
Barry Chevannes (1940-2010) was wellicht de meest invloedrijke antropoloog uit het Caribisch gebied. Zijn standaardwerk (tevens zijn doctoraatsthesis) over de Rastafarians is een regelrechte klassieker binnen het genre (Rastafari: Roots and Ideology, Syracuse UP 1994). Het boek behelst een diepgaande en robuuste etnografische studie van de geschiedenis van de beweging. Chevannes is na zijn doctoraat professor geworden aan de University of the West Indies in Jamaica, en later zelfs decaan van de faculteit sociale wetenschappen aldaar.
Daarnaast publiceerde Chevannes ook over andere afrikanistisch geinspireerde religies zoals pocomania. Hij was ook gekend om zijn interesse in gender, en dissecteerde de constructie van Caribische mannelijkheid in enkele Caribische gemeenschappen. Deze laatste onderzoeksinteresse had ook een maatschappelijk verlengstuk: Chevannes was de oprichter van Fathers Incorporated, een zogenaamde "grassroots" organizatie, die jonge mannen een positief zelfbeeld probeerde mee te geven.
Hier ligt ook Chevannes' echte verdienste: een levenslange verbondenheid tussen de universiteit en het maatschappelijke middenveld. We citeren hierover dan ook graag de bekende rasta-advocaat Miguel Llorne die in de Gleaner zegt dat Chevannes "de kloof tussen Rastafari en intellectuelen heeft gedicht" en dat hij "Rasta portretteerde als een intellectuele beweging, hetgeen een enorme sprong voorwaarts betekende in de beeldvorming" (Jamaica Gleaner, 6 november 2010). Onlangs was Chevannes nog hoofdgast op het allereerste congres dat volledig gewijd was aan de studie van de rastabeweging. Barry Chevannes overleed op 5 november en laat een vrouw en twee dochters achter.