Reggae.be
Marcus Garvey: Het land waar de goden willen zijn, deel 1
Roots & CultureMay 23, 2015

Marcus Garvey: Het land waar de goden willen zijn, deel 1

By Jah Shakespear

De Jamaicaanse regering wil het geboortehuis van Marcus Garvey in Saint Ann's Bay uitroepen tot nationaal erfgoed. Als Obama hem postuum niet in ere wil herstellen, moeten ze daar gedacht hebben, dan geven wij onze held nog wat meer glorie. Beter laat dan nooit en voor ons de ideale gelegenheid om de profeet van Rastafari uitgebreid aan u voor te stellen.

Voor het kleine, witgeel geverfde huis staat een kleine buste van de dominee, er hangt een vergeelde gedenkplaat van de toeristische dienst. Een trekpleister is het nooit geworden, niet voor buitenlandse gasten (de bus geraakt niet tot hier), en niet voor de Jamaicanen zelf, die Marcus Garvey toch heel hoog hebben zitten. Hij is een van de maar zeven Nationale Helden in de geschiedenis van het eiland, een onderscheiding buiten categorie die zelfs Bob Marley nog niet werd gegund.

Het huis zelf is niet te bezichtigen maar als je lang genoeg wacht, komt er een vrouw buiten die zich voorstelt als de kleindochter van Marcus Garvey en vraagt om een kleine bijdrage voor de 'foundation'. De overheid heeft zich jarenlang niet bekommerd om deze historische site maar deze vrouw wil de boel toch een beetje netjes houden, en haar grootvader de nodige eer blijven betonen. De fooien van de toeristen zijn wellicht ook haar enige inkomsten. Haar man verkoopt cd'tjes met geluidsopnames van Garvey. Zijn rol als pionier en voorvechter van de zwarte emancipatiestrijd in Amerika is redelijk onomstreden.

Maar was Marcus Garvey ook de profeet van Rastafari? Dan had hij op het einde van zijn leven wel erg weinig respect voor de Messias die hij zou aangekondigd hebben. "Haile Selassie zal de geschiedenis ingaan als een grote lafaard die vluchtte uit zijn land om zijn eigen vel te redden, en die miljoenen landgenoten in een verschrikkelijke oorlog stortte, het gevolg van zijn politieke onwetendheid en raciale ontrouw."

Niemand heeft de keizer ooit zo radicaal veroordeeld als Garvey. Zelfs niet de militairen die Haile Selassie in 1974 van de troon stootten en later vermoordden, of de Poolse journalist Ryszard Kapucynski die met zijn boek in grote mate het negatieve imago van de keizer geframed heeft buiten Afrika. En toch beschouwen de rasta's die Marcus Garvey als de profeet van hun beweging. "Look to Africa, where a black king shall be crowned, he shall be the redeemer…" zou de Jamaicaanse dominee ooit gezegd hebben. Niemand weet precies waar of wanneer. Op een congres in New York van zijn United Negro Improvement Association (UNIA) in 1920, zeggen sommigen. In een kerk in Kingston in 1928, weten anderen. Of zou het misschien een citaat zijn uit een theaterstuk?

Op 18 augustus 1930, tweeëneenhalve maand voor de kroning in Addis, ging in Edelweiss Park in Kingston, aan Crossroads, 'Coronation Of An African King' in première, een drie uur durend spektakelstuk dat Marcus Garvey zelf had geschreven. Er was een cast van meer dan honderd acteurs en figuranten. Het verhaal speelde zich af in de Caraïben en de West-Afrikaanse Franse kolonies Senegal en Dahomey. Na drie acts en een bloedige veldslag werd prins Cudjo van Soedan gekroond tot koning van Afrika. Het stuk zou een hoog autobiografisch karakter gehad hebben, met talrijke verwijzingen naar het leven van de auteur. Zou, want het script is jammer genoeg niet bewaard. Behalve die ene zin misschien.

'Coronation Of An African King' was eerder al de titel van een Amerikaans theaterstuk uit 1878, over hetzelfde thema, de "bevrijding" van het Afrikaanse volk. Daar heette de verlosser Archibong van Calabar. Ook hij verpersoonlijkte de verzuchtingen van een bevolkingsgroep die eeuwenlang in slavernij had geleefd. Die was pas midden 19de eeuw afgeschaft maar voor de meeste Afro-Amerikanen was er weinig of niets veranderd. Als ze al werk hadden, waren ze een soort lijfeigenen geworden, nog altijd volledig afhankelijk van blanke meesters die hen vernederden en uitsloten van het maatschappelijke leven. Ze bleven dromen van verlossing, en gebruikten daarvoor vaak de Bijbelse metaforen die ze kenden uit de kerk. Daar werden ze, één keer in de week, met rust gelaten door hun bazen. Daar konden ze zingen en dansen, roepen en schreeuwen, reasonen en luisteren naar de leringen van de dominee.

