
We krijgen wel vaker materiaal toegestuurd uit Nederland maar dat kan ons hoogst zelden bekoren of overtuigen. Deze Wild Life staat er vanaf de eerste a capella tune, 'The Voice', een exuberant neefje van 'The Lion Sleeps Tonight' met volrijp singjaywerk erover heen, in combinatie met een Afrikaans doowopkoortje. Sommige Jamaicanen willen in hun openingstracks wel eens wegzinken in meligheid – dit is een heel mooi muzikaal en inhoudelijk statement.
En dan meteen een killer track. Riddim afgeleid van Joe Frazier/He prayed, heerlijke coole en creatieve blazers zoals we ze in Jamaica al lang niet meer horen, een vorstelijke sound die herinnert aan het geluid van Rohan Lee's album 'For The Poor' (2000), een zanger die Bounty Killa naar de kroon steekt. 'Too Tuff' is het terechte titelnummer.
Wie we daar hebben? Fred Locks! Over een stokoude riddim (I'm Just A Guy), samen met Wild Life die gepast inspeelt op de conscious lyrics. De twee wisselen elkaar mooi af. Een geslaagde combination affair.
'Thiefin' Johnny', de titel zegt het al, is een archetypische rude boy song, denk aan 'Johnny Too Bad', met zoete, ingenieus gearrangeerde backing vocals, een uitgezuiverd skaritme, en in dit geval een bescheiden toast, zoals een MC-interventie begin jaren '70 genoemd werd.
Opnieuw een sterke rootsriddim voor 'Ganja Yard', de haast obligate ganja tune op het album. Anthony B is niet ver weg en op het einde krijgen we een voorproefje van de twee volwaardige dubs op het einde. Dub om van te smullen, old school style met een eigentijdse klank.
'Royal Spice' is een culinaire rastasong, het verhaal van een binghiman die zijn daughter verleidt met ital food. Frisse vrouwelijke backing vocal, sprankelend orgeltje, uptempo ritme. Dis spice a nice!
Nog meer bezoek uit Jamaica in 'Come Close', waarin Angie Angel Too Tuff uitnodigt om wat dichterbij te komen. Een slepende sax onderstreept haar bedoelingen, Wild Life verklaart zijn liefde met een diepe, trage parlando.
Nog romantischer klinkt 'Homework', opnieuw met een zacht vrouwelijk koortje erbij, en Wild Life die doet denken aan een Jamaicaanse Barry White.
De riddim van Hypocrites leidt ons onwillekeurig naar 'Rock To Sleep', een tune die door de jaren heen al vaker verbasterd en geversatiled is. Wild Life is alweer in topvorm, zowel in zijn flow als in zijn lyrics. Toch verbazend dat we deze man nog niet kenden. In 'Positive', een vrolijke one drop, krijgt Wild Life het gezelschap van een Franse reggaerapper/zanger.
Met 'Africa Green' keren we terug naar de openingstrack, naar Afrika, naar het Afrikaanse koortje, naar de Afrikaanse vibe. Een milieusong zowaar, een oproep om Afrika te redden met een groene golf. Prezident Brown, die kan ook zo wereldwijs en militant uit de hoek komen. We genieten opnieuw van de mooie samenzang, van de creatieve arrangementen, en ook van het hitgevoel dat deze tune uitstraalt. Ik luister de laatste tijd vaak naar Irie FM en daar verdient 'Africa Green' volgens mij zeker een plaats op de playlist.
Wild Life, straight from yard, heeft in het Amsterdamse Not Easy At All Productions een ideale partner gevonden. Het valt te betwijfelen of hij in Jamaica zo'n sterke, door echte muzikanten mooi ingespeelde rootstracks zou kunnen bemachtigen. Ze kunnen het dus toch, de Hollanders.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
May 20, 2009