Reggae.be
The Highest Region
TravelNov 13, 2014

The Highest Region

By Jah Shakespear

Na de wonderbaarlijke ontmoeting met de keizerlijke familie reizen we van Addis Abeba door naar Shashamane, rastaman country. Met dank aan 12 Tribes of Israel en het huis van Nyahbinghi.

"Hier heeft Dennis Brown 'Promised Land' geschreven." zegt Brother Moses (Anthony Nevers). We rijden over een eindeloos lange, rechte weg, tientallen kilometers, zo ver het oog reikt, richting Shashamane. Het uitzicht is adembenemend. Links de uitlopers van het machtige Langano-meer, rechts het Abijata- en het Shala-meer, omgeven door een nationaal park. Dit is de wieg van de menselijke beschaving, de Rift Valley in Ethiopië, het beloofde land van de rasta's. De rasta's die ons vergezellen vanuit Addis Abeba zijn hier thuis. Brother Moses, Chip Judah en Peter behoorden tot de eerste generatie leden van 12 Tribes of Israel die eind jaren 70 de overtocht naar Afrika waagden. Doreen, de vrouw van Moses, is een jaar of tien geleden geëmigreerd. Special Asher kon er niet meer bij in het busje, hij bleef achter bij het hoofdkwartier van 12 Tribes in Addis. Stond hij daar wat verongelijkt in zichzelf te praten? "He's talking to the angels!" zei Doreen, een opmerking die blijft hangen en later zelfs naar voor wordt geschoven als titel van de docu.

Het heeft ons meer dan twee uur gekost om Addis Abeba te verlaten. Twee uur van chaotische files, wegen vol putten en dikke walmen smog. Alleen de airco biedt nog enig soelaas, en dan niet voor de hitte. Warmer dan twintig graden is het hier nog niet geweest, de hemel is een groot deel van de dag zwaar bewolkt. Maar overal wordt gewerkt en gebouwd, ook aan nieuwe wegen, vooral door Chinese bedrijven en aannemers. De meeste bouwvakkers hebben een Chinese voorman. Ethiopië is duidelijk on the move, de snelst groeiende economie van Afrika. Alleen is het wegennet nog niet voorzien op de enorme toevloed van verkeer en activiteit. Te midden de dure 4x4's en personenwagens, oude krukken en bajaj's (driewielige mini-taxi's), zware, aftandse trucks en bussen, een enkele fiets (moedig!) laveren grote en kleine kuddes schapen, buffels en geiten. Versleten paarden worden achtergelaten op het midden van de weg en staan daar verstijfd van schrik langzaam te sterven. Overal lopen er voetgangers langs en op de weg. Het mag een wonder heten dat hier niet meer ongevallen gebeuren, in dit kluwen van blik, mens en rook.

Net op het moment dat de chaos ten top rijst en niemand nog vooruit lijkt te komen, arriveren we aan de oprit van de eerste snelweg in Ethiopië, de Addis-Adama Express Way. Nog een laatste onoverzichtelijk rond punt, een paar honderd meter bonken en hobbelen en plots rijden we op superglad asfalt. Een beetje verder staan de eerste tolhokjes, net als de rest van de snelweg van Chinese makelij. Waar is iedereen gebleven? Vijf minuten geleden stonden we nog vast in een monsterlijke traffic jam, hier hebben we enkel nog het gezelschap van een glanzende 4x4. Net als in Jamaica lusten de locals de snelweg nog niet, voor zover ze al een auto hebben (nog altijd een minderheid) en bereid zijn om tol te betalen. Hoezeer je op de gewone wegen soms ook zit te vloeken, al dan niet binnensmonds, omdat een trage vrachtwagen je nog maar eens de weg verspert of het verkeer gewoon volledig vastzit, toch mis je op zo'n autoweg ook het leven langs de weg. Wij hebben ons er intussen mee verzoend dat rijden over autowegen saai is, al was het maar omdat hier niet geleefd wordt op straat. Maar in Jamaica en Ethiopië raak je nooit uitgekeken op het leven, op de mensen, op de natuur.

