Reggae.be
In het spoor van de leeuw: op zoek naar Haile Selassie I
TravelFeb 26, 2011

In het spoor van de leeuw: op zoek naar Haile Selassie I

By Jah Rebel

Wat rest er nog van de erfenis die Haile Selassie I zijn land heeft nagelaten? Jah Rebel reisde onlangs naar Ethiopië en trad er in de voetsporen van een figuur die hem al jaar en dag fascineert. 

We logeren in het Taitu, het oudste hotel van de stad en een restant uit de tijd van Menelik II, want gebouwd door diens gemalin Itegue Taytu in 1904. Het Taitu heeft duidelijk betere tijden gekend, maar door de ligging van het hotel, centraal in het oude gedeelte van de stad, is het nog steeds een uitstekende uitvalsbasis om historisch Addis te verkennen. Het Piazza- (= plein) district is nog een overblijfsel uit de tijd van de Italiaanse bezetting. In de wijk, die zich uitstrekt rond het De Gaulle Square, zijn voornamelijk budgethotels met bijhorend nachtleven, juwelenwinkels en koffiehuizen terug te vinden. Op de hoek van Mahatma Gandhi Street bevindt zich Ristorante Castelli, het bekendste Italiaanse restaurant van Addis dat al haar deuren opende in 1948.

In 1936 omvatte het grondgebied van Italiaans Oost-Afrika, Eritrea, het net veroverde Ethiopië en het voormalige Italiaans Somaliland. De kolonie was verdeeld in zes gouvernementen: Italiaans Eritrea, Italiaans Somaliland plus vier provincies van Ethiopië (Amhara, Galla-Sidamo, Scioa en Harar). Elke gouverneur moest rekenschap geven aan de Italiaanse Onderkoning, de rechtstreekse vertegenwoordiger van Keizer Victor Emmanuel III in de kolonie. 

Het territorium van Italiaans Oost-Afrika werd nog kortstondig uitgebreid in 1940 toen Italiaanse troepen ook Brits Somaliland wisten te veroveren, maar amper een jaar later verloren de Italianen de controle over de ganse kolonie toen Britse troepen van de East African Campaign (juni 1940 - november 1941) het grondgebied innamen.  

Voor wie op zoek wil gaan naar sporen uit de regeerperiode van Haile Selassie I, is de Saint George kathedraal wellicht het ideale beginpunt. Gelegen op slechts een boogscheut van het Taitu hotel, was het in deze kathedraal (gebouwd door Italiaanse krijgsgevangenen in 1896) dat Ras Tafari Makonnen op 2 november 1930 tot keizer gekroond werd. Binnen zijn op enkele fresco's van de hand van de gereputeerde Ethiopische kunstenaar Afewerk Tekle enkele sleutelfases uit de bewindsperiode van Haile Selassie I te zien, voornamelijk gebaseerd op bekende foto's: de speech die Haile Selassie I gaf voor de Volkenbond in Geneve op 30 juni 1936, het hijsen van de Keizerlijke vlag nadat de Keizer op 18 januari 1941 de Ethiopische grens terug was overgestoken bij Um Iddla.

In de klokkentoren van de kathedraal is een klein museum gevestigd. Naast een aantal religieuze artefacten zoals oude velum manuscripten, sistrums en maquamiawoch (of gebedsstaven) zijn er ook een reeks keizerlijke gewaden en ceremoniële kronen tentoongesteld die toebehoorden aan Haile Selassie I, maar ook aan keizerin Zawditu, net als hij gekroond in de kathedraal. Zawditu I (29 april 1876 - 02 april 1930) was Keizerin van Ethiopië van 1916 tot 1930. Als eerste vrouwelijke staatshoofd van een international erkende Afrikaanse staat, stond ze vooral bekend als tegenstandster van de voorgestelde hervormingen van Tafari Makonnen (de latere Keizer Haile Selassie I) en om haar sterke geloofsovertuiging. 

