
By Jah Shakespear/Natty
Het was niet alleen de reggae die andermaal een memorabele editie opleverde van Couleur Café. En het was niet alleen de muziek die onze zintuigen verleidde. Het eten! De kunst! Het vuurwerk! De vele mooie mensen van alle kleuren en gezindten.
Wat zou er gebeuren als al die bange blanke Vlamingen eens een dagje naar Couleur Café zouden gaan, en voor één keer niet de dominante huidskleur zouden hebben? Als ze zouden zien hoe vredig en liefdevol al die mensen van Europese, Arabische, Afrikaanse, Aziatische en Zuid-Amerikaanse origine met elkaar omgaan? Als ze in plaats van de zelfingenomen en egocentrische rock- en popmuziek op "hun" festivals zouden kennismaken met de boodschappen van hoop, samenhorigheid en verzet van rappers, rasta's en andere rebellen?
Het was even wennen aan de nieuwe indeling van het terrein (en aan de hinderlijke brokstukken rond de Univers-tent) maar we merkten meteen dat het festival er een stuk overzichtelijker door werd, en ook dat er veel meer zitruimte werd voorzien. Een uitverkocht huis en toch nergens te druk, niet aan de podia, niet aan de toiletten of op het terrein, niet in het gigantische Palais du Bien Manger (de Rue du Bien Manger is nu indoor), waar nog meer verschillende geuren en smaken uit nog meer verre landen de zintuigen prikkelden, met ruim plaats om te zitten.
Vrijdag loopt de Univers- tent al vroeg gezellig vol voor Collie Buddz. Searching zette onmiddellijk de juiste toon. Collie's stem is top, hij zit strak in het pak en heeft er duidelijk heel veel zin in. Met het exotische Mamasita doet hij de heupen draaien, met een vijftal (!) ganja tunes doet hij zijn naam alle eer aan: Little herb tree, de megahit Come Around, massaal meegezongen, Sensimillia... De gitarist brengt een tribute aan Bob Marley en ook No woman no cry wordt door iedereen uit volle borst meegezongen. Kippenvelmoment. Aansluitend horen we nog het rustige Gimme Love voordat Collie Buddz afsluit met zijn grootste hit Blind to you haters. Zeer strak en degelijk concert.
De laatste noten zijn nog niet uitgestorven of we hoorden Psy4 De la Rime al op het grote podium. De Franse hiphopgroep is heel populair, maar de vibes van enkele jaren geleden met Soprano (één van de leden van de groep) solo in de tent, worden nooit geëvenaard. Toch nog altijd kwaliteit, en feestend publiek onder het heerlijke avondzonnetje.
De hiphopfans hadden het druk op vrijdag, want meteen na Psy4 stond topster NAS al om half acht in de Univers. Een volle tent, en meer dan dat, met een publiek vol energie. NAS heeft een goeie flow, prima lyrics en natuurlijk ook een sterke live band. Hiphopconcerten durfden in het verleden wel eens tegenvallen, zelfs met een groep erbij, maar op deze Couleur Café zagen we enkele van de beste concerten in het genre ooit. De La Soul had liefst tien muzikanten meegebracht die de toch al creatieve hiphopbeats en –samples van het trio optilden naar het niveau van James Brown en Funkadelic. Zo goed heeft hiphop nooit geklonken. En daar heb je dus geen ho's, bitches, bling-bling of gangsta's voor nodig. Voor wie er nog aan twijfelde: ook de hiphop heeft zijn gouden jaren gekend, en de toppers van toen staan er nog altijd. Zie ook Public Enemy, op zondag.
Onderweg naar Sharon Jones passeren we de Move Stage, waar één van de Wanted!-bands (Belgisch talent) Opmoc speelde. De zes Brusselaars noemen hun aanstekelijke fusiemuziek 'Skunk', een woord dat wij vooral identificeren met wiet en stinkdieren.
Sharon Jones demonstreerde waarom zij en niemand anders de nieuwe queen of soul is, met een band – de Dap Kings – die iedere vergelijking met de grote soul- en funk bands uit de sixties en seventies moeiteloos doorstaat. Voor wie het interesseert: Miss Jones is een notoire wietroker.
Tussendoor ook even gaan kijken in de Phoenix-tent, waar de Toearegs van Tinariwen hun woestijnblues lieten huilen, met gitaarsolo's die niet zouden misstaan op Graspop of Woodstock (1970), waar hun idool Jimi Hendrix speelde.