Met paard en kar of op de Overtaking Lane?

Het rechtse vak is de Truck Lane, daar mag je niet sneller dan 80. Het middenvak is de Passenger Lane. Maximum toegelaten snelheid: 100. Het linker rijvak is de Overtaking Lane, 120. Niet dat de verkeersstroom hier al in goede banen moet geleid worden. Over een afstand van 60 kilometer zien we welgeteld 17 auto's en vrachtwagens. Niet iedereen is al vertrouwd met de etiquette van de snelweg. Middenstrookrijders maken geen enkele aanstalten om rechts te rijden, ook al is er in geen velden of wegen een truck te bekennen. Sommige chauffeurs zijn niet weg te slagen van het linker rijvak, ook al rijden ze maar 80, of nog minder. De eerste keer dat we zo'n auto voor de wielen krijgen, ontpopt Benjim, onze chauffeur, zich als een ware bumperrijder en begint driftig te claxonneren. Verkeersagressie noemen ze dat bij ons, zonder twijfel een van de vele slechte gewoontes die ze hier de komende jaren zullen overnemen. Op de nieuwe gebouwde bruggen rijden de mensen inmiddels nog wel altijd met paard en kar. Langs de weg, op kleine afstand, staan lemen tukuls met strooien daken. De primitieve zonnepaneeltjes worden bewaakt door mannen in golfplaten hutjes. Hier botst noord met zuid, rijk met arm, industrieel met agrarisch, de nieuwe tijd met het verleden.

The Highest Region

Een paar uur later (einde snelweg, lunch, spliff break) vertelt Brother Moses hoe hij destijds Dennis Brown ontvangen heeft, en Bob Marley. "Ken je 'Duppy Conqueror', toen Bob zong over the Highest Region, Mount Zion? Hier heeft hij die streek gevonden." Bob Marley was 12 Tribes of Israel gunstig gezind en heeft de afdeling in Shashamane behoorlijk wat geld toegestopt om een nieuw HQ te bouwen. Op dat moment verschijnt er een dubbele regenboog boven het Langano-meer, zoals we er ook al een mochten aanschouwen in Port Royal, Kingston. "You are doubly blessed!" lacht Peter. In Shashamane lijkt op het eerste gezicht weinig veranderd. Het eerste wat opvalt, zijn de grote groengeelrode borden met rastasymbolen. De kleuren van de Ethiopische vlag zijn (uiteraard) alomtegenwoordig in dit land maar de rasta's geven er toch hun eigen touch aan. De Lion of Judah. Beeltenissen van Haile Selassie.

We logeren in de Zion Train Lodge aan de rand van de Jamaicaanse wijk, of wat daar vroeger voor doorging. Hier zie je dat er flink is bijgebouwd en dat Jamaica langzaam opgaat in Ethiopië. Het is niet meer al rasta en reggae wat de klok slaat in dit deel van de stad. De Lodge is een oase van rust en comfort in Shashamane. Niet goedkoop - 50 euro voor een kleine hut, 100 voor een grote viermanshut, 30 voor een kleine kamer - maar daarvoor krijg je wel stromend water, douche en wc, een zalig ontbijt à la carte, en een keuken die de hele dag open blijft. De Jamaicaanse kokkin van vier jaar geleden is verdwenen maar de twee Ethiopische vrouwen evenaren haar kookkunst. Groentesoepen, linzenpatties, verse sapjes (soursop, guave, papaya...), veggie schotels, injera. Ital vital. Vitaal zijn ook de dieren in en om de Zion Train Lodge. Paarden lopen onbekommerd door de tuin, tussen de stoelen en tafeltjes. De ezel balkt een paar keer per dag alsof hij levend gevild wordt, af en toe loeit een koe. Na zonsondergang lachen de hyena's. 's Nachts praten en zingen de vogels, de kikkers en krekels, en andere dieren die we nooit zullen zien of kennen.

