
High'r Ites ontstond uit de Leuvense reggaedj's Oneness en Mr. Jones, die enkele jaren geleden de deuren van café Giraf in hun hengsels lieten trillen met hun dub-avonden. Ze wierpen zich met zoveel aanstekelijk enthousiasme op de UK-dub, dat er in Leuven en omstreken al snel heel wat animo ontstond voor hun positieve vibraties. De selectors groeiden op tot soundmen met een eigen soundsystem, waarbij ze konden rekenen op een vaste aanhang.
Het wordt een vrolijk gesprek bij Oneness thuis met heel wat gemeenschappelijke herinneringen, maar pas als Wannes en Jonas hun favoriete schijven beginnen op te leggen voel ik wat de échte drijfveer is van High'r Ites: prachtige platen vol consciousness en upliftment, met de basknop open. Selector Oneness geeft het en passant toe: "Ik heb héél veel kapotgespeeld. Kijk die prachtige versterker hier eens, hij is nog van mijn vader. Een machtige machine, maar ik ben er helaas al twee keer in geslaagd hem richting reparateur te sturen."
Wat is jullie aparte voorgeschiedenis als selectors? En hoe zijn jullie bewust op reggaemuziek gevallen?
Oneness: Op de middelbare school begon ik via een vriend naar reggae te luisteren, dingen als Lee Perry, of de oude tapes van Dread Pressure. Ik ben zo begonnen met cd's te draaien, maar was al snel gebeten om meer te leren kennen dan de bekendere reggaetunes. In die jaren vormde ik met twee andere dj's de Cave Crew, die ook hiphop en d'n'b draaiden. Dat was allemaal nog erg bescheiden, we draaiden vooral in het jeugdhuis van Oud-Heverlee. "Het Kot", een kleine vzw opgericht door vrienden, organiseerde feestjes op een boerderij, waar ik een paar keer heb gespeeld voor een groter publiek. Dat is al jaren geleden, ik draaide nog niet eens met platen. Ik ben dan via het internet achter reggae beginnen zoeken, en kwam via Vinnie van Soul Remedy en Rich Brown uit Engeland andere stijlen op het spoor. Via de Leuvense reggae-dj Wikke kwam ik op het Rootstock-festival terecht, en zo bleef het voor mij groeien. Later begon ik maandelijks in café Giraf op de Oude Markt van Leuven te draaien, al kan ik me niet meer herinneren of ik daar nog zonder Jonas heb gespeeld.
Jones: Ik ben ook begonnen door gewone reggae-cd's te kopen, dingen als Black Uhuru of Junior Kelly. Ik leerde Wannes kennen via dezelfde gemeenschappelijke schoolvriend. We zaten toen in het laatste jaar van de middelbare school, ik was zo'n 18 of 19 jaar. Op een dag was Wannes aan het praten over een nummer dat ik toevallig kende, wat hem verbaasde. We zijn dan samen beginnen draaien in café Giraf, en die avonden hadden heel wat succes. Een goede tijd voor ons, want we moesten nog geen rekening houden met decibellimieten: de ramen van de deuren trilden van de bassen.
O: Na een tijdje draaien met Jonas ben ik uit de Cave Crew gestapt, die nu ook niet meer bestaat.
Hoe komt het dat jullie selectie van het begin zo Engels gekleurd was? Die stijl was hier toen nog totaal onbekend.
O: Voornamelijk door de mensen die we leerden kennen. Ik heb bvb. nooit veel omgang gehad met dancehall-dj's: ik luisterde wel naar new roots zoals Sizzla, maar harde ragga is nooit iets voor mij geweest. Het klikte al snel met Vinnie van Soul Remedy, de eerste soundervaring was samen met Vinnie en Killah Tactics naar een sessie van King Shiloh in Amsterdam rijden: daar heb ik de eerste keer reggae op een soundsystem gehoord. Die connectie met Soul Remedy heeft ons heel wat opgeleverd: eigenlijk zijn we begonnen als hun boxendragers. Ik heb in al die jaren niet één van hun sessies gemist.
