
Na Pura Vida en Jupiter & Ma Shi Fai (check it out!) hebben nu ook Asham en Collieman samen een all killer/no filler album gemaakt, The Same Blood. Belgische reggae is in 2011 definitief volwassen geworden (met alle respect voor de pioniers uit het verleden.)
Op deze plaat komt veel Belgische reggaegeschiedenis samen. Het drummende hart van Asham is Wim 'Radics' Verbruggen, en die stond midden jaren '90 nog op het podium van Hove Live met de onvolprezen King Flashman a.k.a. Ras Feela.k.a. The Studio One Man, een van de originators van de reggae in dit land. Ras Feel had al een band toen alleen Bob Marley hier had opgetreden, en een home studio toen dat woord nog niet bestond. Each one teach one.
Calabash: zo heette die backing band van King Flashman, en in het daaropvolgende decennium van talloze binnen- en buitenlandse reggae acts (Erick Judah, Omar Perry, Carlton Livingstone…) Reggae Geel 2003 was het hoogtepunt van die periode. Calabash begeleidde er een tiental Belgische artiesten, in de toen nog veel kleinere dancehalltent, Jamaican style, 3,5 uur lang. Het was niet alleen de mooiste vrijdagavond die ik ooit heb meegemaakt in Geel maar ook een bevestiging van het vele talent dat hier broedde.
Maar het is met Asham dat Radics nu promoveert naar de hoogste afdeling. Eigenlijk vorig jaar al, toen niemand minder dan Leroy Sibbles van The Heptones (een van de grondleggers van de reggae) besloot om met Asham in zee te gaan als backing band. We hadden er deze zomer graag bij geweest in Uppsala en op Sun Ska, want het is voor een Belgische groep toch een geweldige eer en erkenning om daar te mogen spelen, met zo'n legende.
Tweede ingrediënt van het Beljam recept: Stefaan 'Collieman' Colman, wellicht de beste reggaezanger die we hier ooit gehad hebben. Geworteld en gerijpt in de warme schoot van Pura Vida (ik onthoud me voor één keer van lofbetuigingen) komt zijn talent op dit album voluit tot ontplooiing, ook als songschrijver.
Drie: de basistracks (drum en bas) zijn opgenomen in de Satisfactory studio van Cocojr., ooit de populaire voorman van de hitgroep Dinky Toys, die in 1998 naar Jamaica is getrokken om daar een plaat te maken met Sly & Robbie. Hij coproduceerde ook de cd van Rohan Lee For the poor (2000), met Guido Maes achter de knoppen. Coco zelf was er dit keer niet bij, wel Maes, en die weet nog altijd hoe volwassen reggae moet klinken.
De toenmalige backing band van Rohan Lee was The Recipe uit Nederland. De toetsenist van die groep, Menno Van der Gaag, is nu samen met Marc Baronner de drijvende kracht achter Not Easy At All Productions (waar de voorbije jaren zeer mooie albums werden ingeblikt van Apple Chezidek, Earl 16 en Vernon Maytone.) The same blood werd gemixt in hun Not Easy Dub Shelter, niet in België maar toch weer een keurmerk van kwaliteit en ervaring.
Beljam connectie nummer vier: de rest van de muziek werd opgenomen in de gloednieuwe Majestic Studio, onder het toeziend oog van Crucial P. Als deze release de toon zet voor wat Majestic de komende jaren wil uitbrengen, kunnen we nog mooie dingen verwachten.
Er zijn maar twee redenen om zo'n lange inleiding te schrijven: ofwel valt er over de muziek niet veel te vertellen, ofwel vind je dat je net àlles moet vertellen, omdat de muziek zo goed is, en de lezer recht heeft op informatie over de voedingsbodem van die kwaliteit. Ik hoef u niet te zeggen dat deze Asham Meets Collieman tot de tweede categorie behoort (zo lang zou ik u nooit aan het lijntje durven houden.)
In de uptempo rockers van Smile legt Collieman zijn kaarten al meteen op tafel. Zijn stem klinkt vrolijk en onbezonnen maar de tekst is één grote levensles zoals alleen de ware rastaman die geloofwaardig kan brengen, vanuit het hart en met veel overtuiging. Ook Radics laat er geen gras over groeien: zijn excellente drumpartij draagt het hele nummer.
Muzikaal verkies ik die andere galopperende rockers tune, Cyaan stop us now, met heerlijke, van de Heavenless-riddim afgeleide blazers, Saimn-I als special guest in topvorm, en bovenal het creatieve samenspel tussen diens raps, de zang en de backing vocals. Een van de downloadtips (als u dan toch niet het hele album wil kopen.)
Mama of devotion is niet half zo klef als de vele Jamaicaanse odes aan moeders allerhande, integendeel. Ik geloof Collieman als hij zijn mama eert, en als je het zo ervaart, voel je ook ontroering. De aanstekelijke riddim beweegt zich ergens tussen roots en dancehall en levert een lekkere drumdub op, met Radics in de glanzende hoofdrol. Je hoort in die instrumentale versie ook nog beter hoe goed Collieman wel zingt.
