Reggae.be
Dour 2014: the reggae files
Event ReportJul 25, 2014

Dour 2014: the reggae files

By Rubi Roots

Bestaat er in onze contreien een eclectischer festival voor hedendaagse alternatieve muziek? Een onbegrijpelijk kluwen voor sommigen, de perfecte mix der stijlen voor anderen. Niet meteen een plaats waar de goedgeaarde reggaeliefhebber zich thuis voelt zou je denken, maar toch kleurde het programma van Dour 2014 opnieuw voldoende groen-geel-rood om heel wat aanhangers van het genre te mobiliseren richting het Waalse dorpje in de Borinage. Met voor het tweede jaar op rij een Dubcorner (georganiseerd door Reggaebus) heeft de organisatie ook een extra troef in handen om dit deel van het publiek te blijven bekoren.

Donderdag 17/07

De Dub Corner was dit jaar enorm uitgebreid, met vijf handgemaakte soundsystems gespreid over vier dagen, op een nieuwe, veel ruimere locatie, en met de aanwezigheid van een grote en open shelter, die beschutting gaf tegen regen en zon. Een heuse verbetering tegenover vorig jaar, toen geen plekje schaduw en geen tent te bespeuren waren. Na een lange, helse weg naar de camping en terug naar de weide gingen we meteen een kijkje nemen aan de Dub Corner, die de eerste dag helemaal gewijd werd aan Belgische sounds, een sessie om naar uit te kijken dus. Ionyouth mocht de dans openen op hun eigen soundsystem en dat deden ze met een aangename roots set, begeleid door Missing Link aan de mic. Alvorens het de beurt was aan Irie Nation,  speelden ze op het einde 'Victory' van Dubkasm, wat zeer goed aankwam bij het publiek. (Dit nummer met zijn zeer herkenbare blazer duet is geschiedenis geworden nadat Aba Shanti deze voor de eerste keer als dubplate draaide op Nothing Hill Carnival in 2012). De vibe zat er al goed in tijdens de (letterlijke) warming-up . De temperaturen liepen hoog op en voor het publiek leek het stilaan tijd om wat verkoeling op te zoeken, want de Dub Corner begon leeg te stromen… Dit was voor mij de cue om een kijkje te nemen op het hoofdpodium, waar The Slackers al begonnen waren aan hun optreden, dat een onderdeel vormde van hun Europese tournee die 1 maand duurt en maar liefst 9 festivals telt! Spijtig genoeg was de opkomst vrij mager. De meesten onder ons waren aan het uitblazen in de schaduw, maar daar trokken de Amerikanen zich weinig van aan. Degene die aanwezig waren op Gent Open Air (2juli) zullen gemerkt hebben dat het dezelfde playlist was als toen, met nummers als 'Lost & found' (gelijknamige titel als hun laatste cd uit 2009) en 'We can work it out' (cover van  the Beatles).

Rockin' it steady

Tijd om zelf wat uit te rusten en nog eens een kijkje te nemen aan de Dub Corner. Ondertussen was het de beurt aan The Dukes of Skazzard uit Antwerpen, niet meteen het eerste wat je zou verwachten in een dub corner, maar wel een terugkeer naar de tijd van de allereerste sound systems op Jamaica. De sfeer zat er goed in en het tempo ging de hoogte in, net als de temperatuur in de tent. Rockin' it steady! De fakkel werd doorgegeven aan Forward Fever, de soundcrew uit Brugge en Gent, eind jaren '90 ontstaan uit het gedreven enthousiasme van selecta's Ira & Dello en chanters Ras Cloud, Saimn-I & Ozi One. De Dub Corner begon goed vol te lopen voor een selectie roots en steppers, waaronder eigen producties zoals 'Rasta me rasta', met vocals van Danny Red (wordt binnenkort uitgebracht op het label van Dub fi youth), alsook van buitenlandse makelij (met onder meer 'Disconnect yourself' van Kanka met YT) en een aantal van de hand van Irie Ilodica, die ook melodica speelde bij een drietal nummers. Tijd om af te sluiten met een 2 uur durende set van Ionyouth. Hier hoorde je pas dat deze jongens hun sound tot in de puntjes kennen: alles perfect in verhouding en instant vibe. Als grote verrassing kregen ze een uur extra en hiervan maakten ze gebruik om een 'dub fi dub' te houden met Forward Fever. Beljam sounds inna di area! Spijtig genoeg stopte hier de reggae line-up van de dag, maar ik ging nostalgisch nog een kijkje nemen bij The Mad Caddies. Deze brengen ska-punk van de bovenste plank en ze kunnen het na bijna 10 jaar nog steeds. Een veel hoger tempo en andere sfeer, maar zeker een goede afsluiter.

