Goed, de Nobelprijs is nog belangrijker, maar met de Man Booker Prize heeft Marlon James voor 'Een Beknopte Geschiedenis Van Zeven Moorden' alleszins de belangrijkste Britse literatuurprijs gewonnen, de eerste Jamaicaan die de hoge eer te beurt valt. Wij hebben het boek gelezen, geen gemakkelijke opgave, maar wel een must voor iedereen die zich op het hoogste literaire niveau wil verdiepen in de Jamaicaanse geweldcultuur.
Dit verhaal is niet beknopt. Marlon James heeft ruim 700 bladzijden nodig om het te vertellen, en het strekt zich uit over een periode van 15 jaar, met bovendien tal van verwijzingen naar het verleden van Jamaica. Er worden ook veel meer dan zeven moorden gepleegd. De gangs in Kingston, Miami en New York schieten er op los als in een videogame, alleen was dit ooit de trieste realiteit. De meeste beruchte Jamaicaanse bende noemde zichzelf niet voor niets de Shower Posse, omdat ze hun tegenstanders ombrachten in een regen van kogels.
Die gewelddadige inborst vindt haar oorsprong in de getto's van Kingston, waar de plotse toevloed van vuurwapens en cocaïne in de jaren 70 niet alleen de toch al vijandige politieke verhoudingen op scherp zette maar ook een vernietigende invloed had op het leven van de arme strugglers en sufferers, de mensen die ieder op hun manier probeerden te overleven in de shacks en de concrete jungle van de Jamaicaanse hoofdstad.
"Een zijen stem op de radio zegt dat misdaad en geweld het land overnemen en we moeten maar afwachten of het ooit zal veranderen, maar hier in Eight Lanes kunnen we alleen maar afwachten. En ik zie die (Nederlandse vertaling van 'di', red.) strontwater door de straten stromen en ik wacht. En ik zie mijn moeder het doen met twee mannen voor ieder twintig dollar, en nog een die vijfentwintig betaalt om erin te blijven en hem er niet uit te trekken en ik wacht. En ik zie dat mijn vader haar zo strontzat wordt dat hij haar als een hond afranselt. En ik zie hoe het zinken dan roest tot het bruin is en dan slaat de regen er gaten in als kaas van overzee, en ik zie zeven mensen in één kamer en één ervan zwanger en mensen die maar door blijven neuken omdat ze zo arm zijn dat ze geen geld hebben om zich te schamen en ik wacht. En het kamertje wordt maar kleiner, en er komen nog meer zusbroerneefjes van buiten, de stad wordt almaar groter en geen plaats meer voor een rub-a-dub of spul gebruiken en geen hete kip, en ook al is die er wel, die is toch te duur en die meisje wordt neergestoken omdat ze weten dat elke dinsdag geld voor de schoollunch krijgt en de jongens zoals ik worden ouder en gaan niet erg veel naar school en kunnen geen ABC lezen maar Coca-Cola kennen ze wel en ze willen in de studio een nummer opnemen en hits zingen en als de sodemieter de getto uit, maar Copenhagen City en Eight Lanes zijn allebei te groot en elke keer als je aan de rand bent, schuift de rand weer verder op als een schaduw tot de hele wereld een getto is en jij wacht af."
De realiteit van veel Jamaicanen in een notendop, of beter: in een stream of consciousness, in dit geval van het jonge bendelid Bam-Bam. Die literaire techniek doordringt zowat alle hoofdstukken in dit boek, afwisselende getuigenissen van gang lords, bendeleden, CIA-agenten, politici, een journalist van Rolling Stone en twee licht wanhopige zusjes. Ze praten ieder in hun eigen taalregister, van (in dit geval versurinaamst) patois, al dan niet opgefokt door coke, tot beschouwend en introspectief. Altijd in de tegenwoordige tijd, wat het dwingende karakter van de gebeurtenissen nog versterkt.