Met de keizer op de trein

Eenmaal op dreef kost het weinig moeite om nog meer sporen van de keizer terug te vinden. Integendeel, Haile Selassie I heeft Addis Abeba mee gevormd tot de metropool die de stad vandaag is en zijn stempel is dan ook nog vrijwel overal terug te vinden.

Wie zich een idee wil vormen over hoe het Addis van Haile Selassie er rond de jaren dertig (het begin van zijn regeerperiode) moet hebben uitgezien, brengt best een bezoek aan Seba Derega (Seba = 70, Derega = trappen), een van de oudste en destijds betere wijken van de stad. De wijk ontleent haar naam aan de zeventig trappen die ooit een van de elegantste boulevards van de stad moeten hebben gevormd, maar er nu eerder troosteloos bijliggen. Helemaal onderaan de trappenavenue bevindt zich nog een fontein, opgedragen aan Ras Makonnen, de vader van Haile Selassie I en zelf gouverneur van de provincie Harar. 

Hier is een groot deel van de originele bebouwing (villa's met kenmerken uit de Indische architectuur) bewaard gebleven. Indisch? Een groot deel van de Indische gemeenschap in het Addis van begin van de twintigste eeuw was werkzaam in de bouw. In 1909 waren er amper 149 Indiërs gevestigd in Addis, waarvan de meesten in armoedige omstandigheden leefden. Een sleutelfiguur in de vroege Indische gemeenschap in Addis was Haji Kawas, een Indische moslim uit Peshawar die aan het hoofd stond van een groep Indische bouwvakkers die verantwoordelijk waren voor de bouw van enkele paviljoenen van het Gibbi. 

De Indiërs zijn verantwoordelijk voor enkele van de meest opvallende architectonische elementen in het stadsbeeld van Addis Abeba zoals die bijvoorbeeld te zien zijn in de oudere gebouwen in het Piazza district. Typisch Indische stijlkenmerken zijn bijvoorbeeld de extra dikke buitenmuren van sommige gebouwen (overgenomen uit de traditionele manier van bouwen in de Indische deelstaat Gujarat en dienend om de grootste hitte buiten te houden), veranda's (open met houten pilaren bij de oudere gebouwen en gesloten bij de recentere), hoofdingangen met dubbele deuren (de buitendeuren meestal in glas) en dakversieringen (die in India vaak een symbolische betekenis hadden of iets vertelden over de eigenaar van het huis). Ook vermeldenswaardig zijn de torentjes die bij veel van de gebouwen uit die periode terug te vinden waren (alweer een vertrouwd architecturaal element uit Gujarat, de Indische deelstaat van waaruit de meeste Indische bouwvakkers in Addis afkomstig waren). Tot de belangrijkste gebouwen met duidelijke Indische invloeden in Addis behoren onder andere het Arada postkantoor en de oude Holy Trinity church. 

Een andere aanrader uit deze periode is het oude treinstation aan het eind van Churchill Avenue. Op het pleintje net voor het stationsgebouw troont wat de mooiste Lion of Judah van heel Addis moet zijn. Het bronzen standbeeld werd in 1930 opgericht om de kroning van Haile Selassie I nog wat extra luister bij te zetten. In 1936 verscheepten de Italiaanse bezetters de leeuw echter naar Rome en het beeld zou pas in 1969 zijn rechtmatige plaats voor het stationsgebouw terug innemen.

De Compagnie Impériale des Chemins de Fer Ethiopiens werd in 1894 opgericht en moest Addis Abeba verbinden met Djibouti in wat toen nog Frans-Somaliland was. Het hele traject werd uiteindelijk pas afgewerkt in 1917. Haile Selassie I legde de eerste steen van het station in 1927 en twee jaar later werd het gebouw plechtig ingehuldigd door Keizerin Zawditu.

