De eerste foto's en verhalen over Ras Tafari hadden Jamaica al bereikt in 1928, toen National Geographic het volledige augustusnummer wijdde aan Ethiopië. Twee jaar eerder had dominee Fitz Balintine Petersburgh 'The Royal Parchment Of Black Supremacy' gepubliceerd, 'Het Koninklijke Perkament Van Zwarte Suprematie', een hermetisch (mooi woord voor onleesbaar) geschrift dat religieuze visioenen verwart met politieke idealen en twijfelt tussen dichterlijk en esoterisch taalgebruik. Uitgangspunt is de superioriteit van het zwarte ras, wat enkele onverbloemd racistische uitspraken oplevert: "Before I trust a white person, I trust a snake." De dominee vond dat zwart en blank beter niet met elkaar vermengden.
Maar hij had het ook over de 'King of Kings of Ethiopia'. Hij voorspelde dat Ethiopië het Angelsaksische rijk zou opvolgen als volgende grote wereldmacht, en noemde de Jamaicanen de "foundation stones" van de verrijzenis van het koninkrijk Ethiopië. Black supremacy: het is een eis die ook de Boboshanti claimen, de meest radicale stroming in Rastafari. Sommige bobo's haten blanken en wensen hen luidkeels dood. Sizzla bijvoorbeeld, in de eerste jaren van zijn carrière: "Death to all whities!" Hij heeft me ook eens aan den lijve laten voelen hoe het is om behandeld te worden als een minderwaardig schepsel, toen ik hem in 1998 kon interviewen in zijn eigen yard in August Town, Kingston. Zijn vrienden keken naar mij zoals veel blanken naar Afrikanen en Arabieren kijken, in de onwrikbare overtuiging dat ze beter zijn. Sizzla ging op een rots zitten en gebaarde dat ik moest plaatsnemen op een kleine rots wat lager. Het was middag in Jamaica, bloedheet, en we zaten niet in de schaduw. De ongemakkelijke positie dwong mijn lichaam in een verkrampte draai. Vragen hoefde (mocht?) ik niet stellen. Sizzla oreerde, zoals ik hem sindsdien talloze keren heb zien doen. Hij goochelde met Bijbelcitaten, volkswijsheden en militante meningen en smeedde ze samen tot zijn eigen kosmogonie van Rastafari.
Het idee van "black supremacy" (blanke suprematiegedachten noemen we meestal fascistisch of nazistisch) zouden de bobo's ontleend hebben aan Marcus Garvey maar die heeft het zwarte ras nooit superieur genoemd aan andere bevolkingsgroepen. Mogelijk berust het misverstand op een passage uit de 'Verklaring Van De Rechten Van De Negervolkeren In De Wereld', zoals de UNIA die bijna 30 jaar voor de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens al opstelde.
"We believe in the supreme authority of our race in all things racial; that all things are created and given to man as a common possession; that there should be an equitable distribution and apportionment of all such things, and in consideration of the fact that as a race we are now deprived of those things that are morally and legally ours, we believe it right that all such things should be acquired and held by whatsoever means possible."
"By any means necessary!" zou Malcolm X daar later van maken. Marcus Garvey stelde dat de "negers" legaal en moreel recht hadden op een gelijke verdeling van de welvaart. Hij geloofde in de "supreme authority" van het zwarte ras, de onmiskenbare autoriteit, niet de superioriteit. Er was nog een boekje dat zo rond 1930 in Jamaica circuleerde: de 'Holy Piby Of The Black People'. De auteur, Athlyi Rogers, noemde Marcus Garvey: "...een apostel van God voor de verlossing van Ethiopië." De 'Holy Piby' gaat over "de lijdende mens" en "de God van Ethiopië die ons zal verlossen" Het is een haast emotionele oproep om de pijn en het verdriet van het zwarte ras te overstijgen en samen een nieuw tijdperk aan te vatten: "Waarlijk, ik zeg jullie, kinderen van Ethiopië, kijk niet naar de vooruitgang van andere rassen, in de waan dat jullie deel uitmaken van het project. Spoedig zullen jullie over de brug van de dood gaan, met lichaam en ziel. Het bloed van een profeet zal de onderdrukkers van Ethiopië vermorzelen."
Een profeet? Mogelijk wees Athlyi Rogers naar zichzelf, en was dat de reden waarom hij later zelfmoord zou plegen. Zijn bloed moest de verlossing van Ethiopië (Afrika) aankondigen. Maar als Marcus Garvey een profeet was van Rastafari, dan ook Rogers en Balintine, die de eeuwenoude sacrale Afrikaanse traditie nieuw leven inbliezen. Op het randje van waanzin en wartaal maar wel authentiek, rauw en ongecensureerd. Ook de Ethiopianisten (die zichzelf even graag Israëlieten noemden) lieten eind jaren twintig van de vorige eeuw steeds vaker hun stem horen in Jamaica. Vaak volgelingen van Marcus Garvey, dweepten ze met Ethiopië (het land, niet het hele continent Afrika), en probeerden ze daar ook daadwerkelijk te geraken.
