
De bassen klonken net iets minder warm dan op de vorige Last Warning (toen veel meer vinyl werd gedraaid) maar het was toch weer een gezellig dubfeest in de Vooruit. Met trompettist David Fullwood als uitblinker.
Het was SkyHi in persoon, een paar dagen geleden teruggekeerd uit Ethiopië, geheel getooid in plaatselijke, op maat gemaakte klederdracht met groengeelrode accenten en houten juwelen, die de festiviteiten mocht inzegenen. Hij deed dat soepeler en taalkundig juister dan ooit tevoren, met de energie en het vertrouwen van iemand die een glimp van het paradijs heeft opgevangen.
Sky Fire sound system had ook een gast meegebracht: de mij niet geheel onbekende Jamaicaanse zanger Rohan Lee. For the poor, het album dat hij in 2000 opnam met de Nederlandse groep The Recipe en producer Cocojr., staat nog altijd als een huis maar Rohan heeft sindsdien (om verschillende redenen) nog maar weinig van zich laten horen. In de UK heeft hij wel een tune opgenomen met Vibronics, en misschien heeft hij daar de smaak te pakken gekregen van de typisch Europese dubscene. Met een echte dancehall sound heeft hij nooit op het podium gestaan maar dub schurkt dan ook veel dichter aan tegen het ritme en de vibes van rootsreggae dan de nieuwste JA tunes. Daar hoort een rastaman bij (en dat hebben de meeste Engelse dub crews ook begrepen), of op zijn minst rastalyriek, zoals Dubdada die later zou brengen met Zion Train.
Maar bij Rohan Lee hoort dan weer een groep. Hij maakt reggae in de traditie van Bob Marley en Steel Pulse. En hij heeft die muzikanten ook nodig om op het juiste spoor te blijven. Rohan zong in Gent een paar keer flink vals, dat weet hij zelf ook wel, en dat gebeurde vooral wanneer alleen nog de beat van de dub door de luidsprekers daverde. Ver weg waren toen de melodieuze songs en zangstijl van het album.
Zet deze man samen met Asham en hij zou als vanouds vriend en vijand verbazen. Een MC is hij nooit geweest, en zal hij ook nooit worden.
In tegenstelling tot Dubdada, die met simpele maar doeltreffende rastaslogans het publiek meteen op zijn hand kreeg, zonder dreadlocks nochtans, met het heel gewone, uitdijende lijf van een ouder wordende Engelsman. Nog ouder was David Fullwood, trompettist van Zion Train, het hornsproject Love Grocer (ook uit het Universal Egg van Zion Train), Abassi en op talloze platen van Adrian Sherwood. Hij vermengde zijn improvisaties met de grote standards uit de reggae (brokje Real Rock, een flard Rockfort Rock…), en kleurde zo de dubs die Neil Perch vakkundig mixte. Fullwood was de enige live muzikant van Zion Train, in dit geval beperkt tot een trio.
Ik weet niet hoe vaak ik Zion Train intussen gezien heb maar wel dat zich in al die jaren maar weinig concurrentie heeft aangeboden. Net als in de Jamaicaanse reggae overleeft de Engelse dub bij gratie van een trouwe groep fans, èn omdat artiesten uit andere, nieuwe genres Zion Train en co eren als inspiratiebron. Zoals jungle en drum'n'bass eerder al jong volk in contact brachten met dub en reggae, zo doet nu dubstep dat. 'Reggae is als het het Latijn van de popmuziek,' zei vrijdag iemand tegen mij. 'Een dode taal.' Er is één groot verschil: uit het Latijn groeien al lang geen nieuwe talen meer. Reggae en aanverwanten inspireren telkens weer jonge generaties om nieuwe stijlen en ritmes te creëren.
Na Zion Train ook nog een tijdje naar Nucleus Roots geluisterd en gekeken, een deejay en twee MC's, die hun naam getrouw inderdaad iets rootsier draaiden. De bassen leken eindelijk in de juiste, loodzware maar wel donsdekenzachte plooi te vallen. Dubbin' is en blijft a must.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Dec 09, 2011