
By Rubi Roots/David Rubin
Door de aanhoudende regenval werd de 24e editie van Dourfestival omgetoverd tot één grote modderpoel, maar de vele festivalgangers maalden er niet om en maakten er vier dagen lang het beste van. Uw reporters van dienst bezochten de belangrijkste gebeurtenissen op het vlak van dub(step), reggae, dancehall, hip hop en drum & (vooral veel) bass.
Als professionele kranten maar weinig aandacht besteden aan reggae op Dour, dan moeten wij het maar doen, weliswaar iets later. Het was dit jaar dan ook geen sinecure: ploeteren van het ene podium naar de andere tent, met af en toe een kleine valpartij. Het kon de pret evenwel niet bederven, en zo waren we getuige van enkele sterke reggae optredens en straffe deejay sets, en wederom een aantal ontdekkingen en verrassingen.
Op donderdag viel er voor dit webzine nog niet veel te noteren. De Britse DJ Hype bracht ons in de futuristische Balzaal nog het dichtst bij de wereld van reggae en dancehall, met een zeer vette dubplate van Original Nuttah, jungle anthem bij uitstek.
Voor we op vrijdag richting Magic Soundsystem trokken, hielden we even halt bij ASM (A State of Mind), een stijlvol collectief dat ons positief verbaasde door het hanteren van samples van Fuzzy Jones en U Roy, het projecteren van beelden van Lee Perry tot Mortal Kombat, het gebruik van riddims als Real Rock en Nine Eleven, en een eigen interpretatie van Yellowman's Zunguzung. Say Yes!
De Franse producer Kanka had dit keer geen MC meegebracht, maar de live bas was gewoontegetrouw wel van de partij en zette de stevige steppers extra kracht bij. We hoorden onder meer Revolution (ft. Brother Culture), Rome (ft. Ranking Joe), alweer een sample van Fuzzy Jones, in een lekker langgerekte echo, en de heerlijke stem van Earl Sixteen. Met een eigen versie van Jah Shaka's Revelation 18 (Get out, babylon a burn) kwamen we in de juiste stemming voor Twinkle Brothers, die ons samen met zus Dela helemaal in hogere sferen brachten. Not as young as they are used to, maar deze oudjes hebben nog niets aan kwaliteit en magie ingeboet. Het was genieten van begin tot einde met nummers als Babylon falling, Jahovia, Faith can move mountains, Praise his name en tot slot Never get burned.
Out in the streets, they call it murder! Met Singer Blue en Kenny Knots op de Jamrock riddim begonnen the Dubateers een set vol eigen producties, remixes en dubplates, waaronder My sound van Dixie Peach (Jah Tubby's), die deze tune nog live zou brengen bij Reality Shock (zie video). Aan de micro: Charlie P, Starkey Banton en veteran DJ U Brown, die af en toe uitpakte met één van zijn bekende lyrics en het publiek op sleeptouw nam: Every time I come to Dour, I feel good!
Met Urban Style (High Tone meets Martin Campbell) en Twilight Skank trok selector Glen alle registers open, voor hij de fakkel doorgaf aan Kris Chemist van Reality Shock Sound System. Die ging op hetzelfde elan verder, aan de zijde van Errol Bellot, Aqua Levi, Dixie Peach en Solo Banton, die elkaar beurtelings afwisselden, riding di riddims, maar het was voornamelijk toch Solo Banton die de show stal met een resem van zijn recente knaltunes zoals Ganja is good, Are you ready en uiteraard Walk like Rasta! Eerder op de avond had hij reeds zijn Music addict opgevoerd, een remake van Horace Ferguson's Sensi addict door Jahtari Riddim Force, en zo redde hij de passage van deze Duitsers, die bekend staan voor hun typische 8 bit creaties (alsof je Pacman aan het spelen bent), maar hier hadden we iets meer van verwacht.