Anne Harvey had in 1924 naar eigen zeggen een visioen over het land dat: "...armoede en hebzucht kan voorkomen en ons ras zal bevrijden van de terreur." Ze reisde af naar Addis Abeba om er vijf jaar te blijven. Ze was waarschijnlijk de enige Jamaicaanse getuige van de kroning van Haile Selassie I. Toen ze in 1931 terugkeerde naar Jamaica had ze een fotootje op zak van de 'Prince of Peace', de nieuwe, door God uitverkoren keizer van Ethiopië. Met die afbeelding op zak en Anne Harvey's persoonlijke getuigenis in zijn geheugen geprent zou de allereerste rastaman zich op het bekeringspad begeven: Leonard Howell.
Howell heeft Marcus Garvey in 1932 één keer persoonlijk ontmoet in Kingston. Maar daar is het ook bij gebleven. Leonard Howell mocht niet eens zijn prentjes verkopen in Edelweiss Park en in 1934 nam de UNIA definitief afstand van: "...alle nieuwe cults die geheel tegenstrijdig zijn met de principes van ware religie." De veelal intellectuele leden keken neer op de "primitieve gebruiken" van de rasta's. Dat Haile Selassie God zou zijn, vond Marcus Garvey een belediging voor zijn christelijke wereldvisie. De keizer was een staatsleider, niets meer en niets minder. Garvey verweet de rasta's ook een volstrekt gebrek aan structuur of organisatie (dat militaristische trekje!) en uiteraard kantte hij zich radicaal tegen het gebruik van wiet, zoals dat in Jamaica toen al redelijk wijd verspreid was. In de New Jamaican schreef hij in 1932 een editoriaal onder de titel 'The Dangereous Weed'. Volgens hem had wiet hetzelfde effect als opium. Wietrokers "behave in a crazy manner" en als het zo doorgaat zou Jamaica binnen afzienbare tijd wel eens "a population of half-crazy people" kunnen hebben. Garvey had weet van een man die gearresteerd was met 45 kg ganja: "...enough deadly weed to destroy a thousand men!".
Vreemd genoeg negeren de meeste rasta's tot vandaag ook bewust een artikel dat Garvey schreef in het tijdschrift Black Man van maart 1937, een jaar voor hij zou verhuizen naar Londen. Italië was Ethiopië binnengevallen, Selassie gevlucht naar Engeland. Als Marcus Garvey de profeet van Rastafari was, zoals de meeste rasta's onvoorwaardelijk geloven, dan toont hij zich hier toch niet bepaald een grote aanhanger van de Messias die hij zou moeten aankondigen. Het was niet de eerste keer dat Marcus Garvey zijn mening over een staatsleider radicaal bijstelde. Tot 1934 had hij nog opvallend veel bewondering voor Mussolini: "We were the first fascists. When we had 100.000 disciplined men and were training children, Mussolini was still an unknown... he copied our fascism." Mussolini heeft het fascisme gekopieerd van de zwarten: wat een zalige gedachte.
Na de inval in Ethiopië noemde Garvey Mussolini plots een barbaar en een tiran, de tegenpool van Haile Selassie I: "...a sober, corteous and courageous man." Maar eens de keizer zijn land ontvlucht was, had Marcus Garvey ook voor hem geen goed woord meer over. Het keerpunt was wellicht de aankomst van Selassie in Londen, in de lente van 1936. Marcus Garvey was erbij in Waterloo Station, waar de keizer in ballingschap werd opgewacht door Sylvia Pankhurst en andere medestanders. Hij wilde Selassie een brief overhandigen maar die negeerde hem straal. Een medewerker van Garvey moest een dienaar van Selassie achterna lopen om hem de brief nog snel toe te stoppen. Reden genoeg om de keizer in zijn volgende editoriaal: "...een feodale monarch" te noemen "die minachtend neerkijkt op zijn slaven en dienaars". Titel van het commentaarstuk in de Black Man: 'De mislukking van Haile Selassie als keizer.'
Garvey herinnerde zich plots dat Ethiopië geen delegatie had gestuurd naar de internationale UNIA-conferentie in 1920 in Madison Square Garden, waar nochtans veel Afrikaanse gasten aanwezig waren. De Ethiopische adel achtte zichzelf eerder blank dan zwart, zo concludeerde hij. Selassie omringde zich om die reden ook met blanke adviseurs wat onherroepelijk zou leiden naar de vernietiging van het land. De keizer was: "…a great coward who ran away from his country to save his skin and left the millions of his countrymen to struggle through a terrible war. He kept his country unprepared for modern civilization whose policy was strictly aggressive. He resorted sentimentally to prayer and to feasting and fasting, not consistent with the policy that secures the existence of present-day freedom for people... It is logical that God did not take sides but left the matter to be settled by the strongest human battalion. It is a pity that a man of the limited intellectual caliber and weak political character like Haile Selassie became Emperor of Abyssinia at so crucial a time in the political history of the world. Unfortunately, Abyssinia lost the controlling influence of a political personality of patriotic racial character like the late Menelik, whose loyalty to his race and devotion to his country excelled all his other qualities, to the extent that he was able to use that very strength to continuously safeguard the interests of the Ethiopian Empire. What he did so well to preserve, a cringing, white slave hero worshipper, visionless and disloyal to his country, threw away."
