Het is een plezier om de bredren van Ragga Yves bezig te horen, op het vissersstrand van Discovery Bay, Jamaica. Uit de kleine bars en eetstalletjes verderop klinkt een kakafonie van Bob Marley, nieuwe roots en agressieve dancehall. Er is maar een handvol mensen op het strand, van wie de helft zit te soezen, maar het volume van de verschillende geluidsinstallaties staat als gebruikelijk op tien. Hier, op het einde van de baai waar Christoffel Columbus ooit zou geland zijn, is het al een stuk rustiger maar daarvoor ligt er wel een hoop afval.
Met het milieubewustzijn wil het maar niet lukken in Jamaica, maar hoe zou je zelf zijn als je iedere dag moet strijden en hustlen om te overleven? En de Jamaicanen lijken het zich ook niet aan te trekken. Als je een opmerking maakt over het afval krijg je alleen maar verbaasde blikken. Waar heeft die whiteman het over? Een heel andere reactie krijg je hier als je de naam Ragga Yves laat vallen. Golden Neggle a.k.a. Ninja Tooth, Major Knight, Sprine, Herbie a.k.a. The Boss, en vooral Singing Chris: ze kunnen hun Belgische broeder niet genoeg lof toewerpen.
'I can see Bob Marley in the energy that Ragga Yves is pushing out,' zegt Herbie. 'Him born in the month of February, Bob Marley month,' vult Singing Chris aan.
'Real soldier, man! Powerful guy!,' zegt Major Knight.
'I remember the first stage show mi do with him,' vertelt Singing Chris. 'Im singin 'No watch mi color, because mi black ina mi heart.' People get crazy. The whole place burn!'
Major Knight: 'Yes man, fire burn!'
Sprine: 'Im perform with a sound system called Mellow Mood.'
Golden Eggle: 'Everybody like Ragga!'
De natuurlijke leider van het groepje is de oude Rupert Willington, ook wel Daddy Spear genoemd, omdat hij ooit samen met Winston Rodney het duo The Burning Spear vormde. Zijn verhaal lees je elders op deze site maar ook hij bevestigt de status van Ragga Yves in Jamaica.
'One day I see him on the street in Runaway Bay. Im come and check me and tells me he's an entertainer, a deejay. Let me hear you, I say. He started right away, on the spot, and I listened very carefully. I immediately decided I wanted to work with him, I take him very seriously. I inspire him to do the song
'Rastaman Corner', about our own little corner in Farm Town where we reason. People love Ragga, man. Any stage he touches! You tell the people in Belgium Ragga is a great entertainer.'
Originators
Goed om dat te horen, zo ver van huis. We wisten al langer dat Ragga Yves zich nergens zo goed voelt als in Jamaica, en ook dat hij er veel meer respect krijgt als deejay dan in zijn thuisland. Terwijl hij hier toch een van de originators is, samen met de Antwerpenaars Gaba Longstyle, Ras Feel en Grasshopper een van de eerste echte Beljam deejays.
'Ik was 18 jaar toen ik voor de eerste keer reggae hoorde,' zegt Ragga Yves, 'bij Willy Fari (Dirk De Vuyst). Hij droeg een rastamuts en een T-shirt van Bob Marley. Hij riep 'Jah! Rastafari!' en sprak Engels met een Jamaicaans accent. Ik dacht nog: wat is er mis met die gast? Willy gaf mij een boek mee over reggae en rastafari, en een cassette met 'Babylon by bus', de dubbele liveplaat van Bob Marley. Maar het interesseerde mij eigenlijk geen bal. Ik was een punkrocker. Sex Pistols, Vice Squad… Ik vond het maar raar, al die Jamaicaanse blabla. Tot ik een paar maanden later in mijn bed lag en niet kon slapen. Hoofdtelefoon opgezet en die cassette van Bob Marley ingestoken. 'Greetings in the name of His Imperial Majesty! Jah! Rastafari!' Ik kreeg plots een warm gevoel in heel mijn lichaam. Ik wist niet wat er gebeurde maar die muziek nam plots bezit van mij. Ik ben de volgende dag niet naar school geweest. Ik wilde meteen dat boek lezen, alles weten over die muziek en die cultuur. Mijn eerste concert was Black Uhuru in Vorst Nationaal, toen als voorprogramma van King Sunny Adé. En toen The Skyblasters werden opgericht, zag ik voor de eerste keer een Belgische deejay: Prince Far Out. Ik voelde me gesterkt om het thuis ook te proberen, meestal op dubs van Prince Far I.
