
Veel goede en vooral gevarieerde reggae op Couleur Café dit jaar. Met Patrice, Ziggy en Ziggi op vrijdag, Tiken Jah Fakoly, Raggasonic en SOJA op zaterdag, en Dub Inc., Aloborosie en Jammin' Troopers op zondag. Wij praatten met Sergent Garcia, koning van de salsamuffin'.
De man die eind jaren '90 eigenhandig de salsamuffin uitvond, een tintelende mix van salsa, dancehall, ska en reggae, is terug met een geweldige plaat (Una y otra vez). We konden onlangs in Parijs zelf vaststellen dat zijn groep Los Locos del Barrio ('De Zotten van de Buurt) nog altijd staat als een huis. Met die muzikanten heeft Sergent Garcia ooit nog Open Tropen op stelten gezet, het wereldmuziekfestival in Turnhout. Those were the days.
Bruno Garcia nam in Parijs ook uitgebreid de tijd om met ons te praten.
In de aanloop naar je nieuwe album heb je vorig jaar je al een paar nummers uitgebracht onder de noemer Cumbiamuffin.
'Dat waren oude composities van mij die ik heb opnieuw heb laten inspelen door Colombiaanse muzikanten, in samenwerking met mijn eigen Frans-Cubaanse groep. In de traditionele cumbia-stijl, vandaar die naam.'
Vraag me niet waarom, maar ik hoor persoonlijk liever cumbia dan salsa.
'Wat niet verwonderlijk is als je graag reggae hoort. Cumbia is voor mij de reggae van de latin muziek. De baslijnen verschillen maar er zit dezelfde kleine skank in. Cumbia en reggae zijn volle neven van elkaar.'
En de reggaeton die zo populair is geworden? Wat vind je daar nog reggae aan?
'Alleen de naam. Het ritme is ooit ontstaan als een variant van de Bam bam riddim. Men dacht een eigen latin versie van de reggae te maken. Soms lukt dat goed – ik hou wel van (de Portoricaanse rapper) Tego Calderon – soms minder goed. Reggaeton heeft een aanstekelijk dansritme maar muzikaal stelt het meestal weinig voor, en ik heb ook niks met de bling-bling die er rond hangt. Dan luister ik liever naar de nieuwe Latijns-Amerikaanse groepen die echte rock, hiphop of reggae spelen.'
Hoe groot is de kans dat we binnen tien jaar overal hetzelfde soort wereldmuziek horen, nu zoveel groepen een soort ultieme fusie trachten te verwezenlijken?
'De maatschappij globaliseert, dus ook de muziek. Dat er een globale muziek ontstaat, is niet onlogisch. De vraag is hoe je de lokale accenten invult. Er zijn wel meer groepen die salsa en reggae hebben proberen te mixen maar de magie van Sergent Garcia wisten ze niet op te roepen. Je hebt gewoon veel kennis en muzikaal inzicht nodig om een bepaald niveau te halen. In Frankrijk heeft een journalist overigens het woord glocale ('glokaal') geïntroduceerd, om wereldmuziek aan te duiden met een uitgesproken regionale of lokale kleur. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen.'
Je bent zelf ooit begonnen in de punk. Wat heeft je uiteindelijk naar salsa en reggae gebracht?
'Rond 1989 heb ik voor het eerst Los Van Van gezien, de Cubaanse topgroep. Là, j'ai pris un vrai claque. Er stond een volledig orkest op het podium, stuk voor stuk fantastische muzikanten. Plots zag ik hoe één man de hele avond hetzelfde kleine instrumentje bespeelde, een quiro (rasp) of een claves (twee houten stokjes). Ik had al blazers en percussie gezien bij Burning Spear en andere reggaegroepen maar dit was van een andere categorie. Veertien muzikanten op het podium! Vanaf dan ben ik bewust naar salsa en andere latin muziek beginnen luisteren, te beginnen met de platen van mijn vader. Die kende ik al maar in feite had ik ze nog nooit gehoord, echt gehoord.'
Nooit overwogen om Arabische invloeden te verwerken in je muziek, naast reggae, salsa, flamenco en wat je ook al gebruikt hebt?
'Nee, omdat ik geen patchwork van wereldmuziek wil maken. Er zijn genoeg goede compilatiealbums en groepen die zich daaraan wagen. Ik concentreer mij bewust op de Afro-Caribische en Afro-latino cultuur. Wat niet wegneemt dat ik ooit wel eens zal samenwerken met echte Afrikanen, in Afrika, of met gnawamuzikanten. Er zijn wel degelijk raakvlakken tussen traditionele gnawa en de muziek die ik nu maak. Maar ik wil die muziek eerst helemaal doorgronden, om er dan serieus mee aan de slag te gaan. Salsamuffin is voor mij nooit een eindstation geweest maar een open platform.'
Hoeveel exemplaren hoop je van de nieuwe plaat te verkopen?
'Ze komt uit in 27 landen. Als we in elke land duizend stuks aan de man kunnen brengen, zou dat al niet slecht zijn. Als mijn muzikanten en ik er maar genoeg aan overhouden om te leven, èn om een nieuw album op te nemen.'

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
May 23, 2011