
Na Damian & Nas en Alborosie alweer een uitverkocht huis voor een reggaeconcert. Prachtig om zien hoe ook de oude knarren van The Congos en The Abbyssinians de jonge massive nog in de ban kunnen krijgen.
Je kunt van religie zeggen wat je wil, maar niet dat ze geen goede muziek heeft opgeleverd. De eerste muzikanten waren priesters, en bijna alle klassieke muziek was geïnspireerd door godsdienstige thema's. In de 20ste eeuw leerden de meeste zwarte zangers en zangeressen zingen in het koor van de kerk. Gospel was naast blues en rock'n'roll de belangrijkste bouwsteen van de pop-en rockmuziek zoals we die nu kennen.
Muziek is nog altijd een essentieel onderdeel van religie (tenzij misschien in bepaalde extreem islamitische kringen) maar religieuze muziek haalt zelden de charts, en zit al helemaal niet in het circuit van concerten en festivals. Alleen in de reggae kan en mag nog luidkeels gebeden worden. Alleen daar roepen we nog met z'n allen God/Jah aan en laten we ons in vervoering brengen door het engelengezang van devote gelovigen. Daar laten we ons nog bevangen door de mystiek van religie, of toch minstens door de singers and players of instruments (Psalm 87.7).
Het schoot allemaal door mijn hoofd toen ik dinsdag in de VK The Abbyssinians zag neerknielen tijdens Good lord, net als de meeste lyrics van het trio evenzeer een gebed als een songtekst. Het is ook geen gimmick voor hen. Bernard Collins, Donald Manning en David Morrison (sinds enkele jaren de derde stem) zijn diepgelovige rasta's, en ze hebben ook alle redenen om te geloven dat Jah hen gunstig gezind is. Wie anders zou hen begin jaren '70 een dozijn prachtige songs hebben toegeschoven, waarmee ze 40 jaar later nog altijd wereldwijd grote massa's mensen kunnen beroeren? Of het moesten hun kostuums zijn natuurlijk, outfits waar alleen echte rasta's mee weg komen. David Morrison droeg zelfs een heus militair uniform, met zware officierskepie.
African race, met de idyllische intro en universele boodschap. Know Jah today, een smachtende oproep om in het nu te leven, jammer genoeg zonder blazers. De nummers van The Abbyssinians hebben bijna allemaal mooie horns arrangementen maar die krijgen we live zelden te horen. Donald Manning zong Peculiar number en het mij onbekende maar wel vertrouwde Africa (Ethiopia), over het beeld dat hij als kind al had van het moederland.
Volgende klassieker: Y Mas Gan (Glory to God), een extatisch eerbetoon aan de allerhoogste. Later volgden uiteraard ook nog Declaration of rights, door de hele zaal met overtuiging meegezongen, Forward on to Zion en This land is for everyone. Voor Let my days be long, een obscure single uit 1978, en het diepzinnige Meditation schakelde de band een versnelling hoger, van statige rootsreggae naar uptempo rockers. De korte dubs waren niet meer dan instrumentals. Er stond wel een geluidsmixer achter de knoppen maar die heeft de hele avond geen bal uitgevoerd. Iedereen weet intussen dat het mengpaneel in de reggae een extra instrument is dat gewoon moet meespelen met de rest maar in de VK vergeten ze nog altijd om daar dan ook een goeie 'muzikant' neer te poten. Wie The Congos en co vorig jaar gezien heeft in de Vooruit, toen met Adrian Sherwood als engineer, zal bevestigen dat het geluid in Brussel wel OK was, maar ook niet meer dan dat.
De microfoons van de zangers waren gelukkig perfect afgesteld. Ik heb The Abbyssinians al een paar keer gezien maar zo helder en klaar heb ik deze engelen hun liederen zelden horen zingen. Met als voorspelbaar maar nog altijd schitterend orgelpunt Satta A Massagana, het volkslied van de reggae, de ultieme singalong, de tune die heel de VK mee kreeg. In vier versions dan nog, eerst een soort chant van Donald Manning, dan de original, Donald Manning die terugkeerde als toaster stijl Jah Woosh, en tot slot een nyahbinghi-uitvoering met de beide oudjes Collins en Lynford Manning op de repeater drum. Rastafari!
Voor The Abbyssinians hadden The Congos al hun grootste hits gebracht, met uitzondering weliswaar van Congoman. 'Do you wanna go home to Africa?' vroeg de MC aan het publiek, een vraag die in het licht van het bezoek van 70 Afrikaanse asielzoekers uit het nabij gelegen Klein Kasteeltje plots een cynische dimensie kreeg. Maar wel respect voor dat initiatief.
We zegden het al: geen Adrian Sherwood, en dus zeker ook geen betoverende sound voor The Congos. Maar ook deze overlevers verkeerden zelf andermaal in topvorm. Hoe ze erin slagen om die stemmen intact te houden, is mij een raadsel. Hulp van boven misschien? Ik onthoud Lost sheep (maar hoor toch liever de studioversie), Children are crying (met superieure samenzang), Solid foundation (met sublieme vocale arrangementen), de meezinger La-la-bam (met Congo Ashanti Roy als leadzanger in plaats van Cedric Myton), Ark of the covenant (met lang instrumentaal stuk) en uiteraard Row fisherman row, een van de grote klassiekers van de reggae, met een ronduit unieke baslijn. The (4) Congos zongen niet alleen perfect, ze dansten ook als jonge veulens, alsof hun baard en locks nog lang niet grijs zouden zijn.
The Abbyssinians waren beter, maar dat heeft ook te maken met de cleane productie van de oorspronkelijke nummers. Van The Congos verwachten we ook nog eens die broeierige, kleurrijke Lee Perry-sound zoals alleen Sherwood of mogelijk de Mad Professor die kunnen evenaren. Voor de rest wel weer een zeer mooie avond beleefd, in een volgepakte, bloedhete VK. Reggae 'pon top!
Tip: koop op tijd uw tickets voor de volgende concerten. Uitverkochte zalen zijn blijkbaar niet langer uitzonderlijk in de reggae.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Apr 19, 2011