
By Jah Shakespear & Jah Rebel
Zelden zo'n grappige en aanstekelijke Belgische reggaeplaat gehoord als 'Vet En Verstaanbaar', het debuut van Campina Reggae. Vet als de vetste funk en reggae, inderdaad, en bovenal heel verstaanbaar, in het onweerstaanbare Kempense dialect van Steven Van Gool.
"Ni lameren maar bougeren, blijven jiven..." zingt de bassist en oprichter van de groep op de singel 'Ni Verzwakke', en hij doet dat zo cool en lijzig dat je tegelijk wil lachen, dansen en meezingen. "Dat is ook de bedoeling," zegt de zanger: "Het nummer is een oproep aan ons Vlaamse volkje om niet bij de pakken te blijven zitten."
Van Gool is op zich al een onwaarschijnlijke frontman. Hoe vaak zie je bassisten uit de schaduw treden en hun eigen ding doen? Een gegarandeerde zomerhit trouwens, 'Doe Je Ding', met een hoge meezingfactor. Steven Van Gool was eerder lid van exotische clubs als Wawadadakwa, Belgian Afro Beat Association, Obatala en El Tattoo del Tigre, en hij speelde bas bij Raymond van het Groenewoud, ook op de nieuwe single 'Beweeg Dat Lijf'. Een opmerkelijke figuur, dat wel, een rijzige bohemien met de allures van een jazz cat, maar een zanger hadden we in Steven Van Gool nooit vermoed. En dan nog in de eigen moedertaal.
Campina Reggae is niet de enige band die Vlaamse teksten in Jamaicaanse en Afrikaanse ritmes giet. Grasjas gaf vorig jaar al de aanzet en Zeker Weten heeft onlangs een zeer verrassende plaat uitgebracht. Jenne Decleir speelt met zijn groep Hotel Amigo heftige ska en hoekige, Police-achtige reggae, ook in het Nederlands.
"Bij mij is de drang om in het dialect te zingen eerder ontstaan uit de grote collectie wereldmuziek die ik in huis heb," zegt Van Gool: "Al die Cubanen, Afrikanen en Zuid-Amerikanen zingen ook in hun eigen dialect. Geen hond die het verstaat en toch krijgen ze respect en waardering. Verder kende ik uit de platenkast van mijn ouders natuurlijk al The Strangers en ook Katastroof. 'In Het Bed Van Tante Jeanine Wil Ik Alle Dagen In': ik vond dat destijds een hilarisch nummer. Ik heb dialect ook nooit een vies woord gevonden. Fixkes en Flip Kowlier, die bij mij in de klas zat op de Jazzstudio, hebben de laatste jaren trouwens aangetoond dat je wel degelijk kan scoren met dialectpop. Niet dat ik zelf zo'n grote fan ben van die mannen maar ze hebben wel een drempel weggenomen. Echte Nederlandstalige reggae had je tot nu toe alleen maar in Nederland. Doe Maar natuurlijk, waar ik als kind een grote fan van was, maar ook Luie Hond. Erg ondergewaardeerd, vind ik. Ik heb zelf eerst besloten om iets te doen in het Nederlands, in mijn geval het dialect van mijn geboortestreek, en dan pas om de teksten in reggaeliedjes te gieten. Daarvoor ben ik gewoon op zoek gegaan naar mijn eigen muzikale roots. Welke muziek heeft mij aangezet om muzikant te worden? Zo rond mijn twintigste ben ik beginnen bassen en toen speelde ik vooral dubs van Lee Perry na. Voor mij is Campina Reggae dus echt wel een beetje thuiskomen, zowel muzikaal als tekstueel."
Van Gool kent zelf maar twee bassisten die het ooit tot leadzanger geschopt hebben: Henny Vrienten van Doe Maar ("mijn grote idool") en Lemmy van Motörhead ("maar die speelde geen reggae"). "Van bassisten wordt meestal verwacht dat ze een beetje cool staan te wezen aan de zijkant. Als frontman moet ik uit mijn schulp komen en soms zelfs emoties tonen. Het was in het begin even wennen maar het begint me stilaan aardig te lukken, al zeg ik het zelf."
Met de hulp van een groep uitstekende muzikanten, laat dat vooral gezegd zijn, waaronder een DJ en een zangeres. De liedjes van Campina Reggae mogen dan al de slappe lach opwekken, ze zitten verdomd goed in elkaar en ze worden live ook bijzonder strak uitgevoerd, zoals het goede reggae betaamt. Dat de naam van het genre in de groepsnaam staat, noemt Steven Van Gool tegelijk een voordeel en een nadeel. "De mensen weten wat ze in huis halen maar ik heb ook al reacties gehoord in de zin van: maar dat is toch geen typische reggae. Mij maakt het niet uit, dit is de muziek die ik wil maken."
Nog even doorgaan op die naam: Campina staat vooral bekend als melkmerk. "Voor mij niet," zegt Van Gool: "Campina was het bier van mijn geboortedorp Dessel en voor alles de Latijnse benaming van de Kempen. Kempense reggae: dat is wat wij brengen."
