
Vrijdag Gentleman, zaterdag Tiken Jah Fakoly en Turntable Dubbers, zondag Jimmy Cliff, Ghettto Priest en Luciano: het was weer smullen voor de reggae massive. Ook letterlijk natuurlijk, in de fantastische wereldkeuken van Couleur Café.
Zaterdag even voor middernacht zaten we zoals ieder jaar met z'n allen naar het vuurwerk te kijken. Het is telkens weer alsof de Babylonische spraakverwarring kortstondig wordt opgeheven en het publiek nog dichter bij elkaar komt. Kreten van bewondering kennen geen taal. Lachen van ongeloof doen we allemaal. Het is op dat moment, samen met open mond naar dat spektakel kijkend, dat de verbondenheid tussen al die oude, nieuwe en al dan niet erkende Belgen, zo eigen aan Couleur Café, tot een hoogtepunt komt. Je zou bijna geloven dat het kan, een wereld waarin mensen van alle kleuren, overtuigingen en gezindten vrolijk samenleven, en vooral samen feesten.
Het vuurwerk was figuurlijk al ontstoken door Tiken Jah Fakoly, met een even militant als hartverwarmend concert. "Ouvrez les frontières!" liet hij de grote tent massaal meezingen. Open de grenzen voor iedereen die hier een nieuw leven wil opbouwen. 'Quittez Le Pouvoir', een ondubbelzinnige boodschap aan de corrupte en onwillige machthebbers die Afrika laten stikken, ook hier in Brussel. 'Un Africain à Paris', een superbe rootsreggaecover van 'An Englishman In New York': met die ontheemde Afrikaan in de achterbuurten van Parijs toont Tiken Jah Fakoly zich solidair. 'Résistance!': verzet jezelf tegen een systeem dat miljoenen mensen onderdrukt en in armoede laat leven. Geen compromissen voor deze Afrikaanse Peter Tosh, een geboren rebel die zijn revolutionaire boodschap met gevaar voor eigen leven blijft uitdragen. Onze Brusselse en Waalse landgenoten schaarden zich met veel overtuiging achter hem, schreeuwden mee hun hoop en ongenoegen uit. Vlaanderen leek plots heel ver weg.
Er liep een rechtstreekse lijn van Tiken Jah Fakoly naar het Solidarity Village aan de andere kant van het terrein. Daar zaten ze, de mensen zonder papieren, in een grote kooi. Onder de noemer Todos Clandestinos konden de bezoekers hier kennismaken met de verschillende etappes in de regulariseringsprocedure, en die eindigt nu eenmaal vaak in een gesloten centrum. Maar zelfs die sombere realiteit krijgt op Couleur Café een vrolijke twist. Het geloof in een betere wereld is er onverbeterlijk.
Niet dat je de blijde boodschap voortdurend door de strot geduwd krijgt. Orkesten als Kassav', de vaders van de pompende Antilliaanse zouk, en Los Van Van, topsalsa uit Cuba, deden uitsluitend een beroep op de benen en het lijf. Ze hebben hun eigen zwetende, zwoel kronkelende fans, het publiek dat je ook ziet op de Antilliaanse Feesten. Ze creëren ambiance puur op ritme en muzikaal vakmanschap.
Anderen hebben genoeg aan hun naam om de grote tent te laten vollopen. Vrijdagavond was er de geslaagde comeback van MC Solaar, de man die Frankrijk in de eigen taal leerde rappen. Hoewel hij even dicht bij Serge Gainsbourg staat als bij de Amerikaanse hip-hop, met zijn beschouwende, goed uitgewerkte teksten, eerder parlando's dan flitsende raps. Vele duizenden mannen lipten en riepen de hits 'Qui Sème Le Vent' en 'Le Nouveau Western' letterlijk mee, opgezweept door de strakke beats en ritmes van een drummer, een bassist en een DJ. Drie danseressen, een zangeres en een toaster (voor de ragga-fragmenten) maakten er een volwaardige show van, als in de hoogdagen van MC Solaar midden jaren '90 muzikaal en inhoudelijk nog altijd veel sterker dan wat de Amerikaanse rappers er live van bakken.
Gelukkig was er even later op hetzelfde podium Erykah Badu om ons geloof in de Amerikanen weer helemaal te herstellen. Een kwartier te laat, zoals het een diva betaamt, theatraal in haar opkomst, al was het maar door die zilveren, Star Trek-achtige outfit en het dubbele, bolvormige kapsel. Maar één machtige, oermoederlijke schreeuw, begeleid door een loodzware bas, volstond om het volk voor zich te winnen. Het was de aanzet tot een rijkgeschakeerd concert van gestileerde dansmuziek, verheven r&b met jazzy en Afrikaanse accenten, onderaardse disco en zwoele nineties funk, gedurfde breaks en arrangementen, een paar goed gekozen blues samples, en daarover heen de betoverende stem van Erykah Badu. De zangeres bediende ook zelf enige toetsen en percussie-instrumenten en gaf zo zelf meermaals het ritme aan. De zevenkoppige band, waaronder een dwarsfluitist, en het koortje van drie zangeressen ondersteunden de zangeres perfect. Een concert als een droom, zonder de uitgelaten sfeer van de andere shows maar net daardoor op eenzame hoogte dit weekend.