De Compagnie Imperiale des Chemins de Fer Ethiopiens zelf ging al in 1906 failliet. In 1908 werden de activa van het bedrijf overgedragen naar de pas opgerichte Compagnie de Chemin de Fer Franco-Ethiopien de Jibuti a Addis Abeba, die een concessie verworven had om het traject verder af te werken. Na een jaar van politiek en diplomatiek getouwtrek, werden de werkzaamheden hervat en tegen 1915 had de spoorlijn het stadje Akaki, op amper 23 kilometer van de hoofdstad, bereikt. Toch zou het nog twee jaar duren eer het hele traject tot Addis Abeba uiteindelijk klaar was. 

In de keizerlijke periode was de trein het luxevervoermiddel bij uitstek, maar tijdens het daaropvolgende Derg-bewind trad het verval in. In 2007 werd besloten het traject Addis - Dire Dawa (zowat de helft van het originele spoornet) niet langer te bedienen: de treinstellen waren verouderd en traag en dankzij het naar Afrikaanse normen vrij goede Ethiopische wegennet had de bus zich opgeworpen als een waardige vervanger.

In het aan het station grenzende Ethiopian Railway Museum zijn nog twee keizerlijke treinstellen uit de jaren dertig en vijftig van de vorige eeuw terug te vinden met daarin onder andere de slaap-, werk- en vergaderruimtes van de keizer.

Grootste domper op de feestvreugde in Addis is zonder twijfel het feit dat zowat alle paleizen uit de tijd van Haile Selassie I, waarvan een aantal interieurs zo goed als intact bewaard gebleven zijn en waar zich ook nog steeds de belangrijkste persoonlijke bezittingen van de keizer bevinden, nog steeds afgesloten blijven voor het publiek. Zelfs de geringste poging om een foto te nemen van een van de paleisgevels, leidt tot onmiddellijke problemen met de aanwezige militaire wachten.

Haile Selassie I kon beschikken over drie paleizen: het Genete Leul (dat hij in 1961 liet omvormen tot de Haile Selassie I University), het Gibbi of Menelik Palace (het oude Keizerlijke paleis uit de tijd van Menelik II dat tegenwoordig dienst doet als zetel van de regering) en tenslotte het onder zijn bewind gebouwde Jubilee Palace waar hij meestal verbleef (tegenwoordig het National Palace en ambtswoning van de Ethiopische president).

Het enige voormalige paleis waar we wel binnen mogen, is de huidige Addis Ababa University, vroeger het Genete Leul Palace. In de gebouwen is naast het door Dr. Richard Pankhurst (de Britse academicus en expert in Ethiopische cultuur en geschiedenis, zoon van de bekende suffragette Sylvia Pankhurst) opgerichte Institute Of Ethiopian Studies tegenwoordig ook het Ethnological Museum gevestigd en zijn onder andere de slaap- en badkamer van de keizer in min of meer originele staat bewaard. Ook hier geldt helaas een strikt "no photography!" beleid.

Ook de meeste prestigeprojecten van Haile Selassie I hebben de tand des tijd vrij goed doorstaan. Africa Hall, gelegen tegenover het Jubilee Palace en destijds het hoofdkwartier van de door de keizer in het leven geroepen Organisation of African Unity (OAU), wordt tegenwoordig gebruikt door UNECA (United Nations Economic Commission for Africa, red.). In het centrum van de stad, in de buurt rond Churchill Avenue, is naast het National Theater (waar de loge van de keizer in originele staat bewaard is gebleven) ook nog het hoogst originele en nog steeds in gebruik zijnde gebouw van de Commercial Bank of Ethiopia terug te vinden; een wat futuristisch ogende constructie uit het midden van de jaren zestig. Op het plein, tussen de twee voorvernoemde gebouwen, troont trouwens nog steeds het overbekende standbeeld van de Leeuw van Juda (opgericht ter ere van het Zilveren Jubileum van de keizer in 1955) en iets verderop is dan weer het gebouw van de door Haile Selassie I in 1944 gestichte National Library terug te vinden. Aanvankelijk bevatte de bibliotheek louter boeken uit de privécollectie van de keizer zelf.