Rich Brown nodigde me niet veel later uit om naar Jah Shaka in de Londense venue The Rocket te gaan. Ik was zo'n 17 jaar toen ik de eerste keer het kanaal overstak, en heb toen van reggae-verkopers heel wat plaatjes mee naar huis genomen. Vanaf toen is mijn interesse voor soundsystems steeds beginnen groeien, Jah Shaka heeft de scène echt groot gemaakt. Ik ben nog enkele keren teruggekeerd toen Shaka speelde, en later voor University of Dub, een gigantische soundclash in Brixton. Wie nooit zo'n sessies heeft meegemaakt, heeft volgens mij toch een heel ander idee van reggae: ik heb daar gehoord hoeveel impact die muziek kan hebben.
Heeft het samen spelen jullie selectie beïnvloed?
J: We vulden elkaar eigenlijk aan. Met z'n tweeën kan je ook heel wat meer nieuwe muziek ontdekken: we gingen samen op zoek naar nummers die we op sessies gehoord hadden.
O: Wij zijn van de internetgeneratie: voor ons was het gemakkelijk om nieuwe dingen te leren kennen, of connecties te vinden. De eerste tapes die voor mij belang hadden, waren natuurlijk de rootstapes van Dread Pressure. Ik heb uiteindelijk al de tunes van die tapes weten op te sporen. We luisterden naar opnames van soundsessies en gebruikten dan onze connecties om het plaatje te vinden dat we wilden. Dat duurde altijd een tijdje, maar het is wel heel plezierig om naar platen op zoek te gaan.
Op korte tijd is jullie collectie heel erg gegroeid, en na één jaar samen draaien stonden jullie verbazingwekkend veel verder.
O: In het begin koop je enkel wat beschikbaar is. We kenden ook enkel de gewone platenwinkels zoals Vinyl en Bambam in Antwerpen, Bilbo in Gent, Harlequin in Brussel, of de Leuvense JJ Records. Ik heb er ook regelmatig het kanaal voor overgestoken om in Londen op platenjacht te gaan. Na een tijdje ben ik dan op internet naar plaatjes beginnen zoeken: ik kocht dan via eBay omdat er geen degelijk alternatief was, maar zeldzamere, obscure plaatjes kosten al snel heel wat geld voor een jonge gast die nog geen geld verdient. Pas toen ik begon te werken, kon ik me dat soort plaatjes veroorloven. Mijn collectie is zo snel gegroeid omdat ik altijd een andere selectie wilde spelen: ik werd het heel snel beu vaak hetzelfde te draaien. Ik zocht dus heel gedreven naar nieuwe dingen, en zo leer je weer een heel ander spectrum van reggae kennen. Toch hebben we ook geluk gehad met onze connecties, zoals David, de grootste verdeler van reggae in de UK. Via Rich Brown leerden we ook Neal Wood van Southend London kennen, die ons heel wat oude killers heeft verkocht.
J: Onze drijfveer was steeds de interesse en honger naar nieuwe tunes, zo leerden we ook al die klassieke cuts kennen.
Hoe hebben jullie besloten samen een soundsystem te bouwen?
J: Dat is eigenlijk heel vlot gegaan, door een aaneenschakeling van meevallers. Op het Kot hebben we eens samen met Ionyouth Soundsystem gedraaid in een grote schuur: hun systeem was nog gloednieuw, de eerste keer dat ze het gebruikten. Een vriend van ons had een kennis die met PA bezig was, en kon zo die avond scoops voor ons huren. Diezelfde scoops hebben we later voor een prijsje kunnen overnemen, omdat die man ze zelf niet meer gebruikte.
O: In het begin hadden we dus enkel scoops en tops. Onze horns en woofers gebruikten we toen nog als mids. Voor we het wisten hadden we eigenlijk de nodige boxen om een soundsystem te bouwen. We zijn dan boxen beginnen bijbouwen, en beginnen onderzoeken hoe al die apparatuur eigenlijk werkte. Vanaf dan is het heel snel gegaan: we moesten alles zien uit te vogelen qua versterking, pre-amps, sirenes....Onze mids hebben we zelf gebouwd, maar voor de rest hebben we eigenlijk alle speakers overgenomen.