Dat Couleur Café altijd net iets verder gaat om de bezoekers te plezieren, weten we al langer dan vandaag. En toch wist de organisatie ons ook dit jaar weer te verbazen. Naast de Cool Art Expo, ondergebracht in een loopgang waar iedereen minstens één keer doorheen liep, smeden en lasten enkele kunstenaars uit metaalafval prachtige creaturen en robuuste decoratiestukken. Nieuw was de videoprojectie op de muren van het Maritiem Gebouw, door het publiek enthousiast ontvangen, tot op het einde de naam van de sponsor in beeld verscheen: BNP Paribas Fortis. Gejoel en boegeroep. Het is ook nooit goed, als het over banken gaat (die met belastinggeld gered zijn.)
Vrijdagavond keken we vooral uit naar de reünie van Omar Perry met zijn vader Lee. Ooit werd de zoon geweerd uit de backstage van Hove Live maar vorig jaar kwam het al tot een korte verzoening in Gent en op Couleur Café werd de hereniging bezegeld. Hoewel vader en zoon uiteindelijk maar tien minuten samen op het podium stonden, beleefden we toch het verhoopte magic moment. Ze zongen samen Chase the devil en Inspector Gadget, het ging over peace, love and unity, en plots kwam het eruit bij Omar: "I love you," en hij legde zijn arm om zijn vaders schouder. "And I love pussy," repliceerde de oude Scratch, "and I love my shit, I love my cock…" Weg magie. Zo kennen we Lee Perry, clown from creation. Maar hij zong plots wel een stuk toonvaster, zo in competitie met zijn zoon. We hadden daarvoor al Punky reggae party moeten doorstaan, Put it on en Sun is shining, stuk voor stuk classics van Bob Marley (wel mee gemaakt door Scratch), maar hier jammerlijk verkracht door een man die zelf ook wel beter weet. Alleen in Soul fire hoorden we hem echt goed zingen, niet toevallig een nummer dat hij destijds zelf heeft uitgebracht, en de Franse Homegrown Band pootte ook een geniale uitvoering neer, met krankzinnige blazers. Secret laboratory was dan weer spek naar de bek van Adrian Sherwood, de man achter de knoppen, die het concert alsnog optilde naar een hoger niveau. Dubwise!
En gelukkig was ook Omar Perry in topvorm. We betwijfelen zelfs of we hem live ooit zo goed gezien hebben, maar dat kan ook aan de foundation riddims liggen die hij gebruikte (en die ook op zijn nieuwe album staan): Beat down Babylon van Junior Byles, Words van The Gatherers, en Jamrock, waarmee hij de tent definitief deed ontploffen. Tel daar ook nog een Studio One riddim bij en de dancehallknaller Blessed, en je weet dat Omar de fakkel nu wel definitief heeft overgenomen. Dat Lee Scratch Perry (77 alstublieft) nu maar eens eindelijk met pensioen gaat, en zijn zoon vanaf nu de traditie verder zet. Wel graag met Sherwood achter de knoppen.
Met Erykah Badu stond er vrijdagavond laat ook een echte diva op het hoofdpodium. Een half uur te laat, koel en afstandelijk, maar wel een heel andere verschijning dan enkele jaren geleden. Weg zijn de tulband en Afrikaanse attributen, enter Badu in joggingbroek, met stijl gesteven haar. Maar die fantastische stem is er natuurlijk nog wel, en ook die gedempte soul- en hiphopritmes, met een vleugje jazz. Geen partysfeer op het terrein, zoals die bij de andere hoofdacts ongeacht de kwaliteit van het concert telkens weer spontaan oplaaide, maar muzikaal wel een van de hoogtepunten van het weekend.
Op de mainstage maakte zaterdag Admiral T zijn opwachting, de Franstalige raggaster uit Guadeloupe. En wat een energie had die man! Knieën hoog, jump up! Als extraatje had hij ook twee mannelijke dansers bij die zijn moves kracht bijzetten, tot groot jolijt van de vrouwen in het publiek. Admiral T staat er om bekend super snel en hard te kunnen toasten en dat deed hij dan ook, soms zelfs zo absurd snel dat wij niet meer begrepen waar hij het over had, maar dat maakte niet zoveel uit. Het publiek was helemaal mee met de opzwepende ragga/dancehall-beats. Daar bleef het trouwens niet bij, T is ook te vinden voor zouk en haalde een paar meisjes uit het publiek voor een dansje op het podium. Meer omdat het zo hoort dan omdat hij goed kan zingen, bracht Admiral T ook nog een medley van Bob Marley. Om zijn energieke set af te sluiten ging hij vooraan bij het publiek staan en slingerde van daar enkele 90ies tunes in de massa. Grote entertainer, stevige band. Big up!
