We nemen voor de eerste keer de snelweg in Jamaica. In Linstead bezoeken we het entertainment center van Max Romeo. In Kingston zien we de broeders van Mystic Revelation terug en zitten we uren op eten te wachten.
Een snelweg in Jamaica? 'High road' zeggen ze in het Engels, en dat is in dit geval vrij letterlijk te nemen. Niet omdat sommige bestuurders high achter het stuur zouden zitten maar omdat de road daadwerkelijk high naar de sky reikt, zo steil dat zware trucks en verweerde personenwagens met moeite boven geraken. Misschien is het daarom dat (het tweede tracé van) de autoweg voorlopig grotendeels leeg blijft, ook al hoeft er de eerste maand geen tol betaald te worden. Weinig Jamaicanen voelen zich geroepen om de nieuwe noordzuidroute te gebruiken en nemen liever de oude, bochtige wegen. 'Mi don't like the vibe,' zegt onze vriend en chauffeur Commander, en ik kan me daar iets bij voorstellen. Een rit over de snelweg is saai en steriel, zeker in Jamaica, waar langs de gewone wegen zoveel te zien en te beleven is. En te eten. Haast alles wat Commander consumeert, koopt hij aan kraampjes onderweg: grote stukken suikerriet, geroosterde broodvrucht en gele yams, jackfruit, Jamaicaanse cashew- en amandelnoten, verse kokosnoten... Hij kent elke bocht, put en oneffenheid, dus de slechte staat van het wegdek mag ook geen excuus zijn. Misschien is het ook de aannemer die wrevel oproept, de China Harbour Engineering Company (CHEC), in Jamaica gemeenzaam aangeduid als Mr. Chin. Ja, de Chinezen zijn ook geland in Jamaica (als in zo vele andere derdewereldlanden), met hun geld, hun plannen en hun fabrieken. Langs de snelweg, aan de werkplaatsen, staan grote borden met Chinese lettertekens. Ook de manager van de Jamaica North South Highway Company, de officiële opdrachtgever, is een Chinees. Hij noemt de fel bekritiseerde tolheffing (tussen 160 en 1000 JA dollar, afhankelijk van het formaat van de auto) 'redelijk' en zegt dat de extra kosten gecompenseerd zullen worden door een verlaagd verbruik en minder slijt. Dat valt nog te betwijfelen bij deze stijgingspercentages.
Meer Amerika, minder Afrika
Wie echt reden tot klagen heeft, is Max Romeo. Zijn fel groen, geel en rood gekleurde huis stond bij ons vorige bezoek enkele jaren geleden nog redelijk afgelegen in de groene heuvels van Treadways, bij Linstead. Het snelwegtracé tussen Linstead en Montague lag er al, amper 200 meter verder, maar wanneer dat ooit in gebruik zou genomen worden, was onduidelijk. De natuurlijke rust in de tuin en de omliggende velden werd enkel verstoord in het weekend, zoals overal in Jamaica, door de sound systems. Maar nu rijdt er dus om de haverklap een auto over die snelweg. Van files of druk verkeer is nog lang geen sprake maar Max woont toevallig wel aan een van de steilste stukken, en dat hoor je, aan de brullende, soms hortend onmachtige motoren van de voertuigen. Het leven zal hier, in Treadways, nooit meer hetzelfde zijn. Ook al omdat de A1 (een nummer dat in de States en de meeste West-Europese landen decennia geleden al vergeven werd) het dorp dwars doormidden snijdt. De enige verbindingsweg tussen de twee kanten is nu een smal bruggetje. Toen ik klein was, werd er plots een snelweg aangelegd die dwars door onze gemeente liep, Wilrijk bij Antwerpen. Ook onze parochie (ja, wij gingen nog elke zondag naar de mis) deelde zich op: wij hoefden voortaan niet meer naar de grote kerk aan de overkant maar kregen een eigen kapel ter beschikking, aan onze kant van de snelweg. Het was voortaan 'wij' en 'zij', onze gemeenschap en die van de overkant. Wij hadden de jongensschool en wat groen, zij de fuifzaal en de bibliotheek. Het leven in Wilrijk is nooit