
Een Griekse reggaeband? 'Reggae heeft veel gemeen met onze rebetika, de Griekse blues', zegt Markos Koumaris, de zanger van Locomondo. Vorig jaar op de Antilliaanse Feesten, nu in de Casino, Sint-Niklaas.
Het terrein van de oude gasfabriek van Athene is helemaal volgelopen. In de schaduw van de immense, tot lofts en kantoren verbouwde gasketels speelt Locomondo een thuiswedstrijd voor vijfduizend enthousiaste fans. Geen sjofel reggaepubliek, zoals we dat hier kennen, geen joints, dreadlocks of groen-geel-rode vlaggen. Wel netjes gekleed uitgangsvolk van alle leeftijden. In Griekenland is Locomondo een topgroep en de massa zingt het gros van de liedjes luidkeels mee, zoals de Grieken altijd doen als ze naar een concert gaan.
Van die teksten krijgen we weinig mee, maar muzikaal staat de groep als een huis. Locomondo wisselt trage reggae af met snelle ska, in een marinade van rebetika (de Griekse blues), balkanbeats, rock en latin. Alle ogen zijn gericht op de charismatische zanger, Markos Koumaris, maar die gunt zijn maats graag hun plekje onder de zon. De songs worden gelardeerd met felle solo's (gitaar, blazers, percussie en viool) en spectaculaire dubs. Bij het voetballied 'Goal!' rollen er een paar reuzenballen in het publiek, bij een ander nummer regent het plots namaakgeld en zeepbellen.
Hier staat een goed gerodeerde band op het podium, met een heel eigen sound en een onweerstaanbare show. En zelfs een paar meezingers voor die enkele buitenlandse bezoekers: Bob Marley natuurlijk, 'Gimme hope Jo'anna' en de Italiaanse wereldhit 'L'Ombelico del mondo', een perfecte match met het eigen feestrepertoire.
De eerste Jamaicaanse groep die Koumaris ooit live zag, waren The Skatalites. 'Ik ben in contact gekomen met ska en reggae toen ik in Duitsland studeerde. Ik kende natuurlijk al de liedjes van The Specials en Madness maar pas toen ik in de zomer van 1993 The Skatalites zag, ontdekte ik de echte, authentieke ska. Mijn eerste reggaeplaat was African teacher van Burning Spear, die een heel andere groove had dan de hits van Bob Marley en Alpha Blondy.'
Locomondo heeft The Skatalites intussen zelf naar Griekenland gehaald en begeleid als support act. Met de legendarische trombonist Vin Gordon maakten ze een versie van de standaardriddim 'Drum song', en hun tweede album (2005) namen ze integraal op in Jamaica. 'Zodra je voet op het eiland hebt gezet, gaat je muziek vanzelf anders klinken', zegt Koumaris. 'Zachter, warmer. Heeft iets te maken met de zwaardere lucht.'
In Jamaica beseften Koumaris en zijn muzikanten ook pas ten volle waarom ze zich zo verwant voelden met de reggaecultuur. 'Reggae en rebetika hebben heel wat gemeen. Beide stijlen zijn ontstaan uit een subcultuur: reggae in de sixties, rebetika in de jaren twintig. In de reggae weerklinkt de roep van de Afrikaanse slaven; in de rebetika van de Grieken die uit Klein-Azië zijn verdreven. Ze hebben elk hun eigen slang, een taaltje dat voor de buitenwereld amper verstaanbaar is. Ze kleden zich anders en stappen zelfs anders. En dan zijn er de drugs natuurlijk: rebetikamuzikanten rookten veel hasj en ze zongen er ook graag over.'
Dat laatste doet Locomondo niet. De tolerantiedrempel voor softdrugs ligt sinds het kolonelsregime (1967-1973) vrij laag in Griekenland. Koumaris heeft het ook niet over rastafari, of Babylon, of Ethiopië. Hij mag dan al prachtige dreadlocks hebben, spiritueel en historisch is het zijn wereld niet.
