
26 jaar na zijn dood wordt Peter Tosh eindelijk vereerd met een mooie biografie. Voor 'The life of Peter Tosh - Steppin' Razor' heeft de Britse journalist John Masouri zijn informatie vooral uit interviews en artikels gehaald, wat een uitputtend historisch portret oplevert van de enige echte revolutionair die de reggae ooit gekend heeft.
Ik heb Peter Tosh nooit live gezien. Het is een van de blijvende leegtes in mijn reggaeleven. Die ene keer in het Groentheater (1979, Brussel) zat ik in Griekenland (wat ik ook voor geen geld had willen missen). Ik vind ook niet alles even goed van Peter Tosh, hoewel ik na het lezen van dit boek verschillende nummers opnieuw gecheckt heb, sommige voor het eerst opgezet sinds de vroege jaren 80. Als je leest hoe die tracks tot stand zijn gekomen, welke fantastische muzikanten eraan hebben meegewerkt, wat die soms mysterieuze en apocalyptische teksten ècht te betekenen hebben, krijgen ze toch meer kleur, een diepere dimensie. Ja, ook de grote hits van Tosh, de tunes die ik al 35 jaar meedraag, de nummers die je onvermijdelijk te horen kreeg als je in de jaren 70 naar reggae begon te luisteren.
'Legalize it' natuurlijk, uitgegroeid tot een anthem van blowers en growers over de hele wereld. Wij gingen er destijds van uit dat die legalisering hooguit nog een paar jaar op zich zou laten wachten, en dat herbs in Jamaica al lang geen issue meer waren. Wisten wij veel dat Peter Tosh voortdurend werd opgejaagd en één keer zelfs ernstig mishandeld door de politie. Dat hij, compromisloos en onverzettelijk, wel degelijk veel weerstand opriep in zijn thuisland. Geen enkele artiest durfde toen zo zijn nek uitsteken, toch niet van zijn allure, even goed in het buitenland als op het eiland. Niemand pronkte zo uitdagend met zijn rookattributen, een dikke spliff, een mooie pijp, of poseerde voor zijn albumcovers in een veld vol wiet.
Goed dat Masouri dat klimaat nog eens schetst. Het maakt de attitude van Peter Tosh er alleen maar moediger en relevanter door. En zouden de bizarre denkbeelden van de zanger in zijn latere levensjaren inderdaad het gevolg zijn van een leven lang smoren, zoals Masouri suggereert, of misschien toch van die mishandeling op het politiebureau, waar vooral het hoofd van Tosh het zwaar te verduren kreeg? Vraag maar aan Robbie Lyn en Nambo Robinson, zij waren erbij.
'Equal rights': is er ooit een sterkere protestsong geschreven? Welke zanger heeft de essentie van ongelijkheid en onrechtvaardigheid in de wereld ooit krachtiger en duidelijker geformuleerd? 'Don't look back': ook een heldere herinnering, want een van de allereerste (en nog altijd enige) reggaehits uit de geschiedenis. Blijkbaar hadden veel mensen toen een blank glijmiddel nodig om het nieuwe ritme te kunnen verteren. 10CC scoorde een nummer 1 met 'Dreadlock holiday', Two Tone bracht wit en zwart samen, en Peter Tosh maakte een duet met Mick Jagger.
Tosh en de Rolling Stones: het is een verhaal apart, en John Masouri reconstrueert het minutieus. Hoe hebben ze elkaar leren kennen? Hoe werkten ze samen? Hoe kwamen ze zakelijk (niet) overeen? We zijn getuige van het leven met de Stones on the road, in Jamaica en in Bearsville, New York, waar Peter Tosh kon beschikken over een ultramoderne studio annex repetitieruimte. Bij hem stond er grote zak wiet op tafel, in de aanpalende studio, waar de Stones aan een nieuw album werkten, een zak coke. Niemand heeft Tosh ooit cocaïne zien gebruiken, en hij heeft zich er ook altijd fel tegen afgezet. Maar van deze mannen kon hij het blijkbaar verdragen.
De vriendschap tussen met name Keith Richards en Peter Tosh is later flink bekoeld. Volgens Richards maakte Tosh misbruik van zijn gastvrijheid in het huis dat hij tijdelijk mocht bewonen, Point of View, in de buurt van Ocho Rios. Ik kan mij de dubbele gevoelens van Richards perfect voorstellen. Die Jamaicanen kunnen zo verdomd koppig en eigenzinnig zijn, overtuigd van hun gelijk en met een grote minachting voor wie hen niet wil of kan begrijpen.
