Zaterdagnacht om twee uur stonden een paar honderd mensen in de Zappa, Antwerpen, te skanken op een van mijn favoriete roots tunes, een plaat uit 1983. Zelden heb ik mij zo verbonden gevoeld met de nieuwe generatie rasta's en dubheads.
De eerste feestjes in de Zappa waren dancehall nights waar je af en toe een new roots tune hoorde. Vandaag domineert de dub, in toenemende mate een verzamelnaam voor roots & culture sinds de jaren '70, geserveerd door machtige sound systems die elk hun eigen accenten leggen. Jahmbassador draait bijna uitsluitend singles en maxi's uit wat wel eens de gouden jaren van de reggae worden genoemd, tussen 1975 en 1980. Het Franse Chalice mengt eigentijdse rootsdub met iets recentere classics. Beiden hadden hun eigen custom built sound system meegebracht, dat van Chalice ongeveer dubbel zo groot als dat van Jahmbassador.
Dat leverde om het uur een mooie afwisseling op voor onze zwaar beproefde maar nooit getergde oren. Het geluid verplaatste zich niet alleen, het klonk ook heel verschillend. Mijn voorkeur ging uit naar de heldere, authentieke sound van Jahmbassador, boven de bewust licht vervormde geluidsgolven die Chalice verspreidde. Maar dat had misschien ook te maken met de briljante selectie van Kaya, mij recht uit het hart (en de platenkast) gegrepen. Wat Kaya's platenkeuze voor mij zo bijzonder maakt, is dat hij tunes oplegt die ik al bijna 40 jaar ken en in huis heb maar zelf nooit gedraaid heb als DJ, ook niet toen ik destijds een paar keer per maand ten dans speelde. 'Music Is My Desire' van Pablo Moses: schitterend nummer, hallucinante dub, zeker in de live mix van Jahmbassador, maar ik speelde altijd 'Dubbin' Is A Must' of 'Revolutionary Step' of 'A Song'. 'Cuss Cuss' van Horace Andy: altijd in de Wackies version maar die snelle rockers uitvoering swingt natuurlijk veel beter. Een Daweh Congo die ik nog nooit gehoord had, niet van mijn tijd maar wat een chant, en wat een dub! 'A True' van Dennis Brown en Dhaima, hier minder bekend maar in Jamaica een van Dennis' meest geliefde tunes. Geen nummer dat vaker werd aangevraagd op Irie FM de dag dat hij stierf, en telkens hoorden we die geweldige lyrics:
We got to know what we're living for,
And we got to know what we're loving for.
We got to know who we're praying to,
And we got to know what we're singing for.
We got to know who we're playing with,
And we got to know what we're working for.
We got to know who we're talking to,
And we got to know what we're listening for.
Yes we got to know what we're writing for,
And we got to know what we're dancing for.
Yes we got to know what we're striving for.
Blij en ontroerd dat ik dat na al die jaren eens kon meezingen in een dance, en nog meer omdat al dat jonge volk helemaal op dezelfde golflengte zat, in peace, love & unity. Mooi ook om te zien dat daar tegenwoordig zoveel meisjes en vrouwen bij zijn. Er was een tijd dat we daar steevast met hetzelfde clubje mannen stonden op rootsfeestjes. Niet dat wij op jacht waren en smachtten naar vrouwelijk gezelschap, verre van. Dat heb ik net altijd zo bijzonder gevonden aan de reggae scene, waar het traditionele haantjesgedrag van de mannen en de verleidingstrucjes van de vrouwen in het uitgangsleven grotendeels achterwege bleven. Wij kwamen voor de muziek, en dat is nog altijd zo in dub en roots dances. Hoewel de DJ's bij ons, in de reggae, al sinds mensenheugenis een hoofdrol spelen, worden ze ook niet verafgood en op een verhoog geplaatst.
Integendeel: Jahmbassador en Chalice stonden met hun voeten stevig op de begane grond. Het podium was gereserveerd voor enkele platenstands. Ook Chalice verraste mij met enkele nummers die ik in jaren niet meer had opgelegd en nu pas in volle glorie mocht aanhoren. 'Praise His Name' van Barrington Levy! 'Love Rasta' van Gideon Jah Rubaal (ja, die naam popte zomaar op in mijn hoofd). 'Chanting' van Junior Reid, de track waar ik het in de inleiding over had. Wel jammer dat de MC van Chalice het nodig vindt om zijn mond tegen de microfoon te houden, waardoor de stem constant licht overstuurd uit de luidsprekers komt. Dan liever het ietwat bescheidener stemgeluid van Kaya en de mooie flow van Missing Link. Van Irie Ilodica hadden we best nog wat meer willen horen en zangeres Nish Wadada zorgde ook aan de mic voor een fijne vrouwelijke toets. In de dub fi dub (zo noemden ze dat vroeger toch in de dancehall) speelde ze soepel in op de tunes van beide sounds. Moet ik mijn leeftijd nog oordopjes insteken? Op sommige momenten dacht ik van wel maar mijn trommelvliezen konden de soundtsunami nog net verdragen (of ze zijn al lang versleten natuurlijk maar ik meende toch nog alle hoge tonen te horen, en de lage doordrongen heel mijn lijf en leden).
U hebt het al begrepen: ik heb mij geweldig goed vermaakt in de Zappa. Niet alleen meegeknikt en -gedeind maar echt gedanst. Mij niet oud gevoeld maar verbonden, met die vele honderden roots people, meer dan ik er ooit gezien heb in de Zappa. Dub is de nieuwe dancehall (ook al is er eigenlijk geen vergelijking mogelijk) en daar zult u mij uiteraard niet over horen klagen.