Steven het debuutalbum van Campina Reggae, 'Vet En Verstaanbaar', is net uit. Is het in het huidige klimaat in de muziekbusiness evident om een Nederlandstalige reggaeplaat in de winkels te krijgen?
Steven Vangool: "Ik heb eigenlijk heel dat vraagstuk omzeild door gelijk het album op te nemen zonder eerst op zoek te gaan naar een platenfirma. Ik had zin om dit te doen en ben er gewoon aan begonnen, bijna zonder nadenken. Toen de opnames achter de rug waren heb ik gelukkig bijna onmiddellijk iemand gevonden die het wou uitgeven; een klein onafhankelijk Belgisch label (Super/Lowlands distribution, red.). Ik kan dus alleen maar blij zijn."
Een duidelijk merkbare trend is dat veel bands de laatste tijd weer teruggrijpen naar het Nederlands of in jullie geval zelfs het dialect. Het album heeft 'Vet En Verstaanbaar' als titel meegekregen, maar zijn jullie eigenlijk wel verstaanbaar?
Steven Vangool: "(lacht) Ik hoop dat toch ja. Ik zing in een soort dialect dat eigenlijk het midden houdt tussen het algemeen Nederlands en het plaatselijke dialect uit Dessel waar ik mee opgegroeid ben. Moest ik volledig in het Dessels zingen, dan zou waarschijnlijk bijna niemand mij verstaan, maar ik denk dat het nu nog heel goed meevalt. Voor een Kempenaar spreek ik redelijk Antwerps en omgekeerd. Het is dus maar de vraag wat eigenlijk verstaanbaar is voor wie. Inhoudelijk hoop ik echter wel degelijk dat onze songs verstaanbaar zijn; daarmee bedoel ik dat ze allemaal toch over heel herkenbare thema's gaan."
Nederlandstalige reggae maken houdt altijd het risico in vergeleken te worden met de moeder aller Nederlandstalige reggaebands: Doe Maar.
Steven Vangool: "Ik ben geboren in 1971 en dus een kind van de jaren tachtig. Toen Doe Maar op het hoogtepunt van hun populariteit waren, begon ik me net in muziek te interesseren. Vergelijkingen met Doe Maar mogen van mij dan ook altijd, want ik beschouw Henny Vrienten nog altijd als de absolute top in het genre."
Als we de muzikale carriere van Steven Vangool eens overschouwen vinden we onder andere Wawadadakwa, Belgian Afrobeat Association, Tatoo Del Tigre en Klezmic Noiz terug. Muzikaal gezien allemaal zeer uiteenlopende bands; wat een beetje de vraag doet rijzen: "Wil de echte Steven Vangool nu opstaan?"
Steven Vangool: "(lacht) Heel terechte vraag. Ik heb mezelf die vraag ook gesteld toen ik zin kreeg om een eigen band op te richten en zelf te gaan zingen. Welk genre wou ik spelen? Zoals je al aangaf ben ik eigenlijk al tien jaar bezig met de meest uiteenlopende muziekprojecten. Ik ben dan gewoon gaan graven in mijn geheugen, op zoek naar het moment waarop ik bas ben beginnen spelen. Mijn eerste liefdes waren soul en blues, maar toen ik bas begon te spelen vooral toch reggae; reggae omdat het een muzieksoort is waar de bas heel centraal staat. Ik denk dat je de echte Steven Vangool wel degelijk hoort op zowat elke plaat waaraan ik heb meegewerkt, maar bij Campina Reggae voel ik me net dat ietsje meer thuis. Deze muziek komt gewoon uit mezelf en het kostte mij dan ook weinig moeite om de twaalf riddims voor de nummers op het album uit mijn mouw te schudden."
De enige constante bij al die projecten is logischerwijze de bas en Steven Vangool is bijna synoniem geworden voor het woord bassist. Je hebt nogal een rijzige gestalte of zoals je het zelf soms zingt: "Dieje lange met zennen enen tand...". Had je lengte iets met de keuze van je instrument te maken, zeker als we de contrabas in beschouwing nemen?
Steven Vangool: "Nee, maar er zit wel een heel verhaal achter. Bij mijn eerste basgitaar, een akoestische bas, had ik de fretten laten verwijderen omdat ik het een stuk cooler vond om zonder te spelen. Toen heeft iemand er mij op een bepaald ogenblik op gewezen dat een akoestische bas zonder fretten eigenlijk gewoon een contrabas is! (lacht) Ik speel heel graag contrabas, maar het is maar één van de vele basklanken die ik gebruik. Ik heb de contrabas veel gebruikt bij Klezmic Noiz en bij Raymond Van Het Groenewoud, maar nu voor Campina Reggae weer totaal niet meer. Het hangt echt af van de vibe die ik wil creëren. Het spreekt natuurlijk vanzelf dat langere mensen wat sneller naar de contrabas grijpen, maar het hoeft eigenlijk niet want de pin onderaan het instrument is volledig in lengte verstelbaar."