Er staan maar een viertal dubs op de plaat, samengevoegd na de tien basistunes. Ik vond dat dertig jaar geleden al onhandig op vinyl, en nog altijd op cd, maar in het iTunes-tijdperk maakt het allicht niet meer zoveel uit. Uitstekende dubs voor de rest, uiteraard, maar ik verkies ze meteen na (liefst zelfs 12"-gewijs meteen gemixt in) de originals.
Het titelnummer begint en eindigt als onvervalste nyahbinghi maar evolueert tussendoor naar een soort high level lovers rock, een soul ballad die niet alleen de rasta's kan aanspreken maar ook een groot publiek. Mooie saxofoon (Mathijs Duyck), zoals elk van de drie blazers wel even mag schitteren op deze plaat. Maar ze blinken toch vooral collectief uit, met prachtige arrangementen en melodieën in haast elk nummer.
In Open your eyes komt er even een tweede saxofonist aanschuiven. Hans Van Scharen (ex-The Recipe en vele andere bands) geeft extra kleur aan wat toch al een heel mooie song is met andermaal uplifting lyrics all the way. In combinatie met de sound en de zang doet het nummer me denken aan het Amerikaanse SOJA, zeker geen slechte referentie, maar dat kan ook met de identieke titel te maken hebben. Ik verdraag zelfs de bescheiden autotune (gelukkig niet op de stem) in het begin. In de dub horen we opnieuw Radics in full force, met fijne percussie en een loden bas.
Loving you is mij net iets te soft, in ritme en melodie. De ragga break is leuk, de trompetsolo (Kris Van Hees) goed, maar dit ruikt net iets teveel naar de popreggae van Lily Allen en consoorten. Wat natuurlijk wel weer uitzicht biedt op enige airplay buiten het milieu.
Het absolute hoogtepunt van de plaat is Drama queens, een song die ons ook live al was opgevallen. Zou het Burning Spears Columbus-riddim zijn die ik herken? Niet zo belangrijk. Asham en Collieman bouwen er een fantastische song rond. De zanger hanteert verschillende stijlen en toonaarden, de band verrast met breaks en ragga beats, de blazers lijken hun eigen kleurrijke verhaal te vertellen. De songtekst getuigt van een diep inzicht in de menselijke verhoudingen hoewel hij op het eerste gehoor alleen maar over vervelende meisjes lijkt te gaan. 'For every small move they make a scene.' Wanneer de tune na de tweede break is uitgegroeid tot een klein epos, blijkt ook de tekst mee geëvolueerd: 'Teach dem love not hate, before it's too late.' Zo apart klinkt het misschien wat cliché maar in Drama queens klopt de flow als een bus. Jammer dat we hier geen dub van krijgen.
Ook Creation is een gedragen compositie met knappe overgangen en bruggetjes die de grenzen tussen strofe en refrein doen vervagen. Blazers, gitaar en backing vocals zijn opnieuw onberispelijk, Collieman zingt weer geweldig. Over de schepping als innerlijke kracht dit keer, wat het scheppingsverhaal in een heel ander daglicht stelt. Plus dub.
Conscious dread is echte meezingroots, met (het wordt eentonig) mooie blazers en backing vocals (Kimberley Dhondt, Charlotte Adigery), en in het midden een straffe break, waarna Collieman herneemt op een nog hogere verdieping. Hij gebruikt mooie woorden als humble, meditation, Itinually, royalty en positivity, en spreekt die ook mooi en elegant uit, met een licht, amper hoorbaar Jamaicaans accent. Dat hoor je nog beter in de Conscious dub, waar de stemmen in flarden voorbij waaien.
Met Let's get funky zetten Asham en Collieman een schitterend orgelpunt. De gezongen intro ademt al meteen pure liefde uit, de (inderdaad) funky riddim is werkelijk onweerstaanbaar en de blazerspartijen herinneren aan het klassieke werk van Burning Spear en Abbyssinians. Collieman zingt met de passie en uitbundigheid van een verliefde man, andermaal in verschillende lagen, soms eerder in een singjay style maar altijd zuiver en melodieus. Tekstueel is dit een love song, maar wel een heel warmhartige love song die geen geliefde onberoerd kan laten. Helemaal op het einde, in de mix, horen we de enige blazer die nog geen ruimte had gekregen voor een korte solo, Daan Morris op trombone. Let's get funky is naast Drama queens de tune die nu al dagen door mijn hoofd dwaalt en daar maar niet wil verdwijnen, hoeveel andere reggaenummers ik intussen ook gehoord heb.
Asham Meets Collieman: voor de Belgische reggae is het in elk geval een historische ontmoeting. Reggae Geel zou nu al moeten vastliggen (met The Heptones in het voorprogramma.)

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Sep 23, 2011