
Met King Stitt (Winston Sparks, 1939-2012) is geen grote zanger of muzikant heengegaan. Maar wel een icoon van de reggae, huisvriend van Coxsone Dodd, vaste MC van Studio One, creator van de allereerste ganja tune (Herbsman) en een van de mooiste lelijke mensen in de wereld.
Daarom noemden ze Stitt ook The Ugly One, een verwijzing naar de western The Good, the Bad and the Ugly. Ik heb de man ooit ontmoet in Kingston, en ik kan u verzekeren dat ik zelden een meer afzichtelijke kop gezien heb. Maar wel vriendelijk en humble, en als je goed luisterde en keek ook best verstaanbaar.
Vorig jaar heb ik King Stitt voor de tweede keer in levende lijve gezien. Hij stond toen voor eerste en laatste keer op een Europees podium, als onderdeel van de indrukwekkende Studio One revue op Garance Reggae. Stitt deed amper twee nummers, gromde Nonkel Van Grauwel-gewijs een paar woorden in de microfoon, en werd weer afgevoerd, amper in staat om te zien of te stappen en zich waarschijnlijk amper bewust van de impact die hij maakte op de hardcore Studio One fans in het park.
Het oeuvre van King Stitt is beperkt. Enkele hete early reggae tunes (Herbsman, Fire corner, Vigorton 2…) en een plaat voor Studio One, opgenomen eind jaren '90, en niet meteen een klassieker. Die vroege singles staan mooi verzameld op Reggae Fire Beat op het Jamaican Gold-label.
Ik heb King Stitt een cameo gegeven in De Rasta Revelatie. Omdat niet iedereen het boek gelezen heeft of u het opzoekwerk te besparen, hier de bewuste passage, mijn eerbetoon aan de eerste king of MC's.
Er was op dit moment geen andere plaats waar hij liever zou willen zijn dan in Ol' Hits, niets wat hij liever zou willen doen dan skanken. Het woord was sinds de jaren '80 in onbruik geraakt maar hier deden de mannen het nog, skanken, zoals ook Johan destijds had leren dansen op het ritme van de reggae. Het lichaam beweegt helemaal mee, soms naar achter leunend, dan weer diep voorover gebogen. De voeten zetten kleine pasjes, of nog minder. Het waren intussen bijna allemaal veertigers en vijftigers die naar Ol'Hits kwamen, huisvaders met petten en rasta's met verweerde dreadlocks, op het eerste gezicht zo verschillend van Johan maar wel volwassen geworden met dezelfde muziek. De meeste mannen bleven de hele nacht op dezelfde plaats staan, binnen in het donker, of buiten, tussen de verbrokkelde muren en roestige stellingen. Alleen de maan verschafte wat licht maar schiep ook grillige schaduwen. Enkele torenhoge luidsprekers bakenden de ruimte af. De muziek klonk niet clean en perfect maar Johan voelde wel hoe de loodzware bassen zijn lichaam van kop tot teen masseerden. De deejay had maar één platendraaier en draaide alleen singles, zoals het in Jamaica altijd geweest was. Op eenvoudig verzoek, Haul and pull!, zette hij de naald na een paar maten terug naar het begin van het plaatje of draaide hij het gewoon terug met de hand.
'Je kent die deejay toch?' zei Ranger tijdens een van de vele stiltes tussen twee nummers.
'Ik zie hem niet eens staan achter zijn sound system.'
'King Stitt, man. The one and only. Komt hier regelmatig draaien.'
Voor Johan was King Stitt een van de vele namen die hij ooit 'legendarisch' had genoemd in zijn artikels. Hoe relatief dat woord was, had hij pas begrepen toen Brother Marcus hem had meegenomen naar enkele andere 'legendarische' artiesten van vroeger, in Greenwich Town en August Town. Ze konden alleen maar hopen dat iemand hun oude platen in Europa zou heruitgeven, en dat ze daar dan ook een vergoeding voor zouden krijgen, wat in het verleden zelden of nooit gebeurd was.
King Stitt verkocht nog altijd platen voor Studio One, zei Ranger, wat hij als jonge snaak in de jaren '60 ook al had gedaan. Johan kende hem vooral van Herbsman shuffle, de allereerste ganja tune in de geschiedenis van de reggae.
Hij schuifelde wat opzij zodat hij de deejay in het gezichtsveld kreeg en wachtte tot die zich in het maanlicht bewoog. De man zag er verschrikkelijk uit. Het leek of zijn ogen weg wilden zweven, weg uit de veel te smalle kassen en het rode vlees. Zijn nog enkele resterende tanden vertoonden dezelfde neiging tot emigratie en schenen een dansje te maken op zijn zwaar afhangende, scheefgegroeide onderlip.
Maar King Stitt draaide wel fantastische muziek. Toen ze in Ol'Hits arriveerden, zat hij in de jaren '70, bij de rootsreggae die Johan zo koesterde. Daarna was King Stitt nog verder teruggegaan in de tijd, naar de vroege reggae van de rude boys en de rocksteady uit de jaren '60. Nu, tegen het ochtendgloren, legde hij alleen nog oeroude ska op, de voorloper van de reggae. Johan voelde zich meer dan ooit verbonden met zijn omgeving.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jan 31, 2012