Reggae.be
Garance Reggae Festival 2011: Jamaica thanks Europe!
Event ReportAug 02, 2011

Garance Reggae Festival 2011: Jamaica thanks Europe!

By Jah Shakespear/Irie Nation/Mikey G

Zelden zoveel dankbare Jamaicanen gezien als op Garance 2011, waar zowat elke artiest de Europese reggae massive oprecht bedankte voor de loyale steun. Wij waren zo mogelijk nog dankbaarder voor de fantastische line-up, de zalige vibes en de unieke omgeving. Topfestival!

Maandag met pijn in het hart teruggekeerd uit de prachtige Provence. Niet zozeer omdat het weer er zo goed was, de natuur zo mooi en de meloen zo lekker (en het zwembadje van onze mas zo lekker koel), hoewel zo'n decor uiteraard niet te versmaden is als je dan toch ergens een vierdaags festival wil bijwonen. Liever Bagnols-sur-Cèze in de Gard dan Werchter in Vlaams-Brabant.

De hele stad had zich opgemaakt voor Garance, haar naam en faam als 'reggae capital of France' waardig. Bagnols communie avec le reggae titelde de regionale editie van de krant Midi Libre zaterdag. Haast elke etalage had groengeelrode tinten en attributen. Uit de luidsprekers in de autovrije winkelstraat weerklonk de muziek van het hoofdpodium. Verschillende cafés hadden een dj ingehuurd, of lieten non-stop reggae horen. Sounds clashed en overstemden elkaar. Alle terrassen waren gevuld met reggaevolk. Verloren gelopen toeristen overschouwden het gewoel met nauwelijks verholen afkeer, sommigen bedekten zelfs de ogen van hun kinderen. Voor de spliffs die werden aangestoken, of voor de flessen alcohol die open en bloot rond gingen? Het is en blijft een (persoonlijke, Shakespear) ergernis, die overconsumptie van alcohol in de reggae community, zeker in combinatie met ganja. Het ene een verdovend middel, het andere een verruimend. (Hetzelfde geldt overigens voor de Red Bull die zo kwistig vloeit.)

Maar het was dan ook de enige ergernis op dit voor de rest zeer geslaagde en sfeervolle festival. Parkeerplaats op 100 meter van het parc Rimbaud, nergens lange rijen (niet aan de ingang, niet aan de eet- en drankstands, niet aan de toilettes sèches, kartonnen wc's op een wonderlijk zelfreinigend systeem), weinig afval op de grond, geen pissende mannen tegen de omheiningen. Netheid begint bij de toeschouwers zelf, en die zijn in Frankrijk duidelijk een stuk gedisciplineerder dan bij ons. En vriendelijker. Mensen verontschuldigen zich omdat ze je per ongeluk aanstoten of tegen je aanlopen. Ze schuiven wat dichter bij elkaar om je meer plaats te gunnen. Peace, love & unity: zo hoort het in de reggae (en overal natuurlijk), hoewel er op de camping zondag naar verluidt toch ook behoorlijk wat hustlers en dieven rondliepen.

Maar het was uiteindelijk toch de muziek die ons naar de Provence had gelokt, en gelukkig maakte die de hooggespannen verwachtingen grotendeels waar. Dat Sly & Robbie niet langer op niveau acteren, kon u al lezen in het verslag van het concert in Leffinge. Wij zagen Sly Dunbar backstage en waren niet verbaasd dat zijn drumwerk niet meer is wat het ooit was. De man beweegt zich moeizaam voort met een stok, zijn hoofd trilt lichtjes. Symptomen van Parkinson? Het moet een nachtmerrie zijn voor de meest fijnzinnige drummer die Jamaica ooit gekend heeft, de muzikant die samen met Robbie Shakespear meer invloed heeft uitgeoefend op de ontwikkeling van reggae en dancehall dan eender welke andere artiest. En hoe moet Robbie zich voelen wanneer hij zijn maatje zo ziet aftakelen?

