Een volgepakte, meezingende tent voor Iron Ites en The Gladiators, en een topfeest met Seeed: de regen dreef veel meer volk naar het Univers-podium dan verwacht, en daar wisten met name de reggaebands van te profiteren. Grote namen Burning Spear en Tiken Jah Fakoly hadden het op het hoofdpodium een stuk moeilijker.
Twee keer aangekomen in de stromende regen, twee keer meteen de Univers-tent ingevlucht, en telkens in geen tijd opgewarmd en verzoend met het nu: dat kon alleen maar omdat er goeie reggaebands op het podium stonden. Vrijdag onze eigen Iron Ites, met een stralende, dankbare Benoîtte, haar eerste optreden sinds ze met stemproblemen worstelde. Als een ware Beljam African Queen stond ze op het podium, licht overdonderd maar ook gesterkt door de enthousiaste reacties van het (grote) publiek. En gebackt door die voortreffelijke band, met massieve blazers en subtiel gitaarspel, in het spoor van de legendarische namen op het hoofdpodium (Burning Spear, Tiken Jah Fakoly, Alpha Blondy). 'Power of creation' kenden we al, is en blijft een killer, maar we hoorden ook een nieuw topnummer: 'True blood', tekstueel en muzikaal op het lijf van Benoîtte geschreven. Blij dat ze deze unieke kans gekregen en gegrepen heeft, dankzij de weergoden voor het grootst mogelijke publiek.
Even later betrad ouwe CC-getrouwe Tiken Jah Fakoly het hoofdpodium, gelukkig onder een licht afnemende regen. Hij was niet goed bij stem en straalde niet het gebruikelijke zelfvertrouwen uit maar zijn groep stond er wel, een klassieke reggaebezetting uitgebreid met sprankelende talking drums en karakteristieke kora. Tiken Jah zong een paar nummers uit zijn nieuwe album, een flauwe cover van 'War ina Babylon'/'Give peace a chance' (à la Max Romeo) en twee medleys van zijn grootste successen. Niet echt een memorabel optreden dus maar de Ivoriaanse zanger liet zijn publiek wel mooie statements meezingen. 'Quand l'Afrique va se réveiller, ça va faire du mal'. Tiken Jah Fakoly zal altijd een Afrikaanse krijger blijven.
Hoewel Seun Anikulapo hem misschien wel een watje zal vinden. In alle opzichten de zoon van zijn legendarische vader en koning van de afrofunk Fela, gaf de Nigeriaan vrijdag een schitterend concert op de Move-stage. Deels in ontbloot bovenlijf, met dezelfde zweterige kracht en een band funky as hell. Blazers die alle kanten opvliegen, zangeressen met schelle stemmen en wild schuddende konten. En natuurlijk gaan die lang uitgesponnen songs ook ergens over. 'This song can stop all inequality in the world' zei Seun Kuti over Higher consiousness. Even geloofden we hem.
Een Duitse band deed de Universe-tent vrijdag na middernacht voor het eerst daveren van enthousiasme. Verbazend hoe Seeed op een fond van reggae en dancehall een universele popsound creëert, met zware injecties funk, rock, house en zelfs metal. De tienkoppige groep heeft de allure van een big band, inclusief maatpakken en georchestreerde bewegingen. Niet iedereen is fan van Seeed. Misschien omdat hun stijl alle kanten uitschiet (van klassieke riddims als 'My Conversation' en 'Real Rock' over pompende dancehall beats, poppy nummers en crossovers als de 'Harlem Shake', Justine Timberlake en MIA). Na de heerlijke opener 'Aufstehn' volgden onder meer 'Wonderful Life' en 'Release' maar de tent ging pas voor de eerste keer loos bij 'Waterpumpee'. Eigen nummers als 'Dickes B', 'Seeedy Monks' en 'Ding' konden niet echt overtuigen, maar de groep kreeg wel bijval voor het vernoemen van de Rode Duivels en een aangepaste versie van MIA's 'Paper Planes'. En bij de kunstjes van de drummers natuurlijk. Peter Fox en zijn twee maats zingen in het Engels, Frans, Jamaicaans patois en uiteraard Duits, een taal die zelden of nooit weerklinkt op Couleur Cafe. Maar er zijn dan ook weinig Duitse groepen die zo 'urban' swingen, en dat is precies de vibe die ze zoeken op dit festival.
Droop & Bagga
Zaterdag regende het zo mogelijk nog harder bij onze aankomst. Ondergelopen straten, overlopende putjes, drijfnat na 50 meter stappen. Maar dit keer boden The Gladiators soelaas. Of moeten we zeggen: Droop Lion and the Gladiator Band, zoals de nieuwe zanger ons herhaaldelijk wilde duidelijk maken? Ik ben zelf opgegroeid met de grote Albert Griffiths, oprichter van de groep in 1967, en heb zijn zoon Al die hem een paar jaar vervangen heeft op het podium nooit aan het werk gezien. Diens stem leunde volgens mensen die er wel bij waren in elk geval een stuk dichter aan bij die van zijn vader. Droop Lion heeft zijn eigen stemgeluid, eerder verwant met het chanten van de singjays, minder hoog en melodieus dan dat van Albert.
Dat wil wel eens wringen in al die klassiekers: 'Naturality', 'Looks is deceiving', 'Roots natty', 'Bongo red', 'Belly full' ('It a go be bangarang!') , 'Hello Carroll', 'Stick a bush', het stokoude 'Prayer to thee' ina nyabinghi style, en tot mijn verrukking ook 'Jah works', in mijn livity een van de 3 mooiste reggaesongs ooit gemaakt. Gelukkig wordt de band nog altijd geleid door Earl 'Bagga' Walker, ooit onvolprezen bassist in de Black Ark van Lee Perry maar nu toch al een kleine 20 jaar vast verbonden aan The Gladiators. Zo behoort een klassieke rootsreggaebas dus te klinken: dominant en toch subtiel, bepalend voor het ritme maar ook melodieus. Een betere reggaegroep hebben we de eerste twee dagen niet gezien op Couleur Café. Betere zangers wel, ook al wist Droop Lion in de twee nieuwe, meer op zijn rauwe stem gesneden nummers toch te overtuigen. Benieuwd of deze flamboyante rastaman zich volledig zal integreren in The Gladiators of toch voor eigen rekening zal blijken te rijden.
Meer klassiekers op het hoofdpodium, waar Burning Spear zijn enige optreden voor Europa gaf. Hij staat deze zomer verder alleen nog op een jazzfestival in Montreal, Canada. 'Swellheaded', 'Pick up the pieces', 'Jah no dead', 'Jah is my driver', 'Man in the hills', 'Marcus Garvey', 'Slavery days': Spear put live al jaren uit hetzelfde kleine mandje van foundation tunes, dit keer aangevuld met 'Jah is real', 'Holy foundation' en een heel nieuwe song, 'Cure for cancer', over ouders die hun kinderen verliezen aan kanker. Toch een beetje wrang als je daarop staat te dansen. En naar de teksten luistert natuurlijk maar dat hoort er toch vaak bij op dit festival. We hadden u graag nog wat vibes overgebracht van de Raggaravane maar die stond zo afgelegen en onbeschut in een uithoek van Tour & Taxis dat we daar maar even zijn blijven hangen. De regen kan niet voor iedereen een zegen zijn. Later volgt nog een verslag van de reggaeactiviteiten op zondag.