Het is even over vijf wanneer de imam me losweekt uit mijn dromen. Moskeeën zijn er altijd geweest in Ethiopië maar de luidkeelse en nog luider versterkte oproepen tot het gebed zijn nieuw. En omdat het hier voor de rest zo stil is, reikt de stem van de imam over een groot deel van de stad. Plots balkt de ezel zijn hysterische schreeuw. Een vogel begint razendsnel te koeren, als een duif op speed. Gooi er een technobeat achter en je hebt een hit. Even is het stil maar dan weerklinkt de stem van een priester die teksten declameert in het Ge'ez, het Latijn van de Ethiopische Orthodoxe Kerk. Het was een korte nacht. Onze eerste bestemming is het HQ van de Nyahbinghi. Daar, in het tabernakel, hebben we vorige keer (2010) een rituele lezing meegemaakt met Ras Mbeya en een groep nyahbinghi drummers, bijgewoond door enkele van de prominente elders van de beweging, mannen en vrouwen die hier al een halve eeuw leven. Maar Ras Mwoye is er niet en op onze vraag of we mogen filmen in de tabernakel zegt een zuster dat we daarvoor eerst schriftelijk toestemming moeten vragen aan het bestuur.

Ik schrijf een brief (met een pen!), vol lovende woorden over de Nyahbinghi, maar weet al dat het verzoek niets zal uithalen. De vrouw laat verstaan dat filmen gevoelig ligt omdat andere Europeanen misbruik hebben gemaakt van de beelden die ze hier gemaakt hadden.

We gaan eten bij Brother Marcus en Sister Judah, in hun ital restaurantje One Stop in het midden van "Rasta Village", de kern van het gebied dat Haile Selassie destijds heeft toegekend aan de Ethiopian World Federation, en zo indirect aan de rasta's. Zij erkennen de organisatie daadwerkelijk als de administratie van rastafari, in het bijzonder van de verdeling van het land in Shashamane. Terug op straat valt het ons moeilijk om de hustlers af te houden, vooral jongens van gemengd Ethiopisch-Jamaicaanse afkomst. Zowat elke blanke bezoeker wordt begroet met holle rasta-slogans en net niet gedwongen om de jongens te volgen naar de belangrijkste locaties, de HQ's van de verschillende mansions. En daar moet natuurlijk altijd iets tegenover staan, ook al kende je zelf perfect de weg.

Terug in de Zion Train Lodge heb ik mijn eerste ervaring met qat, het cocablad van Ethiopië, opwekkend en legaal. Met één blaadje qat om precies te zijn, wat hetzelfde zou zijn als een minuscuul kruimeltje wiet. Effect zero dus. Mijn tafelgenoten, drie Ethiopische dertigers, kauwen onophoudelijk qat. Nadat ze de eerste grote bos verorberd hebben, gaat één van hen nog een bos halen. Die is een uurtje later ook weggewerkt. Intussen hebben ze ook voor het eerst van cannabis geproefd en met stijgende verbazing geluisterd naar ons verhaal, en de mystiek van Haile Selassie. In Ethiopië zijn twee, drie generaties opgegroeid zonder kennis van de keizer. Pas in de laatste jaren zie je weer wat voorzichtige interesse.

Light up the chalice

Onze belangrijkste gesprekspartners in Shashamane zijn Brother Moses en Ras Mbeya. De eerste ontvangt ons thuis, tevens het HQ van 12 Tribes in Shashamane. De plaats vertoont opmerkelijke overeenkomsten met de yard van Prof-I in Great Pond, Ocho Rios. Er worden groenten en vruchten geteeld. Er liggen zaden te drogen. Er lopen kippen en geiten rond. Enkele mannen zetten een nieuwe achterbouw neer. Hier wordt geleefd en gewerkt met een gemeenschappelijk doel. Brother Moses zelf fikst de waterleiding en beloont zichzelf met een goedgevulde chalice. Het is de aanzet tot een mooi gesprek over rastafari, Ethiopië en Zara Yacob, ideaal materiaal voor onze documentaire en binnenkort te lezen op deze site.