O: Nu zijn we uiteindelijk aan het vernieuwen en onze scoops aan het vervangen: je moet bijblijven, er komt nu eenmaal een nieuwe generatie sounds die veel groter is. In het begin zagen we die eerste scoops als een tijdelijke oplossing, maar ze hebben ons nooit teleurgesteld: we hebben er verschrikkelijk veel plezier van gehad.
Zo'n soundsystem is natuurlijk een grote extra investering voor een selector, naast al die platen kopen. Hoe hebben jullie dat als jonge gasten rond gekregen?
O: Het moet zo'n vier jaar geleden zijn dat we de sound kochten, ik was toen al even aan het werken. We zijn toen een keer bewust voor de lagere prijzen naar Duitsland gereden met een hele lijst van apparatuur, waarvan we de kosten samen uit eigen zak hebben betaald. Alles wat we in die tijd verdienden door te draaien, staken we in een pot voor de soundsystem. Later zijn we succesvolle feestjes in het kraakpand gaan organiseren, waarvan we de opbrengst ook gebruikten voor de sound.
Zijn er naast jullie nog anderen betrokken geweest bij de opbouw van High'r Ites?
J: Jarromatics en Sticksman, vrienden van het Kot, zijn twee belangrijke leden van High'r Ites. Hannes heeft erg veel geholpen met de bouw van de sound, en de technische kant ervan. Hij had voor ons zelf al een kleine poging gewaagd om een sound te bouwen, als eindwerk op de steinerschool. Wannes kon dan weer een camionette voor ons regelen, anders waren we er nooit ergens mee kunnen gaan spelen. Die twee waren er elke keer bij, hielpen altijd met het uitladen van de boxen...Daarnaast hebben we altijd kunnen rekenen op een grote crew van vrienden die voor ons in de bres sprongen waar en wanneer het nodig was.
Jullie hebben van het begin erg luid gespeeld. Oneness heeft bijvoorbeeld al heel wat boxen en versterkers kapot gespeeld.
J: Tja, hij wil het altijd kapotkrijgen...
O: Laten we zeggen dat ik me soms wel eens laat gaan (hilariteit). Nee, ik wil boxen niet persé kapotspelen. Dub moét je nu eenmaal luid kunnen spelen: de melodie zit hem in de baslijn. Als je die bas niet hoort en voelt in je lichaam, verliest de muziek zijn effect. We zijn ook gestopt te draaien in de Giraf, omdat er een decibellimiet kwam.
Wat is dan de meerwaarde van reggae op een soundsystem?
O: Het gaat om het geluid, elk soundsystem klinkt anders.
J: Elke selector weet ook heel goed hoe hij met zijn sound moet omgaan. Er zijn zoveel verschillende basspeakers, en ze klinken allemaal anders. Scoops hebben een zeer specifiek basgeluid dat je nergens anders hoort, echt gemaakt voor reggae. Als je een tune hoort op scoops, wéét je dat hij zo hoort te klinken, heel anders dan op een gewone PA. Je kan je bas tweaken met de pre-amp, delay gebruiken...er zijn zoveel méér mogelijkheden om je plaat te manipuleren en het geluid te vervormen. Je moet ook elke keer je versterker anders gebruiken om je plaat optimaal te doen klinken. Wannes en ik doen dat elk een beetje anders, maar dat heeft er ook mee te maken hoe goed je die plaat kent.
O: In onze selectie laten we ons leiden door de reacties van de mensen. Natuurlijk zijn er altijd tunes die je net gescoord hebt, en die we dan vooraan in de platenbak steken. Er is altijd een balans tussen de tunes die we willen spelen, en de nummers die ons publiek wil horen. We draaien eigenlijk in de eerste plaats voor het volk: we zijn altijd meer voor entertainment geweest dan enkel voor de "message".