Mi name Ganja Yves and mi smoke ganja: dat soort teksten.'
Enter Marco Demunster, een van de weinige Belgen die het hele Beljam-parcours hebben afgelegd. Reggae leren kennen in de befaamde dancing Popcorn in Drongen, midden jaren '70, toen de muziek uit Jamaica ook nog popcorn genoemd werd, bij gebrek aan een beter woord. Een punkperiode, met bijzondere aandacht voor The Clash. En dan een programma op een van de nieuwe vrije radio's, toevallig Studio 1 genaamd (later SIS), in Gent. Roots Connection heette de show, en de grote antenne droeg het signaal tot ver in Oost-Vlaanderen en zelfs over de grens. Van het een kwam het ander en Ras Bors begon zich ook te profileren als DJ. In Ragga Yves vond hij algauw een geschikte MC. 'Hij kwam gewoon de microfoon vragen.' Oorspronkelijk opereerden ze onder de naam Raggamuffin' Sound System, 'maar dat werd verkeerd geïnterpreteerd,' aldus Marco. 'De mensen dachten dat wij alleen raggamuffin' speelden, wat voor ons niet eens een muziekgenre was.'
Daktari
De nieuwe en definitieve naam was Daktari, naar de legendarische Amerikaanse tv-serie uit de jaren '60. Daktari heeft in de jaren 80 overal in het land gespeeld en legde zo mee de fundamenten van het huidige circuit. Ragga Yves was zowat de enige Belgische deejay met een geloofwaardige stijl en dito accent, èn genoeg nieuwe tunes om de massive te blijven boeien. In 1989 nam hij een redelijk revolutionair nummer op met de harde gitaarband Jason Rawhead ('Black box')en hij heeft nauw samengewerkt met de crew van de Bob marley Studio in Sheffield, UK: Dappa Dan, Captain Morgan en de curieuze rootszanger Desi D, die op initiatief van Daktari ooit nog heeft opgetreden in Aalst en Wachtebeke.
Borsalino claimt dat Daktari begin jaren '90 ook de eerste Belgische dub plates heeft gemaakt, onder meer met de jongens van Bob Marley Studio en met de Jamaicaanse Belg Dennis Whurl van Red Alert sound. Ras Borsalino trok al in 1983 voor het eerst naar Jamaica, toen nog met een tentje. Hij heeft sindsdien in Montego Bay gewoond, in Runaway Bay, in de buurt van Ocho Rios, en in Negril. Tot een paar jaar geleden zette hij rondreizen op voor Europese (vaak Belgische) toeristen, maar daar valt sinds de komst van de grote resorts geen geld meer mee te verdienen. Bors verblijft nog vaak in Jamaica maar heeft zijn thuishaven (en werk) opnieuw in België.
Het was ook via Marco dat Ragga Yves in 1989 in Jamaica belandde. Hij kon er terecht bij de familie van Dennis Whurl, in Portmore.
'Newland District, Princetown, pure ghetto,' preciseert hij. 'De familie van Dennis heeft me goed opgevangen en na een paar dagen kon ik al mijn eerste stageshow doen, in de Portmore Entertainment Center. Een deejay contest. Ik won daar de tweede prijs, ina real rude boy style, zoals dat toen de gewoonte was. Van dan kon ik niets meer verkeerd doen. 'White DJ! You bad! Bad, man!' Ze zagen ook dat ik zelf geen geld had, dus er was niemand die mij iets vroeg. Ik trok mijn plan, zoals zij.' Ragga Yves legde in Portmore en Kingston contacten met tal van artiesten en producers, onder meer met Professor Nuts. Na een viertal maanden verhuisde hij naar het strandhotel Villa Rose in Runaway Bay, op aanraden van Marco. Hij leerde er Daddy Spear kennen, Singing Chris en Chicken Pack, twee jonge deejays van Farm Town. Ragga Yves: 'Ook hun familie heeft mij altijd supergoed ontvangen, heel het dorp eigenlijk. Ik krijg daar van iedereen maximum respect en als ze iets nodig hebben, komen ze het op een deftige manier vragen. Niemand valt mij lastig.'
