... 'My Boy Lollipop' zit vaak al in de openingsmedley. Dat zijn allemaal tunes die je voor elk publiek en elke leeftijd kunt spelen. Reggae zal voor mij altijd een vaste waarde zijn in wat ik doe, in de tunes die we selecteren èn in mijn stijl als MC."

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jun 24, 2016