Een onwaarschijnlijke line-up vorige vrijdag in Het Depot, zeker als je bent opgegroeid met de geestverruimende dub van Mad Professor, Adrian Sherwood en Dennis Bovell. Zet daar dan nog een Lee Perry bij in topvorm, en je bent vertrokken voor een mind-blowing trip into outer space.
Eerst had je Dennis Bovell, toen nog bekend onder de naam Blackbeard, vanwege de indrukwekkende bos haar op zijn kin. Als bassist richtte hij midden jaren 70 mee Matumbi op, één van de eerste Britse rootsreggaebands. Op de pre-releaseplaat 'Ah Who Seh - Go Deh' demonstreerde Bovell voor de eerste keer zijn mixcapaciteiten. Een drietal vernieuwende dub-LP's legden vervolgens het fundament van zijn langdurige en succesvolle samenwerking met Linton Kwesi Johnson. Op 'Dub Conference' (1976) bewerkte Blackbeard riddims van producer Winston Edwards, en gebruikte daarvoor de nieuwste technieken en effecten. Toen wij de eerste keer 'Kensington Palace Confusion' hoorden, waren we zelfs lichtjes verbijsterd. Die Engelse pioniers durfden het concept van dub nog verder oprekken dan de Jamaicaanse meesters. Getuige daarvan ook de veel later verschenen compilatie-CD 'Decibels 1976 - 1983' van Dennis Bovell, vol originele cuts en tunes die we daarvoor nooit gehoord hadden. Met 'I Wah Dub' (1980) creëerde Blackbeard zijn meesterwerk, een klassieker ook in de UK reggae. Opgenomen en gemixt in de Gooseberry Studio, special effects in Abbey Road (bekend van The Beatles), en enkele van de beste Britse muzikanten van toen: Jah Bunny op drums, Nick Straker op Polymoog, Tony Robinson op toetsen, en Dennis Bovell zelf op drums, bass, gitaar, piano, orgel en percussie.
Zo veelzijdig was die man dus, en vooral ook heel verbeeldingsrijk. Als iemand dub ooit verheven heeft tot mengtafeljazz dan wel Blackbeard op deze plaat. Zelfs een klassieke riddim als 'Little Way Different' klonk destijds much more different dan alles wat we tot dan gehoord hadden, en valt tot vandaag met niets of niemand te vergelijken. Check ook de LP 'Mawamba Dub', waar het zaad van de latere UK steppers wordt gezaaid, en het definitieve bewijs dat Britse dub nieuwe horizonten opzocht.
Intussen had Blackbeard dubpoëet Linton Kwesi Johnson leren kennen. Rond diens ritmische gedichten weefde hij een briljante sound, een nieuwe stijl van reggae zelfs, die hij met zijn Dub Band ook live kon waarmaken. Bovell en LKJ maakten samen een vijftal classic albums (waarvan drie ook in dub verschenen zijn) en treden tot vandaag samen op. Om maar te zeggen dat we uitkeken naar de set van Dennis Bovell in Het Depot. Maar die was voorbij voor we er erg in hadden. Bovell maakte vooral vocaal lawaai en kreeg te weinig tijd om een selectie uit te bouwen. Waarom dan die lange inleiding? Omdat we hoe dan ook van plan waren om op deze plaats een al te lang uitgesteld eerbetoon te brengen aan Blackbeard. We hoeven niet altijd te wachten tot een artiest sterft vooraleer hem in het zonnetje te zetten.
Ode aan Style Scott
Adrian Sherwood leerden we destijds kennen via Prince Far-I en de dub serie 'Crytuff Dub Encounter I, II & III'. Met The Slits trok hij punk in de dub van zijn label On U Sound, met Creation Rebel maakte hij futuristische rootsreggae en met Dub Syndicate schiep hij zijn eigen dub-universum, even herkenbaar en eigenzinnig als dat van King Tubby of Lee Perry. Voor Scratch mixte en produceerde hij niet toevallig diens beste platen buiten de Black Ark-studio.