J: We willen vibes hebben, we gaan nooit een hele avond voor ons eigen plezier draaien. De harde kern die dubplates wil horen, is toch nooit echt groot.
O: Soms laten we ons gaan en spelen we een hele tijd harde dubs, maar dan voel je al snel dat we moeten afbouwen en een herkenbare plaat opleggen. Rootstock heeft op dat vlak best wel een moeilijk publiek, omdat er heel veel diehard fans rondlopen, maar evengoed een groot publiek die meer hits willen horen.
Wat zou je aanduiden als de beste ervaring met jullie eigen soundsystem?
J: Dat is een lastige vraag. Zoiets werkt op zoveel verschillende niveaus, dat het moeilijk wordt om er één beste moment uit te halen. In de schuur van het Kot hebben we natuurlijk goede avonden gehad, in een hele spontane sfeer. Qua geluid waren de feestjes in AC Noodzaak in Gent het beste, terwijl de vibes in de Leuvense squad dan weer stukken beter was, al stonden we er niet met onze eigen sound.
O: Aan het Rootstock festival hebben we ook goede herinneringen. Het is moeilijk om er één uit te halen die boven de rest uitsteekt, maar ik herinner me nog steeds heel goed de eerste Reggae Link Up. We stonden er samen met Ionyouth, en onze soundsystem had een zeer goede dag: het klonk perfect. MC's Makke (Beatstreet) en Saimn-I (Unlisted Fanatic, Giraffe...) deden ook mee, en het was één groot feest. Alles klonk zoals het moest, we kwamen net terug van de UK en hadden een hele reeks dubplates gescoord...Een perfecte avond, buiten dan het feit dat Jonas in een rolstoel zat (lacht).
Zien jullie het publiek voor soundsystems nog groeien? Ook al ontstaan er overal nieuwe sounds, blijft het publiek alsnog status quo.
O: Zeker weten. In Leuven is het zelfs heel erg snel gegaan, in mijn wijk is er heel wat gebeurd: in korte tijd leerden de jongeren heel wat nieuwe dub kennen. Public Steppas is toen redelijk snel ontstaan, later is die crew geëvolueerd naar Kingstep Soundsystem. Wij hadden al een redelijke crew van vast publiek, en door Kingstep is die crew veel groter geworden. Het spreekt ook heel wat jongeren aan: neem bvb. Dub Fi Youth, die hard aan het werken zijn. Of kijk naar Haile I Dub in Brussel: als er grote namen komen, zit de keet stampvol met mensen van over heel België. Natuurlijk zie je altijd dezelfde gezichten, het blijft een heel kleine scène.
J: Het is moeilijk: op de beste feestjes is er soms geen kat, en op mindere een veel groter publiek. Een stedelijk publiek heeft natuurlijk meer interesse voor reggae, maar wil er geen 50 km voor rijden. Neem de Minus One in Gent, waar je 700 man kan zien feesten op de dub, terwijl er op eenzelfde avond in Brussel met een grote naam dan heel weinig volk is. Leuven of Gent zijn ideale steden om zulke sessies te organiseren, omdat er naast de harde kern van het publiek er ook een groter publiek spontaan op zal afkomen.
O: Het is heel belangrijk om het een op een goede manier te promoten. Als je entreegeld te hoog is omdat je grote namen vraagt, komt er ook geen kat opdagen. De feestjes die wij destijds in het kraakpand organiseerden waren vanuit squad-policy erg laag geprijsd, maar zo konden we meer publiek aantrekken.
De paradox is dat er steeds meer soundsystems ontstaan, maar dat het steeds moeilijker wordt om een goede zaal te vinden waar je luid kan spelen. Hoe zien jullie dat evolueren? Grote zalen promoten niet zo snel reggae, maar vind maar eens een goedkopere plek waar je op volle kracht kan spelen.