Ook gitarist Daryl Thompson toont overigens tekenen van verval. Vergeten zijn de subtiele licks en ritmes die Gitsy Willis een tiental jaar geleden nog in de dubs gooide, wat rest is een arrogante Amerikaanse gitarist die zowel het publiek provoceert als de rest van de band, in een geheel misplaatste vibe.

Gelukkig was trombonist Nambo Robinson van de partij om de veredelde jampartij wat op te vrolijken en hoorden we nog een paar flarden futuristische dub, onder meer in Rockfort rock en Shine eye gal.

Een ons onbekende zanger en de act van Wada en Andrew Blood (Junior Reid juniors) voegden absoluut niets toe aan de show, en zorgden er alleen maar voor dat Junior Reid zelf zijn grootste hits op een drafje moest afhandelen. Zijn stem heeft hij de voorbije jaren niet echt verzorgd, dus van een zoetgevooisde performance was al evenmin sprake.

Het was gelukkig de enige tegenvaller in vier dagen, toch van alle groepen en dj's die wij gezien hebben. De eerste avond waanden we ons al meteen in een droom, met Burning Spear en een onwaarschijnlijke Studio One revue. We hadden het Franse Soul Stereo sound system van Fatta al eerder aan het werk gezien met Lone Ranger en Carlton Livingstone, en dat waren ook de sterren van de avond, met al hun ervaring en bravoure. Maar Fatta had dit keer nog veel meer zangers en dj's meegebracht, een keure van artiesten die we vooral kennen van hun werk op Studio One. Wie had 30, 35 jaar geleden, toen de eerste Studio One-platen ons bereikten, durven dromen dat we deze namen nog eens samen op een podium zouden zien? Eerst King Stitt, de vader van alle dj's en MC's, die met zijn rudimentaire lyrics twee tunes opvrolijkte, Ska-ing West en Be a man van The Heptones. Meer titels gaan we niet op u afvuren. Weet dat alle grote riddims van Studio One die avond aan bod zijn gekomen, sommige tot tien keer toe, aangevuld met een handvol minder bekende tunes. Fatta had ze zonder twijfel allemaal mooi op een rijtje gezet, met de bijhorende namen, maar dat plannetje liep heel geleidelijk uit de hand. De ene keer omdat Prince Jazzbo plots het podium opstruinde en zijn version van een riddim ten gehore bracht, dan weer omdat Dillinger niet kwam opdagen, de bekendste naam van de posse maar ook verantwoordelijk voor de zwakste (dronken?) vertoning van de avond. (Ook al was Cokane in my brain op de Real rock-riddim, in combinatie met Williams, Lone Ranger en Jazzbo, een laat highlight.) Ook Dawn Penn viel wat tegen (gelukkig heeft ze ooit No no no ingezongen op een ijzersterke riddim) en Willie Williams had best zijn hele album mogen brengen, met die zoete, ongeschonden vocals van hem. Maar Winston Francis (foto), in het eerste deel met een zeer mooie set van greatest hits en tunes van Little Roy, Gregory Isaacs en Dennis Brown, en diep in de nacht met het onsterfelijke Going to Zion! Prince Jazzbo, de clown en originator van het gezelschap! Jim 'Nastic' Brown, nog zo'n obscure naam van weleer, met zijn rauwe stem en onmiskenbaar improvisatietalent. Alpheus: de jongste van het lot, maar wat een stem! Studio One style & fashion all theway. Meer dan vier uur heeft deze unieke revue geduurd, en hoe later het werd, hoe meer Lone Ranger de meubels moest redden. Maar wij hebben ons geen moment verveeld. Een mooier eerbetoon had Coxsone Dodd zich niet kunnen dromen. Volgend jaar een Upsetter-revue?

Tussen de twee Studio One-sets gaf Burning Spear zijn enige Europese concert van het jaar, met zijn vaste band Young Lions. Tja, wat kunnen we zeggen? Dit was natuurlijk weer van een verheven niveau, rootsreggae buiten categorie, met zuiver hoogtepunten. Pick up the pieces, River Jordan, Rockin' time (beste uitvoering ooit), Creation, Call on you, Zion high en Foggy road uit de Studio One-tijd, Jah no dead, Marcus Garvey, Man in the hills, Slavery days, Jah is my driver, Columbus en  African postman uit de jaren '70 en '80, allemaal in superieure uitvoeringen, soms opwindend snel, dan weer bezwerend traag, telkens voorzien van ijzersterke dubs en sporadisch percussiewerk van Spear zelf.