We hebben Sherwood door de jaren heen talloze malen aan het werk gezien, vaak maar voor een handvol mensen, wellicht precies omdat hij altijd zo compromisloos zijn eigen gang is blijven gaan. Terwijl hij in essentie nog altijd hetzelfde doet als de Jamaicanen sinds het ontstaan van de reggae: riddims bouwen en eindeloos versatilen. Gelukkig kon Adrian Sherwood in Leuven eindelijk nog eens voor een volle zaal optreden. Iedere set van Sherwood is verschillend. Verwacht ook nooit een trip down memory lane bij deze man, daarvoor voelt hij zich nog te nauw betrokken bij de nieuwste ontwikkelingen in de ondergrondse dansmuziek. Zijn exclusieve cuts bouncen van dub naar drum & bass, soms naar dubstep, en weer terug, live gemixt met multitrack en elektronische percussie.
We hoorden tunes met Congo Natty, Mungo's Hifi en Bunny Wailer (!). Enkele van de laatste opnames van Style Scott met Dub Syndicate (onder meer een prachtige versie van 'Firehouse Rock'), een woeste remix van 'Chase The devil', en dat allemaal ondersteund door een alles wegblazende bas. Hoewel de dB-meter de hele avond bleef schommelen rond de 100, met een enkele uitschieter naar 103. Oordopjes waren niet nodig.
Ook Mad Professor pakte uit met een handvol unieke remixen in de typische Ariwa-stijl, bijna allemaal uptempo, zoals we dat de laatste jaren gewend zijn van Neil Fraser. Ik vind 'Dub Me Crazy Part 1' nog altijd de beste uit de lange reeks, toen het tempo nog een stuk lager lag en eerder aanleunde bij de Jamaicaanse roots. Vandaag is de Professor onmiskenbaar opgeschoven naar de veel jachtiger beats van steppers en techno. Toch zeer genoten van de drum & bass version van 'Welcome To Jamrock', de popdub van 'Happy' en de spannende remakes van 'Blood Dunza' en Marley's 'Jammin''.
Dennis the Pennis
En toen verscheen Lee Perry op het podium. Voor de zoveelste keer, denkt u misschien, maar weet wel dat Scratch haast nooit in dezelfde setting of bezetting verschijnt. Ik heb hem de voorbije kwarteeuw gezien met vele verschillende bands en engineers maar nog nooit op sound. Adrian Sherwood en Mad Professor wisselden elkaar af achter de knoppen en Perry mocht zijn gang gaan. De meeste riddims klonken vertrouwd in de oren ook al hadden we ze in deze vorm nog nooit gehoord. 'African Blood', 'Chase The devil', 'Secret Laboratory', 'Inspector Gadget', 'Curly Locks', 'People Funny Boy', 'One Step Forward'... ritmes en melodieën uit vijf decennia reggaegeschiedenis samengebald in een uur grensverleggende dub.
Niemand krijgt Scratch zo scherp als Adrian Sherwood (en Pura Vida natuurlijk). Dat bleek begin jaren negentig al tijdens een miraculeuze show op Leffinge-Leure en in 2011 met The Congos in Gent, om maar twee memorabele concerten te noemen. Lee Perry stond bij momenten zonder meer geniaal te freestylen, helemaal in het moment, met verwijzingen naar de originele songteksten maar evengoed naar wat er rond hem gebeurde. "Dennis, I bless your pennis!", zei hij toen Dennis Bovell een paar regels meezong. En net op het moment dat hij het had over "girls whining" bracht iemand hem een glas wijn, aanleiding om dat whinen te laten overvloeien in wine.
Zo toont zich de ware meester, de joker in de sjamaan, altijd klaar om het moment te grijpen en een plaats te geven in zijn nooit ophoudende verhaal. 78 is hij inmiddels, maar fris en alert als een hoentje, en in de juiste omstandigheden, omringd door de juiste muzikanten of sound engineers, nog altijd een onovertroffen entertainer. Wij hadden na deze uitzonderlijke combinatie wel genoeg gezien, en vooral gehoord. Mad Professor vond er trouwens niet beter op dan zowat zijn volledige nieuwe album 'Dub It With Anansi' erdoor te draaien. Nog een opwindende nieuwe versie meegepikt van Marcia Griffiths' 'Steppin' Outa Babylon' maar toen hadden onze oren toch enige behoefte aan rust, na ruim drie uur van avonturen in de buitengebieden van het geluidsuniversum. Respect to the UK kings of dub!