
Een natuurlijk welnesscenter in de jungle en 's avonds geestelijke verlichting met Mutabaruka. For the healing of the nation.
De vlammen dansen op het water. Ian haalt de handdoek er doorheen en wikkelt hem rond mijn benen. Hij doet hetzelfde met mijn armen en bovenlichaam. Als een volleerde masseur (en dat is hij ook, zij het autodidact) neemt hij mij onder handen. Hij laat het water overal goed doordringen in de huid en beweegt mijn ledematen krachtig op en neer, in hoeken en bochten die ik niet meer voor mogelijk had geacht. Omdraaien, gezicht naar beneden en dezelfde behandeling langs de achterkant. Tien minuten geleden zaten we met Ian en Clifton nog rustig een spliff te roken, nu geven ze ons een natuurlijke welnessbehandeling. Na de massage laat Ian mij nog een paar keer door het brandende water stappen.
Toegegeven, dit is geen somptueus welnesscenter met gediplomeerde therapeuten. We dragen geen witte badjassen (we zijn ook niet naakt) en het pashokje is een rots achter een stuk blauw zeilplastic. Maar het primitieve, zelfgebouwde bad heeft wel iets van een jacuzzi. En ze menen het, Ian en Clifton. Ze vragen onbeschaamd 60 dollar voor een behandeling (maar laten ruimte voor onderhandeling) en verzekeren ons dat het water van Firewater geneeskrachtige kwaliteiten heeft. 'Vraag maar aan Capleton,' zeggen ze, 'en Buju. Ze zijn hier een videoclip komen opnemen.'
Het is de zwavel die het water doet branden, en volgens de inwoners van het aanpalende dorpje Windsor nog enkele andere mineralen. Het verhaal gaat dat de oude Granny May op een dag per ongeluk een toorts in het water liet vallen toen ze probeerde om een wespennest uit te branden. Tot haar ontzetting bleef het water branden, een fenomeen dat aanvankelijk vooral verklaard werd met religieuze argumenten. Holy water! Talloze mensen zijn in het vurige water gedoopt.
De jonge generatie, naar verluidt afstammelingen van Granny May, weet wel beter. Het heilige water is ook helend water (twee woorden met dezelfde stam overigens), zoals dat overal in de wereld uit bronnen en geisers stroomt 'for the healing of the people,' zoals Ian zegt. Ik voel mij in elk geval opvallend fit en gezond als ik uit de junglejacuzzi stap. Een zeurend spierpijntje in mijn linkerarm is verdwenen, een hinderlijke eeltplek op mijn rechtervoet zal in de uren daarna langzaam wegsmelten. In Axum heb ik ooit een echt mirakel meegemaakt maar Firewater is minstens even wonderlijk, en wellicht ook wetenschappelijk verklaarbaar. Er is zelfs al een website.
Ian rookt niet alleen spliffs. Hij drinkt ook rum, een halve liter per dag. Hij heeft altijd een flesje op zak. 'It help me to concentrate.' Hij vertelt het als we even later op het dorpspleintje staan, afgebakend door een bar, enkele shacks en de gebruikelijke luidsprekertoren. Het is één uur 's middags, er staat niemand te dansen of zelfs maar te knikken. In de rivier doen enkele vrouwen de was, een man herstelt het dak van zijn huisje. En toch weerklinkt hier luide reggae, bijna even luid als in de 18" Corner op Reggae Geel. Nineties dancehall, de stijl die je hier buiten Kingston zowat overal hoort tegenwoordig. Ik probeer mij voor te stellen hoe het zou zijn als elk dorp in Vlaanderen zo'n sound system zou hebben, en dat die dan ook gewoon de hele dag muziek zou produceren.
Ik neem een foto van de Lion of Judah op de muur van het huisje met het kapotte dak. De man groet me maar vraagt zich duidelijk af wat ik in die tekening zie. Humor, maar dat ga ik hier en nu niet uitleggen. Remember Marlon Brando.