Ras Mweya neemt ons mee naar de warmwaterbronnen van Wondo Genet, een kleine 20 kilometer van Shashamane, in het gezelschap van een viertal drummers en hun groengeelrood gekleurde drums. Het helende warme water komt in Wondo Genet rechtstreeks uit de rotsen, in het zwembad en gekanaliseerd in natuurlijke douches. Het is daar, onder zo'n bruisende warme waterstraal, dat de enige foto van Bob Marley in Ethiopië is genomen. Daar wil ik ook onder staan. Omkleden in een donkere, natte kleedkamer maar zo moet ik daar tenminste niet in mijn bloot gat staan. Hoewel ik zo natuurlijk al genoeg opval, als ouder wordende en langzaam uitzettende blanke man tussen al die slanke zwarte lijven. Het kost enige moeite voor Ras Mweya ons naar de plek kan brengen waar hij zijn ding wil doen.

Amper zijn we het steile paadje opgegaan langs het dampende riviertje of daar worden we al tegengehouden door een paar jongens die beweren dat zij de enige erkende gidsen zijn op deze berg. Het komt tot een felle woordenwisseling maar uiteindelijk schijnt er toch een akkoord te komen. We zetten ons weer in beweging maar op dat moment verschijnt er een bewaker van het domein. Met zijn stok maant hij ons aan om naar beneden te komen, en wel nu. Opnieuw volgt een lange discussie waarin steeds meer mannen zich komen mengen. Ras Mweya gebaart uiteindelijk dat we een andere weg zullen nemen, buiten het park. Maar dat is buiten de jonge 'gidsen' gerekend, die voor de ingangspoort het gezelschap krijgen van nog meer bereidwillige begeleiders.

Na veel misbaar, gepraat en geschreeuw komt Mweya eindelijk tot een akkoord met enkele jongeren die de leiding lijken te hebben. We kunnen naar boven. Het uitzicht is prachtig. We slagen erin om het dertigtal jongens achter de camera te houden en Ras Mweya en zijn drummers glorieus in beeld te brengen. We hebben hem vaag gebrieft (betekenis van rastafari, beetje geschiedenis) maar vooral gevraagd om zichzelf te zijn, zoals vier jaar geleden in de tabernakel. Dat is de Ras Mweya die we willen zien, de man die met kracht en overtuiging de fundamentals van rastafari verkondigt, die zijn livity en levensvisie kan staven met de sterkste inzichten en argumenten.

En dat is precies wat hij doet, daar in Wondo Genet, in een schitterend decor, naast een kolkend, dampend bergriviertje, op het ritme van de nyahbinghi. Van de slavernij en Marcus Garvey tot de kroning van de keizer en zijn bezoek aan Jamaica. Van Kingston tot Shashamane. From creation to this iration. History, mystery, prophecy. Dit is een nieuwe, geactualiseerde versie van het verhaal dat Brother Sam ooit vertelde op Grounation, het driedubbele album van Count Ossie & Mystic Revelation of Rastafari. Die Narration heeft mij eind jaren 70 definitief op het spoor van rastafari gezet, muzikaal, historisch en spiritueel. We speelden mee op de drums, gaven ons over aan de livity en luisterden naar the half that's never been told. Ras Mweya herneemt dat verhaal, in geïmproviseerde, ritmische zinnen en gezangen.

Als er ooit een DVD komt van onze film, zou dit een geweldige extra zijn. De volledige teaching en reasoning van Ras Mweya, true born rastaman & nyahbinghi warrior. U, die hopelijk ook deel 1 van dit Ethiopië-verhaal heeft gelezen, vraagt zich misschien af of we nu nog contact hebben gehad met Zara Yakob, de kleinzoon van Haile Selassie en volgens de mensen van 12 Tribes of Israel voorbestemd om de troon te bestijgen. Dat houden we voor de film en het bijhorende boek. Het moet ook nog een beetje spannend blijven. Ik kan al wel verklappen dat we na Shashamane nog een volle week in Addis hebben rondgelopen, en dat we daar nog op een ander familielid zijn gestoten, waardoor de hele geschiedenis nog een verrassende wending heeft gekregen. Come and see next year.
The Highest Region

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Published

Nov 13, 2014