
Op de tweede dag van ons verblijf in Shashamene bezoeken we de Nyahbinghi Order, de Banana Art Gallery van Ras Hailu, Brother Moses van Twelve Tribes en een dancehall party. Het leven in The Promised Land.
De volgende morgen serveert Sandrine een heerlijk ontbijt, omelet met uien en pepers, zelfgemaakte jams en choco, zelfs pancakes. Na de Twelve Tribes willen we vandaag een bezoekje brengen aan de Nyahbinghi Order, dat andere oude rastahuis, strenger in de leer, afkeriger van de blanke onderdrukker, maar daardoor ook religieus en intellectueel uitdagender (hoewel die twee eigenschappen volgens sommigen nooit kunnen samengaan).
Het terrein van de Nyahbinghi is vorige week flink ingedamd. De stedelijke overheid wil hier een nieuwe straat aanleggen, en de organisatie kan niet formeel bewijzen dat zij de eigenaar is van de gronden. Misschien dat de sfeer daarom wat bedrukt is rond het tabernakel en in het kleine museum. Maar Tomas, onze jonge gids, wil ik ook zo nodig de koele kikker uithangen. Ik herken die straatwijze attitude van de rude boys in Kingston, en uit de gangsterrap. Het is een mix van nonchalante arrogantie tegen al wat rijk en blank is, en onzekerheid over de eigen status. Tomas heeft een Jamaicaanse vader en een Ethiopische moeder, een telg van de tweede (of derde) generatie, zwervend tussen de West-Indische en de Afrikaanse cultuur. Zijn Jamaicaanse patois is aandoenlijk.
Eerst neemt hij ons mee naar het kleine museum. Aan de ingang hangt een bord. Welcome to His Imperial Majesty Haile Selassie Moral Theocratical Churchical Order of Nyahbinghi Reign (Nyabinghi Tabernacle Shashamene) Het waren de Nyahbinghi die hier in 1992, naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de Keizer, een tabernakel hebben opgericht. Ik heb daar toen nog een certificaat van gekocht, als steun aan het project.
For those entering the grounds, please observe the following.
Man must remove all head covers.
Women must have their heads covered.
Absurde religieuze voorschriften: de oude rasta's in Jamaica hebben mij er nooit mee lastig gevallen.
Women wearing trousers are not to enter. Exposing garments are forbidden. Women must not enter when observing their menstral (sic) period (a duration of 7 days)
Los van het feit dat ik vrouwen ken die maar twee of drie dagen per maand bloed verliezen, had ik deze voorschriften eerder verwacht bij de Boboshanti. Mijn ideale rastaman respecteert zijn Queen, ongeacht haar kledij of hormonale situatie. Een sterke, waardige vrouw weet zelf wel hoe zich te kleden en te gedragen. Daarvoor heeft ze van ons, mannen geen lesje te leren.
No weapons, drugs, alcohol or cigarettes.
Ik veronderstel dat ganja geen drug is.
Use of flesh and all other harmful foods is forbidden.
Die wet mogen ze wat mij betreft meteen invoeren, ook bij ons.
No outrageous behaviour.
Zo zijn we niet.
Binnen leidt Tomas ons langs een rommelig allegaartje van foto's, knipsels en keizerlijke parafernalia. Hij mompelt wat namen en gemeenplaatsen en vraagt om een kleine bijdrage voor het centrum. Het is een museumpje van niets, waar de schaarse bezoekers ook niets bijleren over rastafari. Maar in een zijkamer zie ik wel een oude man zitten, een hoogbejaarde rasta, onmiskenbaar Jamaicaans. 'Dat is Papa Rupie,' zegt Tomas. 'Vraag even of ik met hem kan spreken.' Tomas benadert Papa Rupie nederig en met respect. Ik mag naar binnen.
Papa Rupie is 78. Als kind las hij in de krant over een keizer in Ethiopië die dapper vocht tegen de Italiaanse bezetter. Zo openbaarde zich rastafari aan hem, een inzicht dat hij een leven lang trouw zou blijven. Tientallen jaren heeft hij gespaard om hier in 2000 definitief te komen wonen. Papa Rupie brengt zijn oude dag door in Shashamene. Kan een oude, diepgelovige rastaman zich een mooiere levensavond wensen?
