
Op onze eerste dag in Kingston gaan we op bezoek bij Ken Boothe en belanden we via hem bij 12 Tribes of Israel. Jah guidance, noemen de rasta's dat.
'More youths getting high': ik koop in Jamaica regelmatig een krant, en vandaag moet dat wel The Gleaner zijn, met die kop. De National Council on Drug Abuse (NCDA) heeft vastgesteld dat jonge Jamaicanen jonger met drugs beginnen, en dat er meer heroïne, crack cocaine, kalmeermiddelen, verdampte stoffen, XTC en 'seasoned spliff' gebruikt worden.
Het gaat hier dus wel degelijk om illegale èn legale drugs. De NCDA noemt alcohol zonder omwegen 'the most abused substance' (57,5% van de bevolking 'gebruikt'), gevolgd door tabak (22,6%) en marihuana (19,1%). Eén of vijf Jamaicanen zou dus op geregelde basis weed consumeren. Dat lijkt mij een aannemelijk cijfer. Sommige mensen denken dat alle Jamaicanen blowen maar dat is dus geenszins het geval, en dat zie je ook als je op het eiland rondreist. Je ziet ook zelden iemand een spliff roken in het openbaar, op straat of langs de weg. Op de schaarse openbare stranden kan het, onderweg in de jungle en uiteraard in de yards en huizen, achter gesloten hekken en palissades. Officieel is het Bob Marley Mauseoleum in Nine Miles de enige plaats in Jamaica waar blowen gedoogd wordt.
Cocaïne: 0,2%. Crack: 0,04%. Heroïne: 0,3%. De cijfers zijn licht gestegen maar het is toch vooral de handel in coke die voor problemen zorgt. Wat de NCDA het meest verontrust, is het toenemend problematische gebruik bij jongeren, in de eerste plaats van alcohol maar ook van ganja. 'Jammer genoeg zijn er veel lokale entertainers die het gebruik van ganja daadwerkelijk promoten,' zegt Michael Tucker van de NCDA. 'Ze vertellen hen nonsens over de weed of wisdom en zo. En omdat de jongeren hen aanbidden, zijn hun woorden haast als wetten. De realiteit is dat ganja ondanks bepaalde medicinale eigenschappen 'a mind-altering drug' is.'
Mijn ervaring is dat vooral alcohol problemen veroorzaakt in Jamaica. De Jamaicanen die wij ontmoeten, worden pas agressief en ongenietbaar als ze gedronken hebben. Zolang ze zich houden aan hun spliff of chalice blijven we reasonen, en komen de meest uiteenlopende politieke, maatschappelijke en spirituele thema's aan bod. Man, wat heb ik al veel geleerd van die mensen, dingen wij allang vergeten waren, die wij negeren of verwaarlozen. Hier geen gratuit getwitter over ditjes en datjes maar diepgaande gesprekken over de dingen van het leven. Tot er drank aan te pas komt.
Het is mij een raadsel waarom de Jamaicaanse overheid na al die jaren nog altijd zo repressief optreedt tegen de weed of wisdom. Goed, niet iedereen is er even goed tegen bestand. Niet iedereen is uitverkoren om de weldadige effecten van marihuana op geest en lichaam te kunnen ervaren. Maar juist de Jamaicanen – ook de bewindvoerders – weten beter dan wie ook in de wereld dat weed wellicht de minst schadelijke van alle legale en illegale drugs is. Juist de Jamaicanen zouden in staat moeten zijn om een beleid te ontwikkelen dat de blowers in hun waarde laat. Juist de Jamaicanen weten dat de weed of wisdom ook de weed of peace and love is. Peace and love: als er iets wat ik Jamaica toewens, dan wel datgene wat de rasta's nu al een halve eeuw prediken.
We rijden over King's House Road, uptown Kingston. 'De enige koning die er ooit geweest is, was His Majesty,' zegt Commander, onze gids en chauffeur. Via Hope Road rijden we naar Halfway Tree, het kruispunt dat uptown grosso modo scheidt van downtown Kingston. We stappen uit om een telefoonkaart te kopen. De hitte valt als een warme deken over ons heen, het drukke straatleven staat in schril contrast met de verstilde groene plekken die we de voorbije dagen bezocht hebben in het noorden.
Langs Aglee Park Road zitten alleen autoverkopers, nieuw en tweedehands. Op reusachtige billboards wordt reclame gemaakt voor beveiligingsbedrijven, een booming business in Jamaica. Foto's van zwaarbewapende mannen domineren het straatbeeld en creëren de illusie dat de rijken zich kunnen beschermen tegen de wilde horden uit de getto's. Wat verder zien we ook echte soldaten in combat dress op straat, alsof het land in staat van beleg zou verkeren (en misschien is dat in de praktijk ook wel zo.) Het eerste stuk van Spanish Town Road was tot vorig jaar Dudus country, en de rust is er nog niet helemaal weergekeerd. Enkele dagen na onze doorgang zouden hier zes mensen vermoord woorden in een drive-by shooting.
Om het contrast te tonen, rijdt Commander met ons over de nagenoeg verlaten tolweg rond de haven naar Portmore, een nieuwe stad (op het grondgebied van St.Catherine) waar de welgestelde Jamaicanen rust en verpozing zoeken, weg van de angst en de gevaren in Kingston. In de chique Portmore Plaza lijken de shacks en hustlers inderdaad plots heel ver weg.