Vrijdag 18/07

Op vrijdag waren alle ogen van de dubheads gericht op de komst van King Shiloh, het gerenommeerde sound system uit Amsterdam dat hier met verve een monstersessie speelde van 14u tot 22u. We bleven hier dan ook ruime tijd hangen, ons lichaam overgevend aan de dreunende bassen die onze borstkassen indrukten en onze trommelvliezen naar binnen beukten... We hoorden nogmaals 'Rasta me rasta' van Danny Red (Forward Fever) alvorens Afrikan Simba zijn opwachting maakte, aanvankelijk meezingend op de dubs, maar nadat Bredda Neil een vocal van hem speelde trad hij volledig op de voorgrond met een indrukwekkende a capella uitvoering: "Don't have no fear fi no babylian!" Tijdens de showcase die daarop volgde kon hij de aandacht van het publiek echter niet vasthouden, en dat doet de vraag rijzen of dit wel de juiste manier is om dergelijke artiesten aan bod te laten komen op soundsystem. De vrouwelijke chanter Nish Wadada, afkomstig uit Kaapverdië maar geboren en getogen in Rotterdam, moest ons inziens niet onderdoen en gooide hogen ogen met haar fris stemgeluid en dito teksten. Nog net het laatste van Gentleman gezien. Outstanding als altijd, maar niks nieuws onder de zon, en toch een beetje een vreemde eend in de bijt, als opener van de traditionele dubnacht op vrijdag (dit keer  in de Jupiler Boom Box) die pas echt werd ingezet door Vibronics en Brain Damage, een samenwerking die in 2013 resulteerde in de dubbel LP 'Empire Soldiers'. Stevige steppers – hoe kan het ook anders – met vocals van Sir Jean ('Do you remember' – een mooie herdenking aan de Wereldoorlogen, 100 jaar na het begin van de Eerste) en natuurlijk Parvez ('Youths to War', 'Sufferation') en Madu Messenger ('Letter home', 'King's engine'), de vaste MC's van Steve Vibronics, die hun nummers vanop het album live extra kracht bijzetten. Deze combi staat straks ook op Reggae Geel. De link met reggae was ver te zoeken bij High Tone, zoals steeds op zoek naar experimentele klanken op dubstep riddims, maar iets te veel gitaargeweld hanterend. De tent stond hoe dan ook weer goed vol voor deze graag geziene Franse live act met volledige band, en de visuals zorgen altijd voor een mooie meerwaarde, maar voor ons was dit toch een beetje een teleurstelling.

Original dub music

Gelukkig bracht DJ Stryda ons daarna even terug naar een welgekomen roots vibe met onder andere 'Heavenly protected by Jah love', het begin van een bijzondere Dubkasm show, versus Gorgon Sound, eveneens uit Bristol, waarmee ze reeds samenwerkten in de studio, en nu dus ook live. De 'tune fi tune' zorgde echter niet voor een vloeiend geheel, en de platenkeuze van Gorgon beantwoordde niet altijd aan onze smaak, maar gelukkig was er ook nog ene Solo Banton die op zijn gekende wijze het publiek bespeelde en de kracht benadrukte van deze muziek op een festival als dit. "This is no pop music, no techno music, no house music… Original dub music!"  Al hadden wij af en toe onze twijfels hierover bij het horen van bepaalde tracks. Ook de vibe bij Congo Natty was meer dan welkom. Up-tempo oldschool jungle, eigen producties met artiesten als Nanci and Phoebe, Rebel MC, Top Cat,… Voor de gelegenheid had hij dj/promoter Congo Dubz meegenomen die onder andere 'Lala & the Booya' van Lady Chann draaide.

Zaterdag 19/07

Zaterdag was voor u en ons misschien wel de minst interessante van de 4 dagen, al was het maar omdat er enkel live reggae te zien was met het concert van Steel Pulse op het hoofdpodium (the Last Arena), dat overigens veel te laat begon en bijgevolg van erg korte duur was. Vijftien jaar geleden stonden ze reeds op hetzelfde podium, maar veel lijkt er aan hun repertoire niet veranderd, met vooral songs van True democracy (1982), zoals 'Rally round', 'Chant a psalm' en 'Your house', maar ondanks hun reeds 30-jarig bestaan zijn ze nog steeds zo levendig als weleer. Een paar slippertjes van zanger David Hinds waren hierdoor dan ook snel vergeten. Uitzonderlijk was de aanwezigheid van een tenorsax, aangezien de horns meestal gespeeld worden door de toetsenist. Meteen daarna mocht hun landgenoot David Rodigan de Dancehall op zijn kop zetten. We arriveerden juist in de helft van zijn één uur durende set. "Thirty minutes left, time for dancehall!", en daarmee deed hij de naam van de tent alle eer aan. Hij bleek de stiel nog niet verleerd en joeg er springend en schreeuwend de ene classics na de andere door, uiteraard allemaal in special dubplate versions. It's a Rodigan story… Over het algemeen toch vrij weinig ragga/dancehall van weleer op het programma – een teken dat deze stijl stilaan op de terugweg is? Live viel enkel Admiral T te noteren, maar wij gaven toch de voorkeur aan zijn landgenoten van Stand High Patrol in de Dub Corner. Die kwamen zoals te verwachten aandraven met een minder krachtige sound system dan Shiloh uit Amsterdam, maar ze zorgden het tweede jaar op rij voor een goede digitale selectie van vooral Franse (ook eigen) producties, met Marina P en PupaJim als Mc's van dienst.