Voor de rest weer veel goeie reggae gehoord natuurlijk, zonder twijfel de ultieme wereldmuzieken en natuurlijk ook de doorslaggevende reden om ieder jaar naar Couleur Café te gaan. Het begon al goed met The Caroloregians uit Charleroi: funky rude boy reggae zoals we die maar zelden op een podium zien. Het was alsof Leslie Kong achter de knoppen stond, met The Upsetters als muzikanten. Enkel het laatste deel van de set gezien en toch overstag gegaan. Volgend jaar op Reggae Geel!
Het Spaanse Calima, een kind van Ojos de Brujo, speelde dan weer met flamenco en salsa verbasterde reggae. Ook niet slecht.
Wij sloten de eerste dag af met Gentleman. Samen met zijn acht muzikanten en drie zangeressen zette de Duitse singjay een zeer overtuigende set neer waar sommige Jamaicanen nog een puntje aan kunnen zuigen. Gentleman zit ook aan de bron (Pow Wow) van enkele van de beste en populairste riddims van de laatste jaren, en die klonken in Brussel geweldig. In een gedurfd slot weerklonk plots de basriff van 'Seven Nation Army', de aanzet tot een wilde dancehall excursion die de tent definitief omver blies.
Nadien nog even blijven hangen bij de Turntable Dubbers. Great vibes in Elektro World, met veel gesamplede stemmen en riddims uit reggae en ragga, verwerkt in opwindende fast dubs en drum & bass. Ook nog genoten van de unieke ambiance op het andermaal vergrote terrein van Tour & Taxis. En in het Cool Art Cafe natuurlijk, bij de Expo Sex & Love. Nauwelijks naakt of "aanstootgevend" materiaal en toch intens, heerlijk frivool of gewoon grappig. Ook die thema's kan je dus benaderen op een manier die niemand irriteert en iedereen inspireert, van welke afkomst of cultuur dan ook. "De mensen zijn hier allemaal zo open en vriendelijk," verzuchtte een nieuwe Belgische vrouw in ons gezelschap: "Waarom kunnen niet alle Belgen zo zijn?"
Zondag was Jimmy Cliff weer present. Ik verwijs hier graag naar zijn vorige doortocht op Couleur Café met dat verschil dat Jimmy 'Hakuna Matata' achterwege liet en de band iets strakker stond te spelen dan vorige keer. Louter hits natuurlijk (dezelfde selectie als in 2003), aangevuld met 'Let Your Yeah Be Yeah' van The Pioneers, 'I Can See Clearly Now' van Bob Marley (hit voor Johnny Nash) en een heuse nyahbinghi set, met Cliff's eigen 'Bongo Man' en het massaal meegzongen 'Rivers Of Babylon'. Mystic Revelation of Rastafari was vlakbij. Cynische journalisten (en dat zijn ze bijna allemaal) vonden zijn oproepen voor vrede en milieuzorg goedkoop en gemakkelijk. Wij zijn altijd blij als artiesten hun publiek tot inzicht proberen te brengen, op wat voor manier dan ook. Dit was geen wereldconcert maar we verlieten de tent toch maar in opperbeste stemming.
Na Jimmy Cliff een ommetje gemaakt langs Ghetto Priest in Elektro World. Zware dub grooves met oosterse accenten, copyright Asian Dub Foundation. Maar we waren onderweg naar Luciano en we keken ook uit naar de zangeres die de Messenger had meegebracht. Etana liet in 2006 voor het eerst van zich horen met de schitterende single 'Roots' en bracht zopas haar eerste volledige album uit. Blij om nog eens een nieuwe zangeres te zien, die van de Messenger Band van Luciano bovendien meteen de best mogelijke backing kreeg. We hoorden voor de tweede keer die avond 'The Harder They Come', een mooie uitvoering van 'Redemption Song' en enkele fragmenten uit de plaat, waaronder 'Roots'. Sterke stem, zelfbewuste attitude, goeie songs: we gaan deze vrouw nog terugzien.
Luciano zelf was zoals altijd in topvorm, ook fysiek. Drie, vier flikflaks, onvermoeibaar heen en weer hollend, open en neer springend, het hoofd wild headbangend. En dat allemaal op een keur van klassieke riddims, op zich al een overzicht van de grootste reggaehits sinds 1995, het jaar waarin Luciano 'Where There Is Life' uitbracht en ons tot tranen toe wist te bewegen in Hof ter Lo. De selectie uit dat album was voor ons natuurlijk de mooiste passage van de show maar we hebben genoten van àlle nurmmers, en van de saxofoon (voor de eerste keer geen Dean Fraser), en van de drie zangeressen, ja zelfs van de gebeden die Luciano traditioneel uitsprak. De cynische journalisten zouden allicht gillend weglopen maar zijn kènnen Luciano niet eens, laat staan dat ze daar zondagnacht nog zouden zijn.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jun 30, 2008