Firewater is bijna onvindbaar. Aan het rond punt van Runaway Bay (St.Anne's) naar boven, en daar een paar keer vragen. Tenzij je onderweg bent met Commander Shad natuurlijk, de beste gids en chauffeur die we ons konden wensen. Wij hadden toevallig een zwembroek bij – je weet nooit of er ergens nog een stukje public beach beschikbaar is, tussen al die streng beveiligde resorts. Shad wist dat we dat gerief ergens anders voor zouden gebruiken maar had niets gezegd. We lieten ons die eerste dagen in Jamaica meedrijven op zijn flow, en dat hebben we ons niet beklaagd.
Die avond op televisie. Ja, telkens als ik in Jamaica ben, probeer ik één keer bewust naar televisie te kijken. Wij gaan echt niet iedere avond op stap, en ook in de Yard is tv toch een spiegel van de maatschappij. In Turtle Towers zitten er zeven Jamaicaanse zenders op de kabel. JNN heeft veel weg van een oude Oost-Europese staatszender, met saaie berichten over officiële bezoeken en ontvangsten, sinds de verkiezingen van december 2011 vooral van premier Portia Miller-Simpson. CVM en CNS geven nonstop nieuws en sport (CVM met iets meer lokale verslaggeving), TVJ voegt daar talkshows en kijkerreacties aan toe, maar ik zie er ook een jazzconcert van Myrna Hague (Studio One!) en een tribute-concert voor Beres Hammond, opgenomen in een chique club in Kingston, met onder meer Busy Signal, Romain Virgo, Lukie D en Marcia Griffiths. PBSJ is de Jamaicaanse variant van de Amerikaanse openbare zender PBS, met veel cultuur, informatie, interviews en documentaires. De ook door de rasta's hoog gewaardeerde Verene Sheperd heeft een nieuw boek uit: Livestock, sugar and slavery.
De tv-zenders die ons het meest interesseren zijn CVM Plus en CTVJ, waar dag en nacht muziek wordt uitgezonden, hoofdzakelijk clips van nieuwe tunes, sommige al wat amateuristischer dan de andere, maar allemaal heerlijk Jamaicaans. Ik ken bijna geen enkele naam: Professional Dayjah ('I&I was born pure'), Denyque Dontre (een sexy dancehallpopje), Don Yute, David M (met het licht pathetische Lest we forget, opgesmukt met beelden van alle zwarte helden, de Berlijnse Muur en de eerste man op de maan), Kip Rich (een van de vele autotunestemmen die momenteel de Jamaicaanse ether teisteren), Eljah, Brimstone (een bobozanger, niet de gelijknamige Britse groep uit de jaren '70), Black Light (nu roots), Bobby T (sufferers music), Ann Shakes (sexy en sterk, feminism Jamaican style.) Junior Reid ken ik uiteraard wel maar die twee zoons van hem hangen mij zo stilaan de keel uit, met hun voorgekauwde raps. Queen Ifrica heeft een mooi nummer opgenomen met de bevallige Chocolate, Paul Elliott met collega-veteraan Daddy Rings. The Tidals herinner ik mij van heel lang geleden, en zo zien de drie oudjes in hun glitterkostuum er ook uit, alsof de rocksteady nooit is voorbij gegaan. En het in de DIY-clip dan toch nog proberen goed te maken met een jonge vrouw, dat andere archetype in de Jamaicaanse samenleving, de boze, kijvende vrouw die haar lover terechtwijst.
CTVJ zendt naast de actuele hits ook oude live opnames uit. Ik kijk met genoegen naar een concert annex interview van Nadine Sutherland uit de jaren '90 en een compilatie van Bob Marley-fragmenten. Don't rock my boat: heb ik die opname al ooit ergens gezien?
Dan is het tijd voor Mutabaruka's Cutting Edge op Irie FM, de populairste radiozender van Jamaica. Al 20 jaar begint de dub poet zijn programma met het geluid van een zaag en dat is telkens weer een hele verademing, na een hele dag nonstop ragga en dancehall, de popreggae van Ron Muschette in de ochtenduren en de nieuwe roots van Elise Kelly (10-14) even buiten beschouwing gelaten.