The sound of the police

Eerder op de dag maakten we ook kennis met het veelzijdige vocale talent van Soom T. 'Did you really know', op het label van Mungos Hi-Fi, was zowat het enige dat wij spontaan herkenden, maar de kleine zangeres liet zien dat ze heel wat in haar mars heeft en verschillende stijlen probleemloos de baas kan. Ze rijmde erop los, op uiteenlopende riddims van ska tot dubstep. Jstar hypete het geheel danig op - 'It's the sound of the police'! - en liet zich opmerken met enkele bijzondere remixes, zoals 'It's not unusual' van Tom Jones op de riddim van 'Rudie don't fear' en een combinatie van The Beastie Boys met Bob Marley's 'Could you be loved', waarna Soom T terug de micro ter hand nam op een opzwepend ska-ritme. "When I say Soom, you say T!" Selfie!  Zondag 20/07 Mijn favoriete dag. Beginnen deden we met Clinton Fearon and the Boogie Brown band. Deze legende is bekend als derde zanger van the Gladiators (tot 1987) en van verscheidene studioproducties zoals 'Rise and Shine', samen met Watty Burnet in de Black Ark studio van Lee Perry. Ze brachten liedjes van zijn soloproject, waaronder 'Rich man, poor man' en 'On the other side', maar ook van the Gladiators, zoals 'Looks is deceiving' en 'Chatty chatty mouth'. Persoonlijk een zeer memorabel optreden. Deze ouwe rot kan het nog steeds en the Boogie Brown band is de band bij uitstek om deze legende te begeleiden. Ook de druppels die soms uit de lucht vielen waren zeer welkom. In de Dub Corner stond de laatste dag een 'soundclash' op het programma tussen OBF uit Frankrijk en Iration Steppas uit Engeland, die tegen elkaar optornden in geluidsvolume maar dat kwam de klank alles behalve ten goede… Zij brachten respectievelijk Soom T en Danman mee. In de eerste helft werd onder andere de dubversie van 'Rumours' van Gregory Isaacs gedraaid en een stepper versie van 'Roots train' van Junior Murvin ft. Dillinger, opgenomen in Black Ark studio. Het tweede deel stond in het teken van zware steppers inna year 3000 style (of wat ze zelf graag European stylee noemen). Een variatie van Iration en OBF dubplates, alsook onder meer een Sinai sound heavyweight dubplate en één van Mad Codiouf (Jahwed, selector en eigenaar bij M.A.D soundsystem), 'Kingz dub' genaamd. Vervolgens gingen we eens een kijkje nemen op the Last Arena waar Dub inc. net ging beginnen. De weide stond helemaal vol voor deze populaire Franse band (voller dan bijvoorbeeld bij Kaiser Chiefs) en zoals altijd kregen ze het publiek volledig mee. Vooral liedjes uit hun bekendste cd 'Diversité' passeerden de revue, zoals 'Murderer' en uiteraard 'Rude boy'. Deze meezingers werden enorm geapprecieerd en ondanks het warme weer barstte het publiek los. Ook speelden ze nummers uit hun recentste cd 'Paradise' (2013) waaronder 'Better run' en 'Revolution'.

Een nieuw geluid, een nieuw concept

Voor we terug huiswaarts keerden lieten we ons nog helemaal verassen en meeslepen door het nieuwe project van de Jamaicaanse legende Winston Mc Anuff, die enorm gebroken moet geweest zijn na het verlies van zijn zoon Matthew, die een grote reggaecarrière werd toegedicht, maar een paar jaar geleden werd vermoord op Jamaica. Vader vocht terug en werkte samen met  de Franse accordeonist/pianist Fixi aan een nieuwe CD: 'A new day'. Een nieuw geluid, een nieuw concept dat we anno 2014 alleen maar kunnen toejuichen in een wereld die vaak weinig openstaat voor vernieuwing. Live bovendien de origineelste set-up van de afgelopen vier dagen. Aangevuld met een drummer annex beatboxer zorgde Fixi voor atypische, opzwepende ritmes waarover Winston Mc Anuff gretig zijn lyrics strooide. Hoogtepunten waren 'Economical crisis', 'Wha dem say' en 'Garden of love'. De covers van 'Sweet dreams are made of these' en 'Iron Lion Zion' hadden niet gemoeten, maar dit is en blijft natuurlijk Dour…
Dour 2014: the reggae files

About the Author

Rubi Roots

Genres

DubRootsRocksteadyDancehallSkaRaggaReggaeNew Roots

Published

Jul 25, 2014