
2009 was het jaar waarin ik voor het eerst mijn ID moest laten scannen om wiet te kopen. Maar ik ben al blij dat er überhaupt nog coffeeshops zijn in Maastricht. In Terneuzen, Roosendaal en Bergen-op-Zoom hoeven wij, Belgen, sinds kort niet meer aan te komen.
De belangrijkste gebeurtenis van het jaar was van persoonlijke aard. Eén van mijn beste vrienden is gestorven, een man met wie ik de afgelopen 30 jaar misschien wel 10.000 spliffs heb gerookt. Ik overdrijf niet, zeker niet als het over John gaat, een kettingblower. Had altijd de beste stuff in huis, wiet en hash. John was een dealer, jaar en dag ook de mijne, maar onze vriendschap reikte veel dieper.
John hield van reggae. Een jaar of tien geleden zijn we samen in Jamaica geweest, waar hij Farmer John werd genoemd. Die bijnaam had hij te danken aan de zaadjes die hij had meegesmokkeld, en uitgedeeld in Rockfort, een van de armste buurten van Kingston. Onze Jamaicaanse vrienden waren opgetogen met de kostbare gift en zegden dat ze de zaadjes zeker zouden planten. Ergens in Jamaica groeien tot vandaag ganjaplanten die John daar gebracht heeft. Het was ook daar dat we onze levenslange ganja-broederschap bezegeld hebben met de beste wiet die we ooit ergens zijn tegengekomen. En dat betekende wat, in de wereld van John. Ik herinner mij heroïsche trips naar Tilburg en Breda, waar we bij de leveranciers van John de beste soorten mochten degusteren. Midden jaren '80 was dat, toen je de handel in soft drugs nog niet automatisch associeerde met De Hakkelaar en De Dominee. Ik vond ook niet dat John iets verkeerds deed. Hij kocht een goed product in en verkocht dat met een kleine winst aan vrienden en kennissen. En dat is hij altijd blijven doen. Rijk is John daar nooit van geworden. Meestal had hij net genoeg inkomen om zijn moeder en zichzelf te onderhouden.
John heeft in de gevangenis gezeten. Hij is een paar keer veroordeeld. Er wachtte hem nog een proces voor de kleine plantage die de politie in de zomer had ontmanteld. Voor de brave burger was John vast een perfide drugdealer, een gevaar voor onze kinderen. Voor ons, de mensen die hem gekend hebben, was hij de vriendelijkheid en hartelijkheid zelve, een man die het gebruik en de verkoop van ganja op zijn manier uit het criminele circuit wist te houden, en die bovendien heel wat jongeren van de straat heeft gehouden, niet met 'drugs' maar met baseball.
John was op zijn manier een rolmodel. Hij heeft aangetoond hoe je op bescheiden, harmonieuze wijze een wiethandeltje kan runnen. Hij was onze eigen coffeeshop, enkel toegankelijk voor mensen uit zijn naaste omgeving. Smoke in peace, Brother John.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jan 01, 2010