Ik blijf het jammer vinden dat Winston Rodney opnieuw geen enkel nummer heeft gespeeld uit de voorbije kwarteeuw en zich live consequent beperkt tot zijn klassiekers. Maar het is wel iedere keer een klassiek concert.

De tweede avond was het wachten tot na middernacht, op Midnite. Hoewel de beste zanger van het festival al vroeg op de avond geprogrammeerd stond. Schitterende show van Ken Boothe, ook hij met een pak klassieke tunes en riddims, ska en rocksteady, gebackt door het voortreffelijke No More Babylon. Artibella, When I fall in love, Is it because I'm black, Train is coming, Go to tell you what I mean, Everything I own, het beklijvende Freedom street, aangevuld met de nodige historische en levenslessen. Grote meneer, Ken Boothe, een zanger die als Amerikaan misschien wel wereldberoemd zou geworden zijn. Nu is het gewoon de enige nog overlevende zanger van de eerste gouden generatie. Blij dat we hem eindelijk gezien hebben.

Midnite hebben wij zoals gebruikelijk beleefd in een trance. Vaughn Benjamin moest nog maar opkomen, of we waren alweer helemaal in de ban van zijn kracht en uitstraling. Nog een paar warrige notities gemaakt en titels genoteerd (Propaganda, Love the life you live, Inna now, True king, Love Jah) maar voor de rest helemaal opgegaan in de magie en de (ik aarzel niet om het woord te gebruiken) heiligheid van de muziek, de lyrics en de vibraties. Je kijkt naar Vaughn en je weet dat hij de waarheid spreekt, in al haar complexe facetten en daardoor soms ondoorgrondelijk, maar altijd onweerlegbaar. Af en toe ontbloot hij zijn tanden, niet om het publiek te behagen, eerder uit ontzag voor de grote woorden die hij zelf krijgt aangereikt als nederige boodschapper naar de mensen brengt.

Je ziet Vaughns broer Ron met zijn basgitaar, breed lachend en swingend, af en toe een etherische backingvocal, en je begrijpt waarom Midnite meer dan Junior Reid one blood is, familie, ook familie van ons allemaal. We are all Africans. De onverstoorbare ritmegitaar, de virtuoos variërende drums, de fijne, telkens weer verschillende gitaarlicks: het past allemaal in elkaar als de muziek van de grote jazzensembles.

'Voor ons is Midnite wat Bob Marley was voor jou generatie,' zegden de dames van Lioness Rebelation ons na afloop van deze memorabele maar veel te korte (75 minuten) show. Kijk naar de persconferentie die Vaughn Benjamin heeft gegeven op Garance en u weet waarom ze wel eens gelijk zouden kunnen hebben.

Op vrijdag hebben we ons voor de eerste keer na de Dub Station begeven, aan de andere kant van het park. Zeven luidsprekertorens, waarvan er drie toebehoorden aan resident sound Blackboard Jungle. Rechts van de sound een arena-achtige helling waar nog eens zoveel volk van de muziek zit te genieten als er tussen en voor de luidsprekers staan te dansen.

Eerst King Jammys, met een killer selectie van late rockers uit de jaren '70 (toen Prince Jammys nog leerling-tovenaar was bij King Tubbys) en rub-a-dub uit de eerste helft van de jaren '80. Het was de muziek die wij toen ook speelden, Little John, Johnny Osbourne, Wayne Smith, die namen, en dan vooral de lange, in wezen zeer monotone en veelal trage dubs. Het verbaasde me dat die kale riddims het publiek twee uur in de ban konden houden, maar dit was dan ook een rootspubliek. Cool & deadly (ook gespeeld!) King Jammys had zijn zoon meegebracht als hulpje en schreeuwde soms iets in de microfoon maar voor de rest viel er ook absoluut niets te zien. Voorspelbare afsluiter: Sleng teng, de tune waarmee King Jammys in 1985 het aanschijn van de reggae veranderde.