meer hetzelfde geweest. Zo zal het ook gaan in Treadways, om nog maar te zwijgen van de vervuiling en de geluidsoverlast. Ooit, wanneer de snelweg helemaal klaar zal zijn, zul je met de auto allicht een half uur sneller aan de andere kant van het eiland zijn dan nu. Ik gun het de Jamaicanen die zich een auto en de tol kunnen veroorloven van harte maar ze betalen er wel een hoge prijs voor: de teloorgang van de immer drukke handel en wandel langs de gewone wegen en de verbondenheid tussen de vele communities. Jamaica zal een beetje meer Amerika en Europa worden en wat minder Afrika. Na het interview in zijn eigen Charmax-studio neemt Max Romeo ons mee naar het eveneens door hemzelf gebouwde en gefinancierde Lion's Den Entertainment Center, met aanpalende Ginger Heights Community Grocery Shop. Dat klinkt allemaal groter dan het is maar het ziet er wel heel fris en netjes uit, opgesmukt met felle kleuren, bijzondere muurschilderingen in de spirit van rastafari, en grappige, zelf geborstelde opschriften. Weinig Jamaicanen beseffen hoe populair Max Romeo nog altijd is in Europa, Japan en Amerika maar hier weten ze wel dat hij, Maxie Smith, met zijn muziek genoeg geld heeft verdiend om iets terug te geven aan de gemeenschap, zoals dat heet. Veel artiesten wordt verweten dat ze iedere voeling met de suffererers, die ze zelf ooit waren, verloren zijn, en hun rijkdom weigeren te delen. Niet zo Max Romeo, in veel opzichten een rolmodel, als zanger, vader, rastaman en actieve, solidaire burger.
Social living is the best
Beneden, naast het kruidenierswinkeltje, is er een bar met enkele speelautomaten en een poolbiljart. Niks bijzonders maar wel goed onderhouden, een aangename plaats om te vertoeven, en dat is ook de bedoeling. Jongeren uit de omgeving hangen hier graag rond, mensen komen hun inkopen doen en eten een hapje, de toiletten worden schoon gehouden. 'Social living is the best', zong Burning Spear. 'Socialism is love' was de titel van een nummer dat Max Romeo zelf ooit schreef voor de verkiezingscampagne van Michael Manley. Hij brengt die visie tot vandaag in de praktijk. Boven is er een 'VIP Bar' met een balkon dat uitziet over een binnenplaats met podium en betonnen DJ-booth. Max verontschuldigt zich dat de sound vanavond door een tekort aan elektriciteit maar op halve kracht kan werken, met één in plaats van twee geluidstorens. Maar wanneer een plaatselijke soundboy rond 7 uur zijn eerste tune opzet, worden we net niet omver geblazen. Halve kracht zou in Europa gewoon full power zijn, en de politie zou overspoeld worden door klachten. Je zal maar naast of in de buurt van het Lion's Den Entertainment wonen, waar zowat iedere zaterdag dancehall door de luidsprekers dreunt, van vroeg op de avond tot vroeg in de morgen. 'Maxie is eens met die mensen gaan praten,' vertrouwt een habitué ons toe. 'Ze kunnen ermee leven.' Terwijl de film crew het lokale gemeenschapsleven in beeld brengt, geniet ik op het balkon van de eindeloze stroom 80ies en 90ies hits die de DJ op ons loslaat, een overwegend digitale selectie, waarvan ik vaak de riddims herken maar zelden de versions. Urenlang blijf ik daar zitten, op de hoge, comfortabele stoel van Max Romeo zelf (die zelf aan de bar staat), in afwachting van de grote volkstoeloop na middernacht. Maar die komt er niet. De meeste mensen zitten op de dead yard, het kerkhof, bij de begrafenis van een geliefde medeburger. Wie daar niet aan het feesten is, zit waarschijnlijk op een andere dance, aan de andere kant van de snelweg. Geen volk dus in de leeuwenkuil van Daniël, toch niet vandaag, maar dat doet niets af aan de vibes van de plaats en de visie van Max Romeo. Trots dat hij in de film zit.