O: Dat gaat steeds erger worden, vrees ik. In Minus One willen ze nu ook al een limiter, zelfs in Au Relais TIR willen ze nu geen eigen soundsystems meer, al mag je er zoveel lawaai maken als je wil.
J: Die policy van decibellimieten ga je overal krijgen. Je kan enkel hopen op een zaal met een heel goede eigenaar. En voor de rest zoeken en nog eens zoeken, en als het niet lukt verder gaan naar de volgende venue.
O: De eigenaars krijgen nu eenmaal problemen door de geluidsoverlast, het is logisch dat ze ons dan weigeren. King Shilo speelt in Amsterdam in een kleine bunker waar het zand in je nek valt. Vroeger speelden ze in Paradisio, maar die zaal was hen te duur en kregen ze niet vol, waardoor ze naar kleinere oplossingen moesten gaan zoeken. Zelfs in een grote stad als Amsterdam is het vinden van een vaste venue erg problematisch. Wij zouden ook de Brabanthal kunnen aanspreken, maar die krijgen we nooit vol. Wat je dus nodig hebt zijn kleine, goedkope zalen, die makkelijk bereikbaar zijn en waar je luid kan spelen...al bij al blijft het beste dus een squad.
J: In Leuven hebben we werkelijk alle zalen al gebruikt, buiten dan de duurdere locaties die we toch nooit vol krijgen.
Jammer dat sinds de jaren '90 de hele reggaescène zo versplinterd is: dancehall en roots zijn twee volledig verschillende scènes geworden met een heel verschillend publiek.
J: Het is allemaal reggae, maar dancehall en dub zijn twee heel verschillende genres.
O: Bovendien is de echte dubscène ook maar net beginnen groeien: het is een heel jong gegeven. Soul Remedy zit al het langste in die business, en zij zijn ook nog maar zeven jaar op sound aan het spelen. Veel reggaefans hebben er gewoon geen flauw idee van dat er een dubscène is, en de sounds speelden enkele jaren geleden nog meer een crossover stijl. De scène is heel erg gegroeid door Forward Fever, Ionyouth en Soul Remedy. Vooral Forward Fever heeft heel veel gedaan op het vlak van feestjes organiseren, en heeft nooit opgegeven.
J: Alles zit sinds 2000 steeds meer in zijn eigen hoekje, het wordt dus steeds moeilijker om een groot publiek te krijgen. Ik zou het wel geen probleem vinden om andere dj's andere stijlen te laten spelen op onze sound, als dat meer mensen naar de dub kan lokken.
Hebben jullie op termijn de ambitie om internationaal te gaan?
J: Als die mogelijkheid er zou komen, voorlopig is die er nog niet. Voor ons hoeft het niet meteen, we zijn er zeker niet specifiek naar op zoek.
In België blijft reggae een beetje een randgebeuren, terwijl die scène in het buitenland een groter publiek weet te trekken.
J: Ik zou onze eigen festivals toch zeker niet onderschatten: Reggae Geel is op Europese schaal toch echt een bijzonder festival? Irie Vibes in Kortemark is ook op korte tijd erg gegroeid.
O: Je hoort ook steeds meer reggae op de radio, zelfs op Studio Brussel. Natuurlijk blijft België een klein land. Soul Remedy is ook nooit echt doorgebroken: ze hebben nooit een zaal gevonden om maandelijks avonden te organiseren. In Amsterdam, Londen en Parijs zijn er wel allerlei maandelijkse dub clubs ontstaan met grote namen en grote soundsystems. In België zijn er gewoon geen mogelijkheden om zoiets te organiseren, buiten dan Haile I Dub in Brussel. Die avonden hebben op zich wel al heel wat geholpen, en dat concept zou ook niet mogen stoppen. Soul Remedy, Ionyouth en Forward Fever hebben heel erg hun best gedaan, maar de juiste venues waren er nooit en daardoor groeiden die feestjes niet.
Je spreekt zelf over entertainment tegenover message. Het is ergens een beetje dubbel dat een soundsysteem een heel grote vibe kan creëren, maar dat de teksten van die nummers heel religieus geïnspireerd zijn. Hoe plaatsen jullie dat religieuze element zelf in jullie leven, hoe serieus zijn jullie m.a.w. met rasta bezig?