Menelik, dat was pas een zwarte leider. Selassie had geen visie en "beperkte intellectuele" capaciteiten. Hij heeft zich overgegeven aan de "witte wolven van Europa" terwijl honderden miljoenen negers hun hoop in hem hadden gesteld. Ethiopië had als Liberia kunnen worden, en Haïti, diamanten aan de kroon van het zwarte ras. Gelukkig heeft Marcus Garvey de teloorgang van die twee landen nooit moeten meemaken.
"Every Negro who is proud of his race must be ashamed of the way in which Haile Selassie surrendered himself to the white wolves of Europe. This little misguided Emperor could not realize that he held in his hands the political trust of the hundreds of millions of Negroes of the world, men and women, who were looking up toward the firm establishment of political sovereignty, and that Ethiopia, like Liberia and Haiti were to them prizes of glory to be perpetuated and strengthened in the maintenance of the dignity of that black race that other men have claimed to be incompetent, inferior and unworthy, which every black man must disprove."
Het ergste moest nog komen. Die kleine keizer heeft zich gedragen als een gek, een imbeciel kind! Door hem lacht de blanke wereld elke zwarte in het gezicht uit. Doordat hij zich liet omringen door blanke adviseurs heeft hij consequent de foute beslissingen genomen.
"This little emperor was undermining the fabric of his own kingdom by playing the fool with white men, having them advising him, having them telling him what to do, how to surrender, how to call off the successful thrusts of his Rases against the Italian invaders. Yes, they were telling him how to prepare his flight, and like an imbecilic child he followed every advice and then ultimately ran away from his country to England, leaving his people to be massacred by the Italians, and leaving the serious white world to laugh at every Negro."
Marcus Garvey geeft toe dat hij Haile Selassie aanvankelijk steunde. Maar "diep in onze harten" hebben we altijd geweten dat hij een slavenmeester was. "We must admit that we glorified Haile Selassie when the war started, fought his battles to win international support, but we ever felt deep down in our hearts that he was a slave master. Now that the country is temporarily lost and the Emperor has cowardly exiled himself, the truth must be told."
Het artikel werd Marcus Garvey niet in dank afgenomen, niet door de internationale gemeenschap die Haile Selassie I na de Italiaanse invasie geleidelijk een heldenstatus had toegekend, en nog minder door de Afrikaanse diaspora, die de keizer beschouwde als de grote bevrijder van het zwarte ras. "Marcus Garvey heeft zijn eigen doodsvonnis getekend!", zei Adam Clayton Powell, een invloedrijke dominee uit Harlem. "De figuur van keizer Haile Selassie, intens bewonderd door bevolkingsgroepen van alle rassen, geeft de neger voor het eerst uitzicht op internationalisme." Toen Garvey zijn betoog later kracht wou bijzetten op Speaker's Corner in het Londense Hyde Park, de enige plaats waar hij nog openbaar kon spreken, werd hij weggejouwd door Londenaars en Afrikaanse studenten. De man die ooit tienduizenden toehoorders had begeesterd met vlammende uithalen naar het systeem en vurige pleidooien voor de geestelijke en materiële bevrijding van het zwarte ras werd een sociale outcast.
Pas jaren later zou blijken hoe diepgaand zijn ideeëngoed de zwarte emancipatiestrijd in Amerika en Afrika heeft beïnvloed. De ouders van Malcolm X waren Garveyites, volgelingen van Garvey. Martin Luther King citeerde hem, Louis Farrakhan en de Black Panthers. Kwame Nkrumah en Patrice Lumumba beriepen zich op zijn pan-Afrikaanse idealen. Maar het zijn de rasta's die de naam van Marcus Garvey wereldwijd een nieuwe glans hebben gegeven, Burning Spear en Bob Marley voorop.
De eerste wijdde zijn chef d'oeuvre aan Garvey, het klassieke album 'Marcus Garvey'. Het titelnummer had oorspronkelijk een andere tekst en ging over geld, maar er was toevallig een oude Garveyite in de studio, en die suggereerde een nieuwe invulling. Hij zou het refrein zelfs voorgezongen hebben aan Winston Rodney, de man die zijn groep genoemd had naar de bijnaam van de Tanzaniaanse president Yomo Kenyatta, één van de visionaire Afrikaanse leiders uit die tijd. Bob Marley citeerde Marcus Garvey, zonder bronvermelding weliswaar, in 'Redemption Song', het laatste nummer van zijn laatste album, een ultiem lied van verlossing voor het hele menselijke ras dat wereldwijd wordt meegezongen. Marcus Garvey sprak de woorden uit, lichtjes anders weliswaar, op de laatste toespraak die hij heeft gehouden, in Toronto, Canada. Voor die ene zin verdient Marcus Garvey in elk geval het standbeeld in Saint Ann's Bay, op een steenworp van zijn geboortehuis.
"We are going to emancipate ourselves from mental slavery because whilst others might free the body, none but ourselves can free the mind."