
Op 24 november stelt Uman in TRIX zijn schitterende nieuwe CD voor. Waarom heeft dat eigenlijk zo lang geduurd?
Thierry Thielemans, toen de baas van BMG/Ariola België en een zelfverklaarde reggaefan, geloofde zo sterk in Uman dat hij de rapper een contract aanbood. We schrijven 2001 en de platenbusiness zat nog niet op haar gat.
Maar die BMG-plaat is er nooit gekomen, Uman vond niet zo meteen een andere platenfirma, en zo komt het dat nu pas zijn eerste volwaardige soloalbum verschijnt. Gelukkig is het wel een plaat geworden om u tegen te zeggen. Uman ruilt de agressieve rapstijl en de digitale beats van de dancehall verrassend voor een eerder folk- en chansongetinte variant van de reggae. We horen Spaanse gitaren, mandolines, violen, bandoneons en accordeons. De productie is warm en verfijnd, het werk van Simon Lesaint (de zoon van Dany Klein, voor de petite histoire) en de Engelse mixer Mike Butcher.
"Het klikte meteen tussen ons," zegt Uman: "We hadden hetzelfde idee over hoe de muziek moest klinken, heel persoonlijk en tegelijk geschikt voor een breed publiek. Mijn moeder en grootmoeder kunnen ook naar deze plaat luisteren. Ik hoop dat jonge gasten met baskets ze even goed vinden als yuppies met leren schoenen."
"Ik hou van chanson, Jacques Brel, Serge Gainsbourg, volksmuziek, Bob Dylan… Ik wilde geen reggae maken à la jamaicaine maar muziek die mijn persoonlijkheid weerspiegelt. Het is reggae van hier, en van mij. Enkele songs zijn niet eens reggae omdat mijn identiteit zich niet tot één bepaald genre beperkt. Hoewel ik wel altijd verslaafd zal blijven aan de reggae, de eerste muziek die mij echt geheeld heeft. Reggae komt recht uit de ziel van de lijdende mens, en daar ben ik blijkbaar heel gevoelig voor."
Ook tekstueel wendt Uman de steven. Hij rapt, zingt en singjayt (zoals ze de tussenvorm in Jamaica noemen) hoofdzakelijk over zijn eigen dromen en twijfels, en zijn volwassen kijk op de wereld: "In de rap en de ragga leef je van zekerheden. Ik weet, ik wil, ik zal… Een paar jaar geleden heb ik mijn mantel van superheld afgeworpen en een doordeweeks pak aangetrokken. C'est vraiment moi, niet pessimistisch maar realistisch, met een licht sarcastische ondertoon. En vooral een stuk serener dan vroeger, bedachtzamer. De wereld is niet zo eenvoudig als ik vroeger wel eens durfde uitschreeuwen."
"Daarvoor heb ik wel op een heel andere manier moeten schrijven. Het moesten geen rapteksten worden maar echte songs. Om die reden heb ik het aantal woorden en zinnen dat ik normaal gebruik zowat moeten halveren."
In de verstilde laatste track van het album 'De Grandes Ambitions' vraagt Uman zich af wat er van zijn helden is geworden, een clichévraag die hij op een heel poëtische wijze weet te beantwoorden, zoals hij ook in de andere songs een helder, dichterlijk Frans aanwendt, zijn grote voorbeelden Brel en Brassens waardig: "Elle n'est pas belle l'histoire/N'est elle pas pleine d'espoir?"

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Nov 02, 2007