
Alweer Pura Vida? De groep heeft een nieuwe cd uit, en wij hadden het voorrecht om de Lost Ark studio van de Puraman te bezoeken in het gezelschap van enkele Congos. Van The Congos, inderdaad. Redenen genoeg voor een mooi verhaal, dachten wij.
Wat doet een legendarische Jamaicaanse groep als The Congos op een doordeweekse nacht in Sint-Maria-Aalter? Ze komen een track opnemen in de Lost Ark, de studio van Bregt De Boever, het hart, het brein en de zanger van Pura Vida. Een paar maanden geleden is Leroy 'Horsemouth' Wallace hier al een track komen inspelen, en daarmee wil het gezelschap nu aan de slag. Niet dat het allemaal zo gepland is. Plots bleek dat The Congos helemaal op het einde van hun slopende Europese toer nog een paar uur vrij hadden, en die wilden ze maar al te graag doorbrengen in de Lost Ark, bij hun vriend en collega-muzikant. Net zoals De Boever hen eerder dit jaar heeft opgezocht in Jamaica. "Wij zijn brethren (broeders)," zegt 'Congo Ashanti' Roy Johnson. "Toen ik Bregt de eerste keer ontmoette, wist ik meteen dat we samen iets zouden creëren. Niet voor het geld maar van uit onze spiritualiteit. Brethren is brethren. Wij zijn geestelijk met elkaar verbonden, in de orde van zijne keizerlijke hoogheid."
Rastafari was ook de drijvende kracht achter de doorbraak en de hoogbloei van de rootsreggae in de tweede helft van de jaren '70, de muziek die Bregt De Boever als jongeling in de ban kreeg.
"De eerste reggaeplaat die ik hoorde, was Live! van Bob Marley. Hij paste in het rijtje rockhelden van mijn vader. Jimi Hendrix, Bob Dylan, The Doors, Janis Joplin… Mijn vader speelde hun liedjes thuis vaak op gitaar. Dat deed hij al toen ik nog in de wieg lag, zelfs toen ik nog in de baarmoeder zat. Daarom zong en zing ik zo graag liedjes van Bob Dylan, vroeger soms uren aan een stuk. Daarom speelden we met ons eerste groepje ook redelijk traditionele rockmuziek, psychedelische rock eigenlijk, allemaal eigen nummers."
"Maar Bob Marley heeft voor een nieuwe wereld geopend. 'Forget your troubles and dance,' zong hij, en dat deed ik ook. In die periode waren mijn ouders aan het scheiden. De boodschap van rastafari drong niet onmiddellijk tot me door maar wel andere dingen. 'A hungry man is an angry man'. 'One good about music/When it hits, you feel no pain.' Righteousness: rechtvaardigheid. Consciousness: bewust leven. Die woorden begreep ik ook. Ik was een erfgenaam van de sixties. Peace and love. Toen ik wat later ook Israel Vibration leerde kennen, en Prince Alla, om maar twee van mijn favoriete namen te noemen, was ik definitief verkocht. Ik wilde voortaan alleen nog maar reggae spelen."
Daar kreeg de jonge Bregt ook alle ruimte voor, op de zolder van het ouderlijke huis. Moeder De Boever heeft hem altijd voluit gesteund in zijn artistieke ontplooiing, als muzikant maar ook als schilder. "Schilderijen komen uit dezelfde bron als muziek," zegt Bregt. "Je hoeft je maar over te geven aan de creativiteit van de geest." Het zijn levensgrote werken die hij vervaardigt, even intens en rijk geschakeerd als de muziek die hij opneemt, tussen droom en nachtmerrie, de waarachtige expressie van zijn gevoelens en verworven inzichten. Wie niet van reggae houdt, kan zich in de Lost Ark nog altijd vergapen aan de prachtige schilderijen.
