
Een hoogstaande finale vrijdag in de Muziekgalerij Maastricht, met drie groepen die zonder twijfel ook een plaats verdienen in de Europese finale. Maar die eer (samen met een reeks optredens) is enkel weggelegd voor de winnaar, de Ghanese zanger Black Prophet met de Nederlandse band Thunderstrike.
Aangename verrassing bij het binnenkomen: Dub Front was de sound van dienst. Dat betekende nieuwe en alternatieve dub zoals je die elders zelden hoort. Dubmatix, On U Sound, postmoderne rocksteady. Met genoeg herkenbare hooks, riddims en samples om het publiek wakker te houden. Dub en reggae naar mijn hart kortom, wat me op zich al heel vrolijk stemde.
Misschien dat ik daarom zo gul was met mijn punten? Meteen een acht voor Youth of Spirit uit Charleroi. Sterke songs en arrangementen, vlekkeloze overgangen, zat goed in elkaar. De groep bracht warme roots, ergens tussen Steel Pulse en SOJA, en had zich voor de gelegenheid versterkt met twee nieuwe blazers. Ze speelden de muziek netjes van het blad maar gaven de sound van Youth of Spirit wel extra kleur en diepgang. Ook de percussionist werkte zich naar de voorgrond, te nadrukkelijk zelfs, met zijn elektronische trommeldoos.
De beide zangers overtuigden niet. Teksten vol huizenhoge clichés in een licht geforceerd Engels. Een lead vocal die net niet sterk genoeg was om lead vocal te zijn, een tweede stem die vergat tweede stem te zijn. Ras Fire, de voorzitter van jury, zou na afloop van de contest heel terecht opmerken dat alle zangers in de finale dringend aan hun stem moeten werken.
En dus ook Rootman J, de nochtans charismatische rastaman die het Gentse Zion Youth aanvoert. Met de allures van Bob Marley, zeker, zelfs met diens typische gelaatsuitdrukkingen, maar zonder diepgang in de stem, niet rauw en authentiek genoeg. Ik verstond eerlijk gezegd ook nauwelijks wat Rootman J zong, terwijl hij toch overwegend in het Engels zong.
Maar voor de rest wel een ambitieus, en (zeker op dit kleine podium) redelijk overweldigend gezelschap. Dertien mensen op het podium, waaronder drie blazers en drie voortreffelijke zangeressen. In die bezetting creëerde Zion Youth een zeer kleurrijke, haast orkestrale sound met een Afrikaanse twist die het jammer genoeg soms ontbeerde aan strakheid en eenvoud. Ook een scherpere mix zou wonderen doen. Toch één van de sterkste songs van de avond gehoord: Pure riddim, en een mooie, volrijpe version van Take a ride/Truths and rights. Negen op tien.
En ook een negen voor Black Prophet. Dat cijfer zat er na de eerste twee nummers anders nog niet in. Flauwe riddims, saaie bruggetjes, reggae zonder smoel. Maar toen werd Black Prophet bevangen door het heilige vuur. Hij zocht en vond zijn Ghanese roots in Tribulations, de beste song van de finale, kreeg met enkele simpele kreten en gebaren het publiek op zijn hand en waagde zich met zijn band aan een brok opwindende dancehall rock, opgesmukt met een jankende gitaar en juicy backings vocals. Het klonk allemaal niet perfect maar wel echt, even echt als de reality lyrics van Black Prophet, en even spontaan als de sound van sommige Jamaicaanse backing bands. Ik moest denken aan Richie Spice, ook black like tar, ook spelend met de riddims en het publiek.
Mijn ex-aequo werd weerspiegeld in de totaaluitslag van de jury, een heterogeen gezelschap van Walen, Vlamingen en Nederlanders. Zion Youth en Black Prophet & Thunderstrike haalden exact evenveel punten. Het waren dus de stemmen van het publiek die de doorslag gaven. Bijna het dubbel aantal stemmen van de andere groepen: het volk heeft gekozen voor de zwarte profeet en zijn donderslag.
Spijtig dat Deep Culcha in laatste instantie verstek liet gaan, en dat in extremis niet meer één van die geweldige ska bands uit de voorronde kon opgepikt worden. Het had deze geslaagde avond nog mooier gemaakt.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jun 18, 2010