
Het Festival des Libertés/Festival van de Vrijheid lijkt er geen enkele moeite meet te hebben hun jaarlijkse reggaetreffen uit te verkopen. Voor deze editie werden we uitgenodigd in een tot de nok gevulde Brusselse KVS waar Pablo Moses en, al voor de derde maal door het festival op hun affiche gezet, Linton Kwesi Johnson.
Voor getrouwen van reggaeconcerten in zalen als Petrol of Vooruit moet die KVS toch even wennen geweest zijn, want naast het ondertussen vertrouwde rookverbod gold in deze zaal ook een strikt drankverbod.
Pablo Moses betrad het podium iets na negenen samen met zijn Revolutionary Dream Band en opende met 'I Am A Rastaman', een nummer uit 'We Refuse', een album uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Het zou meteen de toon aangeven voor de rest van de bijna twee uur durende show: weinig materiaal uit de drie, door Geoffrey Chung en Clive Hunt geproduceerde, klassiekers 'Revolutionary Dream', 'A Song' en 'Pave The Way' en des te meer nummers uit zijn latere werk en recentste album 'The Rebirth'. Moses was duidelijk in vorm en hoewel wij genoten van een in een dub uitlopende versie van 'A Song' en het luid door het publiek meegebrulde 'Ready, Aim, Fire' hadden we toch liever wat meer van dat oude materiaal gehoord.
Na een korte pauze was het dan de beurt aan Linton Kwesi Johnson, ondertussen dus een vaste klant op het festival en duidelijk de artiest waarvoor iedereen gekomen was. Dennis Bovell en zijn Dub Band mochten kort warmspelen (ondergetekende kon nog snel genieten van 'After Tonight' één van de loversrock hits die Dennis scoorde toen hij nog deel uitmaakte van Matumbi) en dan was het tijd voor de meester zelf. Met een beleefde knik richting bandleider Bovell zette LKJ de machine die de Dennis Bovell Dub Band ondertussen geworden is in beweging.
Het recept van de concerten van Linton Kwesi Johnson is bekend; de man heeft al in jaren geen nieuw nummer meer gebracht dus van verrassingen is weinig sprake. In de KVS werd afgetrapt met 'It Noh Funny' waarna nog een hele reeks aan hits zouden volgen ('All We Doin Is Defendin'', 'Want Fi Go Rave', 'Reggae Fi Peach', …) af en toe onderbroken door een kort verbaal intermezzo. Ook daar de gebruikelijke stokpaardjes van Linton - kapitalisme, fascisme, racisme - maar deze keer opvallend ook een persoonlijke ontboezeming: bij Johnson werd, zoals bij veel zwarte mannen, prostaatkanker vastgesteld; iets waar hij ondertussen een operatie voor ondergaan had en nog steeds niet volledig van hersteld was.
Na vijftien nummers verliet Linton met een korte buiging het podium om onder luide aanmoediging van het publiek nog even terug te keren voor 'Sonny's Lettah' (op expliciete aanvraag van Dennis Bovell) en het persoonlijke, aan zijn neef opgedragen, 'Reggae Fi Bernard'.
We zouden de KVS uiteindelijk rond de klok van enen verlaten, moe maar voldaan na zowat vier uur uitstekende reggae!

Lag samen met Jah Shakespear aan de basis van Reggae.be; eerst als recensent en interviewer, en vanaf eind 2014 ook als hoofdredacteur. Verdeelt zijn tijd tussen zijn twee passies: muziek en Haile Selassie.
Nov 24, 2011