Jah Shaka begon zijn set als altijd met Redemption Song, One love (ska version) en Exodus (+ exclusieve dub plate), en stapte meteen daarna over op snelle, nieuwe dub. Ons leek hij vorig jaar beter in de Spiegeltent (Antwerpen) maar het kan natuurlijk ook de aantrekkingskracht van de Twinkle Brothers geweest zijn die ons parten speelden. De Twinkle Brothers!

Ik verwijs graag naar de review van Irie Vibes, waar de groep bijna een uur langer gespeeld heeft. Norman Grant vroeg wel nadrukkelijk onze aandacht voor de slachtoffers van de hongersnood in Somalië, de 'hungry belly 'pon the telly'. Met amper ingehouden woede verweet hij de blanke kolonisatoren van weleer ('ja, ook jullie, Frankrijk!') èn de huidige Afrikaanse machthebbers dat ze de Afrikanen nog altijd in de steek laten. Heel even werd het stil in het park. Waarna de Twinkle Brothers nog een superbe, toepasselijke finale speelden (Free Africa). Dat kan alleen in de reggae.

Over de vierde dag van het Garance Festival heeft Irienation veel meer te vertellen dan Jah Shakespear, die in zijn laatste Provençaalse uren vooral genoten heeft van Gussie P's Sip-A-Cup sound in de Dub Station. Ras Michael & the Sons of Negus. Junior Delgado. Michael Prophet. Mr Know It All van Gregory Isaacs, allemaal in XXL versions, from the top to very last drop. En dan omdraaien (Gussie P gebruikt net als Shaka maar één platendraaier). Een gouden tip voor de Dubwizer, lijkt mij.

Op de vierde dag was op de Main Stage de programmering beslist jonger. Dé Nieuwkomer in het landschap van de reggae heeft het feest geopend op het hoofdpodium. Protoje, de jonge beschermeling van zijn neef producer Don Corleon stond met een gezonde portie energie op het podium en bracht zijn muziek en daarmee ook de vibes probleemloos aan de man. Voor een jonge artiest heeft hij zijn show vrij goed neergezet. Don Corleon stelde ook een tweede artiest voor tijdens zijn zomertour: Pressure Buss Pipe. Opnieuw ondersteund door de  Dub Akom band, zagen we een gelijkaardig concert als dat op Reggae Geel. Zijn stem klinkt bijna even puur als op zijn albums. Een waar genoegen!

Ik heb het concert van Lutan Fyah niet kunnen zien, maar blijkbaar was hij ziek en gaf hij geen "All Fired Up" concert zoals hij ons gewoonlijk voorschotelt.
Queen Ifrica daarentegen heeft het Park Rimbaud helemaal 'on fire' gezet met een prachtige performance.  Ifrica's sterke aanwezigheid en krachtige unieke stem met haar rebelse, maar toch zo warme attitude, heeft Garance volledig weggeblazen zoals we van haar gewoon zijn. Tony Rebel had veel moeite om het tempo aan te houden na haar, maar met de sterke Flames Band kon Tony teren op jarenlange ervaring en bracht toch een degelijke show.

Daarna speelde Danakil op bekend terrein. Al van ver hoorden ze het luide applaus en geschreeuw van hun fans en ik denk dat ze hun  reputatie meer dan waar gemaakt hebben.  De Dub Akom band is vervolgens terug het podium opgeklommen om op  korte tijd hun vierde artiest van de dag te begeleiden: de lieveling van de dames en een zwaargewicht in de reggae / dancehall charts: Gyptian. Wat we wel kunnen zeggen is dat zijn muziek veel gemakkelijker thuis te beluisteren is dan live. Een zekere zachtheid, finesse ... zijn enkele karakteristieke elementen van Gyptian die je niet echt kan terugvinden tijdens zijn liveconcerten. Het was een aangenaam concert (behalve toen hij Nitty Kutchi op het podium uitnodigde, dat was een echte ramp)maar hij heeft ons niet van ons sokken geblazen.

