
Er sterven in Jamaica niet meer mensen dan in andere vergelijkbare landen. Maar wij – reggae people – kennen wel veel Jamaicanen. Ze houden ons soms al tientallen jaren gezelschap, op vinyl, cd of digitaal. Om maar te zeggen dat dit zoveelste overlijdensbericht geen reden tot somberheid hoeft te zijn. Let us celebrate the music of Winston Riley (en die ene hilarische hit van Erroll Scorcher, ook dead and gone.)
U zou verbaasd zijn hoe vaak de naam van Winston Riley opduikt in de reggaegeschiedenis. De man richtte in 1966 The Techniques op, één van de zoetst gevooisde vocale trio's die Jamaica ooit gekend heeft. Hij schreef en zong in die tijd onsterfelijke melodieën als Queen majesty, Traveling man en You don't care, tunes waarvan de bas & drum standard riddims zijn geworden.
In de jaren '70 ontpopte Riley zich met zijn label Techniques tot een invloedrijke en ook commercieel succesvolle producer. Hij lanceerde The Sensations, de groep van Johnny Osbourne, en maakte een van de eerste dub albums, Meditation dub. Hij scoorde een wereldhit met Double barrell, de funky instrumental van Dave & Ansel Collins. Diezelfde Ansel Collins speelde in 1973 met Soul Syndicate ook orgel op Stalag 17, de trademark tune van Winston Riley, zoals de meeste van zijn producties gemixt door King Tubbys.
Weinig riddims zijn zo vaak gecoverd als Stalag, door de producer zelf dan nog, met als kroon op het werk de twee riddim-LP's Stalag 17, 18 & 19 en Original Stalag 20 midden jaren '80. Het was Tenor Saw die de original met Ring the alarm nieuw leven inblies en definitief een plaats gaf in de eregalerij van reggaeriddims.
Maar wij onthouden ook andere tunes van Winston Riley, veel te veel om op te noemen. Cornell Campbell, Lone Ranger, General Echo, Sister Nancy, Frankie Paul, Madoo, Tristan Palma: ze hebben allemaal hun eerste stappen in de muziekwereld gezet aan de hand van Riley. In het digitale tijdperk bleef hij de successen aan elkaar rijgen: Boops (Supercat), een version van Feel like jumping, en vroege hits van ondermeer Michael Prophet, Red Dragon, Flourgon, Admiral Tebet, Courtney Melody, Steelie & Cleevie (nog altijd met Frankie Paul), Reggie Stepper…
Een hitje dat ik nooit zal vergeten, is Roach ina di corner van Erroll Scorcher (1956-2012), ook een productie van Winston Riley, op de toen (1979) razend populaire Real rock-riddim. En laat ook die Scorcher nu overleden zijn. Lang niet zo bekend als de andere namen die in dit trieste verband al de revue zijn gepasseerd maar in mijn reggaegeschiedenis heeft hij alleszins terecht zijn 15 minutes of fame gekregen. Iets meer zelfs, door de opmerkelijke showcase die hij ook nog maakte met Horace Andy.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jan 20, 2012