Het keizerrijk eindigde nogal abrupt met de machtsgreep onder leiding van Kolonel Mengistu Haile Mariam in 1974. Zijn door paranoia gedreven dictatoriale bewind kende een bloedig dieptepunt in de periode 1977 - 1978, in Ethiopië bekend als de Red Terror of Rode Terreur, toen alles wat naar oppositie of dissidentie rook opgepakt, gemarteld en genadeloos geëxecuteerd werd. Ethiopië had daarmee haar eigen kleine equivalent voor de Chinese Culturele Revolutie of de Cambodjaanse "heropvoedingpolitiek" van de Rode Khmer, een zwarte schandvlek in de geschiedenis van het land die men een plaats gegeven heeft in het Red Terror Museum. De tentoonstelling in het museum opent daar passend met de afzetting van Haile Selassie I op 12 september 1974, onder andere geïllustreerd met de ondertussen beroemde "laatste" foto van de keizer die wordt weggeleid in een simpele Volkswagen Kever om vervolgens in de annalen van de geschiedenis te verdwijnen.

Naar Shashamene

Maar dat was buiten de Rastas gerekend. Al van in de jaren dertig hadden zij van Haile Selassie I een mythische halfgod gemaakt. Ras Tafari was de wedergeboren Zwarte Christus en een levende God kan natuurlijk niet sterven. Tot op de dag van vandaag houden ze de naam van de keizer levend.

In 1948 stelde Haile Selassie I een stuk land in Ethiopië ter beschikking van Afrikanen in de diaspora die graag naar het zwarte continent wilden terugkeren. Hoewel ook een aantal andersgezinden daar aanvankelijk gebruik van maakten, is Shashemene (een dorp op 250 kilometer ten zuiden van Addis Abeba) vandaag de dag vooral bekend als het centrum van het Rastageloof.

In 1948 schonk Haile Selassie I 500 acres (2,0 km²) van zijn privé-eigendom om leden van de Ethiopian World Federation (EWF) en andere Afrikanen in de diaspora de kans te geven terug te keren naar Afrika. Hun terugkeer werd in goede banen geleid door de EWF, opgericht in 1937 door de speciale gezant van de Keizer, Melaku E. Bayen. De eerste Caribische settlers die zich in 1955 in Shashamene vestigden waren James Piper en zijn vrouw Helen uit Montserat. In 1961 stuurde de Jamaicaanse overheid een delegatie, waaronder een aantal gerespecteerde rastaouderen naar Ethiopië om de voorwaarden voor een terugkeer te bespreken met de Keizer. Diens antwoord luidde volgens de overlevering: "Zeg onze broeders niet te wanhopen, want ik zal me persoonlijk met deze zaak bezighouden!" De eerste rasta die door de EWF naar Shashamene werd afgevaardigd was Gladstone Robinson, die in 1964 in het dorp aankwam, al snel gevolgd door Noel Dyer, die vanuit het Verenigd Koninkrijk al liftend in Ethiopië was geraakt en zich in 1965 in Shashamene vestigde. 

In Shashamene heeft elk huis van rastafari (Twelve Tribes, Nyahbinghi, EWF en Boboshanti) een eigen compound en de afbeeldingen van Haile Selassie I of de keizerlijke Leeuw van Juda zijn nergens talrijker dan hier.  

De leden van de Nyahbinghi Order (ook bekend als Haile Selassie I Theocratical Order of the Nyahbinghi Reign) houden sterk vast aan een aantal oudtestamentische waarden en hanteren strenge voedselvoorschriften. Het is een niet gewelddadige gemeenschap die God (Jah) aanroept zijn oordeel te vellen over blanke en zwarte "downpressors" (onderdrukkers). De Nyahbinghi Order is tevens de oudste order van de drie en focust vooral op de figuur van Haile Selassie I, Ethiopië en de terugkeer naar Afrika. De order wordt geleid door een raad van ouderen. 

