
Mento was naast rhythm & blues en nyahbinghi het derde hoofdingrediënt van de ska, en dus ook van de reggae. In het Antwerpse Zuiderpershuis trad donderdag de beste vertegenwoordiger van het genre op, een kwartet dat de mento speelt met de vrolijkheid en authenticiteit van weleer.
Gilzène & The Blue Light Mento Band bestaat 25 jaar, maar ook in 1986 was mento al oude muziek. Ouderwetse muziek zelfs, volgens velen, die je enkel nog hoorde in duffe hotels en op folkloristische feesten. De enige mento die je hier kon kopen, en dan nog, was uitgebracht op Studio One (The Hyltonaires). Harry Belafonte zou vroeger een mentozanger geweest zijn, dat wisten we ook. Veel van zijn liedjes waren Jamaicaanse originals. De enige mentozanger die hier ooit heeft opgetreden (op Open Tropen), was Stanley Beckford (+2007).
Eind vorig jaar was er plots de 'comeback' van de Jolly Boys, een van de bekendste mentogroepen uit de gouden jaren '40 en '50. Maar de Jolly Boys zongen covers van bekende popnummers, met teksten die ver van hun eigen leefwereld stonden, en dus ook van de mento. Alsof een gezonde Jamaicaan ooit zou overwegen om naar Rehab te gaan. Dat was trouwens ook de reden dat de Jolly Boys in Jamaica werden weggehoond. Pas toen ze hun oude klassiekers boven haalden, kregen ze het publiek weer aan hun kant en aan het dansen.
Het was Sam Clayton Junior die het ons wist te vertellen, zoon van Brother Sam Clayton, één van de centrale figuren in de geschiedenis van reggae en rastafari, voormalig leider van Mystic Revelation of Rastafari. Junior heeft Gilzène & The Blue Light Mento Band naar Europa gebracht, en hij is ook hun vaste geluidsman. Voor mij een keurmerk van kwaliteit. Sam Junior heeft ook de nieuwe plaat van Takana Zion geproduceerd, met Jamaicaanse muzikanten erbij, en belooft een productie die de Afrikaanse zanger definitief zal lanceren op het hoogste niveau, artistiek en commerciel.
Het archetypische mento-instrument is de rumbabox, een balkvormige houten doos met een soort duimpiano, de Afrikaanse mbira. Er is ook bijna altijd een banjo van de partij, kleine percussie en een (ritme)gitaar. In die bezetting trad de groep ook aan in Antwerpen. Op banjo Wesley Balds (82!) die twee keer drie kwartier lang de melodieën bepaalde. Oprichter Lanford 'Culture George' Gilzène is de even onvermoeibare zanger, rumbaboxspeler Courtney Clarke een vrolijke rastaman die zijn backing vocals doorspekt met wat we net geen raps of MC-werk kunnen noemen. Maar zo moeten die gesproken interventies ooit wel ontstaan zijn. Het vierde bandlid is (uitzonderlijk) een vrouw. Donnett Clarke heeft een bezwerend archaïsch stemgeluid, zoals je wel eens iemand hoort zingen in een oude film of op een 78-toerenplaat. Het was een stem die mij meer intrigeerde naarmate het concert vorderde, een stem die zich liet horen recht uit Afrika en de slaventijd.
Toen zijn die liedjes ook ontstaan, vaak verhulde boodschappen aan slaven van andere plantages, wanneer die met hun meester op bezoek kwamen. Of ze putten inspiratie uit de Revival-muziek, religieus en repetitief, hun sociale situatie en uiteraard de liefde, bezongen in hilarische metaforen. Twee liedjes klonken bekend in de oren: Wings of a dove (in de ska-tijd gecoverd door The Wailers) en Rivers of Babylon, een bijbeltekst op muziek gezet door The Melodians (1967) en wereldwijd verspreid door Boney M (1977).
De mooiste ervaring was het besef van de verwantschap met de reggae. Culture George was Toots (Hibbert) in spe. Zo zou Toots gezongen hebben in het mentotijdperk. Donnett Clarke was (in haar eentje) de I Threes, en alle engelenkoortjes die de Jamaicaanse muziek ooit gekend heeft. Courtney Clarke vertegenwoordigde de ritmesectie (drum'n'bass), and all things rasta ('Irie!'). En Wesley Balds is de oermuzikant, de man die heel zijn leven gewijd heeft aan één simpel instrument en dat virtuoos bespeelt. Sommige tunes en medleys duurden een kwartier, twintig minuten, tot de mento een soort trance werd, zoals ook ska, roots en dub dat kunnen zijn.
Deze groep verdient een plaats op de grote festivals.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Apr 21, 2011