Zion Gate Hifi hebben we grotendeels gemist, de showcase van Anthony John en Ras Mc Bean ten spijt. Ubuntu soundsystem, twee leden van het Luikse Sun is Shining, mocht de tent afsluiten en deed dat op gepaste wijze met zware UK steppers, waarop de overblijvers helemaal uit de bol gingen. Een vriendin rukte mijn notitieboekje uit mijn handen en schreef: "Zelfs de mensen die er niets van kennen vinden het goed!" :-)
Als winnaars van de Benelux Reggae Contest kreeg de Brusselse band Sunrockers de kans om zaterdag de Dancehall te openen met ingetogen roots rock reggae à la Brusseloise, maar wel met hart en ziel gebracht, en dat hoorde je in de muziek. Dat ze geen perfecte Engelse of zelfs Jamaicaanse uitspraak beheersen maakte het geheel alleen maar authentieker. Je kan als kritiek geven dat ze niet echt vernieuwend zijn in wat ze brengen, dat ze voortborduren op de muzikale tradities van 30, 40 jaar geleden, maar ze doen het wel met verve. Het feit dat ik ze niet kende en niet wist aan wat ik me kon verwachten heeft de balans sowieso in de goede richting doen vallen. De samenzang deed alvast denken aan de grote harmonische groepen als The Congos of The Abyssinians, al doen deze Brusseleirs het allemaal in dezelfde stem en op dezelfde toonhoogte, maar zo werkt het ook. Geef deze jongens nog wat tijd en misschien een extra stem erbij en we zullen ze nog op menig podia zien schitteren. Eerstvolgende afspraak: begin augustus op Reggae Geel waar ze zaterdag het hoofdpodium mogen openen! (bijdrage Sunrockers: David Rubin)
Van deze jonge, Belgische wolven naar een icoon uit de Jamaicaanse muziekgeschiedenis: Cornell Campbell. The original Gorgon trakteerde ons op een klasrijk optreden, met zijn onaantastbaar charisma en zijn ongenaakbare tenorstem. Hit na hit als het ware: Boxing, Rope in, No man's land, Queen of the minstrels, Sweet conversation en ga zo maar door… Stuk voor stuk klassieke Studio 1 riddims, perfect ingespeeld door de uitstekende Soothsayers band, inclusief voltallige blazerssectie.
Andrew Tosh bewees vervolgens dat hij meer is dan een telg van Peter Tosh en maakte indruk met het sterke Make place for the youth, de titeltrack van zijn tweede album, dat ooit genomineerd werd voor een Grammy Award, alvorens eer te betuigen aan zijn vader, die exact vijfentwintig jaar geleden overleed, met He never died, naast de onvermijdelijke covers Legalize it en Johnny B Goode.
Na de pretska van Marcel en zijn orkest was het tijd voor de mystieke vibes van Midnite, telkens weer een openbaring, maar Vaughn Benjamin en zijn gevolg komen ongetwijfeld beter tot hun recht wanneer ze langere speeltijd krijgen in een aparte zaal, zonder de beats van dance muziek in de verre achtergrond.
Zondag begon alweer met heel veel regen. In en rond de Dancehall moest water weggepompt worden om Pukkelpop-taferelen te vermijden, waardoor het eerste concert van de dag, de Jamaicaanse zanger Rohan Lee, geannuleerd werd, en Rod Taylor met enige vertraging begon. Die liet dan nog een ons onbekende rastazanger als voorprogramma opdraven, en zo werd het wel een heel korte Trenchtown experience. Taylor woont al een tijdje in Frankrijk en liet zich begeleiden door een band uit Toulouse, zonder blaasinstrumenten. Op de Real Rock zette hij vanuit de coulissen Stop the fussing and fighting in (Dennis Brown), gevolgd door Meditation, Shining Bright en zijn grootste en zowat enige hit His Imperial Majesty, overgaand in Blackman history. En weg was hij…
Dub Syndicate, de groep rond producer Adrian Sherwood en drummer Style Scott weet hoe dub moet klinken: lang uitgesponnen reggae ritmes, onder handen genomen met echo's, delay's en sound effects, zonder zang, maar wel met samples van artiesten als The Congos, Lee Perry en Prince Far I. We herkenden onder meer Dubaddisababa en Struggle.
Snel naar The Last Arena dan, waar The Abyssinians er reeds aan begonnen waren. Shedrock, Y Mas Gan, Ethiopia, … één voor één klonken ze geweldig door de wondermooie samenzang van dit legendarische vocale trio uit Jamaica, bestaand uit Bernard Collins en de gebroeders Linford en Donald Manning, getooid in groen-geel-rode klederdracht en nog steeds springlevend op het podium. Hun danspasjes werkten alleszins aanstekelijk, want het publiek stond heerlijk te skanken in de modder. Als apotheose kregen we Declaration of Rights, This land en uiteraard Satta Massagana voorgeschoteld, hun allereerste single uit 1969 die uitgroeide tot hét volkslied van de rasta's.
