
Drie ijzersterke shows (Freddie McGregor, Mighty Diamonds en Beres Hammond), The Abbyssinians onweerstaanbaar als altijd en de grote clash Downbeat The Ruler Vs Soul Stereo.
Bewolkt, iets minder warm, en ook minder volk, toch in de vooravond. Op dag drie van het Garance Reggae Festival laat de eerste vermoeidheid zich voelen en blijven veel mensen wat langer op de camping. Pas tegen negen uur zal het park weer helemaal vollopen.
Die laatkomers waren blijkbaar niet geïnteresseerd in Diane Rutherford, een van de weinige vrouwen op het podium van het festival. Deze dame woont in Frankrijk, spreekt al een aardig woordje Frans en laat zich ook begeleiden door een Franse band. Ik onthoud een prima versie van de minimale Sufferah-riddim en een mooie, sterke stem, maar Rutherford heeft nog te weinig songmateriaal om te overtuigen.
We zoeken voor de eerste keer de Dub Corner op. Daar zou King Jammys gisteren in duel moeten gegaan zijn met Mad Professor maar de Koning werd geveld door een hartaanval en ligt in een hospitaal in Marseille. Vandaag opent, zoals elke dag, Blackboard Jungle en de Frenchies doen dat met een geweldige selectie oude rub-a-dub, Dennis Brown en Sugar Minott. Het blijft mij verbazen hoe al die youths staan te dansen op de muziek uit mijn jeugdjaren.
Dan betreden voor de vierde dag op rij Lloyd Parks & We The People het podium. Waarom andere bands uitnodigen als je deze ter beschikking hebt, zeker om zangers te begeleiden die net met deze muzikanten enkele van hun beste platen hebben gemaakt? Dat geldt ook voor Freddie McGregor, ooit een groentje, nu zelf stilaan een reggaelegende. Lloyd Parks mag eerst (nog eens) See them a come (Culture) en Mafia zingen, en leidt zijn band vervolgens naar Studio One Land, waar ook McGregor zo graag verblijft. De Far East riddim hadden we al eerder gehoord maar klinkt altijd weer even krachtig. Africa here I come is wellicht de beste gezongen Studio One version van de Full Up-riddim, met in Bagnol-sur-Cèze bovendien Robbie Lynn op toetsen, de originator van de riddim. Dat zegt toch Bunnie 'Striker' Lee, de fameuze producer die bij ons in het hotel verblijft. Een onuitputtelijke bron van verhalen, die man, en hij zal rond middernacht terecht een kleine eerbetuiging krijgen op het podium, gekleed in een helrood uniform, met de kenmerkende witte kapiteinspet. Bunnie Lee was in Bagnol voor een reasoning in de plaatselijke mediatheek waar ondermeer ook Rita Marley de mensen kwam toespreken. Wij zijn er niet geraakt maar ik betwijfel of Bunnie Lee meer gezegd heeft dan in de twee uur dat ik met hem heb zitten te praten op het terras van de kamer.
Freddie McGregor zong uiteraard ook Push comes to shove, en Big Ship, zijn grootste commerciële successen, Loving pauper en Born a winner, twee van de vele classics die hij gecoverd heeft, Here I Come en Revolution, als eerbetoon aan zijn grote vriend Dennis Brown, en een magistrale uitvoering van Bob Marleys War. Met een zalig skankend Bobby Babylon nam hij afscheid van het publiek, maar niet vooraleer iedereen te waarschuwen voor Eddy Brown. 'Stay away from that man!' Brown is onder andere de manager van Sizzla.
Op de persconferentie later die avond zou Freddie nog zijn nieuwe album aankondigen, negen jaar na het vorige, waarop duetten zullen staan met Gappy Ranks en Etana. Maar hij toonde zich vooral trots op het werk van zijn zoon Genius, een van Jamaica's absolute topproducers.
Ook de Mighty Diamonds staan er nog altijd. Net iets te vaak gezien om nog echt overdonderd te worden maar het moet gezegd dat het trio met deze Franse band een uitmuntend concert neerzette. Het klonk allemaal wat zwaarder en rockgericht dan We The People maar klassiekers als Party time, Poor Marcus, Rise up, Right Time, Have mercy, Africa en I need a roof kregen daardoor wel behoorlijk wat meer gewicht. Het was ook de eerste keer dat ik de Diamonds Tamarind Farm hoorde zingen, een klein meesterwerkje van Sly & Robbie, hier geserveerd met een fantastische dub en overtuigende solo's. De subtiele samenzang verdronk soms in het geluidsgeweld maar werd nooit helemaal weggedrukt en keerde altijd weer mooi terug.
Met Pass the couchie kregen de Mighty Diamonds het hele park op de hand, of wat had u gedacht? Crowd went mad.
Maar het was Beres Hammond die de show stal vrijdagavond, en zijn fantastische Harmony House band natuurlijk, au grand complet, met blazers, percussie, twee toetsenisten en een koortje. Strictly top ranking tunes, waarvan een groot deel op Studio One riddims, en zo herken ik ze ook: Swing easy, Real rock, Stars, Tempted to touch… What one dance can do en Putting up resistance zijn twee klassiekers uit het digitale tijdperk maar klonken nog zoveel beter in de uitvoering van Harmony House. Het samenspel met Beres is na al die jaren haast perfect, zonder ooit glad te worden. Can you play some more mondt uit in een feestelijke instrumental met Afrikaanse vibes. Over de stem van Beres Hammond hoef ik het hier hopelijk niet te hebben: outstanding, wellicht de beste van zijn generatie. Hoe dan ook een show die het beste live-werk van Luciano en zijn band evenaart.
In de Dub Corner waren intussen Soul Stereo en Downbeat aan hun clash begonnen. Het begon licht te regenen, en de dub plates werden – hoewel uniek – veel te kort gedraaid. Het zal mij altijd een beetje blijven storen aan deze formule, dat snelle switchen van nummers, en het aanhoudende commentaar erbij. Er wordt amper gedanst, en we willen nog een stukje van The Abbyssinians zien, angels of rastafari. En daarna op naar dag 4.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jul 27, 2012