
Niet de gebruikelijke Beljam massive in Petrol, wel een gevarieerd publiek van oud en jong, rude boys en rasta's, skinheads en hippies. Zo breed is het publiek dat Toots & The Maytals en Horace Andy bereiken, twee legendes van de reggae die tot vandaag blijven vernieuwen en verrassen.
Horace Andy kwam in Antwerpen zijn project met Ashley Beedle voorstellen, een Engelse DJ/engineer die met de zanger een nieuw Massive Attack effect hoopt te genereren. Daarvoor klinkt zijn dub-elektro allicht iets te kil maar het is wel een interessante sound die hij ontwikkelt, op het podium vorm gegeven met een bassist en een toetsenist erbij. Horace Andy moest het gros van zijn teksten aflezen maar hij gelooft wel in de muziek. Voor de rest was hij zijn eigen sympatheieke zelf die in het platste Jamaicaans zei dat Babylon hem gerust moet laten.
De set begon met een lang fragment uit 'Grounation' van Mystic Revelation of Rastafari, ook voor Ashley Beedle blijkbaar het fundament van zijn muzikale universum. De eerste echte song die we herkenden was 'Fever', lichtjaren verwijderd van de oorspronkelijke Studio One uitvoering maar zelfs in deze uitgebeende versie nog altijd onweerstaanbaar. Met 'Angie' (inderdaad, van de Rolling Stones) hadden we het moeilijker en de rest van de tunes zouden we nog eens moeten horen.
Respect toch voor Horace Andy dat hij nieuwe horizonten blijft opzoeken. Dat was al zo toen als hij jong broekje en bassist aanklopte bij Coxsone Dodd en zijn eigen songs bij had, met hun eigen riddim. Eind jaren '70 bracht Hinds de plaat In the light uit, rootsreggae met ongewone rockgitaren. In de jaren '90 scoorde hij met Massive Attack. Wat een parcours.
Dat geldt natuurlijk ook voor Toots Hibbert, hoewel die de vernieuwing nooit bewust heeft opgezocht. Hoeft ook niet, als de je James Brown van Jamaica bent. Het concert in Petrol was een sublieme les muziekgeschiedenis door een gedreven teacher-preacher. Gospel, rauwe soul en funk, mento (schitterende versie van 'Bam Bam', met Toots op akoestische gitaar), roots ('Never Get Weary Yet', zijn meest onderschatte song), ska en rocktsteady. 'Pomp & Pride' (vorige week nog gehoord als dub plate bij Civalizee), 'Funky Kingston', '54-46 That's My Number', 'Pressure Drop', 'Monkey Man': natuurlijk hebben we Toots' hits al duizend keer gehoord, en ook al vele malen live gezien. Maar hij smijt zich iedere keer weer, staat te screamen en te shouten als de beste blueszangers, zingt de ziel uit zijn lijf. Met een groep die staat als een huis.
"Jackie Jackson op bas!", het was DJ Sugar Charly die het ons in de oren kwam schreeuwen: "Van Treasure Isle!" Nog een levende legende op het podium dus. En toen moest Sugar Charly zelf nog zijn beste platen bovenhalen.
Wij vonden dit een uitermate geslaagde avond.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
May 01, 2009