Illegaal in Jamaica
'Mijn integratie in Jamaica ging vanzelf. Ik hoefde er geen moeite voor te doen. Na een maand sprak ik patois en werd ik door iedereen aanvaard. Ik weet dat ik nooit 100% Jamaicaan zal zijn maar zo voel ik me wel, en ik leef er ook naar. Ik heb mij in Jamaica altijd veel meer op mijn gemak gevoeld dan hier. In België voel ik mij meestal een vreemdeling die door de meeste mensen niet gerespecteerd wordt.'
De eerste en de tweede keer hield Ragga zich nog netjes aan de termijn van drie maanden die het toeristenvisum hem toeliet. Zijn derde bezoek aan Jamaica heeft drie jaar geduurd, met een gelijkaardig visum op zak. Al die tijd was hij dus illegaal in het land maar daar maalde blijkbaar niemand om.
'Ik wilde in Jamaica blijven maar geld had ik niet. Ik ben dan werk gaan zoeken in de clubs van Negril, en in de Yacht Club kreeg ik een break van de Amerikaanse eigenaar Chuck. Er speelde daar iedere avond een groepje, Mighty Airwave Crew, en ik mocht laten zien wat ik kon, als support van de andere deejays, mannen als Suga D, Lion Tempah, Jah Bless, Principal…' 'MC Earlocks introduceerde mij: 'Man from Belgium! Ragga Yves!' Mijn eerste tune was 'Poor people dem afraid', de tekst ik in België had opgenomen met Jason Rawhead. Harde lyrics: 'Mi don't want no neonazi ina mi country, black and white, we're all the same.' De mensen in de club werden gek. Ik mocht een half uur doorgaan, pure impro. Ik heb altijd genoeg inspiratie gehad om te improviseren als deejay. Je ziet genoeg funny and nasty things om iets over te zeggen, hier en nog meer in Jamaica. Dat is ook de essentie van de Jamaicaanse deejaycultuur: ze zeggen iets over de dingen die ze zelf meemaken.'
'Chuck wilde mij graag engageren als vaste deejay, in ruil voor een prachtige kamer op het strand, een warme maaltijd per dag en een vijftal drankjes. Ik heb daarnaast een wiethandeltje opgezet, en zo kon ik overleven. In de club kende ik almaar meer succes en na een tijdje kon ik ook optreden in The Boss, Roots Bamboo, Manley Park en andere clubs op het strand van Negril.' 'Negril heeft een slechte naam maar de stad trok wel veel talent aan. Zo liep er een Italiaan rond met dreadlocks: Alborosie, hoorde ik later. In de club MX 3 kwam de jonge, nog onbekende Sizzla optreden. Ik moest bij die bobo's mijn kop maar laten zien of het was al van 'fire 'pon whiteman!' In een contest moest ik het opnemen tegen Suga D Jah Bless, nog wat lokaal talent en a youth named Gentleman from Germany. Nog nooit van gehoord. Ik was tweede, hij vierde. Maakt mij allemaal niks uit, nuff respect voor Gentleman en zijn succes.'
De deportatie
'In de Yacht Club heb ik ook Fabulous leren kennen, een zanger die – dacht ik – een goeie maat was van mij. Wat ik had, deelde ik met hem. Maar toen Chuck mij in 1998 liet weten dat hij mijn kamer wilde verhuren aan toeristen, en ik een ander onderkomen, moest zoeken, heeft Fabulous mij toch verraden. Ik had besloten om naar Kingston te gaan, om daar mijn kans te wagen in de muziekwereld. Ik had nog juist 5000 Jamaican dollar voor een busticket. Toen Fabulous hoorde dat ik geen geld had om zijn ticket te te betalen, is hij naar de politie gestapt. Nog voor ik kon vertrekken, heeft de immigratiedienst mij opgepakt en het land uitgezet. Eerst een dag in de cel, dan op het vliegtuig naar Montego Bay, om van daar meteen door te vliegen naar Amsterdam. Ik mocht vijf jaar niet meer in Jamaica komen.'
Korte tijd nadat hij weer thuis was, in België, verkaste Ragga Yves naar Almeria, in Spanje. Samen met producer Marlon Waegemans nam hij daar de novelty (radio)hit 'Hattie hattie' op, onder de naam Ganja Kid, met een vervormde kinderstem. Hij verdiende er ook wat bij met reggae party's in hotels en op het strand. En dan slaat het noodlot toe. In 2000 laat Ragga Yves bijna het leven in een zwaar auto-ongeval. Hij verliest het grootste deel van zijn geheugen en kan nog amper praten.