De Abyssinians moesten het festival normaal gezien afsluiten, maar een paar dagen eerder had de organisatie van het festival aangekondigd dat ze vervangen werden door Max Romeo. Deze bood ons een standvaste en feestelijke show aan. Hij was zeer energiek en zijn ska songs zorgden voor een dansende menigte. Hij bood een topsfeertje tot de laatste momenten van het festival.

Ik zou u nog kunnen vertellen over de lekkere dingen die ik op Garance gegeten heb (veel gevarieerder dan in België), de boeken die ik er gekocht heb (en nog nergens anders gezien had), de twee nieuwe cd's van Midnite ook, de Ethiopische bredren die ik heb leren kennen, de talloze ganja-geuren die ik heb waargenomen (dat Afrikaanse bouquet!), de vele mooie mensen en kleine ontmoetingen. Ik betwijfel of Garance volgend jaar opnieuw een line-up kan presenteren die zo dicht aanleunt bij mijn (Shakespear) persoonlijke smaak maar ik heb nu al zin om terug te gaan. 

Praktisch

Het festival wordt georganiseerd in een park dat eigenlijk grenst aan het centrum van een middelgrote gemeente (20.000 inwoners) in de regio Le Gard. Dit is een deel van de provincie Languedoc in het Zuiden van Frankrijk, een dikke 200km voordat je de middellandse zee treft. Vanuit Brussel is Bagnols-sur-cèze een kleine 1000 km rijden met de auto. Wij reden zelf 's nachts wat alles eigenlijk makkelijker maakt. Geen warme zon (oververhitte auto en/of chauffeur), geen files, ook niet aan de payage . Voor de payage reken je toch best een 50 euro in totaal enkel en een 130 euro benzine enkel. Op de website staan ook tips voor het vliegtuig en de trein. Avignon lijkt het dichts bij festival te liggen. Het kan natuurlijk goedkoper: enkele andere Belgen zijn er redelijk makkelijk al liftend geraakt blijkbaar. Garance is een ideaal festival om te combineren met een auto/kampeer-vakantie in het zuiden van Frankrijk. De Ardèche en de Provence zijn superdichtbij of passeer je wanneer je Garance wil bezoeken!  Het dorp wordt heel sterk betrokken bij het festival en het is dan ook leuk om gans dat centrum in rood-geel-groene tinten binnen te komen. Je voelt je direct thuis ;-)

De festivalcamping viel best mee blijkbaar en de festivalkampeerders konden overdag ook een 2-tal kilometer verderop in een school gaan douchen. Op de camping zelf staan er bitter weinig douches. Het was wel een beetje zoeken en rondrijden en –lopen voor de camping-parking. De bewegwijzering was redelijk chaotisch maar al bij al is het stadje nu ook weer niet zo groot natuurlijk.  Op de camping hebben de weggetjes naambordjes gekregen… "Sugar Minottstreet" bijvoorbeeld. Heel leuk. Wanneer je wel regelmatiger makkelijk muggen aantrekt, mag je die stick of het zalfje wel zeker niet vergeten. Er loopt immers niet ver daarvan een riviertje. Aan die rivier is ook een strandje voorzien dat overdag aardig bevolkt is en waar een frisse duik ondertussen best mogelijk blijkt te zijn (vroeger niet blijkbaar). Heel veel mensen kiezen er blijkbaar toch voor om een hotelletje of kamer in de buurt te huren, of om op een gewone toeristencamping te logeren, want de toeristische dienst had eigenlijk maar één boodschap: alles zit vol zolang het festival bezig is.  Nuja als je met de auto bent en een Bob bij de hand hebt, kan je op een kwartiertje buiten het centrum nog wel iets vinden blijkbaar. De luxe-campingbezoekers boeken dus best vroeg genoeg vooraf!