De naam 'Campina Reggae' verwijst naar de oude Latijnse benaming voor de Kempen, maar ook naar een gelijknamige teloorgegane brouwerij in Dessel.
Steven Vangool: "Voor een Desselaar gaat de naam inderdaad onmiddellijk naar het Campina bier verwijzen. Ik vond Campina ook gewoon goed klinken. De Kempenaars, ook die van net over de Nederlandse grens rond Eindhoven, zijn allemaal een beetje hetzelfde soort volk. En de naam staat tenslotte natuurlijk ook nog eens voor de taal waarin ik mezelf uitdruk."
Naast reggae sijpelen in je songs hier en daar ook een aantal andere invloeden door. Is dat iets dat zich in de toekomst nog sterker zal doorzetten? Kan het reggaefacet op termijn wat naar de achtergrond verdwijnen?
Steven Vangool: "Tja, ik heb er zelfs al aan gedacht om in de toekomst het woordje 'reggae' in de groepsnaam te schrappen, maar de muziek gaat daarom niet noodzakelijkerwijs radicaal veranderen. De nieuwe nummers waar we mee bezig zijn, zijn misschien wel meer dancehall-gericht dan de nummers op dit album. Het kan dus best dat het volgende album Campina Dancehall zal zijn; ik weet het niet, we zijn nog volop met het genre aan het experimenteren om te zien wat wel live wel en niet aankunnen."
Een prominent plaats op het album is weggelegd voor wijlen Louis Neefs. In het nummer 'Iet Nief' gebruiken jullie een tekstflard van zijn 'Als Ik Nog Eens Vijf Minuten Tijd Heb' en 'Louis' is een directe ode aan de man zelf. Wat heeft Campina Reggae met Louis Neefs?
Steven Vangool: "Wat zangers uit de Kempen betreft was hij natuurlijk de allergrootste. Hij kwam om het leven op kerstavond van 1980. Ik kan me dat nog net herinneren; een emotioneel moment toch voor gans Vlaanderen toen. Als ze binnen honderd jaar terugkijken op wat de Kempen betekend hebben, dan zal Louis Neefs ongetwijfeld genoemd worden als één van de grote monumenten. Het was een man met allure en een enorme uitstraling. Op persoonlijk vlak heeft het voor mij ook een beetje met nostalgie te maken."
Terug naar de reggae dan; als we naar jouw muzikale invloeden gaan kijken wat vinden we dan op reggaegebied terug in jouw platenkast?
Steven Vangool: "Lee Perry was zeker mijn eerste grote liefde op reggaegebied, op de voet gevolgd door Bob Marley. Maar Lee Perry toch echt wel op de eerste plaats. Ik heb uren naar zijn instrumentals, versions en dubs geluisterd en meegespeeld op mijn bas. Verder heb ik ook altijd veel sympathie gehad voor de figuur van Peter Tosh."
Het opvallendste geluid in de sound van Campina Reggae is toch wel de dwarsfluit van Zulema Hechavarria Blanco. Was het een bewuste keuze om die klankkleur in het geheel te brengen?
Steven Vangool: "Wel laat ons zeggen dat het een bewuste keuze was om met Zulema samen te werken. Mijn eigen stemgeluid ligt laag en is niet al te penetrant, dus qua arrangementen kwam het dan wel goed uit als er zo een hoog geluid bijkwam. Die fluit blaast mijn stem zeker niet weg, iets wat een trompet of een saxofoon misschien wel zouden doen. Het was dus vooral een muzikale keuze, maar qua sfeer vind ik het toch ook best een fijn geluid omdat het nooit agressief overkomt. De rest van de band, bas, drum en gitaar, kunnen dat wel en dat biedt een ideale wisselwerking."
Dubbele slotvraag dan nog. Er zit serieus wat humor in jouw songteksten. Hoe belangrijk is dat voor jou en hoe serieus moeten we Campina Reggae toch nemen?
Steven Vangool: "Humor is eigenlijk een zeer serieuze zaak! (lacht) Blijkbaar vinden heel veel mensen mijn teksten humoristisch, terwijl ik het misschien niet altijd zo bedoel. Hopelijk blijft de boodschap toch overeind. Dat is tenminste het gevecht dat ik constant met mezelf aanga bij het schrijven van mijn nummers. De humor in mijn teksten maakt eigenlijk deel uit van de boodschap die ik wil brengen, want ik geloof dat je best lachend in het leven staat. Anderzijds wil ik toch nog meegeven dat veel van mijn nummers allesbehalve op een vrolijk moment ontstaan zijn. Als ik bijvoorbeeld zing: "Niet verzwakken komaan, ge moet blijven gaan!", dan heb ik dat oorspronkelijk eigenlijk tegen mezelf gezegd als ik eens in een dip zat. Humor is natuurlijk leuk; ik heb liever dat mensen beginnen lachen en zingen dan dat ze depressief van mijn optredens naar huis moeten gaan. (lacht) Zolang iedereen maar blijft dansen!"