We passeren Caymanas Park, een van de bekendste paardenrenbanen in de wereld, komen opnieuw uit op Spanish Town Road en bereiken via Mandela Highway Spanish Town zelf, de eerste (Spaanse) hoofdstad van Jamaica. Nog meer soldaten en politie op straat.
Commander stopt aan de achterkant van de voormalige kazerne Prison Oval Camp en toont ons de nu toe gemetselde oude ingangspoort. Toen Marcus Garvey hier in de jaren '20 naar binnen werd gebracht, zweerde hij dat hij de laatste gevangene zou zijn die ooit langs die poort naar binnen zou gaan. En zo geschiedde, another prophecy fullfill.
'Zin om Ken Boothe op te zoeken?' Commander heeft ons intussen een beetje leren kennen. Hij weet wat we zoeken in Jamaica (positive vibrations) en welk soort artiesten we graag zouden ontmoeten (rastaman fi true). Ik weet dat Ken Boothe een rastaman is maar deze vraag komt wel erg onverwacht. Ken Boothe: Mister Rocksteady, een van de grootste zangers in de geschiedenis van de reggae. Artibella, Everything I own, Thinking, Silver words, Home…
'Ja, natuurlijk willen wij naar Ken Boothe. Ken je hem dan?'
Domme vraag. Commander kent iedereen. Dat blijkt opnieuw als we arriveren bij Ken Boothe. De zanger woont in een prachtig blauw huis met verschillende niveaus en terrassen. Onder de hoogste nok is een lion of Judah geschilderd, het meest opzichtige van alle eerbetuigingen aan Haile Selassie ('His Majesty' zegt hij om de haverklap) die Ken Boothe hen en der heeft aangebracht in zijn huis. Teksten, foto's, documenten, tekeningen, schilderijen, beeldjes... De decoratie van de garage (!) is integraal gewijd aan de keizer, in de andere kamers krijgt hij het gezelschap van honderden Jamaicaanse artiesten en persoonlijkheden uit de reggaemuziek. Boothe heeft zijn huis ingericht als een museum en leidt zijn gasten er graag in rond.
Ken Boothe woont hier met zijn vrouw (bijna 40 jaar gelukkig getrouwd) en onderhoudt ook een paar rasta's, waaronder de obscure zanger Carl Bradney ('Slipping into darkness' is een killer tune!) en een helper om de chalice te vullen. Zijn rasta mentor is Malawi, een man die tijdens onze lange gesprekken inderdaad van wanten blijkt te weten over rastafari. In het gezelschap van zijn teacher toont Ken Boothe zich nog nederiger en bescheidener dan hij in de gewone omgang al is, en laaft zich met overgave aan Malawi's kennis en inzichten.
We hebben gepland om die avond naar Emancipation Park te gaan, waar verschillende 'grote namen' zullen optreden, maar planning betekent in Jamaica nog minder dan tijd. Als we horen dat Ken Boothe die avond moet optreden in de yard van Twelve Tribes of Israel, is onze keuze snel gemaakt.
De organisatie viert haar 44ste verjaardag met een minifestival. Twelve Tribes is door de jaren heen geëvolueerd tot een soort middenklassehuis van de rasta's, waar ouder wordende, bemiddelde aanhangers van rastafari hun livity beleven. Veel koppels, kings en queens met mooie locks en groengeelrode kledingstukken. De muren van de yard zijn behangen met bijbelquotes ('Every knee shall bow') en portretten van Selassie. De sfeer is er rustig, zelfs bezadigd. Zelfs wanneer rond middernacht een vijftal agenten de yard binnenvallen en het volume van de muziek laten dempen, is er niemand die reageert. Ja, met minachting misschien, en onbegrip, zoals je van de gezichten kunt aflezen. Maar als de agenten even later vertrokken zijn, wordt de muziek gewoon weer luider gezet en gaat het feest gewoon door.
Op het kleine podium passeren verschillende nieuwe rootsartiesten de revue. Twee zangers, drie zangeressen, allemaal bezield door de geest van rastafari. Tot onze verrassing is ook Protoje van de partij, protégé van de Marley's en vorig jaar al te zien op verschillende Europese festivals. Zijn nieuwe tune (voorproefje van het tweede album) heet 'Program', zit al in roulatie op Irie FM en klinkt hier, met een stevige band en twee backingzangeressen, heel warm en organisch. Protoje bevalt ons hier, in het hol van de rastaleeuw, een stuk beter dan op het podium van Reggae Geel en Garance.
En dan komt inderdaad Ken Boothe aanzetten, in een oogverblindend wit glitterkostuum. Hij zet de band op de rails, inclusief de drie rastadrummers, en zingt Freedom street, daarna Artibella, Silver Words en Everything I Own, stuk voor stuk klassiekers. Hij doet dat, voor een paar tientallen toeschouwers, met dezelfde passie en overtuiging als op de Europese en Japanse podia voor tienduizenden. Het strekt de Jamaicaanse zangers en deejays tot eer dat ze hun roots nooit vergeten, dat ze altijd weer terugkeren naar hun eigen gemeenschap en zich nooit te beroerd voelen om ook daar op te treden, in primitieve en technisch ondankbare omstandigheden. We zien het de meeste pop- en rocksterren niet doen. Ken Boothe is een grote meneer, als zanger, als mens en als rastaman. Give thanks.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Mar 11, 2012