
Het Bob Marley Mausoleum was niet de enige tourist trap die we (bewust) hebben bezocht in het noorden van Jamaica. Maar daar tegenover stond wel een trip naar Profi, oermens en nyabinghi warrior van de ancient order.
Het tabernakel van het Nyabinghi Center Great Pond, in de heuvels boven Ocho Rios, is gebouwd volgens de regels van de kunst, in dit geval de guidelines van de Nyabinghi Order, naar eigen zeggen het oudste en enige authentieke huis van rastafari. 12 houten buitenpalen vertegenwoordigen de 12 aartsvaders, de 12 poorten van Nieuw Jeruzalem en de 12 apostels. De centrale paal, de hoogste van allemaal, staat voor keizer Haile Selassie, hoofd van de Nyabinghi Order. Het dak moet de vorm hebben van een paraplu. Het altaar in het midden bestaat uit 6 buitenpalen die het centrale gedeelte van het tabernakel omringen, symbool van het boek van de Zeven Zegels en de Zeven Gouden Kandelaars. Er ligt een groengeelrode vlag op het altaar, en wat fruit. Ischop steekt het vuur aan, met een fakkel die hij heeft meegebracht van het fire of life aan het huis van Profi, aan, de overkant van 'Redemption ground', zoals de rastaman het grote stuk grond voor het tabernakel genoemd heeft.
'To light spliff,' zegt Profi, en wijst naar het vuur. Hij rookt zelf niet ('I eat my weed raw') maar heeft geen bezwaar tegen weedrokende medemensen. Ik vraag hem waarom er op het altaar een foto hangt van Marlon Brando (uitgedost als luitenant Fletcher Christian in de film The Bounty) en Haile Selassie. 'Even 'im affi bow to His Majesty,' zegt Profi. Zelfs de grootste filmsterren van hun tijd moesten buigen voor de Keizer: zo diep zien we Marlon Brando niet door de knieën gaan maar rasta hoeft ook niet altijd serious business te zijn. De rastamannen die ik ken, zijn zonder uitzondering gulhartige lachers en jokers.
Ochi (Ocho Rios), amper een paar kilometer van hier, is plots ver weg. We verblijven daar enkele dagen in de Turtle Towers, een afgesloten complex van drie lelijke appartementsgebouwen vlak bij het centrum en de haven van de stad. Geen verblijfplaats waar we ooit zelf zouden opkomen maar een vriend heeft voor ons een studio weten te versieren voor een zacht prijsje. En uiteindelijk zitten we toch tussen de Jamaicanen, zij het dan wel de rijke variant, en vlakbij het strand, ook al hebben we daar maar een uurtje doorgebracht. Het is zoals de meeste toeristenstranden aan de Jamaicaanse noordkust enkel toegankelijk via streng bewaakte poortjes, en voor de rest haast hermetisch afgesloten van de buitenwereld. De lifeguards zijn jongens van hier, de verhuurders van jetski's en waterfietsen ook, en de obers van de aanpalende hotels, allemaal slaafs en onderdanig als weleer, in de koloniale tijd, maar andere locals zie je hier nauwelijks. Wit zand, wuivende palmbomen, warm water, de blauwe zee: het plaatje lijkt perfect, en zo ervaren de meeste bezoekers het ook. Wij voelen ons opgesloten en vervreemd. En is dat water wel zo clean als het eruit ziet, als je weet dat er om de twee dagen amper 300 meter verder twee cruiseschepen aanleggen?
Het enige lichtpuntje dat uur is de Jamaicaanse appel die een oudere Jamaicaanse dame ons aanbiedt, een van de weinige niet-blanke bezoekers van het strand. Nog nooit gegeten, en hij smaakt voortreffelijk. Maar dan moeten we alweer vertrekken, want om zes uur sluit het poortje naar Turtle Towers, en we willen toch niet de hele toer maken naar de volgende doorgang? Nee, in Ochi hoef je als toerist om geen enkele reden over straat te lopen, zeker 's avonds niet, als het donker is.
(Er is nog een lichtpunt in Ochi: de kleine Veggie Shop op een parking langs de hoofdstraat. We gaan er bijna elke dag eten, 's morgens verse cornmeal porridge met noten en fruit, rond lunchtijd ackee met tofu, bonen en groenten. Proef ook de natural juices. Ananas en komkommer: nice!')
Zelfs overdag zie je in Ochi relatief weinig (blanke) toeristen, tenzij dan in de plaza's en op de craft markets waar ze meestal in busjes naartoe worden gevoerd, de schamele 500 meter van het cruiseschip naar Main Street. Veel bezoekers geraken zelfs niet zo ver en blijven hangen in Island Village, een shopping- en entertainment center vlakbij de aanlegsteiger. Een paar jaar geleden was hier nog een museum over de geschiedenis van de reggae, met naar verluidt een reconstructie van Lee Perry's Black Ark-studio, maar ik had het kunnen weten: het museum bestaat al niet meer. Te weinig bezoekers waarschijnlijk. Wat interesseert die cruiseshipvaarders Scratch of Studio One? Als ze op de achtergrond, door de schrale luidsprekertjes die overal verborgen zitten, maar Bob Marley horen, want dit is uiteindelijk Jamaica. 'Think you're in heaven but you're living in hell': zou iemand van al die koop- en consumptieverslaafde mensen die tekst tot zich laten doordringen? Ik proef de mystic van het moment en begeef me naar de uitgang, totaal onthecht van alle luxe en rommel die hier verkocht wordt. Dit is het hart van Babylon, de hoer van Babylon, een misdaad tegen het volk van Jamaica, dat van al deze inkomsten nauwelijks een cent te zien krijgt. Ook niet van de vele miljoenen die dagelijks verspild worden in de vele chique resorts in het noorden overigens, waar de mensen al helemaal niet buitenkomen. Waarom zou je ook, met een all inclusive formule, veilig afgeschermd van de boze Jamaicaanse buitenwereld?