'Wij zingen meestal over Griekse mensen en situaties, over wat er fout loopt in de maatschappij, maar ook over de mooie dingen van het leven. Wij brengen geen expliciete politieke of religieuze boodschappen, zoals veel reggaeartiesten. We hopen natuurlijk dat onze verhalen de mensen aan het denken zetten, maar tegelijk willen we niemand beledigen. Zelfs in de huidige, extreme omstandigheden blijven we voorzichtig in onze uitspraken. "Simmer down", zoals Bob Marley ook zong. Niet nog meer olie op het vuur gooien. De mensen zitten toch al op hun tandvlees. Als je stelling neemt, wordt er meteen fel en zelfs agressief gereageerd. De situatie kan zo ontaarden in een burgeroorlog. Wij proberen de zaken in het juiste perspectief te plaatsen en de eenheid te bevorderen. Wat kunnen we samen doen voor dit land, als Grieken? Hoe kunnen we meer solidariteit creëren, leren op de lange termijn te denken, oude structuren te hervormen?'
'Ik ben ook geen artiest geworden om een politieke mening te verkondigen. Je doet het omdat je van kunst of muziek houdt en omdat je jezelf zo beter kunt uitdrukken. In bepaalde situaties, als het er echt op aankomt, kun je nog altijd een statement maken, zoals Bob Marley heeft gedaan op het One Love Peace Concert in Jamaica (waar hij de rivaliserende politieke leiders in 1978 samenbracht op het podium, red.). Dat was geen politiek statement maar een oproep om de problemen samen aan te pakken. Get together for Jamaica. Wij moeten samenkomen om Griekenland te redden.'
'Bijna alle evenementen en organisaties in dit land zijn politiek gekleurd en daar willen wij ons ver van houden. We doen wel benefiets maar zonder er ruchtbaarheid aan te geven. Natuurlijk sympathiseren wij met bepaalde mensen en partijen maar als groep houden we ons bewust op de vlakte. De Griekse media zijn meesters in het verdraaien van de waarheid. Alles wat je zegt, kan tegen je gebruikt worden.'
Misschien is het ook al een statement om gewoon in Griekenland te blijven en niet te emigreren, zoals tal van jonge Grieken nu overwegen. 'Wij zouden pas weggaan als hier een burgeroorlog zou uitbreken', zegt Koumaris ferm, 'en dan nog. Voor de rest zijn Grieken altijd migranten geweest. In de jaren zestig en zeventig zijn er nog veel meer mensen vertrokken dan nu. De op twee na grootste Griekse stad van de wereld is Melbourne.'
En toch: 'Den kanei kryo stin Ellada', zoals Koumaris zingt in Locomondo's grootste hit tot dusver. 'Het is nooit koud in Griekenland': er zijn veel meer Grieken die het liedje kennen dan de naam van de band die het uitvoert. 'Ik heb tien jaar in Duitsland gewoond en toen ik terugkeerde naar dit prachtige land, de zon, de zee, de mensen, het eten, vroeg ik me af waarom je als Griek nog zou klagen. Wij hebben alles binnen handbereik om gelukkig te zijn.'
In Duitsland hoorde Koumaris ook een nummer dat sindsdien altijd door zijn hoofd is blijven spoken en waarvan hij in 2011 ook een eigen reggaevariant opnam: 'Griechischer Wein' van Udo Jürgens, bij ons ook bekend van Joe Harris ('Drink rode wijn'). 'Sommige mensen vinden het kitsch maar ik weet dat het liedje heel veel Duitsers en Grieken heeft samengebracht. Het gaat over wat ons bindt, niet over wat ons van elkaar onderscheidt. Tegelijk biedt het nummer troost aan de Griekse migranten, die zich altijd sterk verbonden blijven voelen met hun vaderland.'
Een andere cover, van de Griekse traditional 'Frangosyriani', haalde de soundtrack van Soul kitchen, een heerlijke film over een stel funky derdegeneratiemigranten in Berlijn. Koumaris: 'Fatih Akin, de regisseur, had ons zien spelen in Hamburg en hij was meteen verkocht. We zijn vrienden geworden, en wat kan ik zeggen? De chemie was wonderlijk. Onze muziek was te horen op de première in Venetië en op de premières in Athene en Istanbul hebben we live gespeeld.'
Istanbul? In het hol van de Turkse aartsvijand? Koumaris: 'Dat is allemaal politricks, zou Peter Tosh zeggen. Onze culturen staan heel dicht bij elkaar. En de reactie van het publiek was uitermate positief en enthousiast. De enige barrière tussen onze volkeren, tussen alle volkeren, is de taal, maar muzikaal leven we allemaal in dezelfde wereld.'

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Dec 04, 2013