Reggae.be
Dub be good to me: een jaar lang dub in de AB
Roots & CultureAug 27, 2013

Dub be good to me: een jaar lang dub in de AB

By Jah Shakespear

De AB heeft een aanleiding gevonden om een heel seizoen dub te programmeren:  45 (!) jaar geleden heeft King Tubby zijn eerste dub tune opgenomen. De meester zelf kan er al lang niet meer bij zijn maar discipelen van allerhande slag betonen hem de nodige eer tussen augustus 2013 en mei 2014.

Het brein van Dub be good to me is Kurt Overbergh, artistiek directeur van de AB en zelf een grote liefhebber van all things dub. 'Met de concertreeks Dub be good to me willen we een soort synthese maken van wat we tot nu toe hebben gedaan in dat uitgestrekte universum,' zegt hij. 'Dub is een veel vrijere manier van muziek maken dan wij in het westen gewend zijn. Hier ligt de nadruk altijd op de song en de melodie maar ik vind de beste dub even goed als een freestyle van Jay-Z in het Sportpaleis of een improvisatie van Tony Braxton op Jazz Middelheim. En wat zouden Skrillex en Major Lazer zijn zonder de technieken van de dub? Om die reden halen we ook PIL nog eens naar Brussel, maar even goed Greg Haines, een klassieke pianist die zwaar beïnvloed wordt door de muziek van Lee Perry en het Berlijnse collectief Rhythm & Sound. Hij stuurt het geluid van zijn piano door processoren en reverbmachines en creëert zo weer een heel nieuw soort dub.'

Het begon, als zo vaak in de muziek, met een vergissing. In de befaamde Treasure Isle-studio van Duke Reid liet een technicus in de eindmix van een nummer van The Paragons per ongeluk de vocale track weg. Ruddy Redwood, de DJ voor wie de unieke persing (dub plate) bestemd was, joeg de instrumentale versie van On the beach de volgende avond toch door de grote luidsprekers van zijn sound system, en de mensen vonden het geweldig. Algauw verschenen in Jamaica de eerste singles met een op de b-kant een version van de originals, een gebruik dat tot vandaag standhoudt. Wat toen, in 1968, nog evenzeer een economische als een artistieke keuze was. Een tweede nummer was niet meer nodig, een instrumental van de a-kant kon volstaan.

Een andere sound system man, Osbourne 'King Tubby' Ruddock, kreeg het idee om die instrumentals wat meer kleur te geven. Af en toe liet hij de stemmen terugkeren en geleidelijk begon hij ook te experimenteren met de andere instrumenten. Wat gebeurde er als hij de gitaartrack wegliet, en de blazers? In de Verenigde Staten tikte Tubby's een echokamer op de kop, phasers en andere gespecialiseerde apparatuur die hij zelf verbouwde en waarmee hij voortdurend  nieuwe sounds en effecten creëerde. De instrumentale versie werd een dub, een gefragmenteerde reflectie van het origineel, soms teruggebracht tot het pure ritme, bas en drum, dan weer opgesmukt met echo's, reverbs en gekke geluiden. 'Psychedelische mengtafeljazz' heeft de Belgische reggaepionier Professor Cat dub ooit genoemd, met de studiotechnicus als improviserende muzikant, de man die elke standard (riddim) telkens weer als nieuw doet klinken. De grootste virtuozen van die oorspronkelijke dub waren King Tubby en Lee 'Scratch' Perry, die in enkele jaren tijd een onwaarschijnlijke hoeveelheid dubtracks hebben uitgebracht.

'Onbewust is het bij mij allemaal begonnen met Doe Maar,' zegt Kurt Overbergh. 'Mijn allereerste plaat was Virus, maar ik vond dat toen in eerste instantie gewoon geweldige popmuziek. Doe Maar was ook mijn eerste concert, in Hof ter Lo. Wist ik veel dat die gasten eigenlijk reggae speelden. Mijn frank is pas echt gevallen toen ik een jaar of 10 geleden op Doe de dub stootte, de dub-LP van Doe Maar. Heel straf, voor een paar blanke jongens in de jaren 80. En waarschijnlijk heeft die muziek later toch mijn liefde voor reggae en dub getriggerd.'

Dub is sinds King Tubby niet meer weg te denken uit de reggae, al was het maar omdat zo rond 1970 ook de eerste deejays hun opwachting maakten in de studio. Niet wat wij een DJ noemen, iemand die platen draait, maar een straatwijze woordenkunstenaar die zijn teksten ritmisch declameert over de muziek. Een rapper, inderdaad, maar dat woord bestond nog niet, of toch niet in de muziekwereld. In Jamaica spraken ze vroeger ook van 'toasters'. Ze deden hun ding niet op digitale beats maar op gedubde instrumentale muziek. Die traditie introduceerde de Jamaicaanse DJ (in dit geval wel de platendraaier of 'selector') Cool Herc midden jaren '70 in New York, en initieerde daarmee de hiphop. In plaats van reggaeritmes gebruikte de van oorsprong Jamaicaanse DJ Cool soul- en funkbeats. In plaats van Jamaicaans patois spraken zijn rappers slang uit de Bronx.

