In Rockfort, Kingston heeft vorige week een brand gewoed in het huis van Delroy 'Puttus' Williams, drummer van Mystic Revelation of Rastafari. Daarbij werden de trommels en andere artefacten vernietigd van de legendarische Count Ossie, oprichter van de groep en de man die het ritme van de nyabinghi in de reggae bracht. Uw support voor het noodfonds is welkom.
Ik heb de mannen van Mystic Revelation of Rastafari leren kennen toen ze hier voor het eerst kwamen optreden, in 1997. Overwegend oude mannen waren het, met als enige 'jonkies' trombonist Nambo Robinson, 'Time' Williams, de zoon van Count Ossie (beiden zelf al een stuk in de 40) en ons aller Rohan Lee. Hoe kon het ook anders, die hoge leeftijd van Brother Bop (ja, met een p) en Brother Philmore? Jong in de jaren '40 en '50. In 1959 met Count Ossie voor het eerst afgedaald uit de Wareika Hills naar een studio in Kingston, om daar met de beginnende producer Prince Buster en de Folkes Brothers 'Oh Carolina' op te nemen, het allereerste nummer met Afrikaanse drums, de allereerste inheemse nummer 1 in Jamaica (en meer dan 30 jaar later een wereldhit in de versie van Shaggy). In 1966 speelden Count Ossie & Mystic Revelation of Rastafari voor Haile Selassie in hoogsteigen persoon, toen die Jamaica bezocht. Het driedaagse staatsbezoek was een keerpunt in de sociale en politieke aanvaarding van rastafari in Jamaica, en zette een hele generatie artiesten ertoe aan om hun respect voor de keizer naar buiten te brengen in zang, dans en muziek. Aangevuurd door de Amerikaanse black power-beweging vonden ze een nieuw bewustzijn, zij het dan niet politiek maar religieus en historisch gefundeerd. Het was in die dagen van verhoogd activisme en spirituele zelfontplooiing dat Count Ossie & Mystic Revelation of Rastafari hun twee albums opnamen, in de eerste helft van de jaren '70, toen ook de gouden jaren van de reggae aanbraken. Ja, zo lang draaiden deze mannen al mee in de muziek. Ze waren gemiddeld 30 jaar ouder dan ik.
Op bezoek in Rockfort
Een jaar later gingen wij op bezoek in Rockfort, homebase van de meeste Mystics en ook van het Count Ossie Cultural Center. De Afrikaanse geïnspireerde muurschildering van dat gebouw siert de klaphoes van 'Tales of Mozambique', na 'Grounation' het tweede classic album van Mystic Revelation of Rastafari. Je wordt als buitenlandse bezoeker weliswaar afgeraden om die 'gevaarlijke' buurt te bezoeken maar wij zijn op weinig plaatsen zo goed ontvangen als in de yard van Fuzzy, waar Puttus, Time, Rohan en hun vrienden iedere dag zaten te reasonen en muziek te spelen. Ik had ook een van mijn beste vrienden meegebracht en die is ter plekke peetvader geworden van de pasgeboren baby van Puttus. Zowel mijn vriend als het kindje zijn intussen overleden maar de banden die toen gesmeed zijn, in die brokkelige achterbouw, kunnen nooit meer stuk. Ook Brother Sam (Clayton) was erbij. Hij had in 1963 een bezoek gebracht aan Haile Selassie, in Ethiopië, en was de auteur van een lang, haast wetenschappelijk essay op de binnenhoes van 'Tales of Mozambique' over de essentie van rastafari, aangevuld met een wiskundige (!) rechtvaardiging van de liefde als drijvende kracht in het leven. Brother Sam is de stem van Mystic Revelation of Rastafari, de dichter en denker. Een stuk jonger dan de generatiegenoten van Count Ossie maar wijs als Salomo. Ik heb in de jaren daarna het voorrecht gehad om uren met Brother Sam te reasonen en met hem door Kingston te dwalen. Hij heeft me op de Jamaicaanse televisie gebracht en meegenomen naar Sizzla, Luciano, Alan 'Skill' Cole en andere prominente Jamaicanen. Iedereen respecteerde hem, van bobo tot nyahbinghi, van sportlui tot politici, van professoren tot de mensen van Rockfort. Brother Sam had geen dreadlocks maar verenigde in zich wel alles wat ik zo mooi en mystiek vond aan rastafari. (En de rest leest u maar in mijn boek De Rasta Revelatie.)