Op het programma stond dan Finley Quaye (Wie kent hem nog? Auteur van onder andere Love gets sweeter every day en Sunday Shining), maar die was om onduidelijke redenen gecancelled. De ontgoocheling werd evenwel snel doorgespoeld met het concert van Tiken Jah Fakoly en de ondergaande avondzon die toch nog even opdook langs de donkere wolken. De Ivoriaanse superster bracht hoofdzakelijk nummers van zijn laatste album African Revolution, afgewisseld met eerder werk, geruggesteund door een uitgebreide band, voorzien van krachtige blazers, sweet backing vocals en traditionele Afrikaanse instrumenten. Met zijn schorre, beklijvende stem en gebalde vuisten vestigde hij de aandacht op de plagen en problemen in zijn continent (Le pays va mal), gericht naar de politieke leiders van gisteren en vandaag, die de wereld verdeeld hebben (Plus rien ne m'étonne) en hij graag wil zien aftreden (Quitte le pouvoir!). Hij nodigde ons allen uit om zelf eens te komen kijken (Viens voir), hield een pleidooi om de grenzen te openen (Ouvrez les frontières) en smeekte om gerechtigheid (Justice)! "Afrika werd vergeten en verbrand (Blaguer tuer), Afrika heeft er genoeg van (Y'On a marre) en Africa wants to be free!"
Nog meer levende legendes met the Skatalites, al schiet er ondertussen geen enkel origineel lid meer over van de baanbrekende groep muzikanten die in de jaren zestig het mooie weer maakte op Jamaica, maar de nieuwe generatie speelt de stokoude klassiekers foutloos na en dompelde de Dancehall probleemloos onder in de sfeer van het gouden tijdperk van de ska, aangevuurd door saxofonist Lester 'Ska' Sterling. We waanden ons werkelijk op een early dance van Coxsone Dodd (El pussycat) of Duke Reid (Latin goes ska), en alsof dat nog niet voldoende was werd Doreen Shafer op het podium geroepen om enkele nummers uit die tijd mee te zingen: Millie Small's My boy lollipop, Delroy Wilson's Can't you see en Bob Marley's Simmer down, met een fenomenale solo van Lester Sterling. Meer Studio 1 met Rockfort Rock, Swing Easy en Phoenix City, aangevuld met Guns of Navarone, waarmee ze voor het eerst in de Engelse hitlijsten belandden, en op het einde een vrolijke feesthymne die massaal en uit volle borst werd meegezongen door de menigte. Ten to one… Freedom!
Geen betere artiest om het reggaehoofdstuk op Dour festival af te sluiten dan Max Romeo, ondertussen meer dan 50 jaar actief op het hoogste niveau. Na een korte openingsmedley van zijn haast volledig vrouwelijke band riep hij "I'm ready" en opende meteen met War in a Babylon en One step forward, maar de rest van zijn setlist hoefde niet onder te doen. Titels als Uptown babies don't cry, Time bomb, Three blind mice, Selassie I forever of Melt away passerden de revue, maar het was toch vooral uitkijken naar die ene wereldhit die destijds dankbaar werd gesampled door The Prodigy en dan ook niet toevallig enorm populair bleek te zijn bij het zeer uiteenlopende maar steeds liefdevolle Dour-publiek: Chase the Devil out of earth!
Rap, Trap, Dubstep en Drum 'n' Bass op Dour
Naar jaarlijkse traditie kon Dour Festival ook dit jaar weer rekenen op een sterke hiphop programmatie. Vrijdag zagen we de Londenaar (met Jamaicaanse roots) Roots Manuva een sterke show afleveren waarin hij hiphop moeiteloos liet samensmelten met dub, dancehall en funk, en in tegenstelling tot zijn passage op Dour 2009 was hij dit keer vergezeld van live muzikanten in plaats van twee DJ's, wat zijn show toch een meerwaarde gaf. Afsluiter op dezelfde Last Arena Stage die dag was Blackstar, oftewel Mos Def & Talib Kweli. In de late jaren brachten negentig brachten zij samen een album uit onder de naam Blackstar, maar ze zouden beide pas echt doorbreken met hun solo carrières. Ondanks de beperkte kennis van hun repertoire, zowel samen als solo, konden de rauwe maar soms ook groovy beats en de toch vooral conscious raps deze reporter bekoren.