De sweet voice van Gentleman herkennen we uit de duizend, en dat was dit jaar niet anders. De Duitser stond al eerder op CC en is daar een graag geziene gast. Zijn vele hits worden vlot meegezongen, zijn tributes aan de dode en levende collega's fel gesmaakt: Peter Tosh, Sugar Minott, Capleton, Sizzla, Alborosie... Gentleman verkeerde duidelijk in topvorm en bracht een uitmuntende new roots show met stevige breaks. In tegenstelling tot veel Jamaicaanse reggae klinkt dit toch nog iets "Europeser", minder ruw, en dus toegankelijk voor een groot publiek. Halverwege het concert dachten we even dat er een gigantische regenbui zou losbarsten boven CC, maar de bassen en vibes bliezen de wolken weer weg en we hielden het droog.
Gentleman heeft blijkbaar een probleem met sociale netwerken. "Fire pon bloodclath Facebook!" klonk het over het terrein. Maar daarna liet hij iedereen weer gezellig sociaal meezingen met Lonely Days, Bun Dem, Changes, Superior, Run Away en nog veel meer hits. Na een nieuwe tune in a capella (nice!) en een cover van Sizzla was het publiek klaar voor het (voorspelbare) slotakkoord: Dem Gone, Gentlemans grootste hit en uiteraard uit volle borst meegezongen door het publiek. Blij dat de man nog eens op CC stond, waar hij bewees dat hij ook zonder problemen de mainstage aan kan. Great show!
Meteen na Gentleman stonden Collieman & Asham Band op de Move Stage, een kleiner maar gezellig podium naast de Expo. Dat deze combinatie op grote festivals speelt, mag geen wonder heten want ondertussen weten we al waar deze mannen voor staan: kwaliteitsvolle, originele roots van nu. (Stefaan) Collieman heeft het afgelopen jaar een pak meer vertrouwen gekregen op het podium, Wim Radix zit te drummen als een waarachtige Sly Dunbar, en een flash perfomance van Saimn-I is altijd goed. Wel een verzoek aan de twee meisjes om die gekunstelde lachjes, pasjes en moves achterwege te laten. Het leek Las Vegas wel. Collieman & Asham begonnen hun set voor een honderdtal toeschouwers, een klein uur later stond er minstens vijf keer zoveel volk te skanken. De veroveringstocht is nog lang niet ten einde.
En toen was het tijd voor een kleine openbaring: Chinese Man, vier Fransen met een laptop, een stel rappers en een trombonist. Noem een muziekje, een genre of een stroming, van dixieland tot Paolo Conte, van Betty Boop tot hiphop, van bebop tot dubstep, en dit gezelschap doet er iets moois mee. Op het scherm flikkerden beelden van oude cartoons, nieuwsreels, videogames en films. Het bleek een verslavende cocktail. "Champion Sound", zeggen ze zelf, en wij zouden ze inderdaad wel eens graag bezig zien in een clasharena.
Na het ronduit betoverende vuurwerk zaterdagavond, een regen van goud die uit de hemel neerdaalde, kreeg Sean Paul kreeg de "eer" om de Titan mainstage af te sluiten. Maar de man bleek nog maar een schim, ja zelfs een parodie van zichzelf. Hij kwaakte zijn geile lyrics ook nog eens over een lelijke digitale sound, half live, half op tape, en liet zich vergezellen door vier nog veel geilere danseressen om de aandacht af te leiden. Maar de duizenden fans pikten het allemaal en beantwoordden zelfs de laatste verwarde vraag van hun idool bevestigend: "Do you want Erykah Badu?" Paul was zelf de afsluitende hoofdact van de avond, Badu had de dag voordien opgetreden. Wat een afgang.
Zondag kwamen we nog net op tijd om een stukje van Sebastian Sturm te zien, een Duitser met Indonesische roots die echte rootsrockreggae speelt, met een sterke band achter zich. De tent zat nog maar half vol, het klonk allemaal nét iets "cleaner" (Europeser) dan de Jamaicaanse sound, maar deze Sebastian Sturm is zeker iemand om in de gaten te houden.
