Reggae.be
Pura Vida & The Congos - We Nah Give Up (Lost Ark Music)
ReviewsAug 16, 2011

Pura Vida & The Congos - We Nah Give Up (Lost Ark Music)

By Jah Shakespear

Pura Vida heeft een kunstwerk gemaakt. Het is geperst in twee vinylschijven van 180 gram. Het zit verpakt in een vintage klaphoes, met op de voorkant een schitterend schilderij van de kunstenaar zelf, Bregt 'Puraman' De Boever. Maar de kunst waar het om draait, is natuurlijk de muziek. Vier plaatkanten met de beste reggae die ooit in dit land gemaakt werd en die zelfs de vergelijking kan doorstaan met het beste uit de Black Ark studio van Lee Perry. Grote woorden misschien, maar als wij in dans en dance aan de wereldtop staan, waarom zou dat dan niet kunnen in de reggae?

De titeltrack is een instant rootsklassieker, traag en gedragen, met lang uitdeinende en toch strakke blazers, een dromerige melodica en Cedric Myton op zijn best, door de andere Congos even mooi ondersteund als in de hoogdagen van het vocale kwartet. Maar het is vooral de totaalsound die indruk maakt. Mocht iemand mij dit laten horen en zeggen dat het is opgenomen in de Black Ark, ik zou hem onmiddellijk geloven. Ik zou me wel verwonderen over de volheid en de zuiverheid van de klank, de enige kwaliteiten die erop wijzen dat deze plaat is gemaakt in 2011 en niet in 1976.

Ik weet intussen dat de meeste tracks zijn ingezongen (en deels ingespeeld) in de Lions Den studio van The Congos in Jamaica, en vervolgens via de computer doorgestuurd naar Sint-Maria-Aalter, de thuisbasis van Pura Vida. Maar dat doet niets af aan de magie van de samenwerking. The Congos zijn in de studio van Pura Vida geweest, en vice versa. Er zijn banden gesmeed die de grenzen van tijd en ruimte overstijgen. De Black Ark is de Lost Ark geworden, de Lee Perry van toen gereïncarneerd in Poddington Krank (zoals de producer van dit album schijnt te heten.) The Congos krijgen na al die jaren eindelijk nog eens muziek op niveau toegespeeld en doen er alles aan om zich dat hoge niveau waardig te tonen.

Africa is geen doorslagje van het mythische Congoman maar wel een ijzersterke opvolger. De vier Congos in heerlijke harmonie en toch ieder zichzelf. Een warm bad van belletjes, bubbeltjes en borreltjes waar Scratch destijds een patent op had. Psychedelisch wegwaaiende drums in galop, de ruggengraat van een aanstekelijke uptempo riddim. Tweede klassieker.

Rolling Stone houdt het tempo hoog, opnieuw met Cedric in de hoofdrol. 'People in the city have no direction,' zingt hij, en de traditionele smeekbede 'send us another Moses'. Het refrein is een meezinger voor roots people, de blazers klinken andermaal glorieus. Het is een constante op dit dubbelalbum, de nadrukkelijke aanwezigheid van goed uitgewerkte blazersarrangementen, zoals je ze in de reggae nog maar zelden hoort.

Voor Tuffer is Leroy 'Horsemouth' Wallace de vrolijke riddim persoonlijk komen inspelen in de Lost Ark. 'Congo Ashanti' Roy Johnson zingt de lead, de andere Congos begeleiden hem op percussie. Ik had het voorrecht om er zelf bij te zijn toen de song werd afgewerkt, en voel meteen de vibes weer van die dag. Ze doordringen het hele album, een organisch kunstwerk waar een stel vrienden samen aan gewerkt heeft.

Op kant 2 (lang geleden dat we dat nog konden schrijven) neemt Myton opnieuw de lead vocals voor zijn rekening in The wicked a go fall, een tune met het dreigende marsritme van Captive en soortgelijke Lee Perry-classics, en met de drive van de meest militante Bob Marley-songs. Ik zong het mee vanaf de eerste keer, alsof ik het nummer al jaren kende.

Iets vrolijker huppelt Jah send a little angel voorbij, met Congo Ashanti in de hoofdrol. Nog sneller gaat het in Why you treat me so bad, frisse ska met roffelende drums en een geweldig koortje in een alweer zeer kleurrijke productie. De stem van Watty Burnett is misschien net iets te diep om lang te blijven boeien maar dat heeft Barry White nooit tegengehouden, en dit is ook de enige tune waar Watty op de voorgrond treedt.

Who's love (correct gespeld Whose love, maar zoals vaak in de reggae voor interpretatie vatbaar) begint als nyahbinghi, met in de verte een idyllische viool, en bloeit open tot een zware roots tune, met lead vocals van Congo Ashanti Roy. De zang, het koortje en de viool worden subtiel verweven in het prachtige geluidslandschap dat Pura Vida ook hier weer creëert.

Dan is het aan Pura Vida zelf. Op de A-kant van de tweede plaat horen we vier songs die de band live al geruime tijd speelt. Dus mèt overtuigende vocale tussenkomsten van Saimn-I en Collieman (No way out, Proceed), en de viool van Katrien Peeters in Bam bam, in strikte zin geen familie van het gelijknamige Congos-nummer maar wel een even sprankelend samengaan van stemmenpracht, stuwende blazers en muzikale inventiviteit. Met een meezingrefrein dat toch maar twee keer herhaald wordt. In het zalig lange en afwisselende Proceed zingt Bregt De Boever met de allures en de consciousness (en de kopstem) van Cedric Myton.

You don't know me heeft opnieuw (het wordt eentonig, maar dat wordt het eigenlijk nooit) schitterende blazers, backing en lead vocals. De versnelling in het refrein houdt iedereen bij de les in dit trage, meditatieve nummer.

Op de laatste plaatkant krijgen we nog één glorieuze rastasong geserveerd, een tribute van Congo Ashanti Roy aan iedereen met 'clean hands' en 'pure in heart', en in het bijzonder aan Bobo, Collieman, Nina en Daniel ('in the lion's den'), vrienden die de zanger in België heeft leren kennen. Melodica dub is eigenlijk een instrumental, met naast de melodica (Augustus Pablo style) ook solo's op trompet, saxofoon en trombone, gedrapeerd over een oersimpele riddim die mij herinnert aan een oude dub van Prince Hammer. In de drie afsluitende Congo-dubs laat de Puraman zich helemaal gaan, met in- en uitkomende vocals en special effects galore. Het is dub die je zo zou kunnen toeschrijven aan Lee Perry of King Tubbys, de meeste mensen zouden het verschil niet eens horen. Maar dit klinkt wel beter.

We nah give up is een meesterwerk en rechtvaardigt zondermeer de aankoop van een platenspeler, mocht u die al ooit weggedaan hebben. 

Pura Vida & The Congos - We Nah Give Up (Lost Ark Music)

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

DubRootsReggae

Published

Aug 16, 2011

🇧🇪 Belgian Artist