De belangrijkste geloofsgemeenschappen voor de Amerikaanse zwarten waren de African Methodist Episcopal Church (AME) en de African Methodist Episcopal Zion Church (AMEZ), die in navolging van de blanke kerken ook een heel netwerk van organisaties uitbouwden: uitgeverij, scholen, armensteun… De eerste grote christelijke organisatie die zich bekommerde om het lot van de zwarte gemeenschap in Jamaica was de Ethiopian Baptist Church, opgericht in 1784 door een dominee die in Amerika in slavernij had geleefd. Ethiopië stond toen nog grotendeels synoniem met Afrika. Tijdens de uitgelaten diensten in die kerken vertelden de dominees hun volgelingen over een grote Afrikaanse beschaving, over zwarte farao's in het oude Egypte, en over de bevrijding van de kinderen van Israel. De methodist Daniel Coker schreef al in 1810 een geschiedenis van de Afrikaanse kerken in de VS en noemde de Afro-Amerikanen in navolging van Petrus: "...een uitverkoren generatie en koninklijke priesterorde, een heilige natie."

Anderen legden de link met de Babylonische ballingschap, zoals veel later ook het Jamaicaanse zangtrio The Melodians dat zou doen in 'Rivers Of Babylon'. Ook in de eerste Afro-Amerikaanse loges werd dat grotendeels bijbelse verhaal enthousiast verkondigd. Volgens de zwarte nationalist en vrijmetselaar Martin Delany bestond er zelfs al een "mysterious and beautiful order" voor de tijd van Mozes: "Being a people of high order of intellect, and subject to erudite and profound thought, the Egyptians and Ethiopians were the first who came to the conclusion that man was created in the similitude of God." De Bijbel verwees ook rechtstreeks naar Ethiopië, toch in de Saint James-versie die toen in omloop was. Amos 9: "Are ye not as children of Ethiopia unto me, o children of Israel? saith the Lord. Have I not brought up Israel out of the land of Egypt?"

Dus God vergelijkt de kinderen van Israël met de kinderen van Ethiopië, die Hij blijkbaar nog gunstiger gezind is?  De oprichter van de Boston Lodge, Prince Hall, beriep zich dan weer consequent op Psalm 68, vers 31, een tekst die alle zwarte protestanten uit het hoofd kenden en van generatie op generatie werd doorgegeven: "Princes shall come out of Egypt and Aethiopia shall stretch forth her hands unto Me." Zowel in de Engelse als in de Nederlandse Bijbelvertaling is de naam Ethiopië al enige tijd geschrapt, en werd de oorspronkelijke betekenis gewijzigd. Of herkent u dat vers 31 nog in deze passage? "Laten de gezanten uit Egypte zich aandienen, de Nubiërs met geschenken zich haasten naar God."

Het is al een wonder dat de Afro-Amerikanen hun ontstaansgeschiedenis in de voorbije eeuwen nog deftig konden reconstrueren, ook al beriepen ze zich daarvoor op een boek dat hen door de blanke slavendrijvers geschonken werd. Het enige boek. Die sacrale band zorgde er ook voor dat de zwarten Amerika aanvankelijk beschouwden als het Beloofde Land, zonder te weten dat de eerste Europese kolonisten daar evenzeer aanspraak op maakten. (Terwijl in essentie alleen de Indianen er recht op hadden.) De slavernij was de laatste zware beproeving voor de Afrikanen, zo heette het. Daarna wachtten hen vrijheid, rechtvaardigheid en geluk, in harmonie met alle andere rassen, zoals God het bedoeld had. One blood, one love. Maar toen bleek dat het lot van de zwarten er na de afschaffing van de slavenhandel (en later ook van de slavernij zelf) niet op verbeterde, richtten hun ogen zich over de grenzen. Naar Haïti, de eerste onafhankelijke zwarte staat in de Amerika's, maar meer nog naar Liberia, het eerste onafhankelijke land in het koloniale Afrika en toevluchtsoord van de eerste Afro-Amerikanen die daadwerkelijk repatrieerden naar het zwarte continent.

Ethiopië bleef al die tijd een woord met een magische betekenis, niet alleen als de oorspronkelijke naam van het hele continent maar ook van een land met een luisterrijke geschiedenis, waar de mensheid ontstaan is en het licht heeft gezien. In die traditie preekte ook Marcus Garvey: "I was determined that the black man would not continue to be kicked about, as I had seen in Central America, and as I read of it in America. Where is the black man's government? Where is his King and his kingdom? Where is his President, his country, his men of big affairs? I could not find them, and then I declared, 'I will help to make them.' My brain was afire."

Als zeeman reisde Marcus Garvey de wereld rond. Hij zag hoe de mensen van Afrikaanse afkomst nog altijd behandeld werden als minderwaardige burgers en pleitte voor een nieuw zwart zelfbewustzijn: "I am the equal of any white man. I want you to feel the same way. We have come now to the turning point of the negro where we have changed from the old cringing weakling and transformed into full grown men demanding our portion as men. Be as proud of your race today as our fathers were in the days of yore. We have a beautiful history. And we shall create another in the future that will astonish the world. I can advise no better step toward racial salvation than organization among us. We have been harassed, trampled upon, and made little of because of our unfortunate condition of disorganization. Our racial program of today is a united, emancipated and improved people."