'Ik heb alles opnieuw moeten leren. Dat heeft me acht, negen jaar van mijn leven gekost. Om je een idee te geven: ongeveer twee jaar na het ongeval liet een vriendin mij een cd horen met opnames die ik zelf gemaakt had. 'Niet slecht,' zei ik, 'maar toch niet mijn ding. Zet maar af.' 'Je weet toch wie dat is?' zei zij. 'Nee.' 'Ragga Yves!'
Gelukkig kon Ragga Yves ook enige tijd revalideren in Jamaica bij Sheba, de zus van Red Alert-DJ Danger, die hij had ontmoet in de Yacht Club.
'Hoewel ik nog niet goed bij mijn hoofd was en nog niet goed kon articuleren, heb ik toen toch een single opgenomen met Suga D, 'Africa'. De tune sloeg aan op Irie FM en Vibes FM, en ik heb veel optredens kunnen doen, op sound, met groepjes, in Negril en daarbuiten: Red Hills, Kingston, Mountain View, some serious areas. Meestal met de original Principal from Sturgav Sound. Gelukkig kenden ze die daar overal. De mensen in het algemeen heel positief op mijn set, soms onverschillig en heel soms vijandig. Het was niet altijd even gemakkelijk maar ik vind mezelf wel bevoorrecht dat ik deel kan uitmaken van die cultuur, dat we elkaar dingen kunnen leren en tonen die de andere nog niet kent. Ik deel wat ik heb met de Jamaicanen, ook mijn spiritualiteit. En ik laat de mensen hier zien dat Jamaica niet alleen sea, sun and sex is.'
New time & age
Ragga Yves is intussen getrouwd met Sheba en heeft in Jamaica een hele reeks nieuwe tunes opgenomen. Met producer-engineer Jervis Elliott werkte hij samen in de Junkyard Promotion Studio in Ocho Rios. Daddy Spear nam hem mee naar Cut Stone Studio in St.Anne's Bay, waar Ragga kon beschikken over vijf riddims van Ernest Ranglin. '5000 dollar per riddim. Het was geen sell out, ik de riddims zijn niet exclusief van mij, maar ik heb ze wel aangegeven bij Sabam. Tijdens dezelfde sessie heb ik ook Singing Chris, Major Knight en Kunta Kinte een tune laten voice. Kunta Kinte is een echte living bushman, met een Luciano-achtige stem. Ik had geen budget meer om hem te betalen, ik ben ook geen producer, but we are rasta, yu' know. Ik heb hem toch nog iets kunnen geven, peanuts eigenlijk, en hij heeft zijn tune kunnen opnemen. Het was veruit de beste version van die riddim en het beste nummer van de plaat.'
Overigens heeft Ragga Yves ooit ook een tune opgenomen in de studio van UB40, in Oracabessa, met Pops Darling achter de knoppen, op de populaire Lalibela riddim. Het nummer is nooit uitgebracht maar in farm Town vinden ze het nog altijd een van de beste versions, en Ragga Yves heeft twee dagen kunnen doorbrengen in het gezelschap van Ali Campbell en ander UB40-volk. Met Singing Chris en Golden Niggle trok Ragga Yves dan weer naar de befaamde Kariang Studio, waar Garnett Silk destijds zijn eerste stappen in de muziekwereld heeft gezet. Om maar te zeggen dat deze man een stapje in de (Jamaicaanse) wereld heeft gezet. Geen Belg heeft ginder vaker opgetreden en meer succes gekend. Geen Belg is meer Jamaicaan dan Ragga Yves, of het moet de roemruchte Pancho zijn.
En die Belgium Sound Clash in 2011 dan, waar Daktari roemloos de aftocht moest blazen? Voor sommige mensen genoeg reden om Ragga Yves definitief af te schrijven.
'Ik heb mij nooit goed gevoeld bij dat clashconcept,' zegt hij daar zelf over, 'en in Jamaica hanteren de sound systems ook een heel andere stijl. Alle respect voor de Beljam sounds maar ik heb mijn sporen ginder verdiend, en ik krijg in Jamaica ook meer dan genoeg erkenning voor mijn werk.'
De beste nummers die Ragga Yves in maart van dit jaar heeft opgenomen in Jamaica zullen in het najaar verschijnen op een nieuw album, samen met een aantal nieuwe tracks. Voor een exemplaar van de limited edition die in Jamaica is verschenen kunt u terecht op volgend emailadres:
[email protected]