
Dour, het blijft een festival waar ik met gemengde gevoelens naar kijk. De alternatieve jeugd blaast hier verzamelen voor vier dagen, wij maar voor twee. We arriveren vrijdag tegen de avond, voorbij de camping waar 32000 die-hards kiezen voor rock, metal, electro, drum & bass, hip-hop, reggae, en alle andere muziekgenres die je niet op de commerciële radio hoort.
Sinds twee jaar is het terrein gevoelig vergroot, de markt met de bekende kraampjes wordt nooit té druk. Er staan opvallend veel reggaestands, Skank bijvoorbeeld, één van de weinige "winkels" waar je écht mooie T-shirts kan kopen (ook te vinden op Reggae Geel). Voor de rest zien we de kraampjes die overal staan, met "festivalkleding", CD's, DVD's, juwelen en luxaflexzonnebrillen (de nieuwe festivaltrend).
Dour blijft voor de rest een redelijk "vuil" festival, rommel op de grond, mannen die de toiletten te ver weg vinden en een vervelende geur. De organisatie voerde nochtans dit jaar de Groene Zones in, twee plaatsen op het terrein zijn vrij gehouden om te chillen, op het gras of aan één van de vele tafels. Deze zones zijn een verademing in de drukte van Dour.
Op vrijdag geen reggae, maar wel hip-hop, dub en dubstep. In La Petite Maison Dans La Prairie volgen de DJ's elkaar op. "Strictly roots and culture!", horen we Parvez roepen. Vibronics begeleidt maar liefst vier verschillende zangers/toasters: Parvez (Dub Factory), Echo Ranks, Jah Marnyah en Madu Messenger. Er volgt een heel sterke set, waarbij de bas pas laat, maar op het perfecte moment wordt losgelaten op het publiek. This is a spiritual revolution, close your eyes! Nadat we al enkele jongeren totaal van de wereld zien buitenslingeren, volgt er een dub-les. Één voor één krijgen we ritme en melodie, waarna iedereen verlangt naar de bas. De tent ontploft als die dan eindelijk weerklinkt. Jah Marnyah past perfect tussen de zangers van de Sizzla-generatie, compleet als boboshanti met de gepaste rastafari-lyrics.
Na een opzwepend laatste nummer is het de beurt aan More Rockers, echte dubstep. De tent staat minder vol, maar de toaster vuurt razendsnelle teksten op ons af. De drum & bass fans leven zich uit, terwijl 'Murderer' (de versie van Bounty Killer) en de Cuss Cuss riddim door de boxen klinken.
Toch maar even naar The Last Arena, het podium waar Ice Cube zo meteen zal verschijnen. Het terrein staat hier vol met "homies", klaar voor de West Coast gangsta rap, for real! Na een bombastische intro klinken agressieve hip-hop-beats over de weide. Er wordt opgeroepen om meer "green" te roken, Ice Cube wacht op de sweet smell. Ook op het podium staan een stuk of dertig gangstas te kijken, zoals we later ook bij Wu-Tang-Clan een posse zien staan. Alsof Ice Cube nog niet bekend genoeg is, wordt er op het podium ook nog reclame gemaakt voor de merchandise. Nadat het hele publiek met z'n middenvinger omhoog: "Fuck you Ice Cube!" meebrult, gaan we toch maar even terug naar ons favoriete plekje op vrijdag, helemaal achteraan op het terrein. Op de Prairie is ondertussen Visionary Underground feat. Dr. Das begonnen. Een live-basgitarist deze keer, die de zware drum & bass begeleidt. Niet echt mijn cup of tea, maar daar denkt het uitgelaten publiek anders over. Met 'These Days' wordt een statement gemaakt tegen oorlog, en de 'Bassline Special' bracht de muziek naar een hogere dimensie.
Wu-Tang-Clan, met 7 zijn ze, én een dj. Een hardcore-fan staat al van tijdens Ice Cube met zijn Wu-Tang-vlag te zwaaien, onvermoeibaar. Na een half uur vertraging komen ze dan toch op het podium. Niet lang blijven staan, gangsta-shit is niet aan mij besteed. Jammer trouwens dat er aan The Last Arena geen groot scherm is.
Dreadzone viel tegen, enkel gebruikt als achtergrondmuziek tijdens het wachten op Adrian Sherwood, het hoogtepunt van de avond. De zware dubs brachten de weinige fans aan het dansen. 'Golden Locks' van Bim Sherman en 'Black Board Jungle Dub' (Lee Perry) werden warm onthaald. Toch nog even snel afzakken naar de club-circuit marquee, waar The Bug al van ver te horen is. Wat is dit voor muziek? Voor mij klonk het als extreem snelle ragga met het geluid van een boormachine eronder gezet. De tent was bijna helemaal gevuld, en mensen "dansten" als bij wonder op deze agressieve beats. De nummers beginnen allemaal goed, maar vanaf dat de irritante "boormachine" wordt aangezet is het om zeep (naar mijn mening dan toch).