Verhalen uit Ethiopië
We hebben intussen contact met de agente van Jah9. Zij keert over een paar dagen terug uit Europa en zou ons een interview kunnen toestaan. Een jonge vrouw: dat zou ideaal zijn tussen al die oudere mannen in onze documentaire. Prof-I heeft ook gehoord dat Zara Jakob in Kingston zou zijn, de kleinzoon van Haile Selassie en officieuze kroonprins, een man die we zeker zouden willen interviewen, en mogelijk zelfs om een DNA-staal vragen. Als ze ergens weten of Zara Jakob daadwerkelijk in Jamaica is, moet het in het hoofdkwartier van 12 Tribes of Israel zijn. Tijd om door te reizen naar de hoofdstad. In Kingston logeren we als gebruikelijk in hotel Prestige, nabij King's House. 'De enige koning die er ooit gelogeerd heeft, was Haile Selassie,' zeggen de rasta's graag. De Prestige heeft een zwembad, een restaurant en mooie, ruime kamers met airco voor een redelijke prijs. Maar ook een logge administratie (met briefjes en nota's voor elke uitgave en verrichting) en lange wachttijden voor het eten. Ons record is 2,5 uur voor 5 maaltijden. Vers bereide schotels weliswaar, lekker en voedzaam, en gelukkig mag je op het terras - met prachtig uitzicht over Kingston - gewoon (wiet) roken, waardoor je alleen maar meer zin en honger krijgt. Ons record is 4 spliffs (per man). Was het aan de noordkust nog altijd kurkdroog, in Kingston barst haast elke namiddag een onweer los. Nooit hebben we dondergoden zo fel tekeer horen gaan, alsof de hemel openbarstte. Zelden hebben we zoveel bliksemschichten gezien. De regen valt niet met bakken maar met containers. Iedereen blijft waar hij of zij is, gelaten onderworpen aan de krachten van de natuur. In de buurt van de Prestige woont Brother Sam Clayton, tot begin deze eeuw de stem en het brein van Mystic Revelation of Rastafari. Een zware val heeft hem blind en gebrekkig gemaakt maar in zijn hoofd leeft nog altijd de wijze rastaman, met zijn diepgaande spirituele inzichten en wetenschappelijke bevindingen, en vooral zijn heldere herinneringen. Sam heeft in 1963 een bezoek gebracht een Haile Selassie in Addis Abeba en stond op de eerste rij toen de keizer in 1966 naar Jamaica kwam, een keerpunt in de geschiedenis van de rastafari-beweging. Tot onze verbazing en verrassing heeft Sam ook een paar koffers vol knipsels, foto's en memorabilia waar hij tot dusver nooit over gerept heeft. Tom, de cameraman, filmt zoveel mogelijk relevante documenten: beeld van Brother Sam bij de keizer, krantenkoppen over de dood van Selassie, paspoorten en jeugdfoto's... Dit materiaal zou deftig gearchiveerd moeten worden, en bewaard voor het nageslacht, als cultureel erfgoed. Niet de sterkste kant van Jamaica, ik weet het, maar als rationele bleekscheet kan ik die verwaarlozing alleen maar betreuren. Hetzelfde gevoel overviel me eerder al aan het geboortehuis van Marcus Garvey in Sint-Anne's Bay. Waar is het respect voor de grote Jamaicaanse helden? Hoewel we ons waarschijnlijk beter kunnen afvragen waar de overheid dan wel het geld zou halen om al die monumenten en documenten in ere te houden. Er zijn belangrijkere problemen in het land. Toen ik in 1997 een weekje logeerde bij Brother Sam nam hij me iedere ochtend mee naar de Mineral Baths van Rockfort. Hij oefende in het helende water zijn getrainde lichaam, ik dobberde maar wat rond en ging af en toe massagewijs onder de brede, binnenstromende straal staan. Vervolgens reden we naar Rockfort zelf, een buurt waar je volgens de gidsen beter wegbleef als blanke, net geen getto maar wel een plaats waar het dagelijkse leven overschaduwd werd door geweld en armoede.
