
Lee Perry en Bill Laswell: het is een combinatie die mij meteen verleidt. Van Scratch wil ik alles horen, crap of niet. Ook Bill Laswell heeft zich door de jaren heen een aparte plaats toegeëigend in mijn collectie, (nog) niet zo uitgebreid als de afdeling Perry en Black Ark, maar wel even vaak te horen op cd en iPod. Laswell heeft sinds de jaren '80 een indrukwekkend gevarieerd oeuvre op de mensheid losgelaten, en honderden platen gemaakt in uiteenlopende genres (jazz, hiphop, metal, funk, world, urban…). Als iemand een muzikale duizendpoot mag genoemd worden, dan wel deze Amerikaanse bassist en producer.
Ik leerde Bill Laswell in de vroege jaren '80 al kennen als het brein van de avantgarde funkgroep Material, die later niet toevallig een album zou opnemen met Sly & Robbie. Hij werkte samen met Eno en Herbie Hancock (remember Rockit, de eerste hit met scratching). In de jaren '90 richtte Laswell onder de vleugels van Chris Blackwell het label Axiom op, het toneel van een kleurrijke kruisbestuiving tussen alle muzikanten die hij door de jaren heen had leren kennen. De compilatie Axiom Dub (featuring Sly & Robbie, Jah Wobble, The Orb, Mad Professor, Dr. Israel en andere dubtovenaars) klinkt ook vandaag nog vernieuwend en experimenteel.
Laswell kreeg via Blackwell ook de beschikking over de moederbanden van de platen die Bob Marley & The Wailers hadden gemaakt voor Island. Hij puurde er Dreams of freedom uit, een etherisch dub-album dat verdeelde reacties opriep. Wat mij betreft, had hij er zo nog een paar mogen maken.
In de jaren 2000 waren het vooral de cd's van Gigi die mij charmeerden en verrasten, mevrouw Bill Laswell maar in de eerste plaats een geweldige Ethiopische zangeres. In de ethiodub die hij creëert, komt haar stem perfect tot zijn recht. Het is het voorlopige orgelpunt van een wonderbaarlijke studiocarrière. Toch voor mij, want iedere fan van Bill Laswell heeft zijn eigen parcours afgelegd.
Ejigayehu 'Gigi' Shibadaw doet ook mee op Rise again, het album dat Bill Laswell heeft gemaakt met Lee Perry voor zijn nieuwe M.O.D. Technologies label. In Orthodox zingt ze de lof van Ethiopië, in African revolution legt ze de link tussen Jamaica en Shashamane, en Kingston en Addis Abeba. Tekstueel vrij voorspelbaar allemaal, maar dat geldt natuurlijk ook voor de oude man die tussen het gezang door zijn wijsheden en onnozelheden uitkraamt.
'Let there be light, let there be no more parasites': met die woorden opent Scratch Higher level, een loungy dub die de bas van Laswell meteen prominent op de voorgrond plaatst. Dat blijft zo tot de laatste noot van dit album. Bass culture at his best. Lee Perry beroert intussen als vanouds een amalgaam van thema's, niet in het minst zichzelf. 'Lee Scratch Perry flying through the air', 'In America, in Canada, in Jamaica', 'Eat no meat'. Ook dat geldt voor alle tunes, het willekeurige switchen van onderwerpen. Typisch Perry, zult u zeggen, maar als hij in vorm is, legt hij wel degelijk relevante verbanden.
Scratch message is zware rootsreggae met mooie Ethiopische blazersarrangementen en het vintage geluid van oude synths en orgeltjes, courtesy p-funkateer Bernie Worrell. Lee Perry lult over Satan, Jamaica ('is shit'), Elisabeth en Prince Charles. In Orthodox pleit hij onomwonden voor een theocratie, met referenties naar rastafari, maar het is Gigi die hier de show steelt. De klassieke dub van Wake the dead heeft (naast een dom refreintje) opnieuw prachtige Ethiopische blazers, die variëren op bekende reggaethema's. 'Jesus Christ is superblack' gromt Scratch, en je begint te wensen dat hij even zijn kop houdt.
Rise again lijkt van ver op de riddim van Sata. Perry verveelt. African revolution staat het dichtst bij dancehall, ondermeer door de inbreng van singjay Jahdan Blakkamoore. Perry komt nauwelijks aan bod. Dancehall kung fu is ondanks de titel en het voorspelbare gewauwel van Perry (kung fu is altijd een favoriet thema geweest) de sterkste track van het album, funky ethiojazz met een ijzersterke reggaebeat.
In ET debiteert Scratch zijn flauwe space talk maar de gitaar-in-dub maakt veel goed en de riddim herinnert aan Adrian Sherwoods 83 Struggle. House of God, met in de hoofdrol Jahdan Blakkamoore, doet mij dan weer denken aan die andere wereldbassist, Jah Wobble. Butterfly lijkt recht uit de Black Ark te komen, met Congo-achtige stemmetjes en een onvervalste rockers drive. Uitstekende zanger van dienst is opnieuw Tunde Adebimpe (TV on the Radio). Scratch komt amper in het stuk voor, en dat is goed zo.
'Japanese food give you good mood', zegt Lee Perry is het afsluitende Inakaya, en nog wat onzin. De remix van House of God had voor ons niet gehoeven.
Excellente dubplaat, zoals we die van Bill Laswell gewend zijn en die, volgestouwd met speciale geluidjes en effecten, zonder twijfel nog zal groeien. Maar net daarom zou ik liever de èchte dubversie horen, zonder de stem van Lee Perry, of hooguit in flarden. Soms moet zelfs de grootste sjamaan kunnen zwijgen.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
May 26, 2011