De Boever heeft zijn studio genoemd naar de Black Ark van Lee 'Scratch' Perry, waar in de jaren '70 enkele van de mooiste reggaeplaten uit de geschiedenis zijn gemaakt. De Lost Ark is intussen verhuisd van moeders zolder naar een goed geïsoleerd huurhuis maar de wonderlijke verzameling vintage apparatuur is gebleven. Met die oude, veelal analoge toestellen heeft Bregt De Boever door de jaren heen een heel authentieke, organische sound gecreëerd, de sound van Pura Vida. "Ik streef niet naar één uniforme sound omdat de computer dat zo wil. Ik luister niet naar de miljoenen plug-ins die de ronde doen. Net als Lee Perry steek ik soms zelf opgenomen natuurlijke geluidjes in de mix, die het geluid een bepaald mysterie geven. Een kudde paarden die passeert. Er is geen technisch geheim voor een unieke sound. Die creëer je zelf, van uit je eigen wereld."
Terwijl Congo Ashanti Roy de drumtrack van Horsemouth voorziet van een diepe baslijn, komen Boris Perck en Simon 'Saimn-I' Decante binnenwaaien, respectievelijk bassist en toetsenist/vocalist van Pura Vida. Bregt heeft hen gemeld dat The Congos in het land zijn, en ze zijn meteen in de auto gesprongen. Niet zozeer om hun Jamaicaanse helden in levende lijve te ontmoeten, dan wel om hun steentje bij te dragen tot de opnames. Zo werkt Pura Vida meestal, zonder planning maar wel met volle overgave. Muzikanten die vrij zijn, lopen langs bij de Lost Ark en nemen iets op. Op die manier heeft Bregt de laatste jaren een vast collectief rond zich weten te verzamelen, een vijftiental zangers en muzikanten die hij in de studio naar hartelust laat jammen en improviseren maar die ook in staat zijn om de rijke, gelaagde sound van Pura Vida waardig neer te zetten op het podium. Samen werken ze voortdurend aan nieuw materiaal. De oogst bedraagt nu al een kleine 150-tal afgewerkte songs, waaronder ook drie tracks met Bregts favoriete groep The Congos.
"Wij wisten dat Heart of the Congos een klassieker was in Europa," zegt Ashanti, "en dat een hele generatie reggaefans ermee is opgegroeid. Sommige mensen dachten dat we al dood waren, of op pensioen. Tot ze ons live zagen, sterk en gezond, toonbeelden van een gezonde, vegetarische levensstijl. Ital, yu' know. Vroeg gaan slapen, vroeg opstaan. Tenzij we in de studio zitten natuurlijk."
Bregt De Boever: "Het was volle maan en The Congos kwamen in Gent spelen. 2 november 2009, ik vergeet het nooit. Ik zei tegen Nina, mijn vriendin: 'Het is ondenkbaar dat ik daar niet bij ben.' En plots stond ik daar, backstage bij The Congos. Cedric Myton, Watty Burnett, Congo Ashanti Roy en Kendrick Ffyffe. Ik kon alleen maar lachen, zo gelukkig was ik. We hadden afgesproken dat ik iets zou opnemen met Watty. Ik hoopte stilletjes dat Congo Ashanti Roy ook zou meezingen maar plots verschenen ze daar alle vier in dat kamertje. 'Yes man! You're the youth man! Give thanks, man!' Ze waren echt dankbaar, en de vibes waren geweldig. Het was I&I, Jamaican style. Heel uplifting. Congo Ashanti Roy heeft me uitgenodigd in Jamaica. 'Don't come as a tourist,' zei hij. 'Come to us.' In januari zijn we naar Jamaica geweest en Ashanti heeft ons ontvangen als familie. Het was een wonderbaarlijke reis. Natural mystic."