We begeven ons naar het tabernakel, een soort altaar onder een rond dak op palen. No photos. Tja, zo krijg je de buitenwereld natuurlijk nooit geïnteresseerd. Terwijl het echt wel mooie, krachtige ceremonies en rituelen zijn die zich hier afspelen. Even twijfel ik of hier misschien een nummertje wordt opgevoerd voor de toeristen maar er blijkt wel degelijk een nyahbinghi aan de gang te zijn, met de nodige pauzes en onderbrekingen. Het is Ras Mweya Masimba die het vuur in de pan (en de chalice) doet slaan. Hij citeert, scandeert en improviseert diepgravende rastalyriek en orthodoxe religieuze teksten. Hij doet dat met de zwier, de zekerheid en de overtuiging van waarachtige rastafilosofen als Mutabaruka en Brother Sam Clayton van Mystic Revelation of Rastafari. Ik heb in mijn leven maar een handvol van zulke rasta's ontmoet, en ik herken ze meteen.
Ik mag dan al gefascineerd zitten luisteren, Jah Rebel is helemaal mee met de nyahbinghi. Selassie, mompelt hij samen met hen. Rastafari! Zou dit misschien zijn natuurlijke biotoop zijn? Er zit nog een blanke man tussen de rasta's, met een dikke rosse baard en dito dreadlocks in een hoofddoek. En wie zou die vrouw zijn met haar twee kinderen? Een witte rastakoningin die zich niet schroomt om de percussie ter hand te nemen en het monotone ritme van de drums extra kleur te geven. Er komen nog meer mensen meedoen, spontaan, ieder op het moment dat hem of haar het best uitkomt, zo lijkt het wel. Zo heb ik mij een nyahbinghi ook altijd voorgesteld, zonder echt begin of einde, zonder vaste regels of voorschriften.
Ook Papa Rupie neemt de moeite om zijn kolossale lijf uit de zetel te heffen en zich in vol ornaat – lang wit gewaad, prachtige groengeelrode tulband, gouden juwelen - naar het tabernakel te begeven. Hij zingt en chant luidkeels mee, eert Jah en brengt hulde aan Ras Tafari. True rastaman. Even waardig als hij gekomen is, gaat hij een klein half uur later opnieuw naar zijn kamer.
Een andere rasta, jonger, met fijne locks, gekleed in wit linnen, fluistert mij in het oor dat hij ons straks verwacht in zijn Banana Art Gallery. Dat moet Ras Hailu zijn, een van de weinige settelers die tot dusver de toeristische gidsen heeft gehaald. Tomas heeft zichzelf intussen gepromoveerd tot gids voor heel de dag. We komen een vergoeding overeen van 200 birr, een kleine 10 euro. Ik weet dat een gids in landen als Ethiopië (en Jamaica) onontbeerlijk is als je in korte tijd een stad of een streek wil leren kennen zonder al te veel gehussel aan je hoofd. Tomas is geen topgids, niet de man die je alle ins en outs van Shashamene zal leren kennen. Daarvoor spreekt hij trouwens te weinig Engels. Maar ik betrouw hem wel, en even later, in de straten van de Jamaicaanse wijk, weet ik hem ook te ontdooien. Hij beloont me met een stralende glimlach.
Op weg naar Ras Hailu lopen we een oudere vriend van Tomas tegen het lijf, Ras Asher. Geen archetypische rasta, geen Jamaicaan met dreadlocks, maar een diepdonkere Brit die eind jaren '90 in zijn auto is gesprongen en linea recta naar Ethiopië gereden, naar het Beloofde Land. 'Toen ik vanuit Eritrea over de grens het land binnen reed, voelde ik mij vrijwel meteen bevrijd. Ik wist dat ik thuis was gekomen.' Het volledige gesprek met Ras Asher (lid van Twelve Tribes of Israel, maar in alle huizen even graag gezien) vindt u elders op deze site.
In de Banana Art Gallery van Ras Hailu beleeft Jah Rebel opnieuw gouden momenten. De rastaman ontvangt ons routineus, zoals hij allicht de meeste bezoekers opwacht. Maar Jah Rebel heeft maar een paar zinnen nodig om het ijs te breken. 'Ben jij die Belgische verzamelaar op eBay?' verbaast Ras Hailu zich. Twee mannen uit verschillende werelden met dezelfde passie: Zijne Keizerlijke Hoogheid Haile Selassie I. Zijn medailles, zijn munten, zijn afbeeldingen. De twee raken algauw verdiept in een gesprek over de verzameling van Hailu, waarvan het grootste deel hier ligt uitgestald en te koop wordt aangeboden. Tegen de muren hangt de kunst van Ras Hailu, de door hemzelf ooit gepatenteerde banana art, beeldende collages van gekleurde stukken bananenboomblad. Klinkt rudimentair maar de scènes en de stijl van de kunstwerken stralen een grote organische kracht en werkelijkheid uit. Ik besluit om er een paar te kopen. Hailu probeert ons ook nog wat 'versterkende' kruiden en poeders te verkopen. 'Man has to have stamina, you know.'