Boboshanti werd gesticht door Prince Emanuel Charles Edwards in het Jamaica van de jaren vijftig van de twintigste eeuw. "Bobo" betekent "zwart" en "shanti" verwijst naar de Ashanti stam uit Ghana, waarvan de Boboshanti menen dat de Jamaicaanse slaven afstamden. De leden van de Boboshanti beweging staan bekend als Bobo Dreads en ze onderscheiden zich van andere rastas door hun aanbidding van Prince Emanuel (naast Haile Selassie I) die ze beschouwen als de zwarte reïncarnatie van Christus en het feit dat ze lange gewaden en tulbanden dragen. Hun leefregels sluiten nauw aan bij de Joodse wetten. Zo respecteren ze bijvoorbeeld de sabbat van vrijdagavond tot zaterdagavond en passen ze ook bepaalde hygiënewetten voor menstruerende vrouwen toe die ook in het Joodse geloof zijn terug te vinden. De Boboshanti leiden vaak een bijna monastiek leven, afgescheiden van de gemeenschap, waarbij ze hun eigen voedsel verbouwen en leven van de verkoop van zelfgemaakte bezems (die symbool moeten staan voor hun reinheid).

De Twelve Tribes of Israel beweging werd in 1968 opgericht door Dr. Vernon 'Prophet Gad' Carrington en is de minst restrictieve van de rasta orders. Elk mannelijk lid van de Twelve Tribes behoort tot één van de 12 stammen (gebaseerd op de namen van de 12 zonen van de oudtestamentische Jacob), afhankelijk van de maand waarin men geboren werd. Elke stam (tribe) krijgt ook een eigen kleur toegewezen.

Voor echte restanten uit de keizerlijke periode moet je bij Ras Hailu Teferi zijn. Deze uit St. Vincent geëmigreerde rastakunstenaar baat zijn eigen museumpje uit waarin hij, naast de kunstwerkjes die hij vervaardigt uit bananenbladeren, zijn collectie keizerlijke parafernalia tentoonstelt. Munten, medailles,insignes, uniformen en meer, Ras Hailu heeft het allemaal! De kunstwerken die hij in zijn Banana Art Gallery tentoonstelt zijn allemaal gemaakt zonder toevoeging van artificiële kleurstoffen of verf. Meer info: Banana Art Natural Developed Ideas, Self Help Programme, P.O. Box 8909, Addis Abeba, Ethiopia.

Over ons logement in Shashamene, Zion Train Lodge, heeft Jah Shakespear hier al uitgebreid de loftrompet getsoken.

Terug in Addis 

Nog even terug naar Addis dan. Daar rest nog één adres: de door Haile Selassie zelf gebouwde Holy Trinity kathedraal. De Trinity ("Selassie" in het Amhaars) is meteen de grootste kathedraal in Ethiopië, maar anders dan de meeste kerken in het land (die cirkelvormig zijn) kreeg ze de in het westen vertrouwde vorm van een Latijns kruis. Op het kerkhof rond de kathedraal liggen een aantal prominenten begraven zoals de populaire zanger Tilahun Gesesse en de suffragette Sylvia Pankhurst, die een fervent voorvechtster was van de Ethiopische zaak tijdens de Italiaanse bezetting. Verder ligt hier ook het monument voor de 60 leden van de laatste keizerlijke regering, in groep geëxecuteerd door de Derg op 24 november 1974. In de kathedraal, die trouwens Belgische glas-in-loodramen heeft, zijn nog de tronen bewaard die door de keizer en keizerin gebruikt werden wanneer ze een eredienst bijwoonden. Verder werden er ook hier weer een aantal fresco's aangebracht met belangrijke scènes uit het leven van Haile Selassie I. In een kapel links achteraan in de kathedraal rusten de lichamen van de keizer en de keizerin in twee stenen sarcofagen. Keizerin Menen werd hier begraven na haar dood in 1962, maar het zou nog tot in het jaar 2000 duren eer haar gemaal haar zou vergezellen.