Op dat Jamaicaanse elan heeft Pura Vida nu ook een cd uitgebracht. Niet zomaar als promo of in eigen beheer maar ondersteund door een platenfirma, het Gentse Kinky Star. Luc Waegemans, nochtans een fervente rockliefhebber, was danig onder de indruk van het concert dat de groep vorig jaar op de Gentse Feesten heeft gegeven en maakt zich sterk dat hij Pura Vida daadwerkelijk een plaats kan geven in het Belgische muzieklandschap. Zoals Kinky Star dat eind jaren '90 ook gedaan heeft met Hof van Commerce. Dat zou op zich al een hele prestatie zijn. Met uitzondering van The Skyblasters in de jaren '80 is geen enkele inheemse reggaeband is er tot dusver in geslaagd om de underground te ontstijgen, zeker niet als de muzikanten zich openlijk bekenden tot het spirituele idioom en de muzikale roots van de rasta's. Wat overigens niet betekent dat Bregt De Boever zich zou opsluiten in de sound van de seventies.
"Ik ken eigenlijk geen muzikale beperkingen. Reggae is de max voor àlle instrumenten. Zelfs klassiek komt in aanmerking. In Babylon will fall heb ik Franz Schubert geadapteerd. Op een avond liep ik verkleed en geschminkt rond op een Ensor-feest en heb ik kennisgemaakt met Katrien, onze vaste violiste. Zij is opgegroeid met Schubert, dus dat klikte onmiddellijk. Af en toe geef ik haar advies maar meestal improviseert ze zelf. Ze heeft een diploma van het Lemmens-instituut. Ik hoef haar echt niks meer te leren."
Bregt heeft twee van zijn Afrikaanse trommels bovengehaald. Congo Ashanti Roy en Watty Burnett spelen het aloude nyahbinghi-ritme, zoals ze dat thuis zo vaak doen met hun rastabroeders. Ze houden perfect het tempo aan van de riddim die ze vannacht samen hebben uitgewerkt, opnieuw een track die de vergelijking met de klassieke rootshits van weleer moeiteloos kan doorstaan. Het is bloedheet in de studio, er hangt een dichte ganjawolk en Zijne Keizerlijke Hoogheid kijkt van op een poster goedkeurend toe. Vannacht is Jamaica even heel dichtbij in Sint-Maria-Aalter.
Na de opnames vraag ik Ashanti nog waarom het vorig jaar verschenen album Back in the Black Ark van The Congos en Lee Perry zo middelmatig klonk. Hier, in Sint-Maria-Aalter, lijken The Congos met meer plezier te zingen dan in Kingston.
Congo Ashanti Roy: "Het was een haastklus. Mediacom, de maatschappij die het project gefinancierd heft, kijkt op een andere manier naar de business dan wij. Alles moet snel gaan. Als je goed werk wil afleveren, moet je daar genoeg tijd voor uittrekken. Weet je dat wij aan Heart of the Congos vier jaar gewerkt hebben? Back in the Black Ark is opgenomen in twee weken."
Zouden jullie niet beter een plaat maken met Adrian Sherwood?
"Adrian zou inderdaad mooie dingen kunnen doen met ons. He's mi brethren, ik heb vier jaar met hem gewerkt (in de jaren '80, met als hoogtepunt de single 83 Struggle). Maar Adrian kan zo moeilijk afscheid nemen van zijn geld, man."
Cedric is er niet bij vanavond omdat hij toert met Inna Yard All Stars. Wat vind je daarvan?
"Our leader, as he says. Wij zijn destijds begonnen als een duo, Cedric en ik. Voor Heart of the Congos hebben we Watty (Burnett) erbij gehaald, en later Kendrick. Cedric wil nu wat bijverdienen met Inna Yard maar ik vind dat geen goeie move. Is not the way rasta move. Je moet je concentreren op je eigen project. Om diezelfde reden treed ik het liefst op met mijn onze eigen band. Wij hebben vijf jaar gerepeteerd met de groep, opdat de muziek even verfijnd zou klinken als destijds met Lee Perry. We don't want some guys from England playing our music. Ideaal zou natuurlijk zijn dat we kunnen optreden met de originele Upsetters. Boris Gardener, Horsemouth, Robbie Lynn, Sticky, Skully, Bobby Ellis… Die mannen. Maar dan moet een promotor wel genoeg geld op tafel leggen."

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Sep 29, 2010