
Weinig volk voor deze show maar zoals wel vaker gebeurt, voelden de aanwezigen zich uitverkoren. Niet alleen omdat er een (voor ons) legendarische Jamaicaanse zanger op het podium stond maar ook omdat die zich liet begeleiden door een uitmuntende, freestylende Britse band.
Dat Soothsayers geen doorsnee backing band is, werd al duidelijk tijdens de opwarming. De 7-koppige band zette in met superbe, jazzy uitvoeringen van Marley's 'Heathen' en 'Natural mystic', en een tweetal eigen composities die bij momenten deden denken aan Groundation. Met Robin Hopcraft (trompet) en Idris Rohman (saxofoon, dwarsfluit) meteen nadrukkelijk op de voorgrond. Zij zouden ook de klassieke tunes van Cornell Campbell kleur geven, met hun instrument en als zoetgevooisd koortje.
Cornell (eigenlijk met 1 l, vertelde hij onze Fabidas, een foutje van Bunny Lee op de hoes van zijn eerste plaat) Campbell trapte af met zijn grootste hit 'Gorgon', door Bob Marley geparafraseerd in 'Rat race' voegde hij er zelf fijntjes aan toe. De zanger heeft massa's hits gescoord met Lee, zou daar gemakkelijk nog een uur extra mee kunnen vullen, maar met deze band valt hij toch vooral terug op zijn vroege Studio One-singles, originele tunes waarvan de riddims vaak standards zijn geworden. 'No man's land' (a.k.a. Up Park Camp), 'Queen of the minstrells,' 'Stars', 'Ten to one', 'Mash you down' (College rock): zalige selectie, lekker strak gespeeld, blazers in topvorm en heerlijke harmonieën. Hoewel de zangeres licht overbodig leek en de leadgitaar niet altijd even goed te horen was.
De pull-ups waren niet van de lucht, met al die overbekende foundation riddims, en toen ik de eerste tonen hoorde van '100 weight of collieweed' kon ik het niet laten om met mijn Lalibela-sjaal te zwaaien en luidkeels mee te roepen voor een rewind. Fantastische tune, was ik bijna vergeten en staat nochtans in mijn platenkast, op 12" nog wel. Die andere rub-a-dub topper, 'Boxing', heb ik laatst nog opgezet en wist me ook in de VK weer zeer te bekoren. Veel meer overigens dan op Garance in Frankrijk voorbije zomer, waar Cornel Campbel met de ongeïnspireerde en slecht voorbereide band van Lloyd Parkes' moest spelen. Smoothsayers doen zijn songs de eer aan die ze verdienen en verkennen met de zanger ook nieuwe horizonten, zoals mag blijken uit het nieuwe vijfsterrenalbum 'Nothing can stop us'.
De titeltrack van die plaat klinkt ons soundgewijs nog vrij bekend in de oren, met die Could you be loved-achtige riddim, maar songs als 'We want to be free', live gelardeerd met spectaculaire dubs en instrumentals, lanceren Campbell echt wel naar een nieuw tijdperk, waar de ritmes van one drop, Britse steppers en oude rockers samensmelten in een postmoderne foundation sound. Het album is niet toevallig gemixt door eigentijdse dubmeesters als Yesking, Mannaseh en Ticklah.
En daaroverheen dus de nog altijd zuivere falsetto van Cornel Campbell, de Jamaicaanse nachtegaal, 68 intussen, met een stem die niet door merg en been gaat maar wel door hart en ziel. Kippenvel en tranen in de ogen, u mag dat gerust weten. Bij 'Jah me no born yah' bijvoorbeeld, een van de beste sufferer's songs ooit gemaakt en ook prima hernomen op de plaat met Soothsayers. De kers op de taart was 'My country', in vinylkringen een felbegeerd collector's item, in de VK uitmondend in een sublieme, geestverruimende dub, het ultieme slotakkoord van een meesterlijk concert.
Ik heb enkele van de beste concerten de voorbije twaalf maanden gezien in de VK: Midnite, Protoje, en nu Cornel Campbell. Met dank aan coördinatrice Sara Corsius die belooft dat reggae ook in 2014 een van de vaste pijlers blijft in de programmatie.
(Foto Fabidas)

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Nov 29, 2013