'Veel te weinig mensen beseffen hoe ingrijpend de invloed van de muziek van dat kleine eilandje Jamaica is geweest,' zegt Overbergh. 'Ik heb mijn thesis gemaakt over hiphop, ben daarvoor ook zoek gegaan naar de roots van die muziek. Zo kwam ik terecht bij jazz, Afrikaanse griots, reggae en dub. Later herkende ik sporen van dub en reggae in de triphop, de hele remixcultuur, drum&bass, 2-step, dubstep, noem maar op.'

De concertreeks zou ook Dub me crazy kunnen heten, de titel van een reeks dubalbums die intussen meer dan 30 volumes telt, and still counting. De Britse Mad Professor (Neil Fraser) heeft sinds 1980 zijn eigen dubimperium uitgebouwd, nog sterk beïnvloed door de Jamaicaanse traditie maar tegelijk nieuw en inventief. Adrian Sherwood ontwikkelde in diezelfde periode zijn unieke On U Sound, met flarden punk, metal en spoken word. Jah Shaka is het grote voorbeeld van zowat alle Europese sound systems die zich bekwaamd hebben in jachtige steppers, de muziek van een vrijwel onbekende maar zeer loyale subcultuur.

Kurt Overbergh: 'Ik wilde ook de taal van Jamaica naar de AB brengen en klaarheid scheppen in de vele begrippen die de ronde deden. Drum & bass bestond ginder al toen wij alleen nog maar disco kenden. Een Jamaicaanse deejay is een rapper, of een toaster, en wie is dan de selector? Wat is het verschil tussen een version en een remix? De Jamaicanen gaan ook slecht om met hun erfgoed. Ik heb pas onlangs Aquarius Dub gekocht, volgens sommige mensen de allereerste dub-LP, maar daar staat niks informatie op, zelfs geen producer of studio.'

Het is geen toeval dat de belangrijkste vertegenwoordigers van de triphop,  Massive Attack en Portishead, afkomstig zijn uit Bristol, een stad met een rijke reggae- en dubtraditie. Horace Andy was de favoriete zanger van 3D en Daddy G van Massive Attack, en beleefde dank zij hen een tweede carrière. Hetzelfde geluk viel de oude Max Romeo in de schoot toen The Prodigy hem samplede in Out of space, geen dub of reggae maar wel een bastaardkind van de jungle. The Orb, destijds geclassificeerd als 'ambient', werkten hun dubs uit tot kleurrijke geluidslandschappen, soms fris en verrassend, soms saai en veel te lang uitgesmeerd, vaak met verhulde thema's uit reggaeklassiekers.

Met de woorden 'drum and bass' werd eind jaren '70 al de muziek van Sly & Robbie gedefinieerd, de ritmetandem die meer basistracks voor dubs heeft ingespeeld dan wie ook in de wereld. De drum & bass die 20 jaar later de clubs veroverde hield van de reggae alleen de bas over, terwijl de drumbeats een paar versnellingen hoger werden geschakeld. Meesterwerk: New forms van Roni Size, afkomstig uit...Bristol.

In de vermaarde Dub Club in Wenen werd een hele generatie Duitse en Oostenrijkse DJ's opgevoed met dub. De lounge of chill out-muziek van het Oostenrijkse duo Kruder & Dorfmeister klonk sommigen rond de eeuwwisseling misschien wat saai in de oren maar wie de heren ooit live heeft zien spelen, op een memorabele oudejaarsavond in de AB bijvoorbeeld, weet dat ook zij altijd hun respect hebben betoond aan de Jamaicaanse originators. Ook in en om Berlijn is de laatste 20 jaar fantastische dub gemaakt. Check de reeksen Echo Beach en Hi-Fi Dub Sessions en er gaat een nieuwe wereld open. Rhythm & Sound creëerde een soort baarmoederdub, en maakte met Paul 'Tikiman' St.Hilaire het nog immer fascinerende album Showcase. Gratis te zien, te horen en te voelen op de openingavond van Dub be good to me, 30 augustus in het Warandepark, Brussel. Later deze herfst komen ook Burnt Friedman en Jaki Liebezeit (ex-Can) nog eens naar de AB, met hun freewheelende improvisaties.

Overbergh: 'Ik ben ook heel blij met de komst van (singer-songwriter) Matthew E. White. Ik zag vorig jaar tot mijn verbazing op de hoes van zijn plaat een portret van King Tubby. Niemand heeft dat opgemerkt maar Matthew E. White is dus ook weg van dub. Hij wilde er absoluut bij zijn, en brengt nu ook een dubversie uit van zijn plaat.'

Verder kijkt Kurt uit naar Hyperdub, een project van dubstepgoeroe Kode9 (Steve Goodman), en Modern Love, 'een label uit Manchester dat donkere, avant-gardistische minimal techno maakt met een soort dronestapijt eronder. Misschien wat radicaal voor sommige dubliefhebbers maar ze putten allemaal uit dezelfde bron, en ze koesteren allemaal de grootste bewondering voor King Tubby's.'

Een scene die Overbergh nog niet kent is die van de UK steppers. Ook van de Beljam dub masters Unlisted Fanatic, Crucial Alphonso of Pura Vida heeft hij nog nooit gehoord. 'Dat bewijst alleen maar dat ik lang nog niet klaar ben met dub, en dat er volgend jaar zeker een tweede editie moet komen van Dub be good to me. Misschien wel een Belgische avond, ja.'

 

Dub be good to me: een jaar lang dub in de AB

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

Dub

Published

Aug 27, 2013