In het huidige muzieklandschap, waar vooral de commerciële bling bling hiphop een platform krijgt, is het een hele verademing dat Dour vooral kiest voor de hiphop 'uit het hart'. Zo ook zaterdag met de Calfornische rappers van The Pharcyde met live band en dj in de Club Circuit Marquee. Achteraan de tent waar we stonden klonk het allemaal soms wat rommelig, maar hun funky optreden deed de tent wel swingen. Passing me by, Drop en Runnin' , toch wel hun bekendste nummers, brachten mij onmiddellijk terug naar mijn tienerjaren toen die nummers thuis geregeld door de boksen knalden. Nostalgie ten top!
Als afsluiter op het hoofdpodium kregen we de eveneens uit LA afkomstige groep Dilated Peoples geserveerd. "When worst come to worst, my peoples come first" rapten ze begin van deze eeuw samen met Guru (RIP), reden genoeg om de slijkvelden van Dour te trotseren en ons richting The Last Arena te begeven. De heerlijke soulvolle samples in onder andere You can't run, you can't hide en Kindness for weakness, gecombineerd met scratches van DJ Babu en de heerlijke raps maakten van dit optreden mijn persoonlijke oldschool hiphop hoogtepunt van Dour 2012.
In de Magic Soundsystem verzorgde DJ Lefto zaterdag voor de 10de keer het programma van zijn eigen tent en ook hier stond een stevige portie rap en hiphop geprogrammeerd. De rapper Doom moesten we spijtig genoeg aan ons voorbij laten gaan, maar later op de avond stond de Canadese producer/dj Lunice geprogrammeerd voor niet minder dan twee Belgische premières. Om middernacht mocht hij solo voor de eerste keer de tent doen ontploffen en om 2 uur deed hij dat samen met de Schotse producer/dj Hudson Mohawke als het nieuwe producer duo TNGHT. Hiphop anno 2012 heet Trap en Lunice en Hudson Mohawke (Hudmo) zijn de vaandeldragers van deze nieuwe stroming: hoofdzakelijk instrumentale, futuristische hiphop met zware bassen en drums die doen denken aan dubstep maar daar houdt de vergelijking op. De TNGHT show was voor mezelf en vele andere Dourgangers het absolute hoogtepunt van Dour 2012 mede door dat we hier te maken hebben met een nieuwe muziekstijl in volle ontwikkeling en er onder de aanwezigen toch wel een soort van pioniersgevoel heerste. Na TNGHT mocht programmator Lefto zijn eigen tent afsluiten met een 2 uur durende 'Lefto 10 years Dour' set. Wij bleven nog een uurtje hangen en dansen en werden daarvoor bedankt met de ene hiphop klassieker na de andere. Thanks, Lefto!
De Red Bull Elektropedia tent stond het hele festival in het teken van… u raadt het al: elektronische muziek. Op donderdag Drum 'n' Bass gehost door de organisatoren achter de Antwerpse Rampage parties en op vrijdag UK bass en post-dubstep met oa. Mount Kimbie en de voor mij onbekende Shlomo die me aangenaam verraste met een mix van verscheidene UK bass sounds. Later op de avond zou het Gentse R&S label de tent overnemen met oa James Blake. Geen festival tegenwoordig compleet zonder dubstep en op zaterdag was de RBE tent daarvoor de place to be met de Antwerpenaren van Untitled! als hosts voor het eerste deel van de programmatie en later op de avond een Circus label take-over. Het DJ duo Kastor & Dice openden de dans daar uitstekend met een mix van verschillende genres bass music en producer/dj Subscape zette die 'opwarming' uitmuntend voort. Hierna lieten we de RBE tent voor bekeken maar later op de avond zouden de supersterren Doctor P en Flux Pavillion van het Circus label de tent nog uit zijn voegen doen barsten, althans zo mocht ik toch uit niet zo objectieve (lees. geïntoxiceerde) bron vernemen. En net als vorig jaar was de RBE tent op zondag gesloten, en misschien was dat maar goed ook, na een driedaagse overdosis bass…

Rubi Roots/David Rubin
Jul 18, 2012