In zijn concertverslag van het hoofdpodium op Reggae Geel 2014 schrijft Jah Shakespear dat dancehall eigenlijk niets heeft bijgedragen aan reggae, niet méér blijkt te zijn dan een hype en geen toekomst heeft. Volgens hem zou enkel rootsreggae het genre hebben grootgemaakt en zou enkel rootsreggae overleven en verdere bloei verdienen. Dat alles naar aanleiding van de show van Beenie Man die hem zwaar tegenviel.
Onmiddellijk spraken verschillende reggaefans, vooral soundboys, op Facebook hun ongenoegen uit over die visie en er ontstond een levendige discussie. Deze ongenuanceerde en grotendeels onjuiste voorstelling van de feiten over dancehall is inderdaad een spijtige zaak. De grootste moeilijkheid voor een reggaeselector in België is waarschijnlijk net dat een heel groot deel van het reggaepubliek enkel roots of enkel dancehall wil, terwijl de meeste sounds alle stijlen willen brengen zoals sounds over de hele wereld dat altijd al hebben gedaan. De kloof dichten zou reggae in België ongetwijfeld meer vooruithelpen dan ze uit te diepen: united we stand, divided we fall. Een spijtige zaak dus, maar ook een goede gelegenheid om eens te bekijken hoe gegrond de steeds weerkerende argumenten van de kruistocht tegen dancehall zijn. Over smaken valt niet te discussiëren, maar een verschil in smaak hoeft nog geen aanleiding te zijn voor een miskenning of zelfs verwerping van een groot deel van meer dan dertig jaar reggae.
Nineteen eighty-five
'Dancehall' is natuurlijk in eerste instantie de plaats waar muziek wordt gedraaid, maar de term vond later ook algemeen ingang als de benaming voor een subgenre van reggae. Toch heeft nog nooit iemand mij precies kunnen zeggen waar het ontstaan van dancehallreggae in muzikale termen juist ligt. Het blijkt volgens Jah Shakespear zeer precies te situeren in 1985, bij de productie van de eerste volledig digitale riddim, de Sleng Teng van King Jammy. Steve Barrow en Peter Dalton in de Rough Guide to Reggae en Norman Stolzoff in Wake the Town and Tell the People. Dancehall Culture in Jamaica, zijn het er echter terecht over eens dat het hier enkel om een technologische vernieuwing gaat. En dan nog. Drumcomputers, synthesizers en dergelijke werden ook eerder al gebruikt om reggae te maken – en niet alleen dancehallproducties. Tevoren had nog nooit iemand een hele riddim digitaal ingespeeld, maar de stijl van de muziek zelf veranderde daardoor niet fundamenteel.
De eerste digitale riddims als Sleng Teng of de Jammy's-versie van de oudere Heavenless riddim staan in veel opzichten dichter bij de niet-digitale reggae die eraan voorafgaat dan bij de dancehall van vandaag. Maar zelfs het huidige dancehallgeluid is het resultaat van een heel geleidelijke evolutie van één enkel genre, reggae, en wie de Jamaicaanse muziek van de laatste vier decennia kent, snapt hoe Vybz Kartel en Bob Marley samenhoren en deel uitmaken van hetzelfde continuüm. Ook Culture, het rasta-collectief van Joseph Hill, begreep dat ongetwijfeld toen ze het nummer 'Capture Rasta' op de Sleng Teng riddim opnamen. Voor veel reggaefans was de introductie van digitale riddims onverteerbaar, maar ze zagen het als een tijdelijk fenomeen dat ongetwijfeld snel weer zou verdwijnen. Dat bleek een misrekening die velen definitief deed afhaken, al is volgens Jah Shakespear het moment nu dan toch eindelijk aangebroken.
Dat mensen in tijden van verandering vasthouden aan de oude, in hun ogen zuivere, vorm is een veelvoorkomend fenomeen, zoals in de vroege jaren '80 al was gebleken bij de dancehallriddims van Henry 'Junjo' Lawes (Volcano) of recenter bij de opkomst van artiesten als Movado en Tommy Lee, of de zeer glad geproduceerde riddims van vandaag. Dat is nog niet hetzelfde als het ontstaan van een nieuw genre. Veel dancehall riddims zijn gewoon digitale herwerkingen van oude rootsriddims. Een onvoorstelbare hoeveelheid reggaeriddims, roots én dancehall, voor en na 1985, zijn ingespeeld door twee duo's: Sly & Robbie of Steely & Cleevie. Dancehall en (new) roots werden en worden gemaakt door dezelfde producers en dezelfde artiesten, die overal ter wereld, van Reggae Sumfest tot Reggae Geel, optreden op dezelfde festivals en worden gedraaid door dezelfde sounds op dezelfde dances. Ik zie dan ook geen enkele reden om dancehall niet als een volwaardig deel van reggae te beschouwen.