Het is een veelbesproken thema, zeker in muziekmiddens, de wanverhouding tussen monotone, digitale beats en autotunestemmen enerzijds, en 'echte' liedjes en muziek aan de andere kant. Wat is er gebeurd met de rijke Jamaicaanse traditie van briljante studiomuzikanten? Waar zijn de leerlingen van de nog immer actieve Alpha Boys School? Waarom horen we nog zo weinig roots & culture, de muziek die de reggae groot heeft gemaakt, en zien we zo weinig nieuwe artiesten opdagen, èchte artiesten, getalenteerde zangers en muzikanten, zoals ze in Europa en Amerika nog altijd geëerd en gekoesterd worden?
Muta heeft er ook over, in het kader van de Peter Tosh Memorial die zondag zal plaatsvinden, in het verre Belmont aan de westkust. Wie daar precies zal optreden, is niet geheel duidelijk, maar Mutabaruka bezweert ons dat we erbij moeten zijn. We zullen dan in Kingston zijn. 3,5 uur rijden, en midden in de nacht (vroeg in de morgen?) weer terug. Benieuwd of dat zal lukken.
Mutabaruka draait Progression, een fantastische (nieuwe?) tune van Tarrus Riley, een van de drie nummers die hij in de eerste twee uren van zijn programma draait. Muta kan eindeloos doorgaan over de meest uiteenlopende onderwerpen. Soms zit hij een uur te praten. Hij klaagt, moppert, zeurt, klaagt aan, beledigt, stelt vragen, geeft antwoorden, lacht, wordt boos, informeert, amuseert, verlicht en kleurt de wereld in uitbundige Afrikaanse en Jamaicaanse tonen.
Die avond praat hij over jacket-and-suit slaves, en bling-and-design slaves, de nieuwe Afrikaanse slaven, verslaafd aan de uitwassen van het blanke kapitalisme. Hij houdt een pleidooi voor de avondklok (curfew), die in de rest van de wereld overal wordt nageleefd. 'Daar doet iedereen wat de politie zegt. Waarom kunnen wij niet op tijd beginnen en stoppen? Waarom kunnen wij, Jamaicanen, ons niet houden aan afgesproken tijdstippen? What kind of culture dat?' Muta windt zich nu echt op. In één adem recent hij ook af met het gros van de deejays in Jamaica, voor wie 'music is jus' like a background ting.' Ik kan hem geen ongelijk geven. Ook de massale import van rasta-parafernalia uit Azië wekt zijn toorn op, een monopolie van enkele Indiërs in Trelawny die de lokale markt van authentiek craftwork geleidelijk verstikken. De waarheid moet gezegd worden, zo kennen we Mutabaruka.
Maar hij brengt ook hulde aan de rasta youths die het zo goed doen op school, aan Marcus Garvey en Whitney Houston. 'Ik heb al haar platen.' En hij draait een stokoud nummer van moeder Cissy Houston en Cheb Jackson, een gladde soulversie van Bob Marley's Waiting in vain.
Het mooiste bericht heeft Mutabaruka bewaard voor het laatst. Normaal gaat hij nog minstens twee uur door, met hooguit een paar (Afrikaanse en Jamaicaanse) plaatjes, maar vandaag serveert hij na middernacht een selectie uit 50 jaar reggae, om het punt te maken waar we het eerder al over hadden. Maar eerst nog dat nieuwtje: Snoop Dog is in Jamaica en neemt op in de Tuff Gong-studio! Er wordt zelfs beweerd dat hij rasta is geworden en op Youtube circuleert al een filmpje van een nyabinghisessie die hij heeft bijgewoond.
De volgende dag zal Ron Muschette op Irie FM Snoops nieuwe rastanaam lanceren: Snoop Lion. Only in Jamaica.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Mar 08, 2012