Na een korte nacht staan we om één uur 's middags al terug op het terrein. Vandaag moeten we niet verder dan The Last Arena, waar alle reggae zal zijn. Beginnen bij het begin: vóór de grote reggae-acts worden we terug gebracht naar de ska en rocksteady van de jaren '60 en '70. The Caroloregians gunnen het (nog half slapende) publiek geen moment van rust. De weinige mensen die al op het terrein staan skanken zichzelf wakker. Net als Jackie Mittoo vroeger, wordt er gebruik gemaakt van een Hammond-orgel. De Waalse act is heel sterk. Ska, rocksteady, roots en funk wisselen elkaar af, big up Caroloregians!
Voor de Guineese Takana Zion verschijnt worden we getrakteerd op een half uurtje Manjul. De band is sterk en de instrumentale breaks mogen er zeker zijn. De saxofonist speelt ook dwarsfluit, wat een apart geluid geeft aan deze new roots met Afrikaanse invloeden. Er volgt een stroom van conscious-lyrics en een hommage aan Joe Gibbs. Takana Zion is ook een zanger van de Sizzla-generatie, natuurlijk gecombineerd met Afrikaanse muziek. Voor de eerste keer op Dour dit jaar roept het (weinige) publiek Rastafari uit volle borst mee. Naar het einde toe volgt er een sterk bluesnummer en een sterke raggabreak. Takana begon te vervelen toen hij het publiek minstens 10 keer vroeg om Haile Selassie te roepen.
Een korte pauze, maar we lopen niet ver weg. Het waait hard op het terrein en we hopen dat de donkere wolken niet richting het terrein komen. Vijf minuten voor Midnite gaat spelen, staat er nog steeds heel weinig volk aan het podium. Op een paar meter van het podium beleven we een uur in een andere dimensie, de zon breekt door de wolken en de stem van Vaughn Benjamin snijdt door alles heen. In tegenstelling tot de meeste andere artiesten, is hij helemaal sereen. Vaughn weet waar het om draait in het leven. The true rastaman. Het publiek vooraan is in trance, de nummers zijn lang, de bassen zwaar en de teksten fantastisch. 'Love The Life You Live' werd fantastisch gebracht, het hoogtepunt van het optreden. Als afsluiter kregen we nog Bushman te horen, Dour kon niet meer stuk.
Een uurtje na Midnite staat Omar Perry het publiek op te hitsen, iets helemaal anders dan de mystiek die rond Midnite hing. Dancehall viert hoogtij en het publiek houdt er wel van. In tegenstelling tot Vaughn Benjamin roept Omar heel de tijd op om de "roep-spelletjes" mee te spelen, andere vibes dus. Nog steeds onder de indruk van Midnite heeft Omar Perry niet zo'n grote indruk achter gelaten, maar die kans krijgt hij opnieuw op Reggae Geel.
Tegen acht uur staat de weide goed vol, Steel Pulse begint. Samen met twee backing vocals en de toetsenist (Selwyn 'Bumbo' Brown) brengt David Hinds sterke roots. Tijdens de raggabreaks springt Selwyn Brown al toastend over het podium. "Kijk die oude man daar springen!", hoor ik achter mij roepen.
Als afsluiter kiezen wij voor Michael Rose. Hij brengt een afwisseling tussen zijn eigen nummers en die van Black Uhuru. Wanneer 'I Love King Selassie' als tweede nummer uit de boxen klinkt, staat iedereen al te feesten. Michael Rose neemt de tijd om het publiek: "Happy Birthday Mandela!" te laten zingen, wat wel in de smaak valt bij de massa. Sweet smells wanneer 'Sinsemilla' wordt ingezet, en zelfs een crowdsurfer (waarvan we er later jammer genoeg nog meer zullen zien...). "My number one hit all over the world!", zo wordt 'Shoot Out' aangekondigd. Terecht, zo blijkt uit de reactie van het publiek. Niemand staat nu nog stil. "This is Michael Rose and Alborosie!", maar dan zonder Alborosie wel te verstaan; de hit 'Waan The Herb' klinkt ook goed zonder de Italiaan, hoewel ik hen graag samen op het podium had zien springen. Hierna volgen nog 'Real Jamaican' en 'Guess Who's Comming To Dinner'. Michael Rose bracht een sterke set met een goede liveband en kreeg toch nog twintig minuten langer om te spelen.
Ook al waren we op zaterdag de hele dag maar aan één van de zes podia te vinden, Dour was weer geslaagd. The Last Arena leek op zaterdag even te veranderen in een weide op een reggaefestival, met een iets ander publiek wel te verstaan. Op naar Reggae Geel!