Welcome to Rockfort
Ik ben in Rockfort alleen maar hartelijke mensen tegengekomen. Arme mensen, jazeker, maar met de wil om er het beste van te maken, zelfs in miserabele omstandigheden. We rookten samen chalice, we zaten uren te reasonen en tegen de avond werden de instrumenten bovengehaald. Het is op zo'n jampartij dat ik Rohan Lee voor het eerst heb zien spelen, als zanger en spil van een groep enthousiaste youths en elders. Reggae is de muziek van het volk, besefte ik toen meer dan ooit. Dit is de voedingsbodem van een cultuur die de wereld heeft veroverd, of toch de onderwereld waar wij ons bewegen. En de muziek zelf is ontstaan toen Count Ossie in de jaren 50 vanuit de nabij gelegen Wareika Hills afzakte naar Rockfort, om daar te jammen met de leerlingen van de Alpha Boys School, de muzikanten die zich later The Skatalites zouden noemen. Brother Sam in de jaren 70 het initiatief om ter plekke een 'cultural center' te bouwen, met een schooltje, bibliotheek en repetitieruimte. Toen hij mij hier nog eens 20 jaar later mee naartoe nam, werd er nog iedere zondag als vanouds gejamd, zoals het altijd gegaan was, en zoals wijlen Count Ossie ruim een halve eeuw geleden samenspeelde met Don Drummons, Tommy McCook en andere groten uit de Jamaicaanse muziekgeschiedenis. Vandaag probeert Samuel 'Time' Williams de traditie verder te zetten, de zoon van Count Ossie. Het centrum heeft wat van zijn oorspronkelijke glans verloren maar er hangen nog altijd een hoop mooie, historische foto's tegen de muren, en wat meer is: de drummers van Mystic Revelation of Rastafari komen nog regelmatig samen om te spelen. De pioniers van weleer (gemiddelde leeftijd 75) zijn intussen allemaal overleden, te oud of te zwak om nog mee te doen. Ik ken alleen nog Putus en Kingsley, ook al veertigers, en Time zelf natuurlijk, net als ik de 50 voorbij. Net als bij Prof-I in Great Pond vinden de drummers en het camerateam elkaar op het juiste moment, in een flow die geen woorden of afspraken behoeft. Zonder verdere rituelen ook. Hier (uiteraard) geen vuur, geen grote woorden of verheven gebeden, maar gewoon drummen en chanten, wat ze hier altijd hebben gedaan, vanuit hun diepste Afrikaanse wezen. Met deze mannen voelen we ons mogelijk nog meer verbonden dan met de nyabinghi warriors van Prof-I, omdat het 'gewone' mannen zijn als wij, geboren en getogen in een grootstadscultuur, ver van een gedroomd leven in harmonie met de natuur. Tom en Yves zijn na de opnames doorweekt van het zweet maar verrukt met het resultaat. Ze draaien nog wat beeld in de straten van Rockfort. Zoiets gebeurt natuurlijk niet onopgemerkt, en je weet ook dat je in die omstandigheden een kleine vergoeding moet klaar houden, een 'contributie voor de gemeenschap', zoals ze dat hier uitdrukken. Waar je ook filmt in Jamaica, altijd daagt er wel een figuur op die beweert te spreken in naam van de buurt en geld vraagt. Toen de crew een paar dagen geleden aan het werk was op Burning Spear's Lawn, de plaats waar Winston Rodney ooit een jeugd- en muziekcentrum opzette, is een rasta er zelfs in geslaagd om ons twee keer 1000 JA afhandig te maken, eerst bij mij, aan de achterkant van de yard, en daarna bij David vooraan. Toen we weer bij elkaar kwamen, was de hustler al verdwenen. Hier in Rockfort werpt ene Poppy zich op als buurtwacht. Hoewel hij zich gedeisd houdt er als er plots een geavanceerde legerjeep passeert met vijf soldaten in zware gevechtsuitrusting. Dat gebeurt tegenwoordig een paar keer per dag, om boefjes en gangsters af te schrikken. De criminaliteit in Rockfort is de laatste jaren sterk gedaald en de buurtbewoners voelen zich ook veiliger, als we de vrouw mogen geloven die ons een fles vers geperst ananasgembersap verkoopt. 'To get yu stiff, man! Know what I mean?' Of Poppy het geld daadwerkelijk verdeeld heeft over de spelende kinderen die in beeld worden gebracht, weten we niet maar dit soort onderhandse afspraken horen er nu eenmaal bij in Jamaica. Ik heb geleerd om het als een soort van directe ontwikkelingssamenwerking te beschouwen, mijn bescheiden bijdrage aan het leven van enkele mensen die het waarschijnlijk nooit zo goed zullen hebben als wij, maar met wie ik mij meer verbonden voel dan met het gros van mijn landgenoten. Volgende keer: Stone Love & Dre Island