Terugkijkend had ik het boek misschien liever in het Engels gelezen, misschien komt er dat nog van, maar een gegeven paard kijk je niet in de bek, en ik was ook best nieuwsgierig hoe de Nederlandse vertalers het ervan af zouden brengen. Maar wie het Engels goed machtig is, kiest dus toch best voor de originele versie. Dan vallen allicht ook de vele quotes uit reggaesongs beter op hun plaats. In het Nederlands lees je daar algauw over. "Er zullen nog vele mannen moeten lijden. Er zullen nog velen sterven.", Bob Marley, inderdaad, maar dat was een gemakkelijke. Er wordt ook volop verwezen naar bekende nummers, al dan niet van Bob Marley.
"En 'Congo Bongo I'? Uit 'Natty Dread', 'Congo Bongo I', ik bedoel 'I shot the sheriff' snap ik, dat is een metafoor toch? 'Ism and schism'? Ik wil weten wat er met die man gebeurd is die leuke liedjes als 'Stir It Up' zong. Komt het omdat die twee anderen vertrokken zijn? Wat is er met de goeie vibes gebeurd? 'Burnin' And Lootin''? Is dat iets als 'Dancing In The Street'? Je weet wel, kwaaie nikkermuziek."
Een blanke journalist op bezoek bij Bob Marley. Zelf hoort hij liever 'My Boy Lollipop'. "Dat was een goed nummer, goed nummer, goeie beat, daar hou ik van: ze dook erin, maakte een hit en hield er weer mee op. You make my heart giddy up, ha!"
Bob Marley is alomtegenwoordig in dit boek, zoals hij dat is in de reggae en in heel Jamaica. De aanslag op zijn leven in 1976 is zelfs het uitgangspunt van het verhaal, de reden waarom in de daaropvolgende jaren zeven mannen vermoord moesten worden. Maar de naam van Bob wordt geen enkele keer vernoemd, wellicht om juridische problemen te voorkomen. Het is De Zanger die af en toe opduikt in het verhaal, als een zijpersonage bijna maar dan wel met een mystiek, ongenaakbaar aura. Hij spreekt nooit, tenzij op dat ene moment, wanneer hij een kogel in de borst krijgt, en dan nog wordt hij geciteerd door zijn belager.
"Jah Rastafari schoot in je hart. Jij schreeuwt om Selassie." Maar "Jah leeft" en "niemand kan de Tuff Gong doden." De volgende dag toont Bob trots zijn wonden op het Smile-concert. De Amerikaanse auteur David Cupples schreef een vijftal jaar geleden al een spannende, veel makkelijker leesbare roman over hetzelfde thema, 'Stir It Up'. Hij noemde wel echte namen maar ging mogelijk controversiële thema's dan ook handig uit de weg. De Zanger van Marlon James gokt verwoed op de paardenraces en onderhoudt de beste contacten met de grootste gangsters van het land. De Zanger heeft (nog) een meisje zwanger gemaakt. De Zanger had een whiteman nodig om beroemd te worden, en zocht in zijn laatste dagen heil bij een Beierse kwakzalver. Was de begrafenis van De Zanger een Ethiopisch-Orthodoxe dienst, een nyahbinghi of een politiek evenement? En in hoever is De Zanger eigenlijk betrokken bij de zeven moorden, toch duidelijk een revanche voor aanslag in zijn huis aan Hope Road?
Het is geen fraai beeld dat de auteur schept van Jamaica en de geëmigreerde yardies. Ver weg zijn de peace and love van de rasta's, ook al vindt één bendehoofd verlossing in rastafari, terwijl hij in de cel zit nog wel. We krijgen ook inzicht in de historisch gegroeide raciale segregatie: hoe blanker de huid, hoe hoger de sociale status. De donkerste Jamaicanen blijken vaak ook de minst bedeelde, of juist de meest misdadige. Als het dan toch over de rasta's moet gaan: die van Twelve Tribes of Israel hebben bijna allemaal een lichtere huidskleur, waardoor ze meer sympathie genieten bij de blanken.
