
How sweet it is to dwell together in unity: het is een zin die we wel vaker gebruiken om de vibes op een reggae dance te omschrijven. Maar zelden was hij toepasselijker dan zaterdagnacht in de Spiegeltent, met de machtige Jah Shaka, de superbe sound system van Ionyouth en bovenal een geweldig publiek, roots people met een hart voor dub. En Ras Tafari zag dat het goed was.
Dub is de reflectie van de reggae, een inwaartse trip naar de fundamenten van de ritmes, de melodieën en arrangementen uitgebeend tot op het bot, maar net zo goed gebruikt als fraaie ornamenten. Drum & bass all the while, met af en toe een flard stem, gitaar of blazers. Dub was de muziek die mij eind jaren '70 in de reggae heeft gezogen, voor ik Dennis Brown kende, of Studio One, of eender welke andere original van de tunes die mij toen al zo intrigeerden. Mijn eerste helden waren Joe Gibbs en Linval Thompson. Mijn eerste lp's stonden op naam van The Revolutionaries en King Tubbys. De mooiste dance die ik buiten Jamaica ooit beleefd heb, was een nacht met Jah Shaka in Londen, eind jaren '80.
Dat wordt vanaf nu een nacht met Jah Shaka in Antwerpen. Vooreerst omdat de sound van Ionyouth in de Spiegeltent perfect klonk. Urenlang hadden ze er overdag aan zitten sleutelen, tot elk draadje goed zat, en het geluid ideaal. Wat een heerlijke ervaring, om al die fantastische roots tunes op volle sterkte te horen, puur en helder bovendien, met bassen die je tegelijk wegblazen en hartelijk omarmen, die het hele lichaam in een trance brengen. Geen wilde of blinde trance, eerder een warm, weldadig bad, een cocoon waar je niet meer uit wil, een oergevoel dat je deelt met de rest van de stam. (En het was een grote stam, ruim achthonderd mensen.)
Op zo'n geluidssysteem klinkt alles even goed. Jah Shaka begon zijn set traditiegetrouw met Rastaman chant van Bob Marley & the Wailers, de ska-uitvoering van One love en Exodus. Ik heb die klassiekers nooit zo goed weten klinken. En daarna een dub plate van Exodus, nog nooit gehoord tout court. Met Praise ye Jah (Sizzla), opnieuw gevolgd door een schitterende dub plate, zette Shaka de nacht definitief op het juiste spoor. De blik naar boven gericht, naar Jah, begon hij ritmisch met zijn armen te kronkelen, helemaal opgaand in de muziek, met volle overgave en overtuiging. Omringd door hardcore dubheads, die zoals gewoonlijk dicht rond de sound stonden te skanken en iedere beweging van Jah (= God!) Shaka nauwlettend in de gaten hielden. Net daar klonk het geluid veel doffer dan op en rond de dansvloer, maar hey: je kunt niet alles hebben in het leven.
Ik voelde mij op een bepaalde manier weer in Shashamene, in de mis van de Ethiopisch-Orthodoxe kerk om precies te zijn. De priester was een dj maar voor de rest voelde ik dezelfde peace & unity. Maar dat kan natuurlijk ook te maken met de stichtende teksten die we de hele avond en nacht te horen kregen, in de vocale roots tunes die veel dubs vooraf gingen, of wannneer Shaka zelf de mic even ter hand nam.
Overigens had ik voor Jah Shaka ook al uitstekende muziek gehoord, met name van Crucial Alphonso en Ionyouth. Oude en nieuwe roots, maar wel allemaal op vinyl, wat op deze sound beter en voller klonk dan op eender welk ander systeem.
Alleen maar blije gezichten dus in de Spiegeltent, van alle generaties, uit verschillende landen. In de wereld van roots & culture is het geen droom maar realiteit.
Mijn persoonlijke hoogtepunten: Jah Shaka die Jah works draait van The Gladiators (met een version die ik nog nooit gehoord had) en Hard time van Pablo Gad (helemaal tot het allerlaatste zinnetje, zoals hij alle platen volledig uitdraaide, zelfs de langste maxi's). En de Veggie Croques, met een stuk aalbessen-speculooscake toe. Ital vital!
Foto's: Anviss
Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Sep 25, 2010