Weg van hier, met Commander Shad naar Profi. Ras Fire heeft gezegd dat ik die man zeker eens moet ontmoeten, en dat zegt hij niet vaak. Het is een kleine 20 minuten rijden naar Great Pond, eerst door de rijkere buitenwijken van Ochi, dan geleidelijk hogerop, de jungle in, waar de huizen steeds verder van elkaar staan. De omgeving herinnert mij sterk aan Shashamane: even weelderige begroeiing, grote stukken grond afgeschermd door hoge palissades, mensen die werken in het veld. Het tabernakel van Profi zet de kroon op het werk, toch in het rastaverhaal dat alle eindjes in mijn hoofd met elkaar verbindt.
'Enter into the gate with thanksgiving and into HIS court with praises': het staat op een groot bord voor het tabernakel van Profi en zijn vrienden. Ik wijs hem op de overeenkomst met Shashamene.
'Ha, maar dat is geen goede tabernakel. Voor de muren is beton gebruikt, en dat mag niet volgens de guidelines. Enkel natuurlijke materialen. Op het dak geen plastic of zinkplaten maar stro.'
Profi is geen gemakkelijke mens. Hij is streng in de rastaleer, zo streng dat hij zelfs de bijbel verwerkt, omdat Selassie God is 'from creation.' Hij eet al 40 jaar uitsluitend raw food (ook weed), drinkt nooit alcohol of frisdrank, rookt niet. Hij houdt niet van reggae en noemt Peter Tosh de duivel in persoon. In zijn reasonings daagt hij mij aanvankelijk voortdurend uit, stelt me op de proef, zonder echter venijnig te worden of me niet te respecteren. Hij lacht vaak en graag, met de waan en de onmacht van Babylon, en de algehele geestelijke verblinding van de mensheid.
Maar Profi is ook een prachtige oermens, die in totale harmonie met de natuur probeert te leven en al zijn fruit en groenten zelf verbouwt, met de hulp van Ischop en andere Nyabinghi-mannen uit zijn omgeving. Hoewel hij zelf niet mee aanschuift, kookt en bakt hij wel eten voor zijn vrouw en kinderen. Achttien heeft hij er in totaal, bij verschillende vrouwen. Hij weet alles van kruiden en wortels en helpt daar ook mensen mee, als volleerde 'scientist' en 'herbalist'. 'Noem mij alstublieft geen dokter,' zegt hij, maar hij geeft ons wel een pakje 'guinean' mee, een natuurlijk 'kankermedicijn'.
We nemen een intens interview op voor de documentaire My Ras Tafari Roots die ik samen met David Verhaeghe aan het maken ben, en we worden ook vergast op een korte nyabinghi in het tabernakel. Voor de eerste keer zien we meisjes (twee dochters van Profi) nyabinghi drummen, heiligschennis in de ogen van veel rasta's, maar deze man schat vrouwen hoger in dan eender welke Jamaicaan die ik ooit ontmoet heb. Hij spreekt trouwens niet van vrouwen maar van 'empresses', keizerinnen, en zo behandelt hij de vrouwen in zijn omgeving ook. Zelden heeft Marleen zich in Jamaica zo gewaardeerd en gerespecteerd gevoeld als door deze waarachtige nyabinghiman.
Profi heeft een zestal drummers opgetrommeld: vier van zijn kinderen (vooral het oudste meisje doet met volle overgave mee, terwijl de oudste jongen met het grootste gemak een paar solo's uit de handen schudt), en twee oude getrouwen. Ischop staat achter de basdrum, volledig geaard en aanwezig, het prototype van een natuurmens in evenwicht, de ideale rasta. Profi zingt een oude, bekende nyabinghi tune en twee songs uit het album waaraan hij zes jaar gewerkt heeft maar dat nu toch eindelijk zou verschijnen, de eerste echte nyabinghiplaat in decennia. Wij hebben een paar tracks kunnen horen, en die klonken zeer origineel en bezwerend.
Profi is misschien niet de bekendste naam in rastaland maar wel een van de grote sterkhouders, en de drijvende kracht achter tal van nyabinghi's in St.Thomas, St.Anne en Portland. Twee dagen na ons bezoek werd hij verwacht op een grounation die liefst zeven dagen en nachten zou duren. Ik weet niet of ik het ooit zo lang zou uithouden, voor zover ik het al zou willen, maar de onvoorwaardelijke kracht en overgave in de livity van Profi hebben een sterke indruk gemaakt op mij. En de liefde natuurlijk, ook voor hem het sleutelbegrip in rastafari, zoals voor de meeste rasta's die ik in de loop der jaren persoonlijk heb leren kennen. Nyabinghi, Twelve Tribes, Orthodox, Boboshanti: 'we all got to sing the same song,' zoals ik Israel Vibration bijna 35 jaar geleden al hoorde zingen. Zou het er nog ooit van komen?
Part 2

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Mar 05, 2012