Bijna even schokkend als het meedogenloze geweld, toch in een Jamaicaanse context, is de harde homoseks. Die speelt zich vooral af tussen de bendeleden en hun bazen, voor de buitenwereld killers en ubermacho's, in de slaapkamer (of een vuil hok) fanatieke kontneukers. Het zou wel eens de reden kunnen zijn dat het boek van Marlon James, zelf homo, in zijn thuisland verdeeld wordt ontvangen. In de achtergrond speelt de actualiteit van de jaren 70 en 80, doorspekt met historische feiten (de machtsstrijd tussen JLP en PNP, de Greenbay Killings, Cuba, de Koude Oorlog, revoluties in Iran, Egypte en Papoea-Nieuw-Guinea, de drugkartels van Medellin...) en referenties naar de wereld van muziek en entertainment. Mick Jagger en Keith Richards passeren de revue terwijl ze 'Goat's Head Soup' opnemen, een matig geslaagde poging om reggae te verzoenen met rock (hoewel Eric Donaldson er met 'Cherry Oh Baby' wel een pensioennummer aan overhield), of geilend op 'zwarte dikbilwijven' in de fameuze Turntable Club. De mensen kijken naar 'Starsky And Hutch' en 'Dukes Of Hazard'. In de cinema loopt 'Planet Of The Apes'.
Reggae hoor je midden jaren 70 bijna nooit op de Jamaicaanse radio maar wel 'Ma Baker' van Boney M en 'Shadow Dancing' van Andy Gibb, twee tunes waar James hele paragrafen aan wijdt. En 'die foto van Carly Simon lijkt wel Steve Tyler die op het punt staat iemand te pijpen.' Om maar te zeggen dat enige kennis van de populaire cultuur toen kan helpen om ten volle te genieten van dit boek. En genoten heb ik. Eens je in die schuimende flow van al die gedachtestromen zit, beginnen je eigen gedachten ook te stromen. De kleurrijke, hoopgevende en spirituele verhalen van de rasta's en de reggaemuzikanten versmelten met de sombere, wanhopige, gestoorde, onderdrukte, verdoofde en cynische stemmen aan de andere kant van de Jamaicaanse werkelijkheid, waar politricks, gun talk en slackness de hoofdtoon voeren. Je wil het eigenlijk niet weten maar je weet dat het de waarheid is, dat ook deze wereld onlosmakelijk verbonden is met reggae en Rastafari, en met de hele Jamaicaanse cultuur.
Ik moet toegeven dat mijn aandacht in de laatste twee delen (die zich afspelen in de Verenigde Staten in respectievelijk 1985 en 1991) een beetje verslapte. Ik miste Jamaica en de introductie van crack in de Amerikaanse getto's heeft een ontluisterend effect op de personages, dealers en gebruikers, voor zover ze na de ellende in Jamaica nog dieper konden zakken. De meest dominante figuur in het boek, Josey Wales (nee, niet de zanger, wel Don van de Storm Posse) evolueert van een redelijk gehoorzame, zij het wel keiharde head enforcer in Kingston naar een wrede sadist in de Bronx. Plots zitten we in 'The Wire', geen plaats waar je echt zou willen zijn maar wel even realistisch en meeslepend als Trenchtown. Ik moèst verder lezen, als was ik verslaafd geraakt aan het expliciete geweld.
Volgens de New York Times leest 'Een Beknopte Geschiedenis Van Zeven Moorden' als "een Tarantino-remake van The Harder They Come met een soundtrack van Bob Marley, een script van Oliver Stone en William Faulkner, en misschien een creatieve boost van wat primo ganja. Episch in elke zin van het woord." Het eerste grote Jamaicaanse epos: dat lijkt mij al reden genoeg om dit boek te lezen, als het kan in het Engels, hoewel de Nederlandse vertaling van het hoogste niveau is. Intussen is van het boek ook een tv-serie in de maak. Zeer benieuwd hoe ze dat gaan aanpakken. Een beknopte geschiedenis van zeven moorden is uitgebracht bij Lebowski.