Ras Hailu toont een afbeelding van de icoon van Sint-Catharina, Christos Pantocreator (Christus, Schepper van het Universum), gevonden in de derde eeuw na Christus nabij de berg Sinaï. De beeltenis vertoont een griezelige gelijkenis met de vroege portretten van Haile Selassie, of laten we ons nu verblinden door de rastaroes die inmiddels over ons is gekomen?
Ras Asher neemt ons mee naar Brother Moses (Anthony Nevers), in 1976 een van de eerste settelers van de tweede generatie. Lange tijd voorzitter van de plaatselijke Twelve Tribes-afdeling engageert hij zich nu in scholing en gemeenschapswerk. Zelf een kundige lasser en schrijnwerker zet hij met zijn Ethio-Carribean International Friendship Association scholing en cursussen op voor jongeren. De naam van de organisatie zegt het al: Brother Moses reikt de handen uit naar de Caribische èn de Ethiopische gemeenschap. 'Rasta is unity,' zegt hij. 'We zijn hier niet gekomen om op onszelf te leven maar om samen met de Ethiopiërs te werken aan de vooruitgang van dit land.'
Brother Moses neemt uitgebreid de tijd om met ons te praten. Eerst wil hij weten in welke maand we geboren zijn, en dus tot welke van de twaalf stammen we behoren. Hij verbindt daar meteen een paar eigenschappen aan die wonderwel kloppen. Het volledige verslag van dit fascinerende gesprek leest u op een andere pagina maar ik kan u wel vertellen dat deze brother in mijn ideale wereld, in mijn Beloofde Land, het prototype van de rastaman zou zijn, de rasta die in alle opzichten beantwoordt aan het droombeeld dat de reggae in al die jaren gecreëerd heeft. Vriendelijk, zelfbewust en nederig in de omgang. Sociaal, politiek en historisch goed onderlegd en geïnformeerd. Volop actief in de lokale gemeenschap, dienstbaar en zeer praktisch ingesteld. Brother Moses neemt het beloofde land niet for granted maar wil er nog elke dag aan werken.
Tijdens onze ontmoeting valt er een tropische regenbui uit de lucht. Dit is het einde van het regenseizoen, en we hebben nog geen enkele droge dag gehad. De zware druppels roffelen hard op het golfplaten dak. Brother Moses bouwt een spliff en schenkt een glaasje zelfgebrouwen rootdrank uit, met alcoholische gisting. Op tv herdenkt Obama 9/11. The Press is een Iraanse, Engelstalige nieuwszender die 24 uur per dag uitzendt, de belangrijkste informatiebron van Moses, hoewel hij ook wel eens BBC World durft opzetten. Denk vooral niet dat deze mensen wereldvreemd zijn, en de realiteit ontvlucht. Misschien staan zij door de harde levensomstandigheden in Shashamene misschien wel net veel dichter bij de werkelijkheid, bij de wortels van het bestaan.
Stof genoeg om nog wat na te praten, zeg maar reasonen met Alex, Sandrine en de andere gasten in Zion Train Lodge. Ook dat is mooi surplus van deze verblijfplaats: je ontmoet er gelijkgestemde zielen, of op zijn minst interessante mensen. Zoals de twee jonge Oostenrijkers die in zeven dagen met paard en kar (!) van Addis zijn gekomen. Over Selassie en rastafari weten ze niets maar voor hun levenslust en avontuurlijke instelling krijgen ze van ons alle respect.
Terwijl we daar zo zitten te keuvelen, sapje en spliffje bij de hand, komen er plots vier mooie, kleine paarden voorbij wandelen, en even later nog twee coole ezels. Ze blijken gewoon tot het huishouden te behoren, af en toe moeten ze werken voor de kost. Een magische sfeer, inderdaad.
's Avonds zijn we alweer uitgenodigd op een feestje, in de yard van Sister Joanne dit keer, meer dan een kwarteeuw geleden al afgezakt (opgestegen?) naar Shashamene, en één van de meest gerespecteerde vrouwen (en kokkinnen!) van de Jamaicaanse gemeenschap. Haar zoon wordt 21, en dat is ook de gemiddelde leeftijd van de gasten, frisse meisjes en jongens van (deels) Jamaicaanse afkomst. De sound draait overwegend dancehall en Caribische r'n'b, niet my cup of tea, maar we zijn wel blij dat we ook deze kant van het beloofde land te zien krijgen, de jonge kant. Dat wij hier als rijke Europeanen een paar rondjes geven, is vanzelfsprekend. Tomas en zijn maats beleven een heerlijke avond. Overgoten met bier, maar dat is bij ons of in Jamaica niet anders. Niet iedereen leeft in een ganjawolk.
Foto's: David Verhaeghe

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Sep 23, 2010