We moven weer naar ergens anders en komen opnieuw voorbij de Move Stage, waar de Franse beatboxer Eklips het publiek trakteerde CC op een sterk staaltje vocale lichaamskunst. Bijna niet te geloven wat voor geluiden die man kan produceren, op heerlijk coole ritmes bovendien.
Op de mainstage startte een beetje later Zebda, de groep die acht jaar geleden uit elkaar ging en nu weer samen op het podium stond. De bandleden nemen geen blad voor de mond en klagen in hun songs onverbloemd rechts en politiek geklungel aan. Met een combinatie van ska, reggae en punk kregen ze het publiek vanaf het begin mee. Summer vibes!
Terug naar de Move Stage dan voor Joshua Alo, net als Collieman een winnaar uit de Wanted!-wedstrijd. De Hawaiaanse Belg is diepgelovig en brengt naar eigen zeggen dan ook "spiritual reggae". Met een volledige band en sterke backing vocals heeft Joshua Alo alvast een eigen geluid gevonden dat een beetje doet denken aan Rohan Lee & The Recipe, ook vocaal. Alo's stem was niet altijd even toonvast, maar hij zong vol passie en de band liet ons de kleine foutjes al snel vergeten. Alweer een reggaegroep van bij ons om in de gaten te houden.
Ook Childish Gambino verraste. Frontman Donald Glover is multi-talented, en was onder andere acteur, schrijver en comedian voor hij doorbrak als hiphop-artiest met het recent verschenen album Camp. Zijn muziek overstijgt hiphop. Er zit ook metal in, en rock, zelfs een sampje van Adele's Rolling in the deep. De drie percussionisten stoken het vuur nog hoger op, en ook de violist draagt bij tot de unieke klank van Childish Gambino. Jammer dat de klank niet altijd even goed zat maar deze man zingt even goed als hij rapt, een talent dat maar gegeven is.
Even gaan kijken bij de Nigeriaanse Ayo, maar die maakte veel minder indruk dan vorig jaar op Summerjam. Het was wachten op een lang uitgesponnen cover van Bob Marley's Three Little Birds voor het vuur een beetje in de pan sloeg. Op het hoofdpodium gaf Ben L'Oncle Soul intussen een oerdegelijke rock'n'soul show weg, die herinneringen opriep aan oude filmbeelden van Otis Redding. We weten allemaal dat deze man niets nieuws brengt maar hij doet dat wel bijzonder overtuigend en professioneel. Als Sharon Jones de nieuwe queen of soul is, dan zou Nonkel Ben wel eens de nieuwe king kunnen zijn.
In de Univers zagen we ook nog hiphoppioniers Public Enemy. Band en dj speelden perfect samen, twee army dudes jutten het publiek nog wat op maar het waren uiteraard de beide frontmannen Chuck D en Flavor Flav die het publiek in de zevende raphemel brachten. Public Enemy vierde zijn 25ste verjaardag en de mannen beleefden er duidelijk zelf ook plezier aan. De publieksspelletjes zorgden voor nog meer ambiance en al snel zat iedereen in de oldskoolvibe mee te dansen op de beats. Jump up!
De teksten van Public Enemy zijn politiek geëngageerd en zelfs na zo'n lange tijd zag en voelde je dat de mannen zichzelf nooit verloochend hebben. In het midden serveerde de dj te gekke scratchsessie, waarna Chuck D ons herinnerde aan de five 5 elements of hiphop. Na De La Soul nog een voortreffelijk old skool hiphopconcert.
En dan was het tijd voor Stephen Marley. Geen superconcert, zoals in Rotterdam, en we vragen ons af of Yasmine Karma en zoonlief Jo Mersa echt niets beters te doen hebben. Een heel jaar op tournee, om iedere avond hooguit twee nummers te zingen, in Brussel zelfs amper één zin. Stephen zelf leek een beetje moe en had de songs van Bob Marley (Three little birds, Buffalo Soldier, Could you be loved) nodig om het publiek wakker te houden. De meeste mensen hadden zijn eigen songs duidelijk nog nooit gehoord, en daar waren ze ook niet voor gekomen. Het zal nog een tijd duren voor de muziek van Stephen echt naar waarde geschat wordt. Niks mis met de band overigens, noch met de zangeressen, maar dit concert was eerder een routineklus. Wat in het geval van de Marleys nog altijd top is natuurlijk.

Jah Shakespear/Natty
Jul 01, 2012