Reductio ad homophobiam
Een ander veelgehoord argument tegen dancehall dat ook nu weer de kop opsteekt, is dat de teksten oppervlakkig of zelfs gewelddadig, seksistisch en homofoob zijn. Deze veralgemening scheert niet alleen alle dancehall over dezelfde kam, maar negeert ook het feit dat dergelijke teksten ook tevoren al in reggae te horen waren, zelfs al in ska. Voor velen zijn consciousness, spiritualiteit en rastafari essentiële elementen van reggae, maar er waren al rasta's voor reggae bestond en reggae is ook niet als rastamuziek ontstaan, al was het geloof van bij het begin prominent aanwezig.
De tendens om steeds extremer te worden heeft zeker geleid tot excessen die niet goed te praten zijn, maar de kwestie is complexer dan dat. De slackness die opkwam in het begin van de jaren '80, is vaak vooral humoristisch bedoeld en veel van de teksten over geweld zijn veel meer een manier om met de harde dagelijkse realiteit om te gaan dan een simpele verheerlijking ervan. Niet alle seksueel getinte opmerkingen die in onze oren seksistisch klinken, worden in Jamaica zo opgevat en – inderdaad nog niet voldoende talrijke – vrouwelijke artiesten als Lady Saw bieden hevig weerwerk met teksten die volgens dezelfde logica manonvriendelijk zouden kunnen lijken, maar op hun beurt in de eerste plaats moeten worden geïnterpreteerd binnen hun context in de Jamaicaanse volkscultuur.
Dancehall (maar ook andere vormen van reggae) en homohaat ontmoeten elkaar vaak in dezelfde culturele sfeer, maar dat betekent op geen enkele manier dat er een essentiële band tussen beide zou bestaan. Homofobie is in Jamaica helaas zeer wijd verspreid, maar dat is niet de schuld van dancehall: het thema is net zo populair in de dancehall omdat artiesten weten dat het aanslaat. Nog veel belangrijker dan al deze nuanceringen is dat er heel veel dancehall bestaat die niet gewelddadig, seksistisch of homofoob is; er is zelfs veel conscious dancehall. De lijst van drogredeneringen bevat al een tijd de reductio ad Hitlerum ('herleiding tot Hitler'), het argument dat alles wat op de een of andere manier met Hitler of de nazi's in verband kan worden gebracht, bijgevolg ook nazistisch is; misschien kunnen we nu ook de reductio ad homophobiam toevoegen (bijvoorbeeld ook vaak te vinden in discussies over de islam trouwens). Bovendien biedt naast onderwijs en economische ontwikkeling de, weliswaar moeilijke, dialoog op lange termijn ongetwijfeld een grotere kans op oplossingen voor deze problemen dan een boycot.
Life begins at thirty
Het meest absurde deel van deze aanval op dancehall is ongetwijfeld dat het maar om een hype zou gaan die ondertussen grotendeels voorbij is. Nog los van het feit dat het woord hype niet toepasselijk is na meer dan dertig jaar, is die uitspraak totaal ongegrond. Jammy's, Music Works, Penthouse, Digital B en zoveel andere labels hebben een gigantische hoeveelheid dancehallklassiekers uitgebracht die nog steeds overal ter wereld te horen zijn. Beenie Man mag dan over zijn hoogtepunt heen zijn, dancehall beheerst nog steeds de hitlijsten in Jamaica met artiesten als Busy Signal, Konshens, Movado, Vybz Kartel, RDX en vele anderen. Ook wereldwijd, België inbegrepen, is dancehall nog nooit zo populair geweest als nu: wanneer hedendaagse reggae de mainstreamradio haalt, is het meestal dankzij Shaggy of Sean Paul (ook met digitale, maar pure reggae tunes als 'I'm Still In Love' en 'Never Gonna Be the Same'). Dancehallsterren als Chaka Demus & Pliers, Shabba Ranks en, jawel, Beenie Man zijn slechts enkele van de vele andere artiesten die reggae internationaal mee hebben grootgemaakt.
Zelfs Damian Marley, die terecht veel lof wordt toegezwaaid in het verslag van Jah Shakespear, heeft heel wat dancehalltunes gemaakt die enorm hebben bijgedragen aan zijn populariteit en het in de hitlijsten vaak beter doen dan zijn rootsnummers. Wat de toekomst brengt weet niemand precies, maar het heden en verleden van reggae zijn in elk geval ondenkbaar zonder dancehall en de talloze dancehallklassiekers van de laatste 30 jaar zullen mensen blijven bekoren zolang er interesse in reggae bestaat. (Dank aan Sensa Demus en T-Fire voor hulp bij het schrijven van deze tekst, aan Buda Civalizee en Sensa Demus voor hun bijdragen in de Facebook-discussie en aan Jah Shakespear voor het weerwerk dat de argumentatie heeft helpen verscherpen.)