J: Door reggae heb ik het hele concept van Ras Tafari en de boodschap van Haile Selassie leren kennen. Ik zou mezelf zeker geen rasta noemen, maar werd altijd aangetrokken door de positieve boodschap die achter de muziek zat. Die "positive message" vormt voor mij de basis: bring upliftment to the people! Je hoeft helemaal geen rasta te zijn om reggae te draaien, maar die boodschap over zwarte onderdrukking kan heel wat mensen aanspreken. Er zijn ook weinig zwarte genres die de onderdrukking zo radicaal en expliciet aanklagen: in tegenstelling tot bvb. soulzangers hadden rasta's veel meer vrijheid om te zingen wat ze wilden. Ik ben zelf gaandeweg pas gaan begrijpen waar die religieuze teksten naar verwijzen: psalmen uit het Oude Testament, Marcus Garvey die als een zwarte profeet wordt beschouwd. Ik heb zo stap voor stap heel veel kennis kunnen opdoen over zwarte cultuur in het algemeen en rasta in het bijzonder. Al die teksten bevatten een hele bibliotheek aan verwijzingen naar religieuze symbolen die niet enkel in rastafarisme belangrijk zijn.
Zijn er zaken van rasta die je meeneemt in je eigen leven?
O: Het religieuze element niet echt.
J: Maar wel de positiviteit en de vredevolle boodschap erachter.
O: Het is moeilijk uit te leggen: ik ben natuurlijk ook geen rasta, het gaat me helemaal om de muziek. Ik vind me wel in de boodschap, maar leef zelf niet volgens die principes.
J: Reggae is ook nooit of een sterke boodschap of een goede riddim: het ene ondersteunt het andere. Ik denk vooral aan alle mensen die ik heb leren kennen in het wereldje: dat zijn stuk voor stuk schitterende persoonlijkheden waar ik me altijd bij op mijn gemak voel. Het zijn altijd mensen met goede bedoelingen, die een grote indruk op me hebben nagelaten.
O: Die eensgezindheid in de scène is fantastisch: het is heel moeilijk om dit gegeven groter te maken, maar iedereen werkt heel hard samen. Als er feestjes in Brugge worden georganiseerd, wat al bij al ook niet bij de deur is, zullen we er alles aan doen om zo'n initiatief te steunen. Kijk naar de pioniers in Engeland: we hebben producers ontmoet die in een kamertje van twee bij twee hun studio moesten inrichten. Ze hebben niet veel en moeten soms trappelen om het hoofd boven water te houden, maar dat doen ze allemaal voor de scène.
J: De appreciatie die je terugkrijgt voor je inspanningen is dan weer heel groot. En hier in België beginnen steeds meer mensen op eigen initiatief heel sterke muziek te maken: denk aan Crucial Alphonso, Unlisted Fanatic, of liveband Pura Vida, MC Saimn-I...er is heel wat om naar uit te kijken.
O: Kingstep is een studio aan het bouwen, Soul Remedy maakt sterke nummers...ik verwacht daar erg veel van, hopelijk komen ze ooit op het punt dat ze hun muziek kunnen uitbrengen op plaat. Vintage was een retestrakke liveband, en die zijn terug aan het repeteren. Eigenlijk verwacht ik best veel van de Belgische scène: er zijn heel wat mensen zoals Kingstep, Crucial A, Unlisted...die het potentieel hebben om groot te worden. En daarnaast zullen er altijd mensen muziek blijven produceren die misschien niet uitgebracht zal worden, maar de scène wel zal voorthelpen.
Bedankt voor het gesprek!
O: Aha, dan kunnen we eindelijk een plaatje opleggen...
J: Dik!
Ik krijg in het volgende uur nog een kleine privé-sessie met stuk voor stuk gewéldige nummers...Oneness start met "What a Day" van Carlton and the Shoes.