In 1917 richtte Marcus Garvey in New York de Universal Negro Improvement Association (UNIA) op, met een wel erg ambitieuze "constitutie" (grondwet). De organisatie wilde: "...een universele broederschap van het ras opzetten; de geest van trots en liefde promoten; de gevallenen weer op het rechte pad brengen; de behoeftigen helpen en leiden; helpen om de onderontwikkelde stammen in Afrika te beschaven; helpen bij de ontwikkeling van onafhankelijke Negernaties en – gemeenschappen; commissarissen aanwijzen in de belangrijkste landen en steden van de wereld voor de bescherming en de vertegenwoordiging van alle Negers, ongeacht hun nationaliteit; een nauwgezette spirituele religie promoten onder de inheemse Afrikaanse stammen; universiteiten, colleges, academies en scholen oprichten voor de raciale opvoeding en cultuur van het volk; een wereldwijd commercieel en industrieel netwerk opzetten voor het goed van de mensen; voor betere leefomstandigheden werken in alle Negergemeenschappen."

Marcus Garvey was niet de eerste zwarte denker die de blik naar Afrika richtte. Booker T. Washington, geboren als slaaf, stichtte in Alabama het Tuskegee Institute, de eerste zwarte universiteit, waar de andere kant van de geschiedenis voor het eerst werd onderwezen. De Jamaicaanse journalist en politicus Robert Love schreef dat: "Afrika de laatste eeuwen een karkas is geweest waarop de gieren van Europa zijn neergedaald en dat ze onder zichzelf hebben verdeeld, zonder enig respect voor de rechten van de Afrikanen." Edward Wilmot Blyden (US Virgin Islands), door sommigen de grootste zwarte intellectueel van de 19de eeuw genoemd, streefde naar: "...een herwaardering van de oude Ethiopische beschaving op het Afrikaanse continent." Maar geen van hen kende zoveel succes bij de grote zwarte massa's als Marcus Garvey. Met zijn flamboyante toespraken, pamfletten en militair uiterlijk vertoon kreeg hij in de straten van New York tienduizenden mensen op de been. 

De UNIA had een eigen, roodzwartgroene vlag en een eigen volkslied, dat decennia later zou uitgroeien tot een anthem van de rastaman. Ik heb er verschillende versies van in mijn platenkast. Ras Michael (de Jamaicaanse zanger, niet de Ethiopische vorst). The Ethiopians (het Jamaicaanse duo, niet het volk). Van het Belgische volkslied ken ik enkel de eerste regel, dit kan ik bijna helemaal meezingen.
"Ethiopia, the land of our fathers,
The land where all God's love to be.
As swift bees to hive suddenly gathers,
So thy children come rushing to thee.
With red, yellow and green floating 'oer us,
And our emperor to shield us from wrong.
With our God and our future before us,
We hail thee with shouts and with songs."
Over welke "emperor" (keizer) zou Marcus Garvey het hier gehad hebben? "Ik voorspel dat er spoedig een keerpunt komt in de geschiedenis van de West Indies," schreef hij in 1913 in de Africa Times and Orient, "en dat de mensen die dat deel van de westelijke hemisfeer bewonen de instrumenten zullen zijn om een verspreid ras te verenigen dat voor het einde van de eeuw een rijk zal stichten waar de zon even vaak zal schijnen als in het rijk van het noorden vandaag." De UNIA had nog meer liederen en slogans waarvan echo's weerklinken in de reggae. 'Africa Shall Be Free' (by 1983, denken de fans van rootszanger Hugh Mundell daar automatisch bij), 'Mother Africa' (Twinkle Brothers!). 'Universal Tribulation' (Dennis Brown!). 'Rally To Red Gold And Green' (Ras Michael & The Sons Of Negus!). "One God, one aim, one destiny!", Bob Marley op het memorabele One Love Peace Concert in 1978. En 'Majority Rule' natuurlijk, voor mij in eerste instantie een top tune van Jimmy Riley. Met een dubieuze tekst weliswaar, van Garvey's hand zoals ik later zou te weten komen. "We believe in the freedom of Africa for the Negro people of the world, and by the principle of Europe for the Europeans and Asia for the Asiatics; we also demand Africa for the Africans at home and abroad." Iedereen naar zijn eigen continent, met andere woorden. Marcus Garvey was voorstander van een gesegregeerde samenleving, ook op Amerikaanse bodem. Hij zat wat dat betreft op dezelfde lijn als de Ku Klux Klan, die hij niet geheel onterecht: "...het ware gezicht van blank Amerika" noemde. Garvey heeft de leiding van de Klan ook één keer ontmoet, en hij is toen niet beledigd, laat staan gelyncht, wat je toch had kunnen verwachten wanneer een zwarte man op bezoek ging bij een bende blanke racisten. "We are not fighting America," zei hij: "We are fighting hypocrisy and lies." Wordt vervolgd...
Marcus Garvey: Het land waar de goden willen zijn, deel 1

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Published

May 23, 2015