Hoogstwaarschijnlijk heb je op Garance atlijd goed en warm weer. Het heeft er welgeteld 2 keer 1 halfuur geregend op 4 dagen. Het festivalterrein zelf biedt meer dan voldoende schaduw (en regen-schuilplekken) onder de vele bomen. Maar zoals bij elk festival verwordt een platgetrapte grasvlakte na 2 dagen tot een grote hoop stof. De brandweer rukte er wel 's morgens op uit om te sproeien en dat helpt blijkbaar wel een beetje, zo vertelde bezoekers van de vorige edities dat het nu wel beter is. Van stof hebben ze bijvoorbeeld op Rototom (Spanje) geen last, vermits daar grote betonnen vloeren liggen vlak voor de podia. Rototom is ook wel een pak groter als Garance. Op het Zuid-Franse festival ontvangen ze elke dag tussen de 10.000 en 15.000 bezoekers naar ik vermoed, tegenover een kleine 20.000 per dag op Rototom. Ter vergelijking op Reggae-Geel trekken ze al enkele jaren een 10.000-tal mensen op vrijdag en tellen ze op zaterdag toch al drie jaar méér dan 25.000 bezoekers.  Wij hadden voor zo'n line-up eigenlijk meer volk verwacht. Veel meer moet dat wel niet zijn want dan zou het gezellige festivalpark toch iets te klein worden. Het terrein is geen wei, maar een park. Veel bomen en langs één zijde helemaal 'afgesloten' door een stijle helling omhoog. Die helling is zeer praktisch, om te rusten en toch nog iets van het podium te zien en vooral in de dubcorner zorgt dat voor een schitterend uitzicht over de dansende massa. Winkeltjes en eetstandjes zijn er zeker voldoende en zeer divers en origineel. Goed eten en zelfs shoppen kan er ook goedkoop. Irie! 

Er wordt wel aandacht besteed aan de milieuvriendelijkheid. Zo zijn er mooie ecologisch verantwoorde Garance-wisselbekers, maar verwacht niet elke keer een nieuwe beker. Als je je beker geeft, wordt diezelfde beker ook terug gevuld. Dat heb ik hier op veel festivals toch nog niet gezien.  Een drietal bars blijkt voldoende te zijn, als ze ook met voldoende medewerkers voorzien worden natuurlijk. Enkel bij de bonnetjeskassa's hebben we eigenlijk bijna permanent een rij zien staan.  Een goede drankplanning en in één keer voldoende jetons kopen zorgt voor de minste stress en blijkbaar zijn ze dat ook niet zo gewoon toen wij voor 100 euro jetons kochten. Een kwestie van organisatie natuurlijk.
Het grootste minpunt zijn de toiletten op het festivalterrein. Die zijn weliswaar ecologisch verantwoord, dus niet chemisch maar "droog", maar hoe kan het ook anders: op z'n Frans.  De Fransen zijn dit zelf wel gewoon, maar andere Europeanen zijn wellicht te verwend en hebben het er toch moeilijk mee. Vermits we niet zo voor de imodium-festivaltruck zijn en niet op een kartonnen (!) Franse WC ons gevoeg wilden doen, was een wandelingetje van 5 minuutjes naar een cafeetje buiten het festival de enige en makkelijkste oplossing.

Overdag is er bitter weinig te beleven op het festivalterrein, maar voor wie met de auto komt zijn er in de omgeving ruim voldoende andere toeristische of minder toeristische plekjes en bezienswaardigheden.  Een wandelingetje door een minuscuul dorpje en een kanotrip, gewoon gaan zwemmen of een museum meepikken. Je hebt er allemaal de tijd voor als je natuurlijk niet tot een stuk in de nacht op het laatste streepje muziek blijft skanken.  Het lukt op Garance eigenlijk beter als op Rototom waar de hitte je echt niet aanmoedigd om overdag ook maar iets te doen. Dat is natuurlijk ook leuk. Het is immers vakantie ;-) 

 

 

 

Garance Reggae Festival 2011: Jamaica thanks Europe!

About the Author

Jah Shakespear/Irie Nation/Mikey G

Genres

DubRocksteadyReggae

Published

Aug 02, 2011