
Weinig weerklank in Vlaanderen voor het Festival des Libertés/Vrijheidsfestival in Brussel, tien dagen van concerten, films, theater, workshops en debatten over een actueel onderwerp, dit jaar 'Anti-crisis'. Met op de sluitingsavond twee reggaelegendes die de crisis van Babylon lang geleden al zagen aankomen.
Ik ben gestopt met tellen. De eerste keer dat ik Max Romeo live zag, was ergens in de jaren '80 in Hof ter Lo (nu Trix, Antwerpen). Reggaeconcerten waren toen nog redelijk uitzonderlijke gebeurtenissen en we behoorden in de zaal allemaal zo'n beetje tot dezelfde generatie, de eerste Beljam-generatie zeg maar. Het onderscheid tussen dancehall, roots en dub bestond nog niet, of kwam toch nog niet zo scherp tot uiting. Max Romeo wilden we allemaal zien, de zanger van wat ook in die tijd al onbetwiste klassiekers waren: 'One step forward', 'War ina Babylon', 'Uptown babies' en 'Chase the devil' (lang voor The Prodigy het nummer zou samplen), allemaal tracks van dat ene klassieke album dat Romeo gemaakt heeft met Lee Perry in de Black Ark, 'War ina Babylon'.
Die tunes zingt Max Romeo ruim 25 jaar later nog altijd, aangevuld met enkele vroegere ('Three blind mice', 'Public Enemy Nr.1') en latere hits ('Selassie forever', zijn persoonlijke geloofsbelijdenis, 'Melt away', 'A little time for Jah'), een beklijvende a capella versie van 'Redemption song' en in de bisronde een vrolijke skamedley. En toch is het iedere keer weer een plezier om hem bezig te zien. Max Romeo geeft mij nog altijd kippenvel, omdat hij die songs uit het hart brengt, en tegelijk met de kracht van een leeuw. En omdat zijn eigen (Engelse) Charmax Band de nummers na al die jaren een heel nieuw en eigen gezicht heeft gegeven. Verwacht niet de sound van de seventies maar een energieke , 21ste-eeuwse update, met versnelde tempo's en eigenzinnige arrangementen. Twee zangeressen en twee blazers zorgden in Brussel voor de nodige kleurschakeringen in de muziek. 'I don't want to sound old,' zei Max na afloop van het concert backstage. Hij geeft de mensen wat ze willen, hit after hit, maar wel op zijn voorwaarden, in een uitvoering die het ook voor hem een beetje leuk en spannend houdt. En dus ook voor ons, trouwe fans van het eerste uur die Max Romeo na al die jaren nog niet beu zijn.
Dat geldt eigenlijk even goed voor U-Roy, ook een man die zich nooit tevreden heeft gesteld met een klakkeloze uitvoering van zijn hits. Opnieuw twee (andere) blazers, in het koortje een vrouw en een man, en een band die dub speelde zoals U-Roy die tot diep in de jaren '90 alleen maar in de studio kreeg toebedeeld en er tegelijk een spetterende live-dimensie aan toevoegde. Heeft 'African girl' al ooit zo feestelijk en meeslepend geklonken als zaterdag in het Théâtre National? Is het vocale samenspel tussen U-Roy en zijn koortje ooit zo mooi geweest, tenzij misschien lang geleden bij Duke Reid? In 'Money money money' leek Horace Andy in persoon mee te zingen, in 'Just another girl' was Ken Boothe vlakbij. En de tunes uit de nieuwe plaat van U-Roy hoefden niet onder te doen voor zijn grootste klassiekers, 'Wake the town', 'Rule the nation', waarvan het succes en pioniersrol hem tot vandaag blijven verbazen. Op dat nieuwe album 'Pray fi di people', ook verkrijgbaar op vinyl, laat Hugh Beckford zich bijstaan door onder anderen Marcia Griffiths, Chezidek, Tiken Jah Fakoly, Professor, Ernest Wilson, Tarrus Riley, Bitty McLean en Horace Andy. Om maar te zeggen dat deze oude rakker zijn zin voor avontuur nog niet verloren heeft, en de rap/toasting zoals hij die zelf heeft uitgevonden nog steeds alle eer aandoet.
U-Roy en Max Romeo, samen 135 jaar oud, en toch forever young. Met de kracht en de glorie van rastafari.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Oct 27, 2012