
Lee 'Scratch' Perry, genie en hofnar van de reggae, vierde zijn 74ste verjaardag zondag in de Vooruit met een all star line-up. En Adrian Sherwood achter de knoppen, de enige man die Lee Perry kan doen klinken als Lee Perry.
Het mooiste verjaardagsgeschenk voor Lee Perry stond achter de knoppen. Daar deed de Britse (blanke) dubtovenaar Adrian Sherwood live wat Scratch in de jaren '70 in zijn legendarische Black Ark studio deed: de muziek van een groep uitzonderlijke artiesten integreren in zijn eigen mengtafeljazz. Het was de magische sound die Perry in Kingston creëerde waarmee hij hele generaties deejays en muzikale techneuten zou inspireren. Samples, breaks, rewinds, remixen: de woorden waren nog niet uitgevonden toen Lee Perry ze al in de praktijk bracht.
Enkele van de grootste namen met wie Scratch destijds gewerkt heeft, stonden in de volgepakte Vooruit mee op het podium. The Congos, het unieke vocale kwartet dat met hem een van de grote klassieke albums in het genre heeft gemaakt. Van diepe bas tot hoge falsetto: alle stemmen vonden hun plaats in de rijke sound van Adrian Sherwood. Prachtig om te zien ook, hoe vier stilaan bejaarde rasta's met grijze dreadlocks zich nog fris en energiek stonden te bewegen. Ik onthoud vooral dravende versies van 'Open the gate'', 'Children are crying' en 'Fisherman', met een hallucinante dub van Adrian Sherwood. 'Ark of the covenant' klonk waarlijk even mystiek als de thematiek van de song. Uit de (middelmatige) nieuwe plaat van The Congos en Scratch hoorden we 'Chain gang' (een cover van de Sam Cooke-klassieker) en twee langgerekte, funky tunes, waarvan de tweede ongepast helemaal op het einde, na wat de gezamenlijke afsluiter had moeten zijn.
Ook Max Romeo heeft zijn roem grotendeels te danken aan één schitterende plaat met Lee Perry, en een klein beetje aan The Prodigy, dat ooit zijn 'Chase the devil' sampelde. Het is één van een handvol hits waarmee Romeo de zaal na al die jaren nog altijd uit zijn dak laat gaan. 'Milk and honey', 'One step forward', 'Melt away', 'Chase the devil', het jagende 'Perilous times', 'Norman' en natuurlijk 'War ina Babylon' (uitlopend in 'Give peace a chance'): het zijn telkens weer dezelfde hits die Max Romeo zingt, maar in dit hallucinante geluidsdecor hadden we ze nog nooit gehoord.
Maar er was nog meer mooi volk van de partij. De drummer Leroy 'Horsemouth' Wallace, pionier van de rootsreggae en hoofdrolspeler in de cultfilm 'Rockers'. Jammer dat hij het na The Congos al voor bekeken hield maar de andere drummer moest amper voor hem onderdoen. Dennis 'Blackbeard' Bovell, de bassist en orkestleider van Linton Kwesi Johnson. Black Steel, de gitarist van Mad Professor, die andere Engelse dubmeester. Twee blazers en twee backingzangeressen, niet opvallend of spectaculair maar wel prima in tune met de rest van de band.
Op het einde van de avond kwam ook Omar Perry even opdraven, de zoon met wie Scratch jaren in onmin heeft geleefd, en die in Brussel zijn eigen carrière opbouwde als zanger. Pas zondag, in Gent, hebben de twee zich met elkaar verzoend en stonden ze voor het eerst in hun leven samen op het podium. Een emotioneel en memorabel moment. Ook de (Belgische) kleindochters en (de Zwitserse) mevrouw Perry mochten in de feestvreugde delen.
Een gezellige familiebijeenkomst, inderdaad, maar dat deed niets af aan de kracht van de songs noch aan de fabuleuze sound die Adrian Sherwood drie uur lang door de Vooruit deed wervelen. Net zomin als het schijnbare gebazel van Scratch tussendoor de pret kon verstoren, zo kenmerkend voor het werk dat hij de laatste 30 jaar gemaakt heeft met andere dubkoningen (waaronder Adrian Sherwood zelf maar ook grote namen uit de dance en hiphop). Het doet sommigen twijfelen aan zijn geestelijke vermogens maar wie goed luisterde, hoorde wel een expliciete veroordeling van de paus en zijn pedofiele priesters. In andere culturen zou Lee Perry wel eens een sjamaan kunnen zijn, of een orakel. Of een hofnar natuurlijk, een onverbeterlijke joker die overal mee wegkomt, zelfs met rood haar en een knipperende glitterbril.
Maar dit was toch in de eerste plaats een waardig eerbetoon aan het muzikale genie van Scratch, en aan enkele van de mooiste songs die de reggae ooit heeft voortgebracht. Van The Congos, van Max Romeo, maar ook van Lee Perry zelf. 'Soul fire' raasde voort als een alles verterende vuurstroom, Scratch brullend en krijsend. 'Roastfish and cornbread' klonk even sprankelend en frivool als op plaat. En waarom hij ook 'Punky reggae party' zong, 'Exodus', 'Sun is shining' en 'Small Axe', tunes die we allemaal kennen van Bob Marley? Omdat Lee Perry ze samen met hem geschreven heeft. Het zijn net zo goed zijn songs.
Het is op het eerste gezicht de belangrijkste verwezenlijking in Perry's lange carrière: de coaching van The Wailers voor ze onderdak en (wereldroem) vonden bij Island Records. Zonder hem zouden we misschien nooit van Bob Marley gehoord hebben. Maar zonder Scratch zouden we ook The Congos en Max Romeo niet kennen, twee absolute sterkhouders van de Jamaicaanse rootsreggae, en vele tientallen andere zangers en groepen. Zonder hem zou dub zou nooit zo kleurrijk en veelzijdig geworden zijn. Zonder Lee Perry zou Adrian Sherwood de muziek in de Vooruit nooit zo hallucinant durven mixen hebben, met door hem geregisseerde uitstapjes naar drum'n'bass, ragga en funk.
Na de taart, de kaarsjes en het familiebezoek kregen we ook nog Perry's lijflied 'Inspector Gadget', de veelbelovende aanzet tot 'Blackboard jungle dub' (maar ook niet meer dan dat) en een feestelijke, gezamenlijke uitvoering van 'War ina Babylon', iedereen een microfoon en meezingen, zoals het ooit ook in de Black Ark moet geweest zijn.
Wat een avond.
P.S. Die nacht in de gloednieuwe Lost Ark studio van Pura Vida te Aalter. Horsemouth en The Congos zijn na het concert de auto ingesprongen en komen hier een paar opnames maken, samen met onze eigen Lee Perry, de man die The Congos recent nog is gaan opzoeken in Jamaica, Bregt 'Puraman' De Boever. Jammer dat we daar niet bij konden zijn.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Mar 21, 2010