In 1992 werden de overblijfselen van Haile Selassie I ontdekt onder een betonnen plaat op het domein van het Jubilee Palace (sommigen beweren zelfs dat hij onder een toilet begraven lag). Zijn kist werd bijgezet in het Beta Mariam mausoleum waar ook Menelik II begraven werd. Op 5 november 2000 kreeg Haile Selassie I uiteindelijk een Keizerlijke begrafenisplechtigheid, maar de Ethiopische regering weigerde om die titel officieel te gebruiken. Veel rastas wezen het evenement af en weigerden te geloven dat de gevonden beenderen werkelijk het stoffelijke overschot van Haile Selassie I waren.

Selassie's erfenis

Aan fysieke restanten uit de periode van Haile Selassie I geen gebrek dus, maar uitmaken hoe de Ethiopiërs zelf terugkijken op hun geschiedenis (en meerbepaald het beeld dat ze hebben van hun laatste keizer) is een pak moeilijker. Het volgende citaat van historicus Harold G. Marcus, uit het toepasselijk getitelde "Beyond The Throne: The Enduring Legacy Of Emperor Haile Selassie I" (Shama Books, Addis Ababa, Ethiopia, 2001) vat de situatie perfect samen: "Although the emperor lived on in the minds of older Ethiopians, he was lost to the younger generation who learned their history from books that rendered events and personalities from a highly politicized point of view. It is little wonder that those thirty or younger, now the majority of people in Ethiopia, know little about Haile Selassie I."

Ook, Indrias Getachew, de auteur van datzelfde boek gaat door op het zelfde elan: "The passing of time has allowed those Ethiopians who had the privilege, to compare what we had, with what has come after. When I hear my elders speak about that time, it is with bittersweet nostalgia, their voices heavy with regret and resignation for an era that has now passed. Though I was only three years old when the emperor passed away, I believe that those times were better in many respects. This is not to argue that there were no problems or that the calls for reform that precipitated the events of 1974 were unjustified. What is disturbing is the manner in which things were handled, for not only did we lose an integral part of what it meant to be Ethiopian - 3000 years of royalty and all the cultural attachments that come with it - we also lost our dignity. Emperor Haile Selassie I led Ethiopia into the modern era and that remains his most important legacy. The foundation upon which the future of this historic nation is based was set during his era and despite the attempts to wipe out his legacy during the Dergue era, it endures. The fundamental changes that will deliver a modern Ethiopian society all have their roots in the accomplishments of Ethiopia's last emperor; everything from the educational system to the basic infrastructure required for developing a modern economy. Although tremendous challenges remain to combat poverty, the means for accomplishing this were set forth by the emperor, his enduring legacy to his people." 

Of het nu uit patriottische nostalgie, goddelijke verafgoding of historische bewondering is, Haile Selassie I blijft voor velen één van de boeiendste figuren uit de politieke en religieuze geschiedenis van de twintigste eeuw. Ondergetekende hoopt dat de Ethiopiërs daar op zijn minst de toeristische conclusies uit zullen trekken. De tijd zal uitwijzen of de Leeuw van Juda opnieuw zal brullen.

In het spoor van de leeuw: op zoek naar Haile Selassie I

About the Author

Jah Rebel
Meer

Lag samen met Jah Shakespear aan de basis van Reggae.be; eerst als recensent en interviewer, en vanaf eind 2014 ook als hoofdredacteur. Verdeelt zijn tijd tussen zijn twee passies: muziek en Haile Selassie.

Published

Feb 26, 2011