Zo heeft de buitenwereld ook nooit echt hoogte gekregen van de volgens sommigen noodlottige invloed die Marlene Brown zou uitgeoefend hebben op Peter Tosh. Feit is dat ze zich in de jaren 80 profileerde als zijn agent en manager, een vrouw die niet alleen het bed met hem deelde (en zijn diepste geheimen) maar ook zijn carrière in goede banen probeerde te leiden. Peter luisterde altijd naar Marlene Brown, leren we uit het boek, vaak tot wanhoop van vrienden en mensen van de platenfirma. En ze was er ook bij op 11 september 1987, toen Peter Tosh vermoord werd. In 2012 praatte ze daar uitgebreid over met Mutabaruka. In dit boek komt Brown er niet echt goed uit, een beetje zoals Yoko Ono verweten werd dat ze John Lennon zou beknot hebben in zijn denken en creativiteit.
Maar het grootste deel van deze biografie gaat (gelukkig) over muziek. We beleven het ontstaan en de eerste successen van The Wailers door de ogen van Peter Tosh, niet alleen zanger maar ook gitarist, toetsenist en percussionist. We leren hoe hij samen met Bunny de groep rechthield toen Bob Marley in de States zat, maar tegelijk aan een mooie solocarrière begon, met opnames voor Joe Gibbs,Randy's, Lee Perry, Bunny Lee en andere pionierende producers. Ook die tunes heb ik nog eens opgelegd, vergeten parels als 'Downpressor man', 'Black dignity', 'Arise blackman', 'The toughest', 'Stepping razor', allemaal in hun vroegste, puurste uitvoering. Ze hoeven niet onder te doen voor het werk van The Wailers uit die tijd. Verbazend ook om te lezen hoe vaak Tosh in de studio zat voor sessiewerk. Met Derrick Morgan, Fred Locks, Alton Ellis, U-Roy, Aston en Carlton Barrett, later Bunny Wailer en Ras Michael: Peter leefde voor zijn muziek en de muziek van anderen. Veel meer dan Bob Marley zat hij verankerd in de lokale scene, maakte hij deel uit van het authentieke Jamaicaanse reggae-universum.
Maar Peter Tosh voelde zich uiteraard even sterk verbonden met Afrika, het land van zijn voorvaders. Het relaas van zijn bezoek aan Swaziland, toen nog een zogenaamd 'thuisland' voor zwarten in het apartheidsland Zuid-Afrika, is een van de mooiste hoofdstukken in het boek, een kleurrijk getuigenis van Tosh' populariteit in Afrika. Hij wilde daar overigens alleen optreden als hij vrijuit dagga mocht roken, of wat had u gedacht?
Zijn livity was rastafari from creation. Peter Tosh gaf de rastaman het revolutionaire karakter en charisma van Che Guevara. In 1967 maakte hij al 'Rasta put it on', de eerste tune die rastafari expliciet vermeldde in de titel. 'Black dignity' en 'Earth's rightful ruler' gaf hij een nyabinghiritme, ook een nieuwigheid in die dagen. John Masouri doet geen moeite om het mysterie van rastafari verder uit te diepen maar daar zijn andere boeken voor. De auteur kadert de evolutie wel mooi in het tijdsbeeld, met verwijzingen naar Black Power in Amerika en de ontvoogding van Afrika. Uitgebreide aandacht is er ook voor de militante toespraak van Tosh op het legendarische One Love Peace Concert in 1978, veeleer politrics dan concert, en het gloriemoment van Peter Tosh als reggae rebel.
In de tweede helft van de jaren 70 kreeg Peter Tosh als een van de weinige reggaezangers toegang tot de productiefaciliteiten van grote westerse rockbands. Het verleidde hem en zijn muzikale metgezel Mikey Chung tot gedurfde experimenten die bij de reggaefans niet altijd in goede aarde vielen. Masouri maakt ons attent op de creativiteit en verscheidenheid van die latere albums, en hij heeft een punt. Tosh verkende de grenzen van het genre, wilde groeien als artiest en reggae naar een hoger niveau tillen. Dat is hem, met platen als 'Dread or alive' en 'Mystic man', beter gelukt in de Verenigde Staten dan in Europa. Maar zoveel jaar later klinken die rijke, gevarieerde producties toch weer fris en intrigerend. Ik moet toegeven dat ik het werk van Peter Tosh destijds, in de jaren 80, wat onderschat heb.
Blij dat John Masouri deze biografie geschreven heeft. Ik heb nu nog meer respect voor Peter Tosh, en zeker voor de muziek die hij gemaakt heeft. Hij had zijn rare kanten, heeft sommige mensen slecht behandeld, zelfs lichamelijk mishandeld (weten we uit goeie bron), maar zo gaat dat in Jamaica, land van rude boys en rebels. Tosh wàs een rauwe man, en in alle opzichten een rebel, even goed mystic man als steppin' razor. Maar bovenal toch muzikant met een boodschap, een singer-songwriter geworteld in de Caribische en Afrikaanse cultuur, held en profeet van de reggae.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Nov 01, 2013