Verboden te roken
Mystic Revelation of Rastafari heeft in de tweede helft van de jaren 90 magische concerten gegeven in Europa. Als engelen gekleed, geheel in het wit, verschenen ze op het podium, op het trage ritme van de nyahbinghi, the beat of the heart, en bij uitbreiding van de muziek tijdens de grounations, de rituele bijeenkomsten van de rasta's die soms dagen (en nachten) kunnen duren. Daar delen ze de chalice, hun heilige kelk, roken herbs of wisdom en roepen de keizer aan: 'Jah! Rastafari! King of Kings, Lord of Lords, Conquering Lion of the Tribe of Judah, Elect of God, Ever Living, Ever Faithful.' Maar dat konden ze hier, in de deftige zalen waar ze speelden, niet maken. Roken was verboden, cannabis in Frankrijk al helemaal, en dit waren geen grounations. In plaats daarvan stelde Mystic Revelation of Rastafari een mooi afgewerkt theaterprogramma voor, met Brother Sam als wijze verteller, de ideale gids om het publiek op sleeptouw te nemen doorheen de geschiedenis van reggae en rastafari. Het is een verhaal van slavernij, verzet en bewustwording, van Afrikaanse tradities en christelijke symbolen, van eerlijkheid en rechtvaardigheid, van de liefde als bindende kracht, het sluitstuk van Brother Sams livity. Maar dat waren slechts de aankondigingen, hoe mooi, correct en diepzinnig Brother Sam ze ook verwoordde. Het was de muziek die onze harten verwarmde, de hartslag van de nyahbinghi, de folky, vrolijke rhythm and blues, de vroege ska en rocksteady, de klassieke reggae van 'Rockfort Rock', een instrumentaal eerbetoon aan de suburb (zeg maar shanty town) van Kingston waar de brave muziekstudenten van de Alpha Boys School voor het eerst in contact kwamen met de drummers van Count Ossie, met de beste herbs (die zouden uit Westmoreland komen) en met de spirit van rastafari. In die voedingsbodem is de ska ontstaan, het ritme dat later vertraagd werd tot rocksteady en reggae. Mystic Revelation of Rastafari evoceerde zowat 50 jaar Jamaicaanse muziekgeschiedenis, in het licht van rastafari.
Respect voor nyabinghi
De groep bestond uit een zanger (Brother Bunny, een hoogbejaarde crooner met dunne, amper schouderlange dreadlocks), drie blazers, waaronder de grote Nambo Robinson op trombone, en een zestal drummers. Het waren geen lange jampartijen die ze speelden, eerder variaties op bekende thema's, op ritmes en melodieën die iedere rechtgeaarde rastaman in het hart draagt. 'Rivers of Babylon', 'Satta a massagana', 'Oh Carolina'… En toch klonken al die evergreens fris en authentiek, alsof we ze nooit eerder gehoord hadden. Toch verveelde die schijnbaar monotone nyahbinghi beat geen moment, en bleek hij ook voor ieder nummer anders te zijn. Het zag er allemaal vrij simpel en zelfs primitief uit, naar onze hoogtechnologische en perfectionistische normen, maar misschien was dat wel de kracht van dit gezelschap. Mystic Revelation of Rastafari bracht ons terug naar de sociale en spirituele oorsprong van de muziek, van àlle muziek, en dat voelt zo'n publiek, los van de interesse in reggae of rastafari. De liefde en het spelplezier die de groep uitstraalden, deden de rest. Niemand kon weerstaan aan deze bende vrolijke en gedreven grijsaards. Het was de eerste keer dat ik een groep Jamaicaanse muzikanten aan het werk zag zonder elektrische instrumenten of versterking, de eerste keer in een echt theater ook. En het werkte. De mensen waren geïntrigeerd. Ze wilden meer weten over Jamaica en rastafari. Ze respecteerden de nyahbinghi. De Mystics hadden vorige week net een 9-daagse wake achter de rug voor een van de pas overleden drummers. Ze hadden hun instrumenten achtergelaten in het huis van Puttus, waar een labiele man uit de buurt later die nacht brand zou gesticht hebben. Naast de originele trommels van Count Ossie en de andere instrumenten gingen ook een hoop vinylplaten, cd's, foto's en enkele versterkers verloren. 'Our history has been burned to ashes' zei Time in de Jamaica Observer, en hij roept de reggae community op om Mystic Revelation of Rastafari